De context van het feestmaal
Het verhaal van Daniël 5 speelt zich af tijdens een grootschalig feestmaal in Babel, georganiseerd door koning Belsassar. Volgens historici was Belsassar niet de eigenlijke koning, maar de tijdelijke regent die het rijk bestuurde terwijl zijn vader Nabonidus, de laatste koning van Babel, afwezig was en elders het leger aanvoerde in een strijd tegen de Meden en Perzen. Deze omstandigheden maakten het feestmaal des te wranger, aangezien het rijk in gevaar verkeerde en het volk onder oorlogsgeweld leed.
De feestvierders, waaronder de koning en zijn harem, waren verblind door hun rijkdom en macht en leefden in een schijnwereld die op instorten stond. De sfeer op het feest was uitgelaten, mede door de overvloedige consumptie van wijn. De remmen raakten los, en de stemming steeg naarmate het alcoholpeil daalde.

De heiligschennis
Tijdens dit feest besloot koning Belsassar een gewaagde grap uit te halen. Hij liet de gouden en zilveren vaten, die koning Nebukadnezar als oorlogsbuit uit de tempel van Jeruzalem had meegenomen, aanrukken. Deze kostbare, heilige voorwerpen, die oorspronkelijk alleen door de priesters voor de dienst aan de Heer mochten worden gebruikt, werden nu door iedereen, inclusief de vrouwen en bijvrouwen van de koning, gebruikt om uit te drinken.
Deze daad ging verder dan de geste van een dronken koning. Terwijl de vaten rondgingen en men proostte, werden er ook lofprijzingen uitgesproken op de goden van goud, zilver, koper, ijzer, hout en steen. Hiermee werd de God van Israël uitgedaagd. De schrijver benadrukt de absurditeit van deze afgoden, die niet te vergelijken zijn met de levende God.
Het schrift aan de wand
Te midden van deze heiligschennis verschenen plotseling vingers van een menselijke hand, die iets op de muur van het koninklijk paleis schreven, tegenover de staande kandelaar. Het onheilspellende, huiveringwekkende schrift veroorzaakte grote schrik en angst onder de aanwezigen. De feestvreugde verdween abrupt.
De koning, wiens gelaatskleur veranderde en wiens gedachten verward raakten, raakte in paniek. Hij riep luid om zijn waarzeggers en Chaldeeën om het schrift te ontcijferen. Ondanks de belofte van een hoge beloning, konden de wijzen van Babel, de bezweerders, het schrift niet lezen of uitleggen. Hun wijsheid, evenals hun beloning, bleek ontoereikend.

Daniël wordt geroepen
De koningin-moeder, die op de hoogte was van de situatie, trad de zaal binnen. Ze herinnerde de koning aan Daniël, een man met uitzonderlijke gaven van wijsheid en inzicht, in wie de geest van de heilige goden woont. Koning Nebukadnezar had hem destijds tot hoofd over alle wijzen aangesteld.
Hoewel koning Belsassar aanvankelijk terughoudend was, volgde hij het advies op en liet Daniël roepen. Daniël, die ondanks zijn hoge leeftijd nog steeds de wijsheid van God bezat, trad de koning tegemoet met een opvallende vrijmoedigheid. Hij weigerde de door de koning toegezegde beloningen, en benadrukte dat ware wijsheid een gave van Gods Geest is.
De interpretatie van het schrift
Daniël legde uit dat het schrift geen geldwaarden aangaf, zoals de wijzen van Babel wellicht hadden geïnterpreteerd, maar werkwoorden die Gods oordeel aankondigden. Hij herinnerde Belsassar aan de geschiedenis van zijn vader Nebukadnezar, die door God macht en heerlijkheid had ontvangen, maar door hoogmoed was gestraft en krankzinnig werd totdat hij God erkende.
Daniël somde de zonden van Belsassar op: zijn hoogmoed, de ontheiliging van de heilige voorwerpen uit Gods tempel, en het proosten op afgoden. Het schrift, 'mene, mene, tekel, upharsin', betekende 'geteld, geteld, gewogen, verdeeld'. God had Belsassars koninkrijk geteld en er een einde aan gemaakt, omdat hij gewogen en te licht bevonden was.
De lessen van Daniël 5
Het verhaal van Daniël 5 biedt diverse lessen. Ten eerste toont het de gevolgen van hoogmoed en heiligschennis. Ten tweede benadrukt het de superioriteit van de levende God boven alle afgoden. Ten derde illustreert het de machteloosheid van de wereldse wijsheid tegenover Gods openbaring.
De gebeurtenissen in Daniël 5 kunnen ook gezien worden als een 'teken aan de wand' voor de hedendaagse samenleving. De uitspattingen van luxe en overdaad, de ongeremde zinnelijkheid, en het verwerpen van Gods geboden weerspiegelen de situatie van Babel. De vraag is of we de tekenen van verval herkennen en ons bekeren, voordat het te laat is.
Ware wijsheid, het inzicht in de geheimen van het leven, is een gave van Gods Geest. Het stelt ons in staat om met God en zijn Woord te rekenen. De profetische roeping van de kerk is om God ter sprake te brengen en de waarschuwende en troostende boodschap van God uit te dragen, zowel met woorden als met daden.