De Gereformeerde Kerk van Andijk: Een Orgelhistorie en Architectonisch Monument

De heer Henk van Dijk woont al vele jaren met veel plezier op Kerkepad 3 in Andijk. Naast zijn hobby’s tuinieren en het houden van verschillende vogels speelt hij graag op het orgel. Henk vertelt: “Op 12-jarige leeftijd kreeg ik mijn eerste orgellessen. Dat ging door tot mijn diensttijd. In mijn diensttijd bezocht ik elke week een concert van Feike Asma of Piet van Egmond in de Oude kerk te Amsterdam.”

Later ging Henk samen met zwager Jan en vriend Jaap op “orgeltocht”. Ze hebben zelfs het orgel van de St. Jan Kathedraal in Den Bosch mogen bespelen. Op 1 december 1973 werd er een orgelconcert georganiseerd in de Gereformeerde kerk te Andijk. Dirk Mantel was er als organist van die kerk. Mijn vriend Jaap bespeelde het orgel en Henk was er als registrant. Vlak na 8 uur viel de stroom uit, zonder stroom konden zij niet spelen. Gelukkig duurde het maar een half uurtje, toen was de stroom er weer op.

Het tweede concert was in de Hervormde kerk in Genemuiden. Alles ging op rolletjes. Totdat bij een Bach-koraal met uitkomende stem het pedaal de “G” bleef hangen. Het concert werd even onderbroken en er moest overlegd worden. De oplossing werd gevonden en het concert kon verder gaan. Jaap bespeelde het orgel; Henk lag onder de orgelbank en elke keer als de “G” werd ingedrukt, trok hij het pedaal weer snel terug.

Illustratie van Henk van Dijk die orgel speelt

De Muzikale Familie Van Dijk

Henk is niet de enige die graag achter het orgel zit. Ook zijn zoon Berend Jan speelt orgel; kleinzoons Stef en Gerwin krijgen orgelles en kleinzoon Lennard is organist in Deventer. “Het is bijzonder om met elkaar muziek te maken. Muziek verbindt.”

Vanaf zijn 14e jaar was Henk organist van de Gereformeerde Gemeente in Andijk. Vanaf het samengaan in 2008 met de Gereformeerde Gemeente Enkhuizen, bespeelde hij ook daar dat mooie 25-stemmige orgel. Al met al is Henk nu 56 jaar amateur organist en mag hij nog steeds de gemeentezang begeleiden tot eer van Hem die hem die gave schonk.

De Architectuur van de Gereformeerde Kerk te Andijk

De gereformeerde kerk van Andijk dateert uit 1929 en werd ontworpen door architect Egbert Reitsma. Vanwege zijn grootte wordt de kerk ook wel de 'gereformeerde kathedraal' genoemd. De huidige kerk werd gebouwd ter vervanging van een gebouw uit 1863 dat te klein was geworden.

Deze oude kerk was eerst een eenvoudig gebouwtje met een rieten dak. Later werd op dezelfde plaats een houten gebouw opgetrokken, aan de buitenzijde zwart geteerd met in de wanden ramen, die het model hadden van kerkramen en met pannen afgedekt. Het hele gebouw stond op palen. Als je bukte kon je onder de kerk doorkijken. Met sterke wind of storm kon het flink schudden of kraken. Er was plaats voor ongeveer 200 personen.

Artistieke impressie van de oude houten kerk van Andijk

De bouw van de nieuwe kerk werd mogelijk gemaakt door de toegenomen welvaart als gevolg van de bollenteelt. Reitsma kreeg de opdracht een kerk te ontwerpen die qua formaat kon wedijveren met de katholieke kerk van het naburige dorp Wervershoof. In de centraliserende kerkruimte, waarin het Woord van God centraal staat, is plaats voor ongeveer 1200 personen. De twaalfhoekige ruimte is overwelfd met een complex paraboolvormig gewelf. De hoogte van de kerk bedraagt 23 meter, die van de toren 45 meter. Op de rand van de klok staat “Ere zij God” en hij weegt 1500 kg.

De kerk is voorzien van een aantal vensters met gebrandschilderd glas. Daarop zien we voorstellingen van handel, techniek, landbouw, scheepvaart etc. Boven de preekstoel zit het orgel, dat in zijn oudste vorm uit 1892 stamt en na de bouw van de huidige kerk in het geheel van het interieur werd opgenomen. De kleuren in de kerk zijn vrolijk en fel, wat nog wel tot ophef heeft geleid in de calvinistische ogen. In de jaren 60 en 70 van de 20e eeuw werden dan ook veel kleuren overgeverfd in bruin- en wittinten. De kerk vormt één geheel met de pastorie.

Gebrandschilderd glas in de Gereformeerde Kerk van Andijk met voorstellingen van handel en techniek

Historische Ontwikkeling van de Gereformeerde Gemeente

De gemeente is in 1836 gesticht door ds. Hendrik de Cock. De gemeente wortelt in de Afscheiding van 1834. Eerst kwam men samen in een boerderij, bij mensen thuis. Later in een houten kerkje. Vanaf 1863 in de oude kerk die nog te zien is langs de Dijkweg. In 1930 werd het huidige gebouw in gebruik genomen.

In 1892 is de gemeente meegegaan in de samenvoeging met de Dolerenden tot de Gereformeerde Kerken in Nederland. In 2004 is de kerk onderdeel geworden van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), maar enkele leden zijn alleen plaatselijk lid.

Het Ontwerp en de Bouw van de 'Gereformeerde Kathedraal'

De Gereformeerde Kerk met pastorie, kosterswoning, zalencentrum en bergplaats werd gebouwd in 1929-1930 naar ontwerp van de Groningse architect Egbert Reitsma, die de kerk van Andijk als zijn beste werk beschouwde. Uit welhaast onbegrensde middelen heeft Reitsma een kerk kunnen realiseren, die in West-Friesland ook wel de 'gereformeerde kathedraal' wordt genoemd.

De kerk is één van de meest exuberante gereformeerde kerkgebouwen van Nederland en is gebouwd in een expressionistische bouwstijl met verwijzingen naar de gotiek. Concurrentiemotieven speelden zeker een rol bij de bouw van dit spectaculaire gebouw. Men wilde wedijveren met het tien kilometer zuidelijker gelegen Enkhuizen en met de grote neo-gotische kerk van het naburige katholieke dorp Wervershoof.

De kerk te Andijk is te beschouwen als een mijlpaal in de emancipatie van de gereformeerden in Nederland. Het verschil tussen de kleine kerken uit de doleantietijd (1886-1892) en de gereformeerde kerk van Andijk (1930) symboliseert de groei van de positie van de "Kleine Luyden". Zij moesten zich profileren enerzijds ten opzichte van de hervormden van wie ze waren afgescheiden, anderzijds ten opzichte van de katholieken, die sinds 1853 eveneens bezig waren hun sinds de reformatie verloren gegane positie te herwinnen.

Andijk had in de jaren '20 van de 20e eeuw een bloei doorgemaakt in de bollenteelt. Daaruit is te verklaren, dat men zo'n dure kerk heeft kunnen bekostigen. Het betrof de vervanging van een 19de-eeuws, te klein geworden kerkgebouw. Nadat er in de kerkraad was gesproken over verbouwing, besloot men toch tot nieuwbouw over te gaan. Als architect werd de Groningse architect Egbert Reitsma aangetrokken. De gereformeerde kerk van Weesp (ook van Reitsma) had de doorslag gegeven bij de uiteindelijke architectenkeuze.

In januari 1929 kwam Reitsma met een plan ter tafel dat f.120.000,- ging kosten, terwijl er 'maar' f.90.000,- uitgetrokken was. Men wilde de bouwkosten drukken door het weglaten van de toren, hetgeen een besparing van f.15.000,- zou opleveren. In februari 1929 diende Reitsma een herziene begroting in van f.100.000,- met een toren van veertig meter hoog. Hoeveel belang hij hechtte aan de realisatie van een toren, bleek toen hij in de onderhandelingen aanbood voor het bouwen van de toren geen honorarium te rekenen. In een nog later stadium droeg hij f.1000,- bij aan de bouw. Uiteindelijk stemde de commissie toe in de bouw. Op 27 maart 1929 vond de aanbesteding plaats. De eerste steenlegging vond plaats op 25 juli van dat jaar. De bouw vorderde echter langzaam. Door de economische wereldcrisis viel de export van bloembollen grotendeels weg, hetgeen zijn weerslag had op de verwerving van fondsen. Op 3 september 1930 werd de ingebruikname gevierd.

Het Kerkorgel: Een Historie van Restauraties en Uitbreidingen

Het kerkorgel werd gebouwd door de firma Spiering rond 1930, uitgaande van een oudere kern. Het oorspronkelijke orgel stamt uit 1892, is afkomstig van orgelbouwer Proper uit Kampen en stond in het voormalige kerkgebouw aan de Dijkweg. In 1930 is het orgel door de firma M. Spiering uit Dordrecht en onder toezicht van de heer R.G. Crevecoeur te Enkhuizen omgebouwd en uitgebreid en in het nieuwe kerkgebouw geplaatst.

In 1948 is het kerkorgel hersteld en uitgebreid door H.W. Flentrop, Zaandam. Door D.A. Flentrop werd in de jaren 60 van de vorige eeuw het orgel schoongemaakt en in 1983 werd het, eveneens door Flentrop, voorzien van nieuwe membranen. Eind 2012 is Flentrop Orgelbouw begonnen met een totale revisie van het orgel. Begin 2015 kon het, nadat de restauratie van het kerkgebouw was afgerond, worden teruggeplaatst.

Interieur en Symboliek

De kerkruimte is een centraalbouw op een kruisvormig grondplan, bestaande uit twee kruisende delen: een oost-westgerichte rechthoek haaks op de Middenweg en een noord-zuidgerichte rechthoek met afgeschuinde hoeken evenwijdig aan de Middenweg. Laatsgenoemde rechthoek vormt de basis voor het kerkgedeelte met de kerkbanken, afgesloten door twee polygonale gedeelten. De haaks op de Middenweg staande rechthoek vormt de basis voor de hoofdingang (west), bankenplan (midden) en kansel (oost). Verder zijn er ingangen aan de noord- en zuidzijde.

In het exterieur zijn de twee haaks op elkaar staande delen te herkennen aan de dakvorm. De noord-zuidgerichte rechthoek met afgeschuinde hoeken wordt afgesloten door een schilddak met noklijn evenwijdig aan de Middenweg. De rechthoek haaks op de Middenweg wordt bekroond door een hoog opgaand zadeldak dat het voornoemde schilddak in het midden doorklieft. De westgevel van de kerk heeft een groot ingangsportaal en is compositorisch opgebouwd uit een aantal elkaar oversnijdende driehoeken, steeds met dezelfde basis. Vooraan de driehoek met de ingang, daarboven de driehoek van de kerkeraadskamer. Daarachter een steilere driehoek, die de glazen lichtschepping voor het schip draagt en daarachter de zeer hoge geveltop met de schuingeplaatste lintvoegen.

De vensters van de kerkeraadskamer en het schip bestaan uit een risalerende driehoekige glazen opbouw. Op de hoeken van het kerkgebouw staan steunberen, waarin rondbogige doorgangen zijn uitgespaard. De hoge smalle vensters worden door wimbergen bekroond.

In het interieur bevinden zich aan weerszijden van de hoofdingang (west) de trappenhuizen naar de galerijen. Het aantal zitplaatsen bedraagt 1200. De banken zijn in een halve cirkel rond de kansel (oost) gegroepeerd. Boven de kansel staat op een balkon het orgel in een open opstelling. In uitvoering en in relatie tot de kansel maakt het orgelfront een nadrukkelijk element van de inrichting uit.

Het interieur wordt verlicht door ramen in de onderbouw en een groot raam boven de ingang, tegenover de kansel. De benedenramen hebben gebrandschilderd glas met voorstellingen van handel, techniek, landbouw, scheepvaart en dergelijke, eveneens naar ontwerp van Reitsma. De ruimte wordt overwelfd door een parabolisch gewelf. Het centrale gedeelte wordt gevormd door een tongewelf tussen twee gemetselde scheibogen. Aan dit middenvak op rechthoekige plattegrond sluiten links en rechts straalgewelven aan over de polygonale gedeelten (vijfzijdige 'absiden'). De gewelfaanzetten zijn omkleed met houtsculpturen in de vorm van een geometrisch patroon van houten blokjes, geschilderd in felle kleuren. De gewelfvelden zijn gedeeltelijk beschilderd met geometrische motieven, vanaf de geboorte van het houten gewelf tot ongeveer halve hoogte.

Detail van de kleurrijke houten sculpturen bij de gewelfaanzetten in de kerk

Waardering en Restauratie

De gereformeerde kerk met annexe gebouwen is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard voorbeeld van kerkelijke bouwkunst uit het tweede kwart van de 20e eeuw in de expressionistische bouwtrant van de Amsterdamse School. Daarnaast heeft de kerk met annexe gebouwen ensemblewaarde door de gaaf bewaard gebleven samenhang tussen de diverse onderdelen en door de beeldbepalende situering van het geheel in het Noordhollandse polderland.

In 2010 is een grondige restauratie gestart waarbij o.a. het interieur in de originele kleuren is teruggebracht en de glas-in-lood ramen zijn hersteld. In 2012 is de toren gerestaureerd. Als gevolg van betonrot moesten de vloeren worden vernieuwd, daartoe is de spits van de toren gehaald. In 2014 is het dak van nieuwe leien voorzien.

Ons kerkgebouw is een van de meest opvallende gereformeerde kerkgebouwen van Nederland. De kerk met annexe gebouwen is van architectuur-historisch belang: een gaaf voorbeeld van kerkelijke bouwkunst uit het tweede kwart van de twintigste eeuw. Het mag wel een hoogtepunt van kerkbouw genoemd worden in de expressionistische bouwtrant van de Amsterdamse School. Door architect Reitsma werd deze kerk beschouwd als zijn beste werk.

Omdat Andijk in de jaren twintig een welvarende tijd doormaakte in de bollenteelt, waren de financiële middelen vrij ruim. Hoewel men het eens werd over een bouwplan dat inclusief de toren fl. 125.000 moest gaan kosten, kwam men door tegenvallers tenslotte uit op de voor die tijd grote som van fl.185.000 (84.000 euro).

tags: #orgel #ger #gem #andijk