De geschiedenis van streng gereformeerde joden is complex en veelzijdig, en raakt aan verschillende aspecten van hun leven, van hun rol in de Tweede Wereldoorlog tot hun plaats in de moderne samenleving en religieuze interpretaties.
Onderduik tijdens de Tweede Wereldoorlog: De Jodenboerderij
Een indrukwekkend verhaal van moed en hulpvaardigheid tijdens de Tweede Wereldoorlog betreft de streng gereformeerde familie Bogaard, die naar schatting ruim 300 Joodse onderduikers heeft geholpen. Ondanks de grote risico's voelde de familie het als een opdracht van God om het Joodse volk te helpen. Johannis Bogaard, de pater familias, en zijn kinderen, die met hun gezinnen in de buurt woonden, speelden een cruciale rol in deze reddingsoperatie.
Op en rond het erf van de boerderij waren diverse schuilplaatsen gecreëerd: in een kelder, een hooiberg, een schuur, in een sloot overdekt met een kleed, en zelfs in een auto. Op sommige momenten verbleven er meer dan 70 onderduikers tegelijkertijd. Dit grootschalige onderduikadres bleef niet onopgemerkt; de meeste buren waren op de hoogte, en de chauffeur van de buslijn Amsterdam-Haarlem sprak openlijk over "de Jodenboerderij".
De onderduik op deze "Jodenboerderij" is opmerkelijk goed gedocumenteerd, met tientallen foto's en zelfs een film die een beeld geven van het leven tijdens de oorlog dat ogenschijnlijk zijn gangetje ging. Sommige kinderen bleven slechts kort op de boerderij en werden daarna elders ondergebracht, maar vaak was het moeilijk een ander adres te vinden, waardoor ze langer bleven. Marga Minco, auteur van de oorlogsklassieker Het bittere kruid, begon haar onderduik op een dergelijke boerderij.
De impact van deze gebeurtenissen wordt belicht in een tweeluik van het NTR-geschiedenisprogramma Andere Tijden, waarin vijf overlevende kinderen en nabestaanden van de familie Bogaard hun verhalen delen.

Religieuze Interpretaties en Bijbelse Vragen
Binnen streng gereformeerde kringen bestaan er specifieke interpretaties van bijbelse teksten, met name met betrekking tot relaties met niet-gelovigen. Een veelgestelde vraag betreft het bijbelse verbod om een "juk aan te gaan met een ongelovige" (2 Korinthe 6:14). Veel streng-gereformeerden zien zichzelf niet als (ware) gelovigen, wat leidt tot de vraag of het bijbels is om met iemand die twijfelt aan zijn geloof geen relatie te beginnen.
Ds. M.A. legt uit dat de Bijbel op verschillende manieren over geloof spreekt. Enerzijds is er het onderscheid tussen een waar geloof en een vals geloof, zoals geïllustreerd door Simon de tovenaar. Anderzijds maakt de Bijbel onderscheid tussen gelovigen (christenen) en ongelovigen (heidenen), wat de kern is van Paulus' waarschuwing in 2 Korinthe 6:14.
De kanttekeningen bij dit vers specificeren dat het gaat om het vermijden van gemeenschap met mensen van ongelijke religie, met name in de context van verkering en huwelijk. De predikant benadrukt echter dat dit niet altijd en per definitie verboden is, verwijzend naar voorbeelden als Rachab en Ruth. Cruciaal is de houding van de persoon ten opzichte van het christelijke geloof. Vijandigheid of desinteresse maken een relatie problematisch, terwijl belangstelling en actieve deelname aan geloofspraktijken (kerkbezoek, Bijbellezen, bidden) een relatie wel mogelijk maken, met een biddende hoop op bekering.
De predikant uit ook zijn bezorgdheid over de vraagstelling zelf, en de mogelijke neiging tot het neerkijken op "zo iemand" die twijfelt aan zijn geloof. Hij wijst erop dat twijfel en aanvechtingen juist kenmerkend kunnen zijn voor het bevindelijke leven, vanuit het besef van zondaar-zijn en zalig worden uit genade alleen, zoals te zien in psalmen als Psalm 51 en 73.
De term "streng-gereformeerd" roept bij de predikant vragen op, omdat deze kwalificaties tegenstrijdig kunnen zijn met het begrip "gereformeerd" zelf. Hij pleit voor een focus op het grote voorrecht van een verkering in de vreze des Heeren, waarbij men bidt om een partner die de begeerte heeft om met God te leven en instemt met de Bijbelse boodschap.
Het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom
Het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom, kortweg "het Verbond", vertegenwoordigt een stroming binnen het Jodendom die, uitgaande van de Joodse traditie, zoekt naar een vorm van Jodendom die aansluit bij de normen en waarden van de moderne samenleving. Een kenmerkend aspect is de gelijkwaardige positie van mannen en vrouwen binnen de eredienst.
Mannen en vrouwen zitten tijdens de sjoeldiensten door elkaar heen, en rabbijnen of chazaniem (voorzangers) kunnen van elk geslacht zijn. Hoewel er verschillen in gebruiken (minhagiem) voor mannen en vrouwen kunnen bestaan, is het principe van gelijkwaardigheid leidend.
Het Verbond is aangesloten bij de Europese Unie voor Progressief Jodendom en de Wereldunie voor Progressief Jodendom. De Nederlandse terminologie kan verwarrend zijn, aangezien landen als het Verenigd Koninkrijk, Amerika en Israël zowel 'Liberal Judaism' als 'Reform Judaism' kennen. De Liberaal Joodse Gemeente (LJG) in Nederland staat het dichtst bij Reform Judaism, maar gebruikt de termen liberaal en progressief.
De beweging ontstond in 1930 toen Levi Levisson in Londen kennismaakte met het progressief Jodendom. De eerste liberale dienst in Nederland vond plaats op 19 december 1930 in Den Haag. Lokale vrijzinnige Joodse kringen werden mede gevormd door Duitse vluchtelingen. Er zijn begraafplaatsen voor liberale joden, zoals Gan Hasjalom in Amstelveen en Hoofddorp, en Bet Chajiem in Rijswijk. Nederlandse progressieve rabbijnen worden sinds 2002 opgeleid aan het Levisson Instituut.

Onderzoek naar Ondergedoken Joden en Antisemitisme
Het monumentale boek Daar komen angst en wanhoop aangeslopen, over de ondergedoken Joden in Zeist, benadrukt de omvang van het netwerk dat nodig was voor het verzorgen van onderduikers. Na publicatie van het boek reageerden talloze Zeistenaren met correcties, nieuwe adressen en verhalen, wat resulteerde in een uitgebreid supplement. Dit netwerk omvatte niet alleen de gezinnen die onderdak boden, maar ook mensen die zorgden voor valse persoonsbewijzen, voedselbonnen en het transport van onderduikers.
Het boek documenteert ook de moed die vereist was om onderduikers op te nemen, maar zingt geen valse lofzang. Er wordt aangegeven hoe sommigen het alleen voor geld deden, en hoeveel verraad er was, inclusief de rol van NSB'ers. Persoonlijke verhalen, zoals die van de tante en oom van de auteur, Jo en Henk Rauwerdink-van Sonderen, en de vader van de auteur, Jacob van Sonderen, worden vermeld.
De auteur ontdekte pas op latere leeftijd het verzetswerk van zijn vader en oom, en het feit dat zijn moeder, Debora de Wilde, ondergedoken had gezeten. Er werd in het gezin weinig over de oorlog gesproken, wat de auteur toeschrijft aan de pijnlijke herinneringen van zijn moeder. De herdenking van 4 mei en 5 mei waren wel belangrijke momenten.
Het boek is een initiatief van Gerrit van der Vorst en Heleen in ’t Vuur, die de omvang van het ondergrondse, illegale netwerk in Zeist blootlegden, ondanks het feit dat Zeist qua vooroorlogs stemgedrag als NSB-gemeente bekend stond.

Antisemitisme: Een Complex Fenomeen
Antisemitisme blijft een onderwerp van zorg, zowel als verschijnsel als als kwalificatie. De auteur definieert een antisemiet als iemand die op grond van bepaalde overwegingen een negatief oordeel heeft over een bepaalde groep mensen en daar consequenties aan verbonden ziet. Deze overwegingen, de groep, het oordeel en de consequenties kunnen sterk variëren, van enige reserve tegenover een religie tot hartgrondige haat en de wens tot totale vernietiging.
De term "antisemitisme" wordt in de huidige betekenis verbonden met het jodendom, maar de relatie tussen religie en vermeende verwantschap is complex. De onduidelijkheid begint al bij de Joden zelf, aangezien Joden onderling soms weinig meer gemeen hebben dan het risico om op één hoop te worden gegooid.
Het begrip "jodendom" wordt gebruikt om een religie aan te duiden, maar velen, zowel Joden als niet-Joden, zien in joods-zijn meer dan alleen een religie. Het idee van een Joods volk is diep verankerd in de stichtingsmythe van het jodendom en heeft eeuwenlang geleid tot ellende, mede door de toeschrijving van een negatieve volksaard.
Dit volkse denken, dat het Joodse volk als "niet deugend" bestempelde, overleefde de Verlichting en secularisering en leidde tot de Holocaust. Hoewel de nazi's miljoenen gewone Europeanen vermoordden onder het etiket "Joods volk", bestaat dit concept nog steeds en heeft het geleid tot nieuwe vormen van ellende, zoals het moderne zionisme.
De auteur stelt dat een flink deel van wat nu als "antisemitisme" wordt aangeduid, feitelijk een reactie is op dit moderne zionisme. De kritiekloze Israël-liefde van organisaties als NIK en CIDI wordt bekritiseerd, omdat dit moreel medeverantwoordelijk maakt voor rampen die worden aangericht.
De auteur concludeert dat het begrip "antisemitisme" een te breed en divers betekenisveld heeft, waardoor het in feite op weinig specifieks slaat. Het is een pijnlijk scheldwoord dat gebruikt kan worden zonder betere argumenten. Om het woord "antisemitisme" zinvol te gebruiken, is het noodzakelijk om gedetailleerd aan te geven welke specifieke betekenis bedoeld wordt.
Het "Joodse volk" bestaat volgens de auteur niet in de zin van een biologische of culturele eenheid. Wat rest zijn mensen van Joodse origine en de staat Israël, die zich als "Joodse staat" profileert maar waar het jodendom als religieuze gemeenschap een minderheid vormt. De huidige staat Israël wordt door de auteur een "schandvlek" genoemd.

Progressief en Liberaal Jodendom
Het liberale jodendom, met als belangrijkste tak het Amerikaanse reformjodendom, streeft ernaar de Joodse wetten, de Thora, aan te passen aan moderne omstandigheden. Reconstructionistisch jodendom opereert onafhankelijk, maar werkt samen op politiek gebied. In bredere zin worden ook alternatieve richtingen zoals Renewal en humanistisch jodendom hieronder gerekend.
In Nederland zijn de negen Liberaal Joodse Gemeenten (LJG) en de Progressief Joodse Gemeente (PJG) Noord-Nederland verenigd in het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom. Deze beweging is ontstaan in 1930 naar aanleiding van contacten met het progressief Jodendom in Londen. De eerste liberale dienst vond plaats in Den Haag in 1930.
De Nederlandse progressieve rabbijnen worden sinds 2002 opgeleid aan het Levisson Instituut. Voorheen gebeurde dit voornamelijk aan het Leo Baeck College in Londen.
Controverses rond Joodse Representatie in de Media
In 1987 ontstond er controverse rond de opvoering van het toneelstuk De Stad, het Vuil en de Dood van Rainer Werner Fassbinder in Nederland. De Joodse gemeenschap protesteerde, omdat zij vreesden dat de voorstelling, die een "rijke Jood" met duistere praktijken en een relatie met de dochter van een Nazi en voormalig kampbeul afbeeldde, negatieve stereotypen zou versterken.
De tv-serie Shtisel, die het leven volgt van een fictieve familie in de streng joods orthodoxe wijk Geula in Jeruzalem, is in Israël en ook in Nederland populair geworden, vooral bij het seculiere en modern orthodoxe deel van de samenleving. De serie biedt een inkijk in het dagelijkse, religieuze en huwelijksleven van deze gemeenschap.
Echter, binnen de Joodse gemeenschap zelf bestaat er verdeeldheid over de serie. Critici wijzen op de negatieve portrettering van personages zoals de kunsthandelaar Fuchs, die wordt afgeschilderd als oplichter en kunstvervalser, en Nuchem, die iedereen die hem lastigvalt met "Vervloekte slechterik" betitelt. Men is van mening dat deze "spotprenten" van de gemeenschap niet gepromoot zouden moeten worden.
SFJFF 34 Presents: Shtisel Trailer
tags: #streng #gereformeerde #joden