De kruiskerk, afgebroken in 1857, speelde een centrale rol in het dagelijks leven van Arnemuiden. Dit hoge en indrukwekkende gebouw vormde het hart van de gemeenschap, een rustpunt voor de inwoners en een baken voor zeelieden. Vooral op zondagen, na de noeste arbeid van de week, bood de kruiskerk een plek van bezinning en eredienst.

De Oorsprong: Kapellen in Vroegere Nederzettingen
Lang voor de bouw van de kruiskerk kende Arnemuiden al kapellen. Het oorspronkelijke Arnemuiden, waarschijnlijk gelegen achter het hof “Nieuwlandsrust” in de huidige Middelburgse Polder, werd samen met haar kapel verwoest door overstromingen. Ook in het tweede Arnemuiden, bij Mortiere, bevond zich een kapel, aangeduid in archiefstukken als “de kapelle boven op der stede dijk”. Deze kapel diende als begraafplaats voor Ridder Gillis, Heer van Arnemuiden, in 1438, en mogelijk voor andere leden van het adellijke geslacht van Arnemuiden. Vanwege aanhoudende overstromingen werd deze kerk in 1479 afgebroken, met behulp van arbeiders uit Middelburg.
De Vestiging van Nieuw Arnemuiden en de Eerste Kapel
Het huidige Arnemuiden, ook wel “nieuw Arnemuiden” genoemd, werd gesticht op de “Oostdijk”, in de parochie van Nieuwerkerke. De “oostdijk” omvatte wat nu de Langstraat en de Westdijkstraat zijn. Vanaf 1438 vestigden zich hier bewoners, en in 1466 kwamen stratenmakers uit Middelburg om de straten aan te leggen en het eerste stratenpatroon van Arnemuiden te creëren. De kroniekschrijver Reigersberg vermeldt rond 1462 dat er “veel huizen werden aangetimmerd ende een schoon capelle” werd gebouwd. Een archiefstuk uit 1497 bevestigt het bestaan van een kapel in het oosteinde van Arnemuiden, en een ordonnantie uit 1499 vermeldt dat de pastoor van Nieuwerkerke in de “kapel aan den dijk” preekte bij slecht weer.

De Bouw en Ontwikkeling van de Kruiskerk
Op 9 mei 1505 werd de eerste steen gelegd voor de nieuwe kapel op de Oostdijk, wat het begin markeerde van de kruiskerk, gewijd aan Sint Maarten. Opmerkelijk is dat deze kerk pas veertig jaar later, in 1545, de status van parochiekerk kreeg. De oorspronkelijke parochiekerk stond in Nieuwerkerke en was gewijd aan Sint Jan Baptist. Pas na 1545 werd de kerk van Nieuwerkerke afgebroken, met de laatste restanten en de toren in 1591 verwijderd. Het puin werd gebruikt voor de versterking van de zeedijk aan het Sloe. Nieuwerkerke bleef nog eeuwenlang bekend als “het oude kerkhof”.
De exacte ligging van de kruiskerk is af te leiden van de kadastrale kaart van 1804. De voorgevel aan de Marktzijde lag op dezelfde plek als de huidige kerk, en de kerk strekte zich aanzienlijk uit. De noordgevel en kapellen bevonden zich waar nu de pastorie, het verenigingsgebouw en de pastorie-tuin liggen.

De Kruiskerk als Centrum van Handel en Nijverheid
Tijdens de bloeiperiode van Arnemuiden in de 16e eeuw, ook wel de “gouden eeuw van Arnemuiden” genoemd, speelde de kruiskerk een belangrijke rol in handel en nijverheid. De zoutnering was van groot belang, en het nauwkeurig meten van zout was cruciaal om concurrentie en fraude te voorkomen. Gekeurde en gebrande maten voor zout moesten dagelijks worden teruggebracht naar de kruiskerk. Vrachtschippers uit Bretagne, bekend als Bertoenen of Bretons, voerden ruw baaizout en vaten wijn aan. Zij kregen in de kruiskerk een kapel toegewezen waar ze een altaar en een beeld van hun beschermheilige, Sint Yves, mochten oprichten.
Dichtbij of in de kruiskerk bevond zich een teerstoof, gebruikt door de lijnbaanhouders voor de productie van teer en pek voor scheepstouwen. In 1531 verkreeg Arnemuiden hiervoor een vergunning van Keizer Karel V. Rondom de kruiskerk waren acht kapellen gebouwd, die vóór de Reformatie werden gebruikt door gilden, waaronder het schippersgilde, timmerlieden, smeden, kleermakers, schoenmakers, herbergiers en schutterijen. In de late 16e eeuw werd een deel van de kruiskerk door zeilmakers gebruikt als werkplaats.
De Kruiskerk in de Rooms-Katholieke en Protestantse Periode
Tot 1567 was de kruiskerk een rooms-katholieke kerk, ongetwijfeld rijk versierd met beelden, altaren en schilderstukken. Arnemuidenaren moesten jaarlijks op Paasdag de gewijde olie (chrisma) in de hoofdkerk van Sint Jan te Nieuwerkerke halen, vergezeld van een processie en een mis. In 1545 stond de Bisschop van Utrecht toe dat de Sint Maartenskerk van Arnemuiden als parochiekerk mocht dienen, ter vervanging van die in Nieuwerkerke.
In 1562 gaf het stadsbestuur van Middelburg de opdracht om in de kerk af te kondigen dat iedereen die zich tijdens de eredienst misdroeg met een geldboete zou worden gestraft. De beeldenstorm van 1567 had ook impact op Arnemuiden. Beeldenstormers uit Middelburg vernielden beelden en altaren, en kregen in Arnemuiden steun van de plaatselijke hervormingsgezinden en Jan Ypensz, de plaatsvervanger van de baljuw.

Na de beeldenstorm duurde het tot 1574 voordat de hervormde eredienst in de kruiskerk plaatsvond. De hervormingsgezinden vroegen de Middelburgse kerkenraad om Johannis Back, de toenmalige pastoor, te bevestigen als predikant. Hoewel hij oorspronkelijk priester was, is het waarschijnlijk dat zijn prediking al reformatorisch was. De eerste officiële predikant na de Reformatie was ds. Hubertus Francisci, die van 1574 tot 1585 in Arnemuiden diende. Vanaf 1583 kreeg Arnemuiden een tweede predikant, ds. Thomas Brusckens.
Schade en Herstel van de Kruiskerk
Vanaf de bouw in 1505 had de Sint Maartenskerk een houten toren die in 1557 omwaaide. In 1564/1565 onderging de kerk een grote verbouwing, waarbij het vervallen westelijke deel werd afgebroken en de kerk en toren werden herbouwd. De kerk kreeg waarschijnlijk toen haar definitieve vorm. In 1565 was er een geschil tussen kerkmeesters en timmerlieden over hout geleverd voor de torenbouw.
De kruiskerk leed schade door de grote brand in Arnemuiden in 1566 en de verwoesting door de Spanjaarden in 1572. Een zware storm in 1582 deed de voorgevel instorten en het dak oplichten, waardoor de kerk ernstig werd beschadigd. De nieuwgebouwde toren moest worden afgebroken en een nieuwe werd geplaatst, gefinancierd door een belastingheffing toegestaan door Prins Willem van Oranje. In 1582 werd een nieuwe toren gebouwd en een “horologie met een accoort van clocken” aangekocht. In 1583 werd verzocht om het klokkenspel uit te breiden tot 17 of 18 klokken, wat resulteerde in het beroemde carillon dat meer dan 400 jaar dienst deed.

Ondanks de vele renovaties werd de kruiskerk uiteindelijk afgebroken in 1857 wegens bouwvalligheid. Op 31 maart 1858 werd de eerste steen gelegd voor een nieuwe kerk, ontworpen door J. Bourdrez. Dit gebouw, een recht gesloten zaalkerk met een geveltoren, vertoonde sobere vroeg neogotische elementen en was voorzien van een bijzonder astronomisch uurwerk.
De Gereformeerde Kerk en de Doleantie
Op 12 augustus 1888 werd de Gereformeerde Kerk in Arnemuiden geïnstitueerd als Nederduitsche Gereformeerde Kerk, voortkomend uit de Doleantie. Er bestond onvrede over de toestand van de Nederlandsche Hervormde Kerk, mede door een langdurige vacature van hervormde predikanten, toegeschreven aan een te laag traktement. De hervormde gemeente werd als ‘vrij orthodox’ beschouwd, maar stond onder het Algemeen Reglement van 1816, dat de zelfstandigheid van gemeenten beperkte en het zingen van liederen uit de bundel Evangelische Gezangen verplicht stelde.
De strijd tegen de vrijzinnigheid en het synodale gezag leidde in Amsterdam tot de oprichting van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (dolerende) op 16 december 1886, onder leiding van dr. A. Kuyper. Een Gereformeerd Kerkelijk Congres in januari 1887 besprak de verspreiding van de Doleantie door het land. Uiteindelijk besloot een deel van de hervormde gemeente in Arnemuiden, bestaande uit ongeveer tweehonderd leden, zich af te scheiden van de hervormde kerk, mede door de weigering van de kerkenraad om in te stemmen met de Doleantie.

Ds. J.H.M.G. Wolf van Serooskerke, die de Doleantie gunstig gezind was en kort daarvoor zelf Dolerend predikant was geworden, leidde op 12 augustus 1888 de Doleantie in Arnemuiden. De nieuwe kerkenraad werd gevormd en er werd verzocht het kerkgebouw ter beschikking te stellen. Dit verzoek werd afgewezen, waarna de Dolerenden hun diensten aanvankelijk hielden in de schuur van kerkenraadslid Cornelisse.
De Bouw van een Eigen Kerk
Na enkele jaren werden de diensten in de schuur te klein. De gemeente bracht fl. 1.000 bijeen om een eigen kerk te bouwen, een eenvoudig gebouw dat bekend stond als “het schuurtje” en aan de huidige Molenweg 4 werd gevestigd. De gemeente kende een moeilijke tijd, mede door een landbouwcrisis en lage lonen. Het beroepen van een predikant bleek een uitdaging vanwege het lage traktement. Uiteindelijk kon ds. J. Boeijinga in 1899 aangesteld worden.
Onder ds. Boeijinga ontstonden er initiatieven voor een christelijke jongelingsvereniging en een meisjesvereniging. De noodzaak voor een nieuwe kerk werd duidelijk toen de houten gereformeerde kerk als de enige van zijn soort op Walcheren werd beschouwd. In december 1902 werd besloten een nieuwe stenen kerk te bouwen, waarvoor een lening van fl. 7.000 nodig was. De bouwkosten bedroegen ruim fl. 8.000, exclusief de aankoop van het bouwterrein aan de Lionstraat. Op woensdag 2 december 1903 werd de nieuwe kerk, met een gevelsteen met de tekst Eben Haëzer, in gebruik genomen.

Kerkelijk Leven en Organisatie
In april 1904 besloot de kerkenraad tot het aanstellen van een “stokman” om de aandacht van kerkgangers tijdens de preken te bevorderen. Dit leidde echter tot conflicten, en de stokman werd ontslagen. Een klein orgeltje werd in mei 1904 aangeschaft, en het interieur van de kerk werd in 1907 opgeknapt. In 1911 veroorzaakte een storm schade aan kerk en pastorie.
De kerkenraad hield toezicht op de levenswandel van de gemeenteleden, met aandacht voor zaken als zondagsarbeid en overtredingen van het zevende gebod. Huwelijken met buitenkerkelijken en “vooruitlopen op het huwelijk” werden niet toegestaan.
De Rehobothkerk en de Hersteld Hervormde Kerk
Op 1 mei 2004 fuseerden de Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerk en de Evangelisch-Lutherse Kerk tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Een deel van de hervormde kerk was tegen deze fusie en vormde de Hersteld Hervormde Kerk. In Arnemuiden scheidde een deel van de orthodoxe hervormde gemeente zich af, bestaande uit 360 leden. Aanvankelijk werden diensten gehouden in Middelburg, en in 2005 werd een deel van een voormalige meubelzaak in Arnemuiden aangekocht als kerkgebouw, de Rehobothkerk.
Het gebouw heeft extern weinig kenmerken van een kerk, aangezien het andere deel van het pand nog commercieel wordt gebruikt. De kerkzaal biedt plaats aan ongeveer 350 kerkgangers. In 2017 werd een orgel uit 1968 geplaatst.

tags: #geschiedenis #hervormde #gemeente #arnemuiden