Johannes Calvijn: Leven en Werk van een Franse Hervormer

Johannes Calvijn (ook bekend als Johan Calvijn, Jean Calvin of Johannes Calvinus) was een invloedrijke Franse hervormer die een centrale rol speelde in de Reformatie, met name in Frans-Zwitserland. Hij werd geboren op 10 juli 1509 te Noyon, een stad in het Franse landschap Picardië. Zijn oorspronkelijke naam was Jean Cauvin of Caulvin.

Portret van Johannes Calvijn

Jeugd en Opleiding

In tegenstelling tot Maarten Luther, die uit een boerenfamilie kwam, groeide Calvijn op in een welgestelde familie. Zijn vader, Gérard Cauvin, bekleedde functies als procureur-fiscaal en bisschoppelijk secretaris. Vroege ambities van zijn vader leidden ertoe dat Johannes bestemd werd voor de geestelijke stand. Hij ontving een uitstekend onderwijs, onder meer aan het Collège Montaigu in Parijs. Later, op aandringen van zijn vader, die een betere toekomst voorzag in de rechtsgeleerdheid, begon Calvijn aan een studie rechten aan de hogeschool van Orléans. Vervolgens zette hij zijn studie voort in Bourges, waar hij zich toelegde op de Griekse taal onder leiding van de humanist Wolmar.

Bekering en Vroege Hervormingsactiviteiten

Tijdens zijn studietijd onderging Calvijn een belangrijke omwenteling in zijn denkbeelden. Het bestuderen van de Bijbel en geschriften van Duitse en Zwitserse hervormers deed zijn geloof wankelen. Na de dood van zijn vader in 1531 keerde hij terug naar Parijs. Daar kwam hij in contact met velen die de Reformatie genegen waren. In 1532 publiceerde hij een werk van Seneca over de genade. Onder invloed van deze contacten omarmde Calvijn openlijk de nieuwe leer, liet de rechtsgeleerdheid varen en wijdde zich aan de verbetering van de Kerk. Hij organiseerde bijeenkomsten voor geloofsgenoten en kreeg zelfs steun van Margaretha van Navarra, de zus van de Franse koning.

Vlucht naar Bazel en de 'Institutie'

Vanwege toenemende vervolgingen in Frankrijk, moest Calvijn in 1535 vluchten naar Bazel. Hier werd hij gastvrij ontvangen en verdiepte hij zich in de Hebreeuwse taal. In Bazel schreef hij zijn monumentale werk, de Institutio religionis christianae (Instituut van de christelijke religie), waarvan de eerste editie in 1536 verscheen. Dit werk, opgedragen aan koning Frans I, diende als een openbare belijdenis van de evangelische waarheid en weerlegging van de beschuldiging dat de hervormden in Frankrijk wederdopers en onruststokers zouden zijn. De Institutie, die later in het Frans verscheen, bood een afgerond systeem van het christelijk geloof en werd een van de meest invloedrijke theologische werken van de Reformatie.

Eerste Periode in Genève (1536-1538)

In 1536 reisde Calvijn naar het hof van de hertogin van Ferrara, een beschermster van protestanten. Na opnieuw te hebben moeten vluchten, bezocht hij zijn geboortestad Noyon om zijn zaken te regelen. Op weg naar Bazel of Straatsburg kwam hij in augustus 1536 aan in Genève. De stad had de nieuwe leer reeds via een regeringsbesluit ingevoerd. Guillaume Farel en Pierre Viret waren er al actief als predikers. Farel overtuigde Calvijn, ondanks aanvankelijke weigering, om in Genève te blijven en mee te werken aan de reformatie van de Kerk. Calvijn werd er predikant en theoloog. Hij werkte met grote ijver, gaf preken en colleges, reisde naar naburige gemeenten en schreef onder meer een grote en kleine catechismus. Zijn strenge levenstucht stuitte echter op verzet bij een deel van de Geneefse bevolking, wat leidde tot zijn verdrijving in 1538.

Kaart van Genève in de 16e eeuw

Verblijf in Straatsburg (1538-1541)

Na zijn verbanning uit Genève ging Calvijn, via Bazel, naar Straatsburg. Daar werd hij met blijdschap ontvangen door Martin Bucer, die al langer de beginselen van de Reformatie verkondigde. Calvijn werd hoogleraar aan de universiteit, gaf theologische colleges en stichtte een Frans-hervormde gemeente. Hij nam deel aan de Frankforter Rijksdag (1539) en de godsdienstgesprekken in Worms (1540) en Regensburg (1541), waar hij Melanchthon ontmoette. Zijn hart bleef echter naar Genève uitgaan. Toen kardinaal Sadolet de Geneefse ingezetenen aanspoorde terug te keren naar de Rooms-Katholieke Kerk, reageerde Calvijn met twee brieven waarin hij zijn gemeente tot standvastigheid maande. In 1539 trouwde hij met Idelette de Bure, een weduwe.

Terugkeer naar Genève en Theocratisch Bestuur (1541-1564)

In Genève hadden Calvijns aanhangers inmiddels de meerderheid in de Raad verkregen. Het volk verlangde naar zijn terugkeer. Na de nodige aandrang, ook vanuit Straatsburg, keerde Calvijn in september 1541 terug naar Genève. Vanaf dat moment begon zijn reformatorische werk in volle omvang. Hij diende een ontwerp in voor de verbetering van de kerkelijke tucht, dat werd aangenomen en afgekondigd als Ordonnances ecclésiastiques (Kerkelijke ordonnanties).

Calvijn paste het principe van gematigde volksregering, dat de basis vormde van het staatsbestuur in Genève, ook toe op de kerk. De gemeente koos ouderlingen (presbyters) die de kerkelijke zaken moesten regelen. Het door Calvijn ingestelde consistorie, bestaande uit geestelijken en ouderlingen, kreeg de bevoegdheid om wetten voor te schrijven en overtreders van de godsdienst, dronkaards, dansers en verspreiders van onjuiste ideeën ter verantwoording te roepen en over te leveren aan de wereldlijke overheid. Dit gaf de kerkhervorming in Genève een theocratisch karakter.

De zedelijke strengheid van Calvijn richtte zich met name tegen de libertijnen, die zich gekrenkt voelden in hun rechten. Bekende voorbeelden van zijn strenge oordeel zijn de verbanning van Bolsee in 1551 wegens tegenspraak tegen de predestinatieleer en de beruchte terechtstelling van Michaël Servet in 1553, vanwege diens opvattingen over de Drie-eenheid.

In 1559 breidde Calvijn zijn werkzaamheden uit met de oprichting van een Hervormde theologische faculteit in Genève, die een kweekschool werd voor de verspreiding van de nieuwe leer.

Leefwijze en Werk

Calvijn leefde uiterst matig en onbaatzuchtig. Hij wees financiële aanbiedingen van de Raad af en droeg zelfs uit zijn beperkte inkomen bij aan de armen. Zijn werkzaamheden waren immens: hij preekte bijna dagelijks, gaf wekelijks drie theologische colleges, woonde vergaderingen van het consistorie bij, leidde de Vereniging van Predikanten, vaardigde decreten uit, hield staatkundige verhandelingen en schreef talloze werken, waaronder een uitgebreide Bijbelcommentaar. Hij onderhield een uitgebreide briefwisseling met vooraanstaande hervormers en geleerden. Naast zijn gedrukte werken zijn er in bibliotheken in Genève en Zürich bijna 3000 handschriften van zijn preken en verhandelingen te vinden.

Calvijn werd beschouwd als de geleerdste van alle hervormers, met een diepgaande kennis van theologie, oude talen en rechtsgeleerdheid. Hij was van nature zwaarmoedig en somber, wat zelfs in zijn scherts merkbaar was.

Overlijden (1564)

Door zijn onophoudelijke inspanningen en toenemende ziekelijkheid bezweek het zwakke lichaam van Calvijn. Hij overleed op 27 mei 1564 in Genève. Raadsleden en geestelijken waren aanwezig aan zijn sterfbed. Zijn dood werd in en buiten Genève door duizenden betreurd. Zijn echtgenote was in 1549 overleden, en zijn enige zoon nog eerder.

Calvijn over de Overheid

Calvijn sloot aan bij de tweerijkenleer van Luther, maar bracht nuances aan. Hij zag geen scheiding, maar een onderscheiding tussen het geestelijke en het wereldlijke regiment, beide onderworpen aan de soevereiniteit van God. De overheid werd gezien als een goddelijke ordening, met een roeping die gelijkstond aan die van de dienaren van het Woord. De overheid droeg verantwoordelijkheid voor zowel de openbare orde als de openbare uitoefening van de godsdienst. Hoewel Calvijn de taak van de overheid niet zeer concreet uitwerkte, benadrukte hij dat zij randvoorwaarden moest scheppen voor de ware godsdienst en excessen moest tegengaan. Dit impliceerde een pleidooi voor een beperkte overheidstaak, waarbij de religie niet aan het goeddunken van mensen werd overgelaten.

tags: #stad #in #noord #frankrijk #waar #calvijn