Inleiding: De SGP en haar grondslagen
De Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) is een Nederlandse politieke partij van reformatorische signatuur. De partij is opgericht in 1918 door ontevreden leden van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk-Historische Unie (CHU), die vonden dat de bestaande protestants-christelijke partijen hun ideologieën niet voldoende vertegenwoordigden. De SGP baseert haar standpunten op de Bijbel en de reformatorische belijdenisgeschriften, waaronder de Nederlandse Geloofsbelijdenis. De partij bevindt zich aan de rechts-conservatieve kant van het politieke spectrum en staat bekend om haar conservatief-christelijke inslag, waarbij de Bijbel en de Nederlandse Geloofsbelijdenis als leidraad dienen voor haar politieke standpunten.
De SGP is sinds 1922 onafgebroken vertegenwoordigd in de Tweede Kamer, wat haar de enige partij maakt die voor de Tweede Wereldoorlog in het parlement zat en nog steeds bestaat. De partij kent een stabiel zetelaantal, mede dankzij een trouwe achterban die voornamelijk afkomstig is uit de bevindelijk gereformeerde bevolkingsgroep. Deze achterban is geconcentreerd in de zogenaamde Bijbelgordel, een strook land die van Zeeland tot Staphorst loopt. De SGP streeft niet primair naar een meerderheid van de kiezers, maar vooral naar de handhaving en doorwerking van de beginselen die zij belijdt.

De SGP en het vrouwenkiesrecht: Een historische ontwikkeling
Vroege standpunten en de invoering van vrouwenkiesrecht
Vanaf haar oprichting in 1918 hanteerde de SGP het standpunt dat vrouwen, op grond van de Bijbel, geen regeermacht toekomt. In het eerste partijprogramma wees de partij het vrouwenkiesrecht af. Toen in 1922 het actief vrouwenkiesrecht werd ingevoerd, riep de SGP vrouwen uit haar achterban op om - ondanks de opkomstplicht - niet te gaan stemmen. De partij heeft vrouwen echter nooit formeel verboden om te gaan stemmen. In de beginjaren werden sommige weigeraarsters beboet, en enkelen kregen zelfs plaatsvervangende hechtenis omdat zij weigerden de boete te betalen. Na verloop van tijd gingen echter steeds meer vrouwen stemmen.
Druk van binnenuit en van buitenaf
Vanaf de jaren zestig kwam de afwijzing van het vrouwenkiesrecht binnen de SGP onder druk te staan. De vrouwenemancipatie leidde ertoe dat binnen de linkervleugel van de partij de opvatting ontstond dat de uitsluiting van vrouwen van het kiesrecht onjuist was. Dit werd een van de thema's in het conflict tussen de vernieuwingsgezinde stroming en de reactionaire Landelijke Stichting tot Handhaving van de Staatkundig Gereformeerde Beginselen. Tegelijkertijd begon de partij aan de linkerzijde stemmen te verliezen door de oprichting van de Reformatorische Politieke Federatie (RPF) en de goede reputatie van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV).

Compromissen en juridische strijd
In 1989 werd, als gevolg van de genoemde druk, het standpunt over het actief vrouwenkiesrecht in het beginselprogramma afgezwakt. Het werd aan de vrouw zelf overgelaten of zij de stembusgang kon verenigen met haar geweten, waarbij het actief kiesrecht niet werd beschouwd als een uitoefening van het regeerambt. Tegelijkertijd bleef het standpunt gehandhaafd dat het "zitting nemen van de vrouw in politieke organen" "strijdt met de roeping van de vrouw".
In 1984 waren enkele vrouwen lid geworden van de Haagse kiesvereniging van de SGP. Dit leidde tot discussies en juridische procedures. Door een maas in de statuten konden in 1984 enkele vrouwen lid worden. In 1993 legde de SGP expliciet vast dat vrouwen geen lid konden worden, wat veel kritiek opleverde. Toen de partij in 1994 haar derde Tweede Kamerzetel verloor, schreef zij dit verlies deels toe aan haar vrouwenstandpunt. In 1996 werd bepaald dat vrouwen buitengewoon lid konden worden, wat betekende dat zij wel mochten meedenken, maar niet mee beslissen.
Onder druk van een bij de rechter afgedwongen subsidiestop en van de eigen linkervleugel werd in 2006 het lidmaatschap opengesteld voor vrouwen. De redenering hierbij was dat lid zijn van een politieke partij nog niet gelijkstond aan regeren. Wel werden vrouwen expliciet uitgesloten van politieke functies.

Juridische en formele wijzigingen in het kiesrecht
De rol van de Hoge Raad en het Europees Hof
Op 9 april 2010 droeg de Hoge Raad de Staat der Nederlanden op om maatregelen te nemen zodat de SGP het passief kiesrecht aan vrouwen zou toekennen. In 2012 werd de klacht die de SGP tegen deze uitspraak indiende bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens niet ontvankelijk verklaard.
Formele toekenning van passief kiesrecht
Op 16 maart 2013 besloot de partij formeel het passief kiesrecht aan vrouwen toe te kennen. Dit werd vastgelegd middels een aanvulling op het algemeen partijreglement, hoewel het artikel in het beginselprogramma over het regeerambt van kracht bleef.
'Politica' - documentaire over 100 jaar vrouwenkiesrecht
Vrouwen in politieke functies na wetswijzigingen
Ondanks de formele continuïteit in haar uitgangspunt over de rol van de man en de vrouw, heeft de SGP in de loop der jaren haar opvattingen over de praktische toepassing van haar bezwaren tegen deelname van vrouwen aan de politiek gewijzigd. Vanaf 2013 werd het formeel mogelijk dat vrouwen op kieslijsten van de SGP komen.
Op 26 augustus 2013 werd Lilian Janse-van der Weele door de SGP-kiesvereniging te Vlissingen gekozen als lijsttrekker voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2014. Voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2018 werd in Amsterdam Paula Schot als lijsttrekker aangewezen. Op 29 oktober 2020 werd Paula Schot beëdigd als wethouder van de gemeente Schouwen-Duiveland, een functie waarin zij tot in 2024 aanbleef.
Anno 2022 heeft de SGP 51 wethouders en 277 gemeenteraadsleden in 86 gemeenten. De partij levert wethouders in diverse gemeenten, waaronder Barneveld, Molenlanden, Neder-Betuwe, Reimerswaal en Scherpenzeel.

tags: #staatkundig #gereformeerde #partij #wikipedia