De Netherlands Reformed Congregations (NRC) is de officiële naam voor de 28 Gereformeerde Gemeenten in Noord-Amerika. Op 1 januari 2023 telde dit kerkverband 11.621 leden en 10 predikanten.
Historische Ontwikkeling
De eerste gemeenten van het kerkverband ontstonden reeds aan het einde van de 19e eeuw. Aanvankelijk opereerden de gemeenten grotendeels onafhankelijk van elkaar. Met name door de inspanningen van predikanten zoals C. Pieneman en N.H. Beversluis, hoewel moeizaam, werden de onderscheiden gemeenten georganiseerd.
In 1910 bestonden er nog maar drie Amerikaanse gemeenten die in directe correspondentie stonden met de Gereformeerde Gemeenten in Nederland: Paterson, Grand Rapids en Passaic.
Na de kerkscheuring in Nederland in 1953, die leidde tot de vorming van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, ontstonden enkele jaren later ook in de Verenigde Staten twee afgescheiden gemeenten.
In 1972 telde het kerkverband 14 gemeenten met een totaal van circa 5.000 leden. In 1993 vond er een verdere scheuring plaats, wat resulteerde in de oprichting van de Heritage Reformed Congregations.

Theologische Richting en Structuur
De NRC richt zich, net als de Nederlandse Gereformeerde Gemeenten, sterk op de theologie uit de periode van de Nadere Reformatie.
Het kerkverband is onderverdeeld in drie classes:
- East (7 gemeenten)
- Far West (10 gemeenten)
- Mid West (11 gemeenten)
Persoonlijke Ervaringen en Gemeenschapsvorming
Ruim twintig jaar geleden verhuisde de auteur naar Amerika om te werken in New York. De eerste maanden woonde hij bij een oom en tante in Franklin Lakes, New Jersey, waar hij een kerk van de Gereformeerde Gemeenten bezocht. De gemeenschap die hij daar ervoer, was voornamelijk gebaseerd op gedeelde familiebanden.
Na de verhuizing naar een eigen appartement in White Plains, New York, begon de zoektocht naar een kerk. Zonder internet en smartphone was de telefoongids de enige bron. De keuze viel op de White Plains Presbyterian Church.
Dit was de eerste keer dat de auteur de vrijheid ervoer om zelf zijn kerkelijke gemeente te kiezen, in tegenstelling tot zijn jeugd in Nederland waar hij "natuurlijk" met zijn ouders meeging en later als student in Utrecht zich aansloot bij de Jacobikerk.
De nieuwe vrijheid bracht echter ook een besef van kwetsbaarheid met zich mee: de afwezigheid van sociale druk en verwachtingen leidde tot de constatering dat hij, als hij niet zou komen, waarschijnlijk niet gemist zou worden.
Oorspronkelijk was het plan om verschillende kerken te bezoeken alvorens een keuze te maken. Echter, tijdens een eerste kerkbezoek zat hij naast een vrouw die, na het verlaten van het koor, op zoek was naar een vervanger. De auteur stemde toe, en zo gebeurde het dat de gemeenschap hem koos, in plaats van andersom.

Dit leidde tot de ontdekking van een gemeenschap die zich sterk maakte voor sociale gerechtigheid en de schepping, gemotiveerd vanuit de Bijbel. Hij leerde nieuwe vormen van liturgie, het leesrooster, en de symboliek van het kerkelijk jaar kennen. Hij kreeg een 'mentor' en maakte kennis met vrouwelijke voorgangers, waaronder een van de eerste vrouwen die in de jaren '50 tot predikant werd bevestigd binnen dit kerkgenootschap.
De gemeenschap werd omschreven als multicultureel, multiraciaal en maatschappelijk bewust, een plek waar de auteur, ondanks het ontbreken van familiebanden, gedeelde moedertaal, geboortegrond of gemeenschappelijk opleidingsniveau, zich toch thuis voelde.
De Aanslag van 11 September 2001 en Gemeenschapsbinding
De gebeurtenissen van 11 september 2001 vormden een dieptepunt. Jaap (Jake) Vogelaar, lid van de Gereformeerde Gemeente in Franklin Lakes, was onderweg naar een vergadering in het World Trade Center en werd wonderbaarlijk bewaard.
Hij bevond zich in de file richting de Holland Tunnel toen de verbinding met zijn telefoongesprek wegviel. Vanuit zijn positie kon hij de rookwolken zien die zich over Brooklyn verspreidden. Naarmate hij dichterbij kwam, zag hij de verwoestingen aan de torens. De radio meldde continu onheilspellende berichten, wat een oorlogstoestand leek op te roepen.
Omdat de tunnel werd afgesloten, reed hij naar zijn kantoor aan de rivier. Vanuit daar zag hij een van de torens instorten, met de gedachte aan de slachtoffers.

Ondanks de overbelasting van het telefoonverkeer kon hij zijn vrouw bereiken om te melden dat hij naar huis kwam. De wegen waren overvol, en veel mensen stonden langs de snelweg te kijken naar de rook, sommigen huilend.
Tijdens zijn afscheid van de gemeenschap werd een gebroken brood gedeeld. De helft werd op de liturgische tafel gelegd, de andere helft werd door een gemeentelid, die hem als dochter en vriendin had opgenomen, aan hem gegeven tijdens een omhelzing. Dit gebaar symboliseerde de gemeenschap aan het lichaam van Christus en aan elkaar, verbonden ondanks fysieke afstand.
De auteur concludeert dat gemeenschap niet gebaseerd is op bloedbanden, gedeelde achtergrond, huidskleur, geboorteplaats, of zelfs volledige overeenstemming in geloofsovertuigingen. Gemeenschap ontstaat door een roeping door Christus, waarop men zich richt en waarin men één is.
In navolging van 1 Korinthe 12, waar gesproken wordt over de verschillende gaven van de Geest die verdeeld zijn over de gemeente, benadrukt de auteur dat men elkaar nodig heeft om de volheid van de Geest te ervaren. Juist in de interactie met mensen die anders zijn, wordt de Geest zichtbaar werkzaam ten bate van de gemeente. De ander helpt om de werking van de Geest in jezelf te herkennen en aan te wijzen.
Het is de gemeente die samen zingt en bidt, en die de lofzang en het gebed gaande houdt wanneer iemand dat zelf niet kan. Op deze manier wordt men samen deel van een grotere stoet van gelovigen door de eeuwen heen, uit alle talen en volken.
Calvijns theologie verrast | Reformatie Nu! (4/20)
Ds. Barbara Lamain is predikant van de Protestantse gemeente ’t Woudt - Den Hoorn en redactielid van Kontekstueel.
tags: #franklin #lakes #gereformeerde #gemeente