Anne Zernike: De Eerste Vrouwelijke Predikant van Nederland en Haar Erfenis

Op 8 maart, Internationale Vrouwendag, wordt stilgestaan bij de voortdurende strijd voor vrouwenemancipatie. Hoewel er in Nederland grote stappen zijn gezet, staat de emancipatie van vrouwen tegenwoordig onder druk. Ds. Carolien Cornelissen merkt op dat het concept zusterschap, dat staat voor gelijkheid en verbondenheid, soms gepaard gaat met uitdagingen, gesymboliseerd door de 'wolkjes in de lucht'.

Toen Cornelissen zelf doopsgezind werd, moest ze wennen aan de titel 'zuster'. Nu draagt ze deze met trots, omdat het voor haar gelijkheid en verbondenheid uitstraalt, in tegenstelling tot 'dominee', wat een gevoel van afstand en ongelijkheid kan oproepen.

De emancipatie van vrouwen in Nederland heeft een lange weg afgelegd. Vrouwen hebben nu het recht om te werken, een bankrekening te openen, te stemmen en hun mening te uiten. Dit staat in schril contrast met de ervaringen van eerdere generaties. Oudere zusters vertellen hoe ze niet mochten doorleren, ontslagen werden bij het huwelijk, en hoe werkende moeders met kinderen als ongebruikelijk werden beschouwd. De afwezigheid van naschoolse opvang maakte het voor werkende moeders extra moeilijk.

De zusterkringen hebben een cruciale rol gespeeld in dit emancipatieproces. Wereldwijd blijft zusterschap een belangrijke factor in de vrouwenemancipatie, waarbij vrouwen elkaar steunen om hun eigen weg te vinden, ook op paden die traditioneel als mannelijk worden beschouwd. Hoewel men geneigd is te denken dat de vrouwenemancipatie in Nederland voltooid is, duiken er soms nog steeds genderstereotypen op, zoals aparte tandpasta's voor jongens en meisjes, of het sturen van meisjes naar Wiskunde A en jongens naar Wiskunde B. Dit verlangen naar meer vrijheid van stereotypen doet denken aan Pippi Langkous, die zich niets aantrok van genderverschillen.

De Pionier: Anne Zernike

Honderd jaar geleden, in 1911, werd Anne Zernike de eerste vrouwelijke predikant van Nederland. Haar aanstelling veroorzaakte een sensatie; menigten stroomden toe om de vrouw te zien die voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis op een preekstoel stond. Zelfs de politie moest eraan te pas komen om de menigte in Utrecht in goede banen te leiden.

De 24-jarige Anne Zernike, net afgestudeerd als theologe, reisde langs verschillende plaatsen om te preken. Ze doorbrak de lange traditie van uitsluitend mannelijke voorgangers. Haar loopbaan begon binnen de doopsgezinde broederschap, een vrijzinnig kerkgenootschap, en later preekte ze in de nog vrijzinnigere Nederlandse Protestantenbond (NPB).

Illustratie van Anne Zernike die op de preekstoel staat.

De Uitdagingen van de Eerste Vrouwelijke Predikant

Froukje Pitstra, promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen en bezig met een biografie over Zernike, benadrukt dat Anne Zernike zelf liever niet de nadruk legde op haar vrouw-zijn. Ze wilde dat de focus lag op de inhoud van haar boodschap. Destijds werd er volop gediscussieerd over de geschiktheid van vrouwen voor het predikantsambt. Specifiek bij de vrijzinnigen spitste de discussie zich toe op de fysieke capaciteiten en stemvolume van vrouwen om een gemeente te leiden.

Ondanks aanvankelijke twijfels, verdwenen deze toen men de jonge predikante hoorde. Bep Muijzer (99) herinnert zich levendig de krachtige stem van 'mevrouw Mankes', zoals ze Anne Zernike noemde. Zernike, weduwe van kunstenaar Jan Mankes, was voorganger in Rotterdam-Tuindorp. Muijzer beschrijft haar als bescheiden, maar niet als iemand die zich niets aantrok van haar taken. Haar vriendin Martine Pothuis voegt toe dat haar bescheidenheid niet betekende dat ze geen daadkracht had.

Pitstra beschrijft Zernike als standvastig en soms streng, maar benadrukt dat ze als beginnende dominee ook een jonge, onzekere vrouw was. Ze voelde zich aanvankelijk een buitenstaander binnen de doopsgezinde broederschap.

Theologie en Vrijzinnigheid

Anne Zernike wordt door Pitstra gekarakteriseerd als een zeer uitgesproken, radicaal-vrijzinnige theologe. Haar kernovertuiging was dat mensen hun eigen geestelijke weg moesten vinden, ook buiten de kerk, bijvoorbeeld in kunst en literatuur. Deze opvatting was soms te vrijzinnig voor veel doopsgezinden en zelfs te modern voor de Nederlandse Protestantenbond.

Ondanks haar invloed raakte Anne Zernike langzaam in de vergetelheid. Pitstra vindt dit jammer, omdat ze een inspirerende persoonlijkheid was die ergens echt voor durfde te gaan. Zernike heeft zich nooit laten uitbuiten als feministisch symbool, wat mogelijk een slimme tactiek was, vergelijkbaar met die van andere pioniersvrouwen.

Foto van Anne Zernike in haar latere jaren.

De Vroege Jaren en Opleiding van Anne Zernike

Anne Zernike (1887-1972) werd geboren in een onderwijzersgezin. Beide ouders, Carl Friedrich August Zernike en Antje Dieperink, hadden wiskunde gestudeerd. Haar vader was hoofd van een lagere school en een bekend pedagoog. Haar broer Frits Zernike ontving in 1953 de Nobelprijs voor Natuurkunde.

Al tijdens haar schooltijd besloot Anne theologie te willen studeren en predikant te worden, geïnspireerd door Jacoba Mossel, godsdienstonderwijzeres bij de Vrije Gemeente, en Aleida Nijland, een voorvechtster van vrouwenrechten. Toen de Doopsgezinde Broederschap in 1905 het ambt voor vrouwen opende, begon Anne haar studie theologie aan de Gemeentelijke Universiteit Amsterdam. Om toegelaten te worden tot het Doopsgezind Seminarium, sloot ze zich aan bij de Doopsgezinde Broederschap.

Na haar proponentsexamen in 1911 twijfelde ze of ze binnen de Broederschap de vrijheid zou hebben om haar ideeën te uiten. Hoewel ze aanvankelijk beroepen van doopsgezinde gemeenten afwees, accepteerde ze uiteindelijk het beroep van Bovenknijpe (nu De Knipe) in Friesland. Hiermee werd ze de eerste vrouwelijke predikant van Nederland.

Leven in Friesland en Huwelijk met Jan Mankes

In de Friese dorpsgemeente voelde Zernike zich als stadse weliswaar op haar plek, maar het kostte haar moeite om contact te leggen met de dorpelingen en aansluiting te vinden bij de Friese predikantenkring. Onverwacht kwam hieraan een einde toen ze de kunstenaar Jan Mankes leerde kennen. Na een korte verkeringstijd verloofden ze zich.

Samen verdiepten ze zich in literatuur, poëzie, schilderkunst en theologie, en leefden ze volgens vrijzinnig humanistische idealen zoals antimilitarisme en vegetarisme. Het echtpaar Mankes-Zernike raakte betrokken bij het lokale kunstenaarsmilieu. Jan Mankes, die leed aan tuberculose, verhuisde met Anne naar Eerbeek, hopend op een gunstige uitwerking van de bosrijke omgeving.

Zelfportret van Jan Mankes.

In 1918 kregen ze een zoon, Beint. Kort daarna promoveerde Anne. In 1920 overleed Jan Mankes op 30-jarige leeftijd aan zijn ziekte. Anne Mankes-Zernike was toen 33 jaar oud.

Verdere Loopbaan en Theologische Ontwikkeling

Na het overlijden van haar man ontving Anne Mankes-Zernike tot haar verdriet geen beroep meer uit de Doopsgezinde Broederschap. In 1921 werd ze predikante van de Nederlandse Protestanten Bond (NPB) in Rotterdam-Tuindorp. Ze zette zich in voor het antimilitarisme, nam deel aan het anti-vlootwetcomité en probeerde op onorthodoxe wijze er te zijn voor anderen. Ze richtte een kerkkoor op, een toneelvereniging en bezocht met gemeenteleden regelmatig musea.

In Rotterdam-Zuid vormden verschillende religieuze groepen de Federatie voor Vrijzinnige Religie Linker-Maasoever. Zij bouwden een gezamenlijke kerkruimte, Het Nieuwe Verbond, waar de focus lag op een podium voor toneel en muziek.

Bij haar emeritaat in 1948 schreef Anne Mankes-Zernike in het tijdschrift Theologie en Practijk dat ze niet ontevreden was over wat er bereikt was binnen de NPB-afdeling in Rotterdam-Zuid, die onder haar leiding groeide van veertig naar circa vijfhonderd leden. Ze preekte regelmatig, maar wijdde zich daarnaast vooral aan schrijven. In 1956 publiceerde ze haar herinneringen in Een vrouw in het wondere ambt. Tot in de jaren zestig uitte ze haar visie in kranten als de NRC.

Anne Mankes-Zernike overleed op 6 maart 1972, 84 jaar oud. Vanuit haar boeken en artikelen komt het beeld naar voren van een zeer uitgesproken, radicaal vrijzinnige, links-moderne predikante en theologe. Ze was te vrijzinnig voor veel doopsgezinden en remonstranten, en soms te links-modern voor de vrijzinnigen en de NPB. De innige relatie tussen theologie en de kunsten was een van haar geloofsartikelen.

De Debatten Rond Vrouwelijke Predikanten

In de tijd dat Anne Zernike haar studie volgde, waren er felle debatten over de toelating van vrouwen tot het predikantsambt. Hoewel orthodoxe kringen zich baseerden op het Bijbelse gebod dat vrouwen moesten zwijgen, interpreteerden vrijzinnige theologen de Bijbel niet zo letterlijk. De discussie spitste zich toe op de vermeende emotionaliteit van vrouwen, de instabiliteit van hun denkgeest, en hun onvermogen om logisch te redeneren. Deze argumenten werden door Zernike gezien als noodgrepen om tradities te beschermen.

Tijdens haar studie aan de Gemeentelijke Universiteit Amsterdam negeerden sommige docenten haar aanwezigheid. Na het Doopsgezind Seminarium, dat zich kort daarvoor voor vrouwen had opengesteld, wist ze als eerste vrouw het te voltooien. Hoewel seminarierector Cramer aangaf zelf nooit 'stichting te zoeken' bij een vrouw, liet Zernike zich hierdoor niet ontmoedigen.

Na haar bevestiging als dominee bleven de discussies voortduren. In de kranten werden haar preken 'gewogen', waarbij opnieuw werd ingegaan op de 'natuur' van 'de vrouw'. Haar stemgeluid en zelfs haar kleding werden bediscussieerd. Desondanks bleek Anne Zernike een uitstekend predikante met een heldere, krachtige stem en 'waarlijk stichtende' preken.

Geschiedenis van vrouwen op de werkvloer

tags: #doopsgezinde #ban #predikant #als #enige #overbleef