De geschiedenis van de gereformeerde pastorie in Heeze is nauw verweven met de ontwikkeling van het dorp en de protestantse gemeenschap aldaar. Deze kerk, een markant en herkenbaar gebouw aan de Kapelstraat, neemt een prominente plaats in het dorpsbeeld in, strategisch gelegen tegenover café "De Zwaan" en met een rechte weg die naar het kasteel leidt.
Vroege Geschiedenis en de Protestantse Gemeenschap
De oorsprong van de huidige Protestantse Kerk gaat terug tot een middeleeuwse kapel, die mogelijk al in 1458 bestond, gezien de datering van een luidklok uit 1451 en vermeldingen in het kasteelarchief. Deze kapel, ook wel aangeduid als "capelle tot Eijmerick" of "Eymericker capel", diende als kerkgebouw. De naam Antonius kapel en capelle sinte Joannis komen ook voor als mogelijke eerdere benamingen.
Met de Vrede van Münster in 1648 kwam het huidige Noord-Brabant onder het bewind van de Staten van Holland, en werd de Rooms-Katholieke godsdienst niet langer toegestaan. De kerken werden genaast, en de Heezer kapel kwam in beheer van "die van het nieuwe geloof". Aan het einde van de 17e eeuw werd de kapel ingericht voor protestantse kerkdiensten. Hoewel de meeste protestanten aanvankelijk bij de grotere kerk woonden, ontstond er toch behoefte aan een kerkgebouw aan de andere kant van het dorp, aangezien de bewoning zich steeds meer richting het kasteel concentreerde.
Gedurende de 18e eeuw raakte de oude parochiekerk steeds meer in verval en werd uiteindelijk onbruikbaar. Ds. Gijsinck deed uitgebreid verslag van de neergang van dit gebouw in het notulenboek van de kerkenraad. Bij elke kerk hoorde een school; zo waren er in Heeze scholen verbonden aan zowel de grote kerk als de kapel. Van de school bij de kapel zijn diverse schoolmeesters bekend die tevens koster, voorlezer en voorzanger waren.
Een belangrijk interieurstuk in de kapel is het rouwbord ter nagedachtenis van Reinoud Diederik baron van Tuyll van Serooskerken, de tweede heer van Heeze uit die familie. Na zijn overlijden in 1784 werd hij eerst in de parochiekerk begraven, maar zijn weduwe kreeg kort daarna toestemming om een grafkelder in de kapel in te richten, waar hij en later twee van zijn zonen werden bijgezet.
De Franse Periode en de Teruggave van Kerken
Na de omwenteling aan het einde van de 18e eeuw drong de Rooms-Katholieke bevolking aan op de teruggave van de kerken. In 1798 bepaalde een staatsregeling dat het kerkgenootschap met de meeste aanhang de kerkgebouwen in bezit kreeg. Beide kerkgenootschappen in Heeze konden het echter niet eens worden over de zaak. Toen de staatsregeling in 1801 van kracht werd en de zaak nog niet was geregeld, visten de Rooms-Katholieken achter het net. De staat van de kerkgebouwen was sowieso slecht, en bovendien was de kapel te klein. Aan de kapel was ook de gevangenis gebouwd, hoewel dit gebouwtje eigendom was van een baron van Tuyll.
Ten tijde van de Franse Revolutie was er onrust rond de kapel. Onder het motto "Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap" ontstond er onrust, ook rond de kerken. Op 3 februari 1795, toen ingezetenen een vrijheidsboom wilden planten, werden de klokken van beide kerken geluid. In de avond werd de kapel geplunderd, met veel gebroken banken en tafels, vernielde armenzakken en aan flarden gesneden kussens. Alleen de kerkboeken bleven gespaard.
De Hervormde Gemeente en de Rol van de Van Tuylls
Met de komst van S.J. baron van Tuyll van Serooskerken naar Heeze in 1902 veranderde er veel, ook op kerkelijk terrein. Al eind 19e eeuw waren vader en zoon van Tuyll bezig met het op orde stellen van zaken. De predikantsplaats van de Hervormde Gemeente Heeze-Leende was vacant geworden in 1895 met het vertrek van ds. Troostenburg de Bruijn. Pogingen om een nieuwe predikant aan te trekken strandden onder andere door het ontbreken van een goede pastorie. De jonge baron nam de taak van kerkvoogd op zich en er werd een ruime pastorie gebouwd aan de Kapelstraat, herkenbaar aan het spitse dak en het jaartal in de gevel.
In het jaar dat baron Van Tuyll naar Heeze kwam, werd ook predikant dr. Daniel Plooij beroepen. Plooij was gehuwd met Beatrix Hendrika Wilhelmina Gunning, dochter van ds. E.B. Gunning. Baron Van Tuyll nam het initiatief om de kapel grondig te restaureren, waarbij ds. Plooij zich ook actief bemoeide met de kerkrestauratie.
Oorspronkelijk was het de bedoeling de kapel te restaureren, met behoud van de oorspronkelijke staat. Toen in 1905 de aannemer aan de slag kon, bleek echter dat de muren zo bouwvallig waren dat het onverantwoord was de werkzaamheden volgens plan voort te zetten. De muren moesten gesloopt worden, wat aanzienlijke meerkosten met zich meebracht. Baron Van Tuyll kwam direct in actie, en binnen een maand werden de nieuwe plannen, de subsidie en de aanbesteding goedgekeurd.
Interieur en Kunstvoorwerpen
De Martinuskerk, die in 1933 werd vervangen door het huidige gebouw, kent een rijke voorgeschiedenis. In het huidige gebouw zijn nog steeds kunstvoorwerpen te zien uit eerdere kerken. Zo zijn er de glas-in-loodramen uit 1873, de kruiswegstaties uit 1894 en de biechtstoelen die afkomstig zijn uit de oude kerk.
Ongeveer even oud was het beeld van Sint-Job, dat in een eigen kapel in de kerk stond. Heeze was eeuwenlang een bedevaartsoord voor deze heilige. Het huidige beeld vervangt het oorspronkelijke, dat in 1976 werd gestolen. Hoewel de bedevaarten naar Sint-Job zijn verdwenen, wordt de kerk nog dagelijks bezocht door mensen die er een kaarsje komen opsteken.

Pastoors en Kapelaans
De Martinuskerk heeft door de jaren heen vele pastoors en kapelaans gekend. Herinneringen aan pastoor C.F. Berkelmans en zijn kapelaans, zoals Petrus Krijbolder, H. Schröder en Th.J.F. Klomp Bueters, leven voort. H.M.M. Schröder was kapelaan van de Martinuskerk in de jaren '50.
Vervolg van de Protestantse Gemeente
De Protestantse Kerk aan de Kapelstraat is een gebouw met een rijke geschiedenis. De kerk staat er nu ruim honderd jaar, maar er stond op dezelfde plek al eerder een kerk. De geschiedenis van deze kerk is sterk verbonden met het kasteel en het dorp Heeze.
Restauraties en Verbeteringen
Door de jaren heen heeft de kerk diverse restauraties en verbeteringen ondergaan. In 1961 was de kerkverwarming met een kachel niet optimaal, en werd een wens geuit voor meer zitplaatsen en de aanleg van een toilet. In datzelfde jaar werd het 50 jaar oude uurwerk van de kapel vervangen door een hypermodern synchroon uurwerk, geleverd door de firma Eysbouts.
De restauratie van 1961 bracht aanzienlijke kosten met zich mee, die de begroting ruimschoots overschreden. Dit kwam mede door onvoorziene werkzaamheden aan het dak en de toren, en de beslissing om het orgel een grote opknapbeurt te geven en het uurwerk van verlichting te voorzien. De houten vloer werd vervangen door tegels.
In 1982 werd de heteluchtverwarming vervangen door een modern warmwatersysteem. Om de kosten te drukken, werd het interieur met eigen mensen opgeknapt. De banken werden verwijderd, het plafond en de muren werden geschilderd, en de glas-in-loodwand tussen de kerkzaal en de consistorie werd aan de andere kant bedekt. De spreuken op de balken, die in 1961 onder een verflaag waren verdwenen, werden weer tevoorschijn gehaald.
Sinds het kerkgebouw een Rijksmonument is en is aangesloten bij Monumentenwacht, wordt er jaarlijks onderzoek gedaan naar de conditie van het gebouw. Dit rapport vormt een leidraad voor de kerkrentmeesters.
Problemen met Glas-in-lood en de Restauratie van 2005
De slechte toestand van de glas-in-loodramen, met veel gebroken ruitjes en kapot lood, vereiste restauratie. Hoewel een leverancier uit België de ramen opknapte, constateerde Monumentenwacht onvolkomenheden. Een kunststof voorzetraam werd geplaatst, maar zat te dicht op het glas.
De grote restauratie van 2005 had een voorgeschiedenis die teruggaat tot 1996, toen werd vastgesteld dat het uurwerk en de luidinstallatie aan vernieuwing toe waren. De nieuwe luidinstallatie werkte in de fabriek wel, maar niet in de toren, wat leidde tot de waarschuwing de klok niet te luiden. De kerktoren bleek grote gebreken te vertonen.
Een bouwcommissie werd ingesteld om in overleg met Monumentenzorg, Monumentenwacht en de gemeente Heeze-Leende een ervaren aannemer in te schakelen voor een grondige inspectie en herstelbegroting. De belangrijkste onderdelen van deze restauratie waren de herstellingen aan de toren en de ramen.
Het Orgel en de Klokken
In de tijd van dominee Kremer werd het eerste orgel aangeschaft, waarbij gemeenteleden bijdroegen. Het orgel dat in die tijd was aangeschaft, voldeed kennelijk niet meer en werd van de hand gedaan. In 1947 werd een orgelfonds opgericht om een vervanging te vinden voor het eenvoudige huisorgel. In 1952 kon een contract voor de bouw van het orgel getekend worden, en op 9 mei 1953 werd het orgel officieel in gebruik genomen.
Veertig jaar later ontstond de wens om het orgel uit te breiden, waarvoor een werkgroep werd gevormd. Na enkele jaren was voldoende geld bijeengebracht om deze wens te vervullen.
De luidklok, gegoten in 1451 door de Astense klokkengieter Jan van de Diesdonck, diende niet alleen voor kerkdiensten, maar had ook een maatschappelijke functie als tijdaanwijzer en alarm bij brand. In de oorlog werd de klok afgevoerd om tot oorlogstuig te worden omgesmolten, maar in 1948 dook deze weer op.
Lijst van Predikanten
Hieronder volgt een overzicht van de predikanten die de Hervormde Gemeente Heeze hebben gediend:
- Dr. Daniel Plooij (1902-1909)
- Wouter Adrianus Eerdbeek (1909-1920)
- Johannes Willem Addink (1920-1948)
- Jacob van Benthem (1948-1955)
- Geert Eerkens Bakker (1955-1962)
- Joan Agatho Heldring (1962-1970)
- Hendrik Johannes de Ridder (1970-1976)
- Cornelis Maats (1977-1998)
- Elly Elisabeth Nort (1998-2002)
- Ben Frits van Veen (2003-2010)
- Mirjam van Nie (2011- heden)
De Katholieke Kerk in Heeze
De Martinuskerk kent een lange voorgeschiedenis. De middeleeuwse kerk kwam tijdens de Reformatie in protestantse handen. Omdat het gebouw te groot was voor het handjevol protestanten in Heeze, raakte het in verval. In de jaren daarna kerkten de katholieken van Heeze in een schuilkerk, totdat ze in 1833 weer een ‘echte’ kerk kregen, in waterstaatsstijl. Precies honderd jaar later werd die vervangen door het huidige gebouw.
In de jaren dertig telde Heeze ruim 4000 inwoners, waarvan ongeveer 95% katholiek en praktiserend was. De katholieke gemeenschap, met circa 4000 leden, ressorteerde onder de R.K. Parochie Sint-Martinus, die over een ruime kerk uit 1933 beschikte. De parochie werd geleid door pastoor-deken C.W.J. Berkelmans, opgevolgd door pastoor-deken W.J.A. van Haaren en later pastoor-deken C.F. Berkelmans.
De groei van Heeze leidde tot de overweging om de parochie op te splitsen. Mgr. H. van Helvoort adviseerde de parochie Heeze op te splitsen in twee parochies: de bestaande Sint-Martinusparochie en een nieuw te stichten parochie genaamd "Engelse tuin".
Op 18 oktober 1946 werd pastoor-deken W.J.A. van Haaren opgevolgd door pastoor-deken C.F. Berkelmans. Na zijn ontslag in 1967 werd hij opgevolgd door Drs. J.B.M. van der Velden.
In 1963 telde Heeze circa 1100 katholieke gezinnen met 5202 parochianen. Met het oog op de verwachte groei werd door Mgr. Van Helvoort geadviseerd de parochie op te splitsen.
Op 15 juli 1964 werd kapelaan Th.A. Versteegde belast met de oprichting van een nieuwe parochie. Na een voorstel van Mgr. Van Helvoort werd per 16 oktober 1964 de nieuwe parochie opgericht, genaamd H. Sacramentsparochie. Theodorus Adrianus Versteegde werd de eerste pastoor.

De Gereformeerde Gemeente Heeze
De geschiedenis van de Hervormde Gemeente Heeze is nauw verbonden met het Kasteel in Heeze. Vanaf 1659 bewoonden protestantse kasteelheren het kasteel, die actief betrokken waren bij de kerk en arbeiders uit andere (protestantse) regio's naar Heeze lieten komen. Deze "immigranten" vormden de oude kern van de gemeente.
Aan het eind van de jaren vijftig van de 20e eeuw groeide de kerkelijke gemeente, mede doordat de plaatsen steeds meer forensendorpen werden.
De Eerste Predikanten
Heeze behoorde tot de eerste plaatsen waar in 1648 een predikant werd bevestigd. Anthonis Janssen Box had al in 1633 verzocht om een eigen predikant voor Heeze en Leende.
De eerste predikant van de gereformeerde gemeente van Heeze was Abrahamus Johanneszoon Rodenburgh. Hij werd in 1647 als proponent bevestigd in De Meern. Van hem zijn negen kinderen bekend, waarvan er twee in Heeze werden gedoopt.
Thomas Spranckhuysen volgde Rodenburgh op. Hij trouwde in 1651 met Maria de Bruijn en negen kinderen werden in Heeze gedoopt. Zijn zoon Dionisius, geboren in 1658, werd later stadhouder van het kwartier van Oisterwijk.
Petrus Guil. Callenfels, geboren in 1638, diende Heeze het langst. Hij begon met het aantekenen van de kerkeraadshandelingen en was enige tijd werkzaam op de ambassade te Madrid. Na de dood van zijn vrouw in 1719 en na een periode van bijna 88 jaar, overleed hij in 1726.
Johannes Sterk werd in 1719 aangesteld als adjunkt-predikant naast de bejaarde Ds. Callenfels. Hij deed stichtelijke preken en toonde goed gedrag. Na het overlijden van Callenfels werd Sterk officieel predikant van Heeze en trouwde hij in Dordrecht met Anna Besooyen.
De bekendste predikant was Cornelis Groen van Prinsterer, een naaste familielid van de staatsman Guillaume Groen van Prinsterer. Hij kreeg te maken met het verval van de parochiekerk en diende de gemeente in de kapel. In 1767 kocht de gemeente een huis waar later de pastorie van Ds. Groen kwam.
Adam Jacob Gijsinck, een gedetailleerde kroniekschrijver, keerde na 18 jaar Zeeland terug naar Brabant. Hij inventariseerde het archief en legde kerkeraadszaken nauwkeurig vast. Een opvallend incident betrof een overtreding van het echtreglement uit 1663, waarbij de Drost van Heeze betrokken was.
Schuldverklaring Nederlandse gereformeerde kerken
tags: #gereformeerde #pastorie #heeze