Deze website biedt u informatie over onze gemeente, inclusief de locaties en tijden van onze kerkdiensten.

Kernwaarden en Geloof
Op ons kerkgebouw staat de geveltekst ‘Geeft de Here de eer van Zijn naam’ (1 Kronieken 16: 29a). Deze tekst heeft een centrale betekenis in ons leven als gemeente. Wij willen dit ook graag meegeven aan allen die God willen leren kennen en Hem in het dagelijks leven willen dienen. De richtlijnen hiervoor halen wij voor jong en oud uit het Woord van God, de Bijbel.
Wij zijn een vrij jonge gemeente met bijna driehonderd doop- en belijdende leden. Er zijn veel gezinnen met kinderen, jongeren en (jong) volwassenen. Ook zijn er ouderen in ons midden, al zijn deze iets minder goed vertegenwoordigd.
God maakt geen onderscheid tussen mensen. Zo mogen we als gemeente deel uitmaken van de missie van God en Jezus zelf: dat mensen met Jezus leven. Dit is de prioriteit van ons leven, zoals Christus dit aan ons heeft gegeven. Oftewel: we willen Gods liefde ook weer uitademen met ontferming en liefdevolle duidelijkheid; Hij is onze Verlosser en onze Heer. Wij volgen Hem als zijn leerlingen, luisteren naar Hem en gehoorzamen Hem. We streven ernaar mee te bouwen aan het Koninkrijk van God en het goede leven te leven in Christus, die de heilige Geest ons gegeven heeft, en tot het tot bloei brengen van mens en schepping, met een geopende Bijbel, het Woord van God.
Gemeenschap
Gemeenschap betekent dat liefdevolle relaties heel belangrijk zijn. In christelijke gemeenschappen staat het evangelie steeds centraal in het leven, voor heel de wereld en daarmee ook voor heel Zwartsluis. Dit is de missie van Jezus. We willen mensen bij Jezus brengen en Jezus bij mensen. Wij laten zien wie wij zijn en in wat wij doen, Jezus.
Andere onderdelen van het gemeenteleven en ons eigen geloof vallen op hun plaats wanneer ze in dit licht worden gezien, zoals je het beste leert wanneer je het moet doorvertellen.

Kerkdiensten
De erediensten op zondag en andere kerkelijke feestdagen vormen het hoogtepunt van onze gemeente. Daar ontmoeten we onze Schepper en elkaar.
Reguliere Diensten
- Iedere zondag en op de feestdagen is er om 10:00 uur een morgendienst.
- Regelmatig wordt het Heilig avondmaal gevierd en de Heilige doop bediend.
- Iedere zondag om 19:00 uur is er een gezamenlijke avonddienst met de Gereformeerde Kerk en de Nederlandse Gereformeerde Kerk, wisselend in de kerkgebouwen.
Bijzondere Diensten
Tevens kennen we de volgende bijzondere diensten:
- Schoolgezinsdienst (februari)
- Catechisantendienst (maart)
- Hemelvaartsdienst (mei)
- Overstapdienst (juni)
- Zomeravondzangdiensten (juli/augustus)
- Startdienst winterwerk (september)
- Gezins-adventsdienst (december)
Sluiting Heilig Hartkerk Boxtel - korte impressie
Historische Ontwikkeling van de Gereformeerde Kerk in Zwartsluis
De Christelijke Gereformeerde Gemeente van Zwartsluis, tot stand gekomen door een landelijke kerkenfusie in 1869, bestond voordien uit de Gereformeerde Gemeente onder ’t Kruis (geïnstitueerd op 19 december 1847) en de op 23 november 1864 opnieuw geïnstitueerde Christelijke Afgescheidene Gemeente. Deze laatste was eerder al in 1836 gesticht, maar het jaar daarop teniet gegaan.
Net als op veel andere plaatsen werden in de eerste decennia van de negentiende eeuw, door een groepje hervormde gemeenteleden, in Zwartsluis huisgodsdienstoefeningen gehouden, ook conventikels genoemd. Deze bijeenkomsten werden gehouden buiten de officiële kerkdiensten in de hervormde kerk om.
De Christelijke Afgescheidene Gemeente (eerste periode)
Over deze eerste Christelijke Afgescheidene Gemeente te Zwartsluis is heel weinig bekend. Weinig meer dan het feit dat op de Overijsselse Afgescheiden provinciale vergaderingen in 1836 en ’37 twee afgevaardigden van de gemeente te Zwartsluis aanwezig waren. Maar daarna was het afgelopen. Want in 1838 deed zich in de landelijke Afgescheiden gelederen een kerkscheuring voor, die zich de jaren daarna uitbreidde. Er waren onder meer meningsverschillen over de vraag welke kerkorde de Afgescheidenen moesten aannemen en ook was er onenigheid over het wel of niet vragen van erkenning bij de overheid. Hoe dan ook, het jaar 1838 kan worden aangemerkt als het jaar waarin de Christelijke Afgescheidene Gemeente te Zwartsluis teloor ging, omdat de meerderheid van de gemeenteleden zich namelijk aansloot bij het nieuwe (kleine) landelijke kerkgenootschap dat uit de scheuring voortkwam: de Gereformeerde Kerk onder ’t Kruis.
De Gereformeerde Gemeente onder ’t Kruis
De ‘Kruisgezinden’ keerden zich tegen het aannemen van een andere kerkorde dan de aloude Dordtse Kerkorde. Ook weigerden de ‘Kruisgezinden’ bij de overheid erkenning voor hun gemeente te vragen, onder meer omdat men dan de erenaam ‘gereformeerd’ niet meer mocht gebruiken. De benaming ‘gereformeerde kerk’ kwam volgens de overheid namelijk toe aan de Nederlandsche Hervormde Kerk; want zo heette de hervormde kerk immers voordat de overheid in 1816 een reorganisatie in de kerk doorvoerde. Daarbij werd de Dordtse Kerkorde afgeschaft en een nieuwe, het Algemeen Reglement voor het Bestuur van de Hervormde Kerk, ingevoerd.
Instituering van de Kruisgemeente in Zwartsluis
In Zwartsluis werd niet direct in 1838 een Gereformeerde Gemeente onder ’t Kruis geïnstitueerd. Men woonde zoveel mogelijk de diensten bij van W.W. Smitt (1804-1846), de ‘Kruisgezinde’ oefenaar, sinds 1840 ‘predikant in algemene dienst’ en vanaf 1841 predikant te Zalk. Een predikant had men voor de instituering van de Kruisgemeente nog niet, want ‘de kleine veragte schare’ kwam sinds eind 1846 bijeen in de woning van Cornelis Jacobszoon Kloppenburg (1813-1876), die in de samenkomsten als oefenaar voorging. Maar omdat zijn preken door velen gewaardeerd werden, wilde men oefenaar Kloppenburg graag officieel voorganger, predikant, maken, en kwam men bovendien op het idee de bijeenkomsten vastomlijnder te maken en een gemeente te institueren.
Men begon met het huren van de schuur van scheepstimmerman Evert Lier, staande aan de Nieuwesluis. De schuur zat tot de nok toe vol als Cornelis Kloppenburg voorging. Het was toen geen ‘kleine schare’ meer. Bijna een week later, op 16 november 1847, ondertekenden vijfentwintig personen de schriftelijke verklaring zich te willen aansluiten bij de Gereformeerde Kerk onder ’t Kruis. Zij voegden zich dus bij de zogenoemde ‘Smittsgezinden’, genoemd naar de al genoemde ds. W.W. Smitt.
Bevestiging van Ambtsdragers en Predikant
De volgende stap was om in Zwartsluis de Gereformeerde Gemeente onder ’t Kruis te institueren. Oefenaar Kloppenburg werd naar ds. C. van den Oever (1802-1877) in Rotterdam gestuurd, de man die later ‘de paus van de Kruisgezinden’ genoemd werd. Kloppenburg moest hem vragen wat ze moesten doen om officieel bij de Gereformeerde Kerk onder ’t Kruis te mogen behoren. Ds. Van den Oever had hem het advies meegegeven dat men zich pas bij de Gereformeerde Kerk onder ’t Kruis kon aansluiten als er een geïnstitueerde gemeente was. Dus werd er eerst een biduur gehouden, ongetwijfeld in de schuur van Evert Lier, waar vervolgens door de manslidmaten ouderlingen en diakenen gekozen werden. Als ouderlingen werden verkozen: ‘de voortdurende voorganger’ Cornelis Kloppenburg, en Pieter de Boer als ‘regerende ouderling’. De aangewezen diakenen waren: bakker Jan Smit Jzn., T. Bolink en G. Keiser. Jacob Gisolf werd boekhouder (in de notulen ‘scriba’ genoemd), terwijl Koender Pott als kerkmeester aangesteld werd. Vervolgens vroeg men ds. Van den Oever hoogstpersoonlijk vanuit Rotterdam naar Zwartsluis te komen om de ambtsdragers te bevestigen.
Op zondag 19 december 1847 was het dan zover dat de gemeente geïnstitueerd zou worden! De schuur aan de Nieuwesluis was weer tot de nok toe gevuld met dorstigen naar het Woord, niet alleen uit Zwartsluis, maar uit de wijde omgeving! Ds. Van den Oever preekte die dag tweemaal en bovendien werd het avondmaal gevierd. Maar er moest natuurlijk ook een predikant komen. Oefenaar Kloppenburg slaagde voor zijn examen op 28 maart 1848 en deed nog dezelfde middag intrede met een preek naar aanleiding van Filippenzen 1 vers 12: ‘Genade zij u en vrede‘ (etc.).

Opvolging en Groei
Al heel snel kwam zijn opvolger naar Zwartsluis. Het was ds. J. Plug (1824-1869), inmiddels predikant in Apeldoorn, die het in Zwartsluis kennelijk goed bevallen was toen hij het examen van Kloppenburg afnam. Op 4 augustus 1850 deed hij intrede in Zwartsluis met een preek naar aanleiding van Ezechiël 3 vers 17. Zijn jaartraktement was fl. 520 met vrij wonen, een tuin en ‘vrije brand’.
Tijdens het predikantschap van ds. Plug stroomden de nieuwe leden toe. In twee jaar tijd kwamen er meer dan zeventig nieuwe leden bij, onder wie meerdere schippers, zodat de hervormde kerkenraad met recht constateerde dat ‘de Gemeente onder het Kruis hier zeer toeneemt’. Dat was dan ook de reden dat de kerkenraad merkte dat de timmerschuur van Evert Lier te klein werd!
Kerkmeester Koert Pott kocht in 1850 voor eigen rekening een stuk grond met huis en tuin. Ds. Plug bewoonde een deel van dat huis al, terwijl Pott een stuk van de tuin voor kerkbouw bestemde. Toen konden de timmerlui Jan Beukers en Jan Korver Huisman aan de slag, nadat ds. Plug in augustus 1850 de eerste steen gelegd had. De aannemers vervaardigden ook de banken, waarvoor ze fl. 380 rekenden. Het werk vorderde voorspoedig, want begin november 1850 werd het eenvoudige kerkje door ds. Plug ingewijd.
Uitdagingen en Scheuringen
Het was eind jaren ’50 van de negentiende eeuw in de Gereformeerde Kerk onder ’t Kruis gedaan met de betrekkelijke rust. De moeilijkheden begonnen in Rotterdam c.q. Den Haag. Ds. C. van den Oever van Rotterdam - ‘Paus der Kruisgezinden’ genoemd - werkte zich met ‘zijn heerszuchtig karakter’ in de nesten tijdens de beroepingsprocedure van de Gereformeerde Kerk onder ’t Kruis van Den Haag. Hoewel het niet zijn eigen gemeente was - al was hij haar consulent - bemoeide hij zich zeer indringend met het beroepingswerk van die gemeente, omdat hij zijn zoon, ds. A. van den Oever, daarop wilde beroepen. Hij kreeg het weliswaar voor elkaar, maar niet op een kerkordelijk zuivere wijze. Daartegen maakten ouderling F. Boers en diaken P. Taal van Den Haag dan ook grote bezwaren. Zij werden geschorst.
De bom barstte echter toen ds. Van den Oever zich op de Algemeene Vergadering van 1858 veroorloofde ‘woeste beschuldigingen’ te uiten en daarbij zulke ‘vreselijke woorden’ gebruikte dat de vergadering ‘er van ontzettede’ en enkele afgevaardigden de vergadering verontwaardigd verlieten. Een van hen was … ds. Plug van Zwartsluis. Maar ouderling Jan Smit en diaken Volkert van der Weiden uit Zwartsluis maakten duidelijk dat ze het juist met ds. Van den Oever eens waren! Ze beschuldigden hun predikant, ds. Plug, openlijk van leugens.
Dit alles leverde in Zwartsluis een scheuring in de gemeente op. Want er waren ook ‘gewone’ gemeenteleden die het met ds. Van den Oever (c.q. het met ouderling Smit en diaken Van der Weiden) eens waren. Ze onttrokken zich aan de kerkdiensten en gingen samen zelf kerk houden. Natuurlijk ging de al eerder genoemde Jan Kragt daar ook in mee. Ze lieten predikanten voorgaan ‘die zelf scheurmakers waren’. Sterker, ze beriepen in 1860 zelfs een predikant, ds. M. Keulemans (1836-1902) van Woerden. Deze deed op 26 juni 1860 intrede. ‘Het is wel duidelijk dat de groep van ds. Keulemans de Kruisgemeente van Zwartsluis ernstige schade heeft toegebracht’.
Ds. Plug had het toen in Zwartsluis allemaal ook wel gezien en nam het beroep aan dat hij in 1862 van Amsterdam ontving. In juli 1862 nam hij afscheid van Zwartsluis met een preek naar aanleiding van 1 Petrus 5 de verzen 10 en 11.
Herstel en Fusie
De kerkenraad ging weer met het beroepingswerk aan de gang en kreeg ds. P.J. Korbee (1832-1868) van Oude Wetering in het vizier. Met veertig stemmen voor en drie tegen werd door de manslidmaten besloten ds. Korbee te beroepen.
Ds. D. Klinkert (1818-1898) bevestigde ds. Korbee. Deze nam het beroep aan en deed op 7 december 1862 intrede in Zwartsluis, na door ds. D. Klinkert (1818-1898) van Zwolle en Zalk in het ambt bevestigd te zijn. Het jaartraktement bedroeg nog steeds fl. 600 met vrij wonen, tuin, brandstof en belasting.
Zoals al opgemerkt was het groepje Zwartsluizer volgelingen van ds. Van den Oever vrijwel verdwenen; zo nu en dan werden enkele leden daarvan met spijt- en berouwbetuigingen weer tot de Kruisgemeente toegelaten.
Restauratie van het Kerkgebouw
In 2011 is de kerk ingrijpend gerestaureerd. De gevels binnen en buiten zijn voorzien van wapeningsstaven ter plaatse van de scheurvormingen. Deze scheurvormingen werden onder andere veroorzaakt door de druk van de toren op de spantconstructie. Door het aanbrengen van stalen kolommen en stalen trekstangen is er stabiliteit in de kap en de gevels tot stand gebracht.
Bijna al het houtwerk buiten van de toren is vervangen. De afdekking van de achtergevel is in zink uitgevoerd. Het schilderwerk buiten is compleet aangepakt. Binnen zijn de wanden en plafonds volledig behandeld. Aangezien ons kerkgebouw als monument is aangewezen, kon het e.e.a. met subsidie worden uitgevoerd.

tags: #geref #kerk #zwartsluis