De geschiedenis van het predikantsambt in Nederland kent, naast vele lichtende voorbeelden, ook een duistere zijde. Verschillende predikanten raakten in de loop der eeuwen verstrikt in alcoholisme, immoreel gedrag en schandalen, wat leidde tot tuchtzaken, afzettingen en soms zelfs tot criminele veroordelingen. Dit artikel belicht enkele van deze opmerkelijke, vaak trieste, levensverhalen.
Dominee A. van der Heide en de strijd tegen alcohol
In 1895 werd de SDAP-er Van der Heide dominee in Scherpenzeel. Hij maakte zich sterk voor geheelonthouding en sprak de inwoners van Scherpenzeel toe over de gevaren van sterke drank. Hij constateerde dat een deel van het volk leed onder alcoholisme, wat leidde tot armoede en ontucht. De armenzorg kon slechts een fractie van het geld uitgeven dat aan jenever werd besteed. Van der Heide pleitte ervoor om niet alleen het sterke drankgebruik, maar ook het gematigd drinken te stoppen, en benadrukte dat dit de bittere armoede zou verzachten.

Predikant Diederik Cluwen: Alcoholisme en politieke strijd
Een opmerkelijk geval uit de 18e eeuw is dat van predikant Diederik of Dirk Cluwen. In 1795 werd hij door een notariële verklaring ontmaskerd als een hevige alcoholist. Ondanks zijn goede komaf en reputatie als respectabel burger, dronk hij dagelijks een halve liter jenever. Hij was vaak woedend als niemand zijn drank haalde en verdween soms dagenlang. Cluwen, geboren in een welgesteld Amsterdams milieu, koos voor het predikantsambt en werd in 1774 dominee in Oosterleek. Hij ontwikkelde zich tot een militant patriot en werd in 1789 uit zijn ambt gezet vanwege zijn sympathieën. Na een verbanning naar Texel, keerde hij terug naar Amsterdam. Zijn familiale vermogen, dat hij na het overlijden van zijn vader beheerde, raakte hij door zijn gedrag kwijt. In 1795 werd hij onder curatele gesteld en zijn openstaande schulden werden afgehandeld.

Dominee Johan Barger: Van veelbelovende spreker tot moordenaar
Dominee Johan Barger begon zijn loopbaan in 1880 in de Hervormde Kerk van Goudswaard, waar hij indruk maakte als spreker. Na twee jaar verdween hij echter plotseling, verslaafd aan alcohol en dronken op diensten verschijnend. De kerk gaf hem een verklaring voor goed gedrag mee, waarna hij naar zijn geboortestad Amsterdam vertrok. Zijn leven bleef een puinhoop; hij scheidde van zijn vrouw, hertrouwde en vestigde zich in Harlingen. Daar kreeg hij een verhouding met een tienermeisje, wat leidde tot het verlaten door zijn tweede echtgenote vanwege mishandeling en drankmisbruik. Op 6 maart 1894 lokte hij het meisje naar de pastorie en schoot haar dood. Barger stierf op 2 mei 1900 in de gevangenis van Leeuwarden. Deze zaak werd een doofpotaffaire.
De zaak Harry Bout - Peter R. de Vries, misdaadverslaggever
De "blikken dominee" en de lessen uit schandalen
De zaak van Johan Barger leidde tot een boek van Simon Vuyk, "De blikken dominee". De publicatie roept vragen op over de wenselijkheid van het verspreiden van zulke trieste verhalen. Toch kunnen er lessen uit getrokken worden. Het toont aan dat mensen met bepaalde "ziektebeelden" zich aangetrokken kunnen voelen tot machtsposities, zoals het predikantsambt. Een psychologische keuring vóór theologische opleidingen zou hierin een rol kunnen spelen. Daarnaast illustreert het de schadelijke gevolgen van de doofpot-methode die helaas nog steeds in kerkelijke kringen voorkomt.
Dominee Tamerus: Een Lutherse predikant in een calvinistische wereld
Een ander complex figuur is Tamerus, een Lutherse predikant die in roerige tijden diende. Hij had gestudeerd in Wittenberg en werd in 1593 alsnog ontslagen na herhaaldelijk wangedrag, waaronder dronkenschap en het verduisteren van diaconale gelden. Ondanks negatieve interpretaties van bronnen door historici als Van Deursen, lijkt Tamerus zich ondanks zijn status als "indringer" lang te hebben gehandhaafd. Hij werd mede op verzoek van de Staten van Holland getolereerd. Na te zijn ontslagen uit Eethen, waar hij wegens dronkenschap was weggestuurd, dook hij weer op in de verslagen van de classis. Hij leefde in grote armoede en werd gesteund door de Staten van Holland.

De Synode van Dordrecht en de strijd tegen alcoholisme
De beroemde Synode van Dordrecht (1618-1619), die het conflict tussen gomaristen en arminianen beslechtte, legde predikant Wesselus Kannegieter een preekverbod op vanwege "seer ergerlick in groote dronckenschap". Kannegieter verkeerde in een staat van constante dronkenschap en probeerde dit te verdedigen. De kerk van Zweeloo kende sowieso een reeks problematische predikanten, waaronder een vermeende duivelsaanbidder, een oplichter, een ketter, een vechtersbaas en iemand met een "kwaad leven".
Johannes Hartenberg: Dronkenschap en lange lijdensweg
Johannes Hartenberg (1635-1690) diende dertig jaar lang als predikant in Hoogkarspel. Hij moest meerdere keren voor de kerkenraad verschijnen wegens extreme dronkenschap. Getuigen verklaarden dat hij onbequaam was zich voor mensen te vertonen en zelfs dronken ziekenbezoeken aflegde. Ondanks verdedigingen van zijn kant, werd hij in 1675 door de kerkenraad ontslagen, hoewel dit besluit later werd teruggedraaid. In 1689 vertrok hij, "lamgeslagen door alle roddels", uit de Republiek.
Johannes Wilhelmus Brocades: Patriot, vechtersbaas en veroordeelde
Johannes Wilhelmus Brocades (ca. 1735-1787) werd in 1775 predikant in IJhorst-De Wijk. Hij trainde als patriot "vaderlandschlievende exercitietroepen" en gebruikte zijn vaardigheid met wapens later in zijn leven. Wegens ongepaste handelingen werd hij in 1787 uit zijn ambt gezet en veroordeeld. Hij mishandelde en bedreigde zijn vrouw, drong dronken het huis van zijn schoonmoeder binnen en bedreigde de aanwezigen. Ondanks beloften van beterschap, verloor hij zijn ambt en overleed nog datzelfde jaar.

Historische en maatschappelijke oorzaken van ontsporing
De vraag waarom zoveel predikanten ontspoorden, kent meerdere antwoorden. Enerzijds zijn er schijnheilige mensen in alle sectoren, ook binnen de kerk. Anderzijds verkeren predikanten vaak in een sociaal-maatschappelijk isolement, teruggeworpen op zichzelf in hun studeerkamer. Historische factoren spelen ook een rol: de opbouwfase van de Nederduitsch Gereformeerde Kerk na de Reformatie, met vijandige Spanjaarden en religieuze vervolgingen, creëerde een omgeving waarin menselijk gedrag onder druk kwam te staan. Bovendien waren bier en sterke drank in die tijd algemeen verkrijgbaar en geaccepteerd, en werd water vaak als ondrinkbaar beschouwd. Het feit dat zondag vaak een "ideaal" moment was om bij te tanken, droeg eveneens bij aan problemen.