De Gereformeerde Kerken: Geschiedenis en Ontwikkelingen

De geschiedenis van de Gereformeerde Kerken is een complex en gelaagd verhaal dat teruggaat tot de Reformatie in de 16e eeuw. Deze beweging, die zich afzette tegen de Rooms-Katholieke Kerk, bracht diverse stromingen voort, waaronder de protestanten, die zich in Nederland vaak gereformeerd of hervormd noemden.

De Vroege Ontwikkelingen en de Nederlandse Hervormde Kerk

Koning Willem I stelde in 1816 een reglement voor de Nederlandsche Hervormde Kerk vast. Hoewel er formeel sprake was van een scheiding tussen kerk en staat, verkreeg deze protestantse kerkgenootschap een aanzienlijke positie en invloed, met name in het noorden en westen van het land. De dominees ontvingen een deel van hun salaris van het Rijk, wat bijdroeg aan de stevige positie van de kerk.

Deze centrale sturing riep echter weerstand op bij meer conservatieve protestanten. Zij baseerden hun kerkorganisatie en gedrag op de afspraken die in 1618 waren gemaakt tijdens de synode van Dordrecht, de Dordtse leerregels. Deze conservatieve groep hechtte sterk aan de traditionele gereformeerde leer en kerkorde.

De Afscheiding van 1834 en de Ontstaan van Nieuwe Kerkverbanden

De eerste grote scheuring binnen de Hervormde Kerk vond plaats in 1834 in Ulrum, Groningen. Deze beweging, geleid door orthodoxe predikanten zoals Hendrik de Cock, was een reactie op de moderniserende en door de staat beïnvloede koers van de Nederlandse Hervormde Kerk. De predikant Hendrik de Cock werd geschorst en afgezet vanwege zijn boekje ter verdediging van de ware gereformeerde leer. Met steun van collega's zoals Hendrik Scholte, stelde de kerkenraad van Ulrum de Akte tot Afscheiding of Wederkeering op, waarin de Nederlandse Hervormde Kerk als de valse Kerk werd bestempeld.

Na de Afscheiding van 1834 vonden er ook in andere delen van het land afscheidingen plaats. In 1836 hielden de afgescheidenen hun eerste synode. Onder druk van de overheid moesten zij afstand doen van de naam 'gereformeerd' en noemden zij hun kerkverband Christelijke Afgescheiden Gemeenten. Een minderheid behield de naam Gereformeerde Kerken onder het Kruis. In 1869 verenigden deze twee groeperingen zich tot de Christelijke Gereformeerde Kerk.

Diagram van de belangrijkste scheuringen en fusies binnen de Nederlandse gereformeerde kerken

De Doleantie en de Vorming van de Gereformeerde Kerken in Nederland

In 1886 vond de zogenaamde Doleantie plaats, geleid door de staatsman-predikant dr. Abraham Kuyper. Kuyper wilde de Nederlandse Hervormde Kerk van binnenuit herstellen, maar stuitte op weerstand, wat leidde tot een nieuwe afscheiding. Veel kerken die voortkwamen uit de Afscheiding van 1834, voegden zich bij de door Kuyper geleide beweging. Op 17 juli 1892 verenigden de Christelijke Gereformeerde Kerken zich met de Nederduitse Gereformeerde Kerken tot de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN).

De nieuwe GKN telde na de vereniging 700 plaatselijke gemeenten en 370.000 leden. Na de vereniging openbaarden zich echter ingrijpende tegenstellingen binnen het kerkverband. Een voorbeeld hiervan was het conflict rond de visie op de doop, waarbij prof. L. Lindeboom zich verzette tegen dr. A. Kuyper's opvatting dat de doop plaatsvindt op grond van Gods bevel en de beloften van het genadeverbond verzegelt.

Portret van Dr. Abraham Kuyper

Theologische Ontwikkelingen en Verdere Splitsingen

De Gereformeerde Kerken in Nederland droegen in eerste instantie bij aan een herleving van de oude gereformeerde orthodoxie. In 1922 verscheen de populaire Bijbelverklaring Korte verklaring der Heilige Schrift, verzorgd door theologen van de Hogeschool in Kampen en de Vrije Universiteit te Amsterdam. Deze verklaring nam de Statenvertaling als uitgangspunt en trachtte de historische juistheid en betrouwbaarheid van de Bijbelteksten aan te tonen.

In 1926 ontstond er een conflict naar aanleiding van een aanklacht tegen dr. J. Geelkerken over de interpretatie van de Bijbel, met name de vraag of de Bijbel in Genesis 3 een historisch verslag geeft of een symbolisch relaas. De synode van 1926 oordeelde dat er sprake was van een "zintuiglijk waarneembare" slang, waarmee de Bijbel werd gepresenteerd als feitelijk waarneembare werkelijkheden.

De tweede grote afsplitsing vond plaats in 1944, naar aanleiding van de schorsing van dr. K. Schilder als hoogleraar in Kampen. De diepere oorzaak was een verschil van mening over de juiste gereformeerde leer en de macht van de landelijke kerkleiding. Schilder en zijn volgelingen vonden dat de synode te ver ging in het bepalen van theologische standpunten. Ongeveer tien procent van het kerkverband, dat meer autonomie voor de plaatselijke kerken wenste, scheidde zich af en vormde de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv).

Foto van een gereformeerde kerk uit de vroege 20e eeuw

De Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt (GKv)

De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) ontstonden in 1944 uit een scheuring binnen de Gereformeerde Kerken. De grondslag van de GKv zijn de Bijbel, zes geloofsbelijdenissen en de kerkorde. In 2012 telde de GKv 277 kerken met ruim 122.000 leden en doopleden.

Vanaf 2017 werden de ambten van predikant, ouderling en diaken opengesteld voor vrouwen. In 2019 werd in Dronten voor het eerst een vrouw als predikant beroepbaar gesteld. Het kerkorgel is het meest gebruikte instrument in de erediensten, gevolgd door de piano, band en combo. Jongeren kiezen minder vaak voor aansluiting bij een GKv-gemeente, waarbij kerk en geloof steeds meer van elkaar losgemaakt worden.

Het Nederlands Dagblad is van origine een vrijgemaakt-gereformeerde krant, maar kreeg in de loop der tijd een meer algemeen christelijk karakter. Sinds 1992 hoeven de redacteuren geen belijdend lid van een vrijgemaakt-gereformeerde kerk te zijn. Er zijn 170 scholen van gereformeerd-vrijgemaakte signatuur verbonden aan de GKv.

De Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK)

De Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) ontstonden in 1967 na een scheuring binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) (GKv). De geschiedenis van de NGK is te traceren tot een beweging die vanaf 1925 ontstond in de Gereformeerde Kerken, met predikanten die kritisch stonden tegenover de leer van Abraham Kuyper. Deze predikanten spraken meer direct vanuit de Bijbel.

In 1966 verscheen de Open Brief, waarin ondertekenaars het exclusieve karakter van de vrijgemaakte kerken laakten. Zij werden uit de kerk gezet, en velen volgden hen. De ontstane groep kerken werden aanvankelijk buitenverbanders genoemd. Op 1 januari 2020 telden de NGK 32.898 leden en doopleden.

Inhoudelijk worden de NGK gerekend tot de orthodox-gereformeerde kerken. In diverse plaatselijke gemeenten kunnen zowel mannen als vrouwen de kerkelijke functies van ouderling, diaken en predikant bekleden. De eerste vrouwelijke predikant werd in januari 2011 officieel door een NGK-gemeente bevestigd. De kerken baseren zich op de Bijbel en erkennen de drie belijdenisgeschriften van de oude christelijke kerk en de Drie Formulieren van Enigheid.

Oude kerkgebouw van een gereformeerde gemeente

Fusies en de Protestantse Kerk in Nederland (PKN)

Het langdurige Samen op Weg-proces startte in 1962 en werd op 1 mei 2004 afgesloten. Op die datum fuseerden de Gereformeerde Kerken in Nederland, de Nederlandse Hervormde Kerk en de Evangelisch-Lutherse Kerk tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Op dat moment hadden de GKN circa 675.000 leden.

Een zevental gemeenten kon zich niet in de fusie vinden en richtte op 8 mei 2004 de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland op. In 2023 vond een fusie plaats tussen de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) tot de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NeGK).

De Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK)

De Christelijke Gereformeerde Kerken zijn voortgekomen uit de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland, die in 1869 ontstond uit de vereniging van de Christelijke Afgescheiden Gemeenten en de Gereformeerde Kerk onder het kruis. In 1892 ging een deel van deze kerken mee in de Doleantie van dr. Kuyper en vormde de Gereformeerde Kerken in Nederland. Een klein deel bleef zelfstandig voort en noemde zich voortaan de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland.

In 1947 veranderde de naam naar Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), om te benadrukken dat het gaat om een verband van plaatselijke kerken. Rond 1985 telden de CGK ongeveer 75.000 leden, waarna een lichte daling inzette. In januari 2024 tellen de kerken 67.629 leden, verdeeld over 180 plaatselijke kerken.

De CGK zijn bewaard gebleven voor grote kerkscheuringen, hoewel er incidenteel predikanten en gemeenten zijn vertrokken. Er bestaat tussen de plaatselijke kerken soms verschil in geloofsbeleving, wat tot spanningen kan leiden. De kerken houden vast aan de Drie Formulieren van Eenheid: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels.

Dit gelooft een strenge christen | Wat Gelooft Nederland

tags: #gereformeerde #kerk #info