Het Evangelie volgens Pilatus: Een Diepgaande Analyse

De titel van een boek kan soms misleidend zijn, en Eric-Emmanuel Schmitt's "Het Evangelie volgens Pilatus" is daar een treffend voorbeeld van. In plaats van direct met Pontius Pilatus te beginnen, zoals men wellicht zou verwachten, opent het werk met een uitgebreide proloog waarin een personage genaamd Yechoua zijn leven overdenkt. Deze proloog, die ongeveer een derde van het boek beslaat, draagt de ondertitel 'Bekentenis van een ter dood veroordeelde op de avond van zijn arrestatie'.

De Franse schrijver Eric-Emmanuel Schmitt plaatst in zijn roman de 'opstanding' van Jezus centraal, net zoals Tom Wright dat doet. Het boek is onderverdeeld in drie delen. Het eerste deel, de proloog, dompelt de lezer onder in de gedachten van Jezus (hier aangeduid als Yechoua) terwijl hij wacht op zijn arrestatie in de Olijfhof. Schmitt portretteert Yechoua als een figuur die doet denken aan Aljosja uit Dostojevski's "De gebroeders Karamazov", de onbedoelde volgeling Harold Fry uit "De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry", en de heilige Franciscus van Assisi. Yechoua wordt voorgesteld als iemand voor wie niets vanzelfsprekend is. Als kind ervaart hij zijn grenzen wanneer hij ontdekt dat hij niet kan vliegen. Later verbreekt hij zijn verloving, niet uit egoïsme, maar vanuit een verlangen naar 'algemene' liefde. Hij functioneert als een luisterend oor voor iedereen om hem heen terwijl hij werkt in zijn timmermanswerkplaats. Na zijn doop in de Jordaan door zijn neef Yohanan, trekt hij met zijn discipelen het land in als een onbegrepen prediker en genezer.

Yechoua's streven is niet gericht op politiek leiderschap, maar op het begeleiden van de ziel en het bewerkstelligen van een innerlijke omwenteling. Hij benadrukt de ontmoeting met zijn Vader door zelfreflectie en verdedigt de religie van het hart tegenover die van de letter. Zijn volgelingen bestaan, volgens zijn familie die zich voor hem schaamt, voornamelijk uit landlopers, nietsnutten en outcasts. In Jeruzalem wordt hij met argusogen bekeken door de religieuze leiders, die hem zien als iemand die het volk kan raken en verenigen op een andere manier van denken over God.

Wanneer Yechoua zich aan zijn moeder uitlegt, formuleert Schmitt wat door velen wordt beschouwd als een van de meest beknopte en mooie beschrijvingen van mystiek: "Mama, diep in mezelf vind ik niet mezelf." Schmitt's Yechoua verklaart dat hij niet per se mensen wilde genezen en zijn discipelen verbood zieken in zijn buurt te brengen. Toch liet hij zich verleiden door het lijden van anderen. Dit leidde tot misverstanden en toeschrijvingen van wonderen die buiten de natuurlijke verklaring vielen, zoals het vermenigvuldigen van brood, wijn en vis. Yechoua vermoedt dat zijn discipelen, gedreven door hun passie en verlangen om te overtuigen, deze wonderen hebben overdreven of zelfs in scène hebben gezet. Hij stelt dat de ware schuldigen de goedgelovigen zijn, degenen die bedrogen willen worden.

In Schmitt's verhaal is het niet Johannes, maar de verrader Judas, 'Yehoudah Iskariot', de meest geliefde discipel van Yechoua. Yehoudah bestudeert de Schriften met Yechoua en overtuigt hem ervan zichzelf als de Zoon van God en de Messias te zien. Yehoudah levert zijn Meester willens en wetens over aan de Romeinse soldaten, op aandringen van Yechoua zelf. Yechoua is zich bewust van zijn lot en regisseert zijn eigen dood, met de afspraak dat Yehoudah zelfmoord zal plegen als Yechoua wordt gekruisigd.

Het Verhaal van Pilatus: Een Detective

Het tweede deel van de roman is opgebouwd als een tegendraadse detective, vanuit het perspectief van Pontius Pilatus. Pilatus, die een hekel heeft aan Jeruzalem, wordt geconfronteerd met de taak de orde te bewaren tijdens de Paasdagen. Om de joodse leiders tegemoet te komen, veroordeelt hij de ogenschijnlijk onschuldige Yechoua uit Nazareth tot kruisiging, tot grote wanhoop van zijn vrouw Claudia, die door Yechoua genezen is.

Pilatus is geschokt wanneer het lichaam van Yechoua verdwijnt. Na onderzoek concludeert hij dat de grafbewakers gedrogeerd moeten zijn, mogelijk met vervalste wijn. Hij beveelt dat het lichaam gevonden moet worden om onrust onder het volk te voorkomen. Zijn zoektocht leidt hem naar de ontgoochelde discipelen, die van niets weten. Een van hen suggereert zelfs dat de engel Gabriël het lichaam heeft meegenomen. Pilatus herinnert zich Yoseph van Arimathea, die toestemming had gevraagd om het lijk te begraven. Bij Yoseph thuis treft hij alles overhoop gehaald aan en vindt hij Yoseph en zijn medestanders vastgebonden in de wijnkelder, beroofd door gemaskerde overvallers. Pilatus vermoedt de joodse hogepriester Kajafas en zijn kornuiten van het Sanhedrin hierachter.

Wanneer Pilatus de grafbewakers opnieuw tegenkomt, nu dronken, hoort hij dat ze zwijggeld hebben ontvangen van Kajafas om te zwijgen over het lege graf. Pilatus realiseert zich dat Kajafas mogelijk meer weet en het lijk heeft laten verdwijnen, gezien hun beider belang bij het voorkomen van religieuze waanzin. Dan verschijnt Kajafas in paniek en meldt dat Yechoua weer leeft, gezien door Salome, de dochter van Herodes. Pilatus en Kajafas bagatelliseren dit als de waanideeën van Salome. Kort daarna ontmoeten ze echter Mirjam van Magdalena, die eveneens beweert de Messias te hebben ontmoet. Tegen de avond melden twee pelgrims uit Emmaüs dat ze met Yechoua hebben gegeten en gedronken.

De ontmoetingen vinden allemaal plaats in de buurt van Herodes, wat Pilatus doet vermoeden dat Herodes de Messias mogelijk wil gebruiken om een opstand tegen Rome te ontketenen. Zijn pogingen om verhaal te halen bij Herodes leveren niets op. Herodias suggereert dat Pilatus mogelijk met een dubbelganger te maken heeft. Uiteindelijk verschijnt Yechoua zelfs aan Pilatus' geliefde vrouw Claudia.

Pilatus en Claudia bezoeken Nicodemus, een vooraanstaand rechtsgeleerde, die uitlegt dat Jezus de beloofde Messias moet zijn, gebaseerd op de Profeten. Een reislustige neef vertelt dat buitenlandse orakels de komst van een bijzondere koning aankondigen, geboren in het sterrenbeeld vissen. Claudia, overtuigd, vertrekt naar Galilea om de Messias te ontmoeten. Pilatus worstelt met ongeloof en gepieker. Een arts vertelt hem dat de dood aan een kruis normaal gesproken na drie dagen intreedt en dat vijf uur extreem kort is. Hij speculeert dat Jezus mogelijk niet is overleden, en dat iemand hem mogelijk heeft geholpen, wat duidt op een doorgestoken kaart. De volgende dag nuanceert de arts zijn oordeel, wijzend op Jezus' zwakte door gebrek aan voedsel, bloed op zijn voorhoofd, marteling en geseling, wat suggereert dat hij al bijna dood was voor hij werd gekruisigd.

Pilatus laat zich zelfs opsluiten in het graf van Yechoua, waar de dampen van mirre en aloë hem bijna vergiftigen. Hij gaat als pelgrim op weg om zijn vrouw te zoeken en stuit op de discipelen, die vol enthousiasme vertellen over hun Meester die is opgenomen in een schitterend licht. Zij krijgen de opdracht 'Het goede nieuws' te verspreiden.

In een brief aan Titus vat Pilatus zijn conclusie samen: het gaat om een Koninkrijk dat zowel concreet als abstract is - deze wereld, maar getransformeerd door het woord van God, met vergeving en liefde. Dit Koninkrijk komt wanneer mensen ervoor kiezen. De boodschap van Yechoua is pas betekenisvol wanneer mensen er ontvankelijk voor zijn en echt willen liefhebben. Pilatus waardeert dat Yechoua niets forceert, maar een beroep doet op de vrijheid van zijn toehoorders, in tegenstelling tot dogma's, redeneringen of retoriek. Yechoua dringt niets op, redeneert niet, maar zoekt naar innerlijke bereidheid.

Het Dagboek van een Gestolen Roman: De Auteur aan het Woord

Het derde deel van het boek, 'Het dagboek van een gestolen roman', speelt zich af in het jaar 2000 en introduceert de auteur zelf. Schmitt beschrijft zijn zevenjarige werk aan de roman, waarin Jezus vlees en bloed voor hem werd. Wanneer zijn computer wordt gestolen, moet hij het boek herschrijven. Uiteindelijk vindt hij de diskette terug, maar gooit deze uit frustratie in het haardvuur. Hij reflecteert op de onverenigbare teksten van de Evangeliën, die hem tot geloof brachten. De verschillen en tegenstrijdigheden tussen de vier evangeliën, zo stelt hij, bewijzen juist de oprechtheid van de getuigen, vergelijkbaar met hoe valse getuigen exact hetzelfde vertellen.

Schmitt benadrukt dat de openbaring van Jezus in het christendom een dubbel vertrouwen vereist: in God en in de mens. Hij uit zijn vrees dat de huidige narcistische cultuur, die zichzelf superieur acht aan eerdere generaties, niet in staat is deze boodschap te omarmen. Zonder nederigheid en aandacht voor getuigenissen kan men Jezus niet kennen. Het christendom is een collectief werk in uitvoering dat de levens en herinnering van mensen nodig heeft om te bestaan.

Geloof wordt beschreven als een gave. Schmitt's vader, hoewel zelf niet in staat te geloven, onderwees hem het besef van een ondoorgrondelijk mysterie dat ons leven omkadert. Zijn moeder was de enige diepgelovige in het gezin. Schmitt vraagt zich af hoe geloof werkt, en merkt op dat niemand de schuldige is omdat hij het niet kon ontvangen, net zomin als degenen die het wel ontvingen.

In een interview noemt Schmitt zichzelf een niet-kerkgebonden gelovige, maar zijn roman voert een opvallend orthodoxe Jezus op. Het boek is gestructureerd rond de incarnatie (deel één) en de verrijzenis (deel twee). Als dramaturg schuwt Schmitt geen breed uitgemeten scènes en retorische oneliners. De brieven aan Titus kunnen worden gezien als dagboekfragmenten van Pilatus, en Claudia en Craterios fungeren meer als types dan als volledig uitgewerkte personages.

Schmitt's roman wordt vergeleken met andere Jezusromans uit 1997, waarvan de ene orthodox en de andere heterodox is. Het verhaal wordt beschreven als een apocrief verhaal, en Pilatus' aanwezigheid op Golgotha als onwaarschijnlijk. Yechoua schrijft zijn versie van de gebeurtenissen omdat hij vindt dat de evangelisten te veel hebben aangedikt. Hoe zijn evangelie ons bereikte, wordt omschreven als een 'klein wonder'.

Yechoua vraagt zich soms af of God macht inboet. Het is onduidelijk waarom Timotheus en niet Johannes de opdracht krijgt voor Jezus' moeder te zorgen. Echter, in zijn sterfuur vraagt Jezus zich af of hij, net als de eerste Adam, gestraft wordt voor zijn 'kennis van goed en kwaad'. De strijd tussen goed en kwaad, tussen God en de duivel, is een centraal thema. Toch wordt gesteld dat zelfs deze epische strijd het verhaal niet kan redden uit middelmatigheid.

De roman verkent de spanning tussen goed en kwaad, tussen het verkondigen van geloof en het ermee marchanderen, en tussen immanentie en transcendentie. Goed en kwaad worden belichaamd door respectievelijk Jezus en Musa in de roman "Quarantine" van Greg Crace. De omstanders raken verstrikt in Musa's valstrikken en worden gefascineerd door de ongrijpbare en afwezige Jezus. Net als bij Schmitt is de vraag 'Wie zeg jij dat Ik ben?' niet vrijblijvend; het is een vraag die de persoon die haar stelt, een spiegel voorhoudt.

Crace, een atheïst, stelt dat hij bewust het dogma wilde uitdagen, maar tijdens het schrijven van de roman werd geraakt. Hij presenteert zijn atheïsme als rijker dan de afwezigheid van geloof, en benadrukt dat de menselijke geest extatisch en spiritueel kan zijn zonder de troost van een god. Het feit dat Jezus zijn vasten in de woestijn niet overleeft, suggereert dat met hem ook zijn God sterft. Crace hanteert wetenschap, en atheïsten die het transcendente zoeken in wetenschap en natuur, kunnen de nieuwe mystici van het millennium worden.

Crace bekent dat de confrontatie met de figuur van Jezus hem niet onberoerd liet. Hij voelde de behoefte om een troostend verhaal te bieden dat kon wedijveren met de troostende verhalen van religies over dood en verlies. Dit kwam voort uit de pijnlijke ervaring van de begrafenis van zijn eigen atheïstische vader, waar geen vrienden, bloemen of hymnen waren. Crace was verrast dat christenen geen aanstoot namen aan zijn boek en zelfs vermoedden dat hij een crypto-gelovige was.

In "De Zoon van de Panter" van Paul Claes wordt Jezus vanuit twaalf verschillende perspectieven belicht. Claes hanteert een pseudoniem en presenteert een mengeling van feiten en fictie, omgeven door een gnostische sfeer. Hij voert een postmoderne Jezus op die bestaat bij de gratie van hoe anderen hem waarnemen. Volgens de filosofie van Berkeley is iets pas werkelijkheid wanneer het waargenomen wordt.

Claes laat Judas, de antagonist, aan het woord om de waarheid te vertellen. Judas legt uit dat Jezus zijn vader in zichzelf zocht en vond, en sindsdien zijn vader als een stem met zich meedraagt. God wordt hier gezien als een echo van je eigen stem.

Het Paasfeest viert de herinnering aan het lijden en sterven van Jezus. Hoewel het verhaal bekend is, kan het toch opnieuw diep binnenkomen. Schmitt's roman, met Yechoua die zijn leven beschrijft, brengt het verhaal tot leven alsof het voor het eerst wordt gehoord. Yechoua wordt voorgesteld als een gewoon mens die zoekt naar een zo dicht mogelijke toenadering tot God. Het hoofdverhaal bestaat uit Pilatus' brieven aan zijn broer Titus, waarin hij de gebeurtenissen analyseert en rationeel verklaart. De grote overlap met de bijbelse feiten nodigt de lezer uit om zelf een oordeel te vormen.

Schmitt voegt zijn 'Evangelie volgens Pilatus' toe aan de vier canonieke evangeliën. Pilatus, de Romeinse stadhouder, staat voor de morele keuze tussen rechtvaardigheid en het handhaven van de rust. Tegen het advies van zijn vrouw Claudia, die overtuigd is dat Yechoea de zoon van God is, besluit hij Yechoea te laten kruisigen, waarmee hij zijn handen in onschuld wast.

Het eigenlijke verhaal begint met de speurtocht naar het verdwenen lichaam van Yechoea. Pilatus, een rationeel mens, zoekt naar logische verklaringen, zoals een dubbelganger of schijndood. De getuigenissen van degenen die Yechoea hebben gezien en gesproken, worden echter talrijker, en Yechoea verschijnt zelfs aan Claudia. Wanneer Yechoea aangeeft zijn volgelingen in Galilea te ontmoeten, vertrekt Claudia daarheen. De proloog beschrijft Yechoua's bekentenis de avond voor zijn arrestatie, waarin hij terugblikt op zijn leven. Hij wordt door Yehoudah Iskariot overgeleverd op eigen aandringen. De Yechoua die de lezer leert kennen, is meer een goddelijk geïnspireerd mens dan de Zoon van God en Zaligmaker uit de Bijbel. Door Yechoua als mens te tonen, brengt Schmitt hem dichtbij, maar verliest hem als Zoon van God en Zaligmaker.

"Het Evangelie volgens Pilatus" is een boeiend verhaal dat het aloude Bijbelverhaal tot leven brengt door de inleving in menselijke personages. Echter, Jezus Christus was meer dan een mens van vlees en bloed; Hij is God zelf.

Pontius Pilatus, de Romeinse stadhouder, is een van de meest opvallende figuren uit de evangeliën. Zijn rol, die van degene die Jezus veroordeelde en daarna zijn handen in onschuld waste, wordt in dit boek door hemzelf verteld. Eric-Emmanuel Schmitt's roman, getiteld "Het Evangelie volgens Pilatus", biedt een intrigerende kijk op deze gebeurtenissen. De proloog, een bekentenis van een ter dood veroordeelde op de avond van zijn arrestatie, bevat Yechoua's reflecties op zijn leven en de situatie waarin hij zich bevindt. Deze reflecties bieden een andere kijk op de bekende evangelische gebeurtenissen, waardoor Yechoua menselijker wordt.

Pilatus, in het tweede deel, is niet blij met de vermeende verrijzenis van Jezus. Verschillende complottheorieën passeren de revue, maar zonder resultaat. Pilatus moet zelf op zoek gaan, wat leidt tot een dubbele zoektocht: naar zijn vrouw Claudia, die hij kwijt is, en naar Jezus. Hij concludeert dat hij nooit een christen kan zijn omdat hij alles heeft gemist en te laat was. Claudia suggereert echter dat hij juist de eerste christen zou kunnen zijn, wat aangeeft dat geloof een proces is van worden, niet van zijn.

De auteur trekt de rede in twijfel en ontkent de gebeurtenissen vanuit het perspectief van Pilatus, maar de ratio schiet tekort. Yechoua laat de interpretatie van de 'tekens' open, en laat ons twijfelen uit liefde. Het derde deel, 'het dagboek van een gestolen roman', behandelt de diefstal van de computer van de auteur en bevat reflecties over het schrijfproces en Schmitt's visie. Hij stelt een derde mogelijkheid voor: Jezus waagt het te geloven dat hij de Messias is, een gok, een sprong in het ongewisse, wat overeenkomt met de positie van een gelovige. De bekentenissen van Jezus en de zoektocht van Pilatus horen onlosmakelijk samen.

De roman past de techniek van de evangeliën toe door verschillende versies van hetzelfde verhaal te presenteren. Elke versie heeft zijn waarde, en het gaat erom telkens opnieuw de vraag te stellen: hoe sta jij tegenover het leven?

Illustratie van Pontius Pilatus die zijn handen in onschuld wast voor een menigte.

De titel alleen al vraagt om gelezen te worden. Naast de vier canonieke evangeliën zijn er apocriefe evangeliën geschreven, maar een evangelie toegeschreven aan de Romeinse bestuurder Pilatus was nieuw. De proloog bevat Jezus' beschouwingen op zijn voorbije leven en de situatie waarin hij zich bevindt. De schrijver laat Jezus twijfelen, wat niet abnormaal is. Of het uiteindelijk allemaal zin heeft gehad, weet zelfs Jezus niet, want het onweerlegbare bewijs zal pas na zijn dood geleverd worden.

Een artistieke weergave van Yechoua (Jezus) die met zijn discipelen door Galilea trekt.

Het boek beschrijft eerst het persoonlijke levensverhaal van Jezus, daarna geeft Pilatus in brieven aan zijn broer Titus zijn versie van de gebeurtenissen weer. Hij vertelt over zijn worsteling met het stadhouderschap van de moeilijke provincie Judea, de joodse schriftgeleerden en uiteraard Jezus zelf. Pontius Pilatus is zonder twijfel een van de meest opvallende figuren uit de evangeliën, de Romeinse stadhouder die Jezus veroordeelde en daarna zijn handen in onschuld waste.

De vertelling is geënsceneerd als een listige pas-de-deux in een sobere maar sfeervolle en effectieve vormgeving. Het verhaal is opgezet als detective, met als inzet: de speurtocht naar het lijk van Christus, of liever: de lange ontmanteling van de legende van de Opstanding des Heren. Een reeks 'verdachten' of 'actoren' passeren de revue, ze worden allen aan een kruisverhoor onderworpen, die ondervragingen leveren alleen maar meer vragen op en natuurlijk: religieuze complottheorieën, die vernuftig zijn geconstrueerd uit wat wij weten uit echte evangeliën en uit wat we aan epische bijvangst door Schmitt krijgen aangereikt.

Cover van het boek

De roman verkent de vraag naar identiteit, taak en opdracht van Jezus. In de woestijn krijgt hij een heldere intuïtie, maar de twijfel slaat toe. Hij waagt het te geloven dat alles wat hij in zijn binnenste ervaart van God komt, en aanvaardt dat hij de Zoon van God is. Alleen Judas, zijn favoriete leerling, weet hiervan. Judas is het tegenovergestelde van Jezus, maar houdt het meest van hem en sterkt hem om tot op de bodem te gaan.

De roman speelt zich af na de kruisdood. Pilatus brengt in brieven aan zijn broer Titus verslag uit van zijn speurtocht naar het lijk. Als in een spannende whodunit worden alle hypothesen onderzocht. Twee figuren krijgen een prominente rol: de goedgelovige vrouw van Pilatus, Claudia Procula, en de cynische filosoof Craterios. Pilatus probeert via methodische twijfel tot waarheid te komen, maar moet bekennen dat hij is mislukt en dat er iets onbegrijpelijks bestaat.

Kaart van het oude Jeruzalem tijdens de Romeinse periode.

Schmitt's Jezus wordt omschreven als een figuur die gelijk had lief te hebben. In een interview noemt Schmitt zich een niet-kerkgebonden gelovige, maar voert een erg orthodoxe Jezus ten tonele. Zijn roman is gebouwd rond twee centrale geloofspunten: de incarnatie en de verrijzenis. De hand van de regisseur is vaak te nadrukkelijk aanwezig.

tags: #eric #emmanuel #schmitt #het #evangelie #volgens