De geschiedenis van Noordwijk strekt zich tweeduizend jaar terug, vertellende twee verhalen: dat van de mensheid aan zee en dat van de nederzetting landinwaarts. De sporen van de vroegere bewoners zijn te vinden in kerken, huizen, straatpatronen en graven. Na een periode van rondtrekken, vestigden onze voorouders zich achter de duinen, waar nu de Hoofdstraat van Noordwijk ligt. Een andere groep vestigde zich landinwaarts, op een zandheuvel nabij een moeras. Dit gebied, Noordwijk Binnen, ontwikkelde zich in de middeleeuwen tot een stadje met een Voorstraat en een Lindeplein, bestuurd door hoge heren die tevens Noordwijk aan Zee en Noordwijkerhout bestuurden. Hoewel Noordwijk nooit stadsrechten verkreeg, bleef het een pittoresk dorp met een bijzonder centrum rond de Jeroenskerk. Aan zee ontstond een vissersdorp zonder haven, waar platte boten op het strand werden getrokken en de vis in Noordwijk Binnen of Leiden werd verkocht.
De naam 'Noordwijk' stamt mogelijk af van het Oud-Germaanse 'wic', wat 'heilig' of 'heiligdom' betekent, en is verwant aan het Latijnse 'vicus' (woonplaats). De oude kerk, nu protestants, is vernoemd naar Sint Jeroen, een missionaris uit Engeland die de marteldood stierf voor zijn geloof. Er bestaan diverse, soms tegenstrijdige, verhalen over zijn relieken, waaronder zijn schedel, die in de kerk zou zijn bijgezet. De precieze authenticiteit van deze relieken is echter twijfelachtig.
Onderzoek naar leycentra en leylijnen in de Oude Jeroenskerk, uitgevoerd door S. van der Tuin, suggereert dat de bouwmeester(s) kennis hadden van deze aardenergieën. De leylijnen in de kerk blijken niet exact op de lengteas te liggen, maar iets ten zuiden ervan. Een kleiner, intrigerend leycentrum zou oorspronkelijk een waterput zijn geweest. De afwijking van de lengteas wordt verklaard door de aanwezigheid van een ondergrondse waterloop en een geologische breuk ten zuiden van de kerk, die aardstralen kan veroorzaken.
Net als de Romeinen, die heilige plaatsen selecteerden voor hun bouwwerken, lijkt ook hier bij de kerkbouw rekening gehouden te zijn met natuurlijke energiepunten. De locatie van het oude altaar in de kerk is direct verbonden met het centrum van de nieuwe St. Jeroenskerk, wat opmerkelijk is. Deze lijn loopt verder door de westzijde van het gereformeerde kerkje, gebouwd rond 1930. Dit is bijzonder, aangezien gereformeerde kerken doorgaans niet op leycentra worden gebouwd. Mogelijk stond hier vroeger al een kapel.
De invloed van leylijnen strekt zich uit tot meerdere gebouwen in Noordwijk, waaronder het Gereformeerde Kerkje, de oude Visserskapel, de villa van Heineken en de 19e-eeuwse katholieke St. Jeroenskerk. Het grootste leycentrum van Noordwijk bevindt zich in een duinvallei naast de Heinekenvilla, wat vragen oproept over eventuele kennis van deze energieën in de omgeving.

Binnenin de Oude Jeroenskerk bevinden zich een 15e-eeuws doopvont en een sarcofaag die enkele eeuwen ouder is. Ook is er een monument voor Jan van der Does, heer van Noordwijk in de 16e eeuw.
Het transept, een kruisarm van een kerk, komt voor in diverse bouwstijlen. De energie van de kerk zou voelbaar zijn bij de toren, hoewel de sfeer rondom de kerk een zekere stilte en eeuwenoude sfeer ademt.
De geschiedenis van het protestantisme in Noordwijk wordt gekenmerkt door de afscheiding van de Hervormde Kerk, mede geïnitieerd door Cors Noorduin en zijn vader Klaas. Al sinds 1790 kwamen hervormde gemeenteleden bijeen in de woning van Cornelis Waasdorp om preken te lezen, te bidden en het geestelijk leven te bespreken. Op 23 augustus 1835 scheidden negentien hervormden zich af van de kerk, aangetrokken door de leer van de Afgescheidenen. Ze vormden de Christelijke Afgescheidene Gemeente te Noordwijk-Buiten, die op 27 november 1835 werd geïnstitueerd door ds. H.P. Scholte. Vanaf 1838 functioneerde de gemeente zelfstandig en sloot in 1844 aan bij de Gereformeerde Kerk onder ’t Kruis.
De wijze waarop Cors Noorduin in het ambt van predikant werd bevestigd, door ouderlingen en zonder verplicht examen, leidde tot opschudding binnen de Afgescheiden kringen. De provinciale vergadering van Utrecht oordeelde de handelingen strijdig met Gods Woord, waardoor de bevestiging als onwettig werd beschouwd. In 1838 brak de kerkenraad officieel met de Christelijke Afgescheidene Kerk. Tot 1844 bleef de gemeente van Noordwijk-Buiten zelfstandig opereren.
De 'Kruisgemeenten', die zich verzetten tegen het aanvragen van vrijheid van godsdienst, bleven vervolgd worden. Zij hielden vast aan de Dordtse Kerken Ordening. De Gereformeerde Gemeente onder ’t Kruis van Noordwijk-Buiten groeide onder leiding van ds. Noorduin, die een vooraanstaande rol speelde binnen het landelijke verband en zelf predikanten opleidde.
Aanvankelijk kerkte men in particuliere woningen. Vanaf 23 augustus 1844 gebruikte men drie verbouwde 'bokkinghangen' aan het Gasthuisslop als kerkzaal, die tot 1875 werd gehuurd. In 1852 overleed ds. Cors Noorduin. Na zijn hulppredikenschap werd Jan Passchier in 1854 bevestigd als predikant.
In 1869 werd de Christelijke Afgescheidene Kerk en de Gereformeerde Kerk onder ’t Kruis verenigd tot de Christelijke Gereformeerde Kerk. De groeiende gemeente in Noordwijk-Buiten had behoefte aan een grotere kerk met pastorie. In 1875 werd aan de Hoofdstraat een nieuwe kerk gebouwd, ter vervanging van een kleinere kerk uit 1875. De kerk werd op 28 juni 1875 in gebruik genomen. Twee jaar later werd een pastorie gebouwd, waar ds. Verhave de eerste bewoner was.
Naar aanleiding van de Doleantie, geleid door dr. A. Kuyper, ontstonden overal Dolerende ‘Nederduitsche Gereformeerde Kerken’. Op 17 juni 1892 fuseerden de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken tot De Gereformeerde Kerken in Nederland. De kerk van Noordwijk aan Zee sloot zich hierbij aan.
Het oude kerkje aan de Hoofdstraat werd te klein. Voor de nieuwbouw werd architect Tjeerd Kuipers ingeschakeld. De bouw van de nieuwe kerk, met toren, werd gegund aan C.J.B. Alkemade uit Noordwijk-Binnen en begon in juni 1899. De eerste steen werd gelegd op 12 juli 1899, en de kerk werd op 8 november 1899 in gebruik genomen.
De kerk bleek al snel te klein door de groeiende gemeente en de toestroom van badgasten. In 1909/10 werd de kerk verlengd, eveneens onder leiding van Tjeerd Kuipers. In 1922 werd een galerij toegevoegd, die 130 zitplaatsen opleverde. Na de Tweede Wereldoorlog, in 1949, onderging de kerk een ingrijpende renovatie, waarbij het dak werd hersteld, het interieur werd geschilderd, nieuwe verlichting werd aangebracht en een moderne preekstoel met klankbord werd geplaatst.

Op 1 januari 1969 fuseerden de Gereformeerde kerken van Noordwijk aan Zee en Noordwijk-Binnen tot de Gereformeerde Kerk te Noordwijk. In 1979 werd de Buurtkerk opnieuw gerestaureerd en vergroot. Ondanks plannen voor een nieuw kerkgebouw, besloot de gemeente de bestaande kerk te behouden. De kerk werd ingrijpend gerenoveerd met een vernieuwd dak, nieuwe plavuizen, vloerverwarming, verlichting, banken en een fris interieur. De verbouwde en uitgebreide kerk werd op 25 april 1979 in gebruik genomen en dient nog steeds als protestantse kerk van Noordwijk.
In 2011 besloot de gemeente tot de aankoop van een eigen kerkgebouw, dat voorheen eigendom was van het Apostolisch Genootschap. Halverwege 2012 was het gebouw gereed voor de eerste kerkdienst. Voorheen kerkte men in de aula van het Northgo College en de Oude Jeroenskerk.
De Gereformeerde Bondssignatuur was al in de jaren '30 aanwezig in Noordwijk. In 1993 ontstond de mogelijkheid tot vorming van een Buitengewone Wijkgemeente. Sinds de Protestantse Kerk in 2004 werd opgericht, heet de gemeente 'Wijkgemeente van bijzondere aard', een zelfstandige wijkgemeente binnen de Protestantse Gemeente van Noordwijk. Ook mensen van buiten Noordwijk kunnen worden overgeschreven naar wijkgemeente Ichthus.
De Oude Jeroenskerk, gelegen in Noordwijk-Binnen, is een imposante laatmiddeleeuwse dorpskerk. De nederzetting ontwikkelde zich rond 976 tot een bedevaartsoord na de vondst van de beenderen van Sint Jeroen. De kerk groeide mee met het dorp, dat in 1398 stadsrechten verkreeg, maar deze een jaar later weer inleverde. De bouw van de kerk lijkt beïnvloed door de grafelijkheid en lokale adel. De kerk diende tot de Reformatie als belangrijke pelgrimskerk en weerspiegelde de stedelijke ambities van het dorp.
De Buurtkerk, gebouwd in 1899 ter vervanging van een kleinere kerk uit 1875, werd ontworpen door architect Tjeerd Kuipers. De kerk werd in de loop der jaren meerdere keren uitgebreid en gerestaureerd, en is vandaag de dag nog steeds in gebruik als protestantse kerk.
tags: #gereformeerde #kerk #noordwijk #noordwijk