Het gebied rond de dorpen Katendrecht, IJsselmonde en Bolnes, gelegen ten zuiden van de Nieuwe Maas, kende aanvankelijk weinig connectie met de eerste volgelingen van ds. H. de Cock, die in 1834 in Ulrum de Afscheiding van de hervormde kerk initieerden. De Afscheiding vond in dit gebied aanvankelijk nauwelijks weerklank.
De Ontwikkeling in Katendrecht en de Opkomst van de 'Gereformeerde Gemeente onder het Kruis'
Door de voltooiing van de Nieuwe Waterweg, waaraan sinds 1866 werd gewerkt en die samen met de Nieuwe Maas de directe verbinding tussen Rotterdam en de Noordzee vormde, ontstond er groei in de havenstad. Als gevolg van deze expansie werd op 4 december 1866 in Katendrecht, onder leiding van ds. D. Klinkert van Rotterdam, de 'Gereformeerde Gemeente onder het Kruis' geïnstitueerd. Bij deze gelegenheid sprak ds. Klinkert over Hooglied 8 vers 8 en 9.
De 'Gereformeerde Kerk onder het Kruis' was ontstaan in 1838 als een landelijke kerkengroep, afgesplitst van de 'Christelijke Afgescheidene Kerk' uit de Afscheiding van 1834. Verschillen van inzicht over zaken als het aanvragen van vrijheid van godsdienst bij de overheid, dan wel het blijven dragen van 'het kruis van de vervolgingen', leidden tot deze scheuring. In Katendrecht voelde men zich vooralsnog thuis bij de Kruisgezinden. Het is opmerkelijk dat de Christelijke Afgescheidenen en de Kruisgezinden elkaar in 1869, slechts drie jaar na de instituering van de kerk in Katendrecht, weer zouden vinden en fuseerden tot de 'Christelijke Gereformeerde Kerk'.
De Vestiging van Christelijke Gereformeerden in Bolnes
Ook in Bolnes, destijds niet meer dan een lintbebouwing langs de Ringdijk met arbeiderswoningen tussen het Dijkje en de Boezemkade, vestigden zich na verloop van tijd christelijke gereformeerden, mede door de uitbreiding van Rotterdam. Sommige van deze bewoners zochten geen kerkdiensten in Katendrecht, maar kwamen in Bolnes samen ten huize van G. de Kool. Daar bespraken zij in een huisgezelschap, een conventikel, hun geloofsleven, zongen psalmen en lazen 'de oude schrijvers'.
Evangelisatie en de Instituering van een Zelfstandige Gemeente in Bolnes
In de jaren '70 van de negentiende eeuw nam de kerk in Katendrecht het initiatief om in Bolnes te gaan evangeliseren. Dit gebeurde met name op initiatief van de toenmalige predikant van Katendrecht, ds. J. van Mantgem, die er van 1873 tot 1883 predikant was. Gedurende zijn ambtsperiode werd de Eben Haëzerkerk aan de Dordtsestraatweg gebouwd, ter vervanging van de kerk aan de Katendrechtse Lagedijk.
De groeiende groep christelijke gereformeerden in Bolnes leidde ertoe dat de kerkenraad van Katendrecht in 1876 besloot tot het houden van 'weekdiensten' in twee woningen van G. de Kool. Deze woningen werden verbouwd tot één geheel en ingericht als kerkzaal. Op 1 juli 1877 vond de eerste kerkdienst plaats.
Het verlangen naar een zelfstandige Christelijke Gereformeerde Gemeente groeide. De kerkenraad van Katendrecht, zich bewust van de aanzienlijke afstand, stond hier positief tegenover. In augustus 1878 brachten de Bolnessers hun verlangen in bij de classis Dordrecht. Naar aanleiding van berichten dat niet alle broeders in Bolnes dit verlangen deelden, werd nader onderzoek ingesteld. Hieruit bleek dat veertien manslidmaten, met in totaal circa zeventig zielen, de kerkdiensten regelmatig bezochten en overwegend een zelfstandige gemeente wensten.
Op 10 december 1878 vond in het kerkzaaltje te Bolnes een vergadering plaats met veertien gemeenteleden en de classicale commissie, bestaande uit ds. A.S. Entingh van Rotterdam en ds. J. van Mantgem van Katendrecht, vergezeld door ouderling G. Coulander. De commissie peilde de mening van de aanwezigen. Slechts één persoon, W. van Meeteren, gaf te kennen lid van de kerk te Katendrecht te willen blijven. Vervolgens werden de ambtsdragers verkozen: G. de Kool en G. van Helden als ouderlingen, en G. Kamsteeg en M. Saarloos als diakenen. Direct na de verkiezing leidde ds. Entingh de institueringsdienst met een preek over Romeinen 8 vers 35 tot 37.
Uitdagingen en Groei van de Gemeente
Ouderling G. de Kool trok zich later terug uit de gemeente, wat hem veel pijn deed na zijn herverkiezing in 1878 en het opnieuw niet herkozen worden in 1884. Zijn bezwaren tegen de herverkiezing van ouderling Saarloos in 1891, vanwege de doop van diens kinderen in de hervormde kerk in 1870, illustreren de interne dynamiek.
Het beroepen van een predikant verliep aanvankelijk moeizaam vanwege de geringe omvang van de gemeente. Na de realisatie van een pastorie in 1881, verkreeg de kerkenraad toestemming om een predikant te beroepen. Ondanks diverse bedankjes van beroepen predikanten, slaagde men erin ds. A. van der Zanden van Westbroek te beroepen.
In de jaren '80 kende de kerk van Bolnes aanzienlijke groei, met een toename van het zielental van 120 naar 200 tussen 1880 en 1888. Er was zelfs sprake van veel niet-gemeenteleden die de kerkdiensten bezochten. Dit leidde tot de noodzaak van nieuwe banken en, halverwege 1880, tot het besluit tot nieuwbouw. Architect Luhrman ontwierp de plannen voor de kerk en pastorie. De bouw begon met een deel van de pastorie, waar tijdelijk kerkdiensten werden gehouden, gevolgd door de kerkbouw en de voltooiing van de pastorie. De eerste dienst in de nieuwe pastorie vond plaats op 3 juli 1881, geleid door ds. Van Mantgem.
Naast zondagse diensten werden in de winter ook weekdiensten op woensdagavonden gehouden. Aanvankelijk was er geen orgel; de gemeentezang werd begeleid door een voorzanger, de eerste was ouderling De Kool. Na de plaatsing van een orgel in 1889 kwam hieraan een einde. De praktijk van een voorzanger die meehielp bij de begeleiding van de gemeentezang, werd verschillend beoordeeld: sommigen vonden dat dit een 'mal figuur' opleverde, terwijl anderen het 'deftig' vonden.
De zitplaatsen in de kerk waren grotendeels verhuurd. Bij afwezigheid van de huurder mocht een ander geen gebruik maken van de plaats.

Samenwerking met het Onderwijs en Vertrek van Ds. Van der Zanden
Ds. Van der Zanden werd in 1884 voorzitter van de Hulpvereeniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs, opgericht op 13 september dat jaar. Kerk en school waren nauw verbonden. Er werd regelmatig gecollecteerd voor de christelijke school. Aanvankelijk werd een bewaarschool opgericht, maar in 1890 kon ook een christelijke lagere school aan de Benedenrijweg worden gerealiseerd.
Ds. Van der Zanden kende in Bolnes niet altijd een gemakkelijke tijd. In het 'In Memoriam' in het 'Jaarboekje (1919)' werd vermeld dat hij 'den strijd aanbond tegen allerlei mystieke en sectarische stroomingen' en de gemeente opriep 'in de paden der aloude Gereformeerde waarheid te wandelen'. Hij vertrok in 1885 naar Arnhem. Na enkele vergeefse beroepen werd hij opgevolgd door kandidaat A. Mulder.
De Doleantie in IJsselmonde
Tijdens het predikantschap van ds. Mulder verschoof de aandacht naar IJsselmonde, een dorp langs de zuidkant van de Nieuwe Maas dat tegenwoordig een stadsdeel van Rotterdam is. Ontevreden hervormden uit IJsselmonde bezochten al jarenlang de Christelijke Gereformeerde Gemeente in Bolnes. Twee ouderlingen van de hervormde gemeente te IJsselmonde, R. van Yperen en J.A. Buitenhuis, concludeerden dat het tijd was 'te breken met de synodale hiërarchie in de hervormde kerk'.
Op 1 november 1887 riepen zij hervormde gemeenteleden op tot een vergadering in de Oude Bewaarschool, om te spreken over de reformatie van de kerk. Men wilde af van het 'Algemeen Reglement voor het bestuur van de Hervormde Kerk' uit 1816, dat de 'Dordtse Kerken Orde' van 1618-1619 had vervangen. Drieëndertig hervormde gemeenteleden bezochten de bijeenkomst. Ds. F. Fortuin van de Dolerende Kerk te Barendrecht werd als consulent ingeschakeld om de vergadering te leiden.
Na de besprekingen volgde de verkiezing van de kerkenraad: R. van Yperen, W. van Meeteren, J.A. Buitenhuis en J. Meulendijk werden verkozen tot ouderlingen, en T. de Waard en A. als diakenen.
Op 30 november werden deze ambtsdragers in de Oude Bewaarschool, onder leiding van ds. Fortuin, in het ambt bevestigd. Hiermee was de 'Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) te IJsselmonde' een feit. De eerste kerkdiensten vonden plaats in de Oude Bewaarschool, waarna een houten noodkerk werd gebouwd. De grond hiervoor werd op 1 februari 1888 aangekocht. Binnen vier maanden na de Doleantie kon de noodkerk in gebruik worden genomen. De eerste drie jaren bleef ds. Fortuin consulent, waarna de gemeente besloot een eigen predikant te beroepen; de keuze viel op ds. F.H.J. Vrij.
Fusiegesprekken en Nieuwbouw in Bolnes
Na de Doleantie begonnen de gesprekken over een mogelijke vereniging tussen de Christelijke Gereformeerden en de Nederduitsche Gereformeerden. De kerkenraad van Bolnes stond hier positief tegenover. De landelijke onderhandelingen verliepen echter moeizaam, met veel discussies in de kerkelijke bladen. In de zomer van 1891 vroegen de synoden van beide kerken de plaatselijke kerkenraden om hun oordeel over de vereniging.
Hoewel de Gereformeerde Kerk van Bolnes gestaag groeide, bleef de groei achter bij de ontwikkeling van het dorp. Desondanks moest de kerk in 1903 aan de voorzijde met zeven meter worden verlengd. Al sinds de jaren '30 werd gesproken over 'nieuwbouw op lange termijn'. In 1944 werd een bouwfonds gevormd en in 1952 een stuk grond gereserveerd voor uitbreidingsplannen.
De bouwvalligheid van kerk en pastorie, en de wetenschap dat de gronden rond de kerk voor industriële doeleinden bestemd zouden worden, versnelden de bouwplannen in de jaren vijftig. Na eerst aan restauratie te hebben gedacht, werd in 1958 besloten tot nieuwbouw.
Bronnen:
- F.T. Bos, De Gereformeerde Kerk te Bolnes 1878-1978. Geschiedenis van een Gereformeerde Kerk.
- A.T. de Haan en C. Luijendijk, “Tusschen den steenen paal en den donkeren hoek”. Flitsen uit de geschiedenis van 100 jaar Gereformeerd kerkelijk leven in IJsselmonde.
- W.H. van Zuylen, Het werk Uwer handen. Geschiedenis van een Gereformeerde Kerk Rotterdam-Zuid (Katendrecht). 1866 - 4 december - 1966.
De Boezemkerk: Architectuur en Symboliek
De Boezemkerk, een kerkgebouw van de Protestantse Kerk in Nederland in Ridderkerk, werd in 1957 in gebruik genomen. Het gebouw, ontworpen door architectenbureau Hoogevest uit Amersfoort, kostte inclusief pastorie aanzienlijk kapitaal.
Het ontwerp is gebaseerd op de kruisvorm, met een interieur dat door verlijmde houten spanten een gotische uitstraling heeft. De oriëntatie is noord-zuid, wat zorgt voor optimale lichtinval door de hoge ramen aan weerszijden van de preekstoel. Dit symboliseert het Heil dat God in Zijn Woord openbaart.
De vloeren zijn van blank vuren met kokosmatten in de looppaden. Drie van de acht ramen, zeven meter hoog, zijn voorzien van gebrandschilderd glas-in-lood. Eén raam beeldt een episode uit de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan uit (geschonken door de Zondagsschool), een ander de hoofdpersoon uit de gelijkenis van de Zaaier (geschonken door een gemeentelid).

Het Kerkorgel en het Doopvont
Het achttien stemmen tellende kerkorgel, gebouwd door Willem van Leeuwen uit Leiderdorp, wordt gerekend tot de hoogst geklasseerde kerkorgels. Het is gebouwd volgens het mechanische 'Veka'-sleepladensysteem, onder toezicht van de Synodale Orgelcommissie der Nederlandse Hervormde Kerk. Het orgelfront is ontworpen in overleg met architect Ir. T. van Hoogevest.
Op 25 mei 1960 werd het orgel officieel in gebruik genomen. Vanwege de voorgenomen sloop van de kerk is het orgel verkocht aan de Sint-Martinuskerk te Overpelt in België. Op 10 en 11 januari 2025 vonden de laatste concerten en kerkdiensten met dit orgel plaats.
Het door P.A. Joen, godsdienstonderwijzer, bij zijn ambtsjubileum geschonken doopvont wordt nog steeds gebruikt. De inscriptie op het deksel luidt: "Ter gedachtenis aan de 25-jarige ambtsvervulling van de eerw. heer P. A. Joen als voorganger der Ned. Hervormde Gemeente te Bolnes. Sola-Deo-Gloria".
Pieter Anthony Joen: Leven en Dienstbaarheid
Pieter Anthony Joen (1873-1946) werd geboren in Amsterdam en voltooide in 1899 zijn opleiding tot godsdienstonderwijzer. Op 29 september 1907 werd hij aangesteld als godsdienstonderwijzer/catechiseermeester in de Hervormde gemeente van Bolnes, een functie die hij 37 jaar vervulde tot zijn pensioen in 1946.
Hij trouwde in 1908 met Marie Jeanne Gertrude van den Puttelaar, met wie hij een zoon kreeg, Pieter Anthony (1909-2001). De heer Joen was actief in het schoolbestuur van de christelijke schoolvereniging, was voorzitter van de NH mannenvereniging en het Nederlands Bijbelgenootschap. In februari 1911 richtte hij de Kinderzendingsvereniging op.
Zijn zoon verzorgde samen met B.A. van Mourik het kinderuurtje voor radiostation Huizen, met teksten en liederen van hun hand. Ook de Oranjevereniging en de Chr. Nationale Werkmansbond (CNWB) profiteerden van zijn inzet.
Technische Aspecten en Historische Ontwikkelingen
De verwarming van de Boezemkerk was aanvankelijk een warmeluchtsysteem, maar werd in 1973 vervangen door een op aardgas gestookte cv-installatie, na de aanleg van het Nederlandse aardgasnet.
In de eerste helft van de 19e eeuw was Bolnes nauwelijks bebouwd, afgezien van enkele woningen langs de dijk. De oprichting van scheepswerven door Ary Pot (1839) en Pieter Boele (1854) markeerde het begin van industriële ontwikkeling.
In januari 1856 werd door catechiseermeester J. het initiatief genomen om een gebouw te verwerven voor godsdienstoefeningen. De bouw, gegund aan de gebr. Bulsing voor 2174 gulden, werd op 15 januari 1857 opgeleverd.
Voor een nieuw kerkgebouw aan de Ringdijk in 1880 werd grond aangekocht voor 4800 gulden. De bouw, met een boetebeding van 15 gulden per werkdag, werd gegund aan Jacobus van Dis uit Fijnaart voor 11.326 gulden. De oplevering was op 20 november 1880, en de kerk werd op 12 december 1880 in gebruik genomen.
Ds. Stephan Kurtzahn is momenteel predikant in zowel de Protestantse Gemeente Bolnes als de Groene Tuinkerk in IJsselmonde, die nauw samenwerken.
Over de relatie tussen de Nederlandse kerken en slavernij
Huidige Activiteiten en Samenwerking
De Protestantse Gemeente Bolnes werkt samen met de Groene Tuinkerk in IJsselmonde, twee kerken die op circa 4 km van elkaar liggen en veel gemeenschappelijks hebben in geloof en werkwijze. Gezamenlijke activiteiten, zoals gesprekskringen, diensten en acties, vinden regelmatig plaats.
Het programma omvat diverse vieringen, waaronder Palmpasen, Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paaszondag, met medewerking van musici en nevendiensten voor kinderen. Ook worden er activiteiten georganiseerd zoals een Walking Dinner, Samen aan Tafel, en uitstapjes naar bijvoorbeeld Landschapstuin ’t Struweel.
De Bethelkerk organiseert zondagavondzang met het Bethelkerkkoor Zwijndrecht, gericht op het lijden, sterven en de opstanding van Jezus. De toegang is gratis, met een collecte ter bestrijding van de kosten.
De Werkgroep Veertigdagentijd organiseert jaarlijks een bijeenkomst, waarbij dit jaar het collectedoel van de vrijdagavondgebeden centraal staat: Ondersteuning aan gevangenen in Bolivia. Vrijwilligers bieden daar hulp bij voedsel, kleding, boeken en juridische ondersteuning.
Ds. Stephan Kurtzahn benadrukt het belang van het leren kennen van de gemeentes van Bolnes en IJsselmonde, het maken van afspraken met collega's en verschillende geledingen, en hecht waarde aan pastoraat en een persoonlijke band met gemeenteleden.
De wekelijkse kerkdiensten op zondagmorgen om 9.30 uur volgen een vaste ordening met teksten, liederen, gebeden, een collecte, informatie, muziek en een overdenking. Er wordt gezongen uit een nieuw liedboek dat in bijna alle Protestantse kerken in Nederland wordt gebruikt. Een folder legt bepaalde gebruiken en termen uit om de viering toegankelijker te maken.