De Geschiedenis en Betekenis van het Adventslied "O Kom, O Kom Immanuël"

Inleiding: Een Lied met een Lange Geschiedenis

Het lied LvdK Gezang 125, "O kom, o kom Immanuël", kent een rijke en lange geschiedenis, waarin zowel de vorm als de functie van het lied aanzienlijk zijn veranderd. Dit artikel belicht enkele cruciale fasen in de evolutie van dit adventslied en introduceert een nieuwe tekst (LB 466) die de oorspronkelijke intentie van het lied beter weerspiegelt.

De Oudste Wortels: De "O"-Antifonen

De vroegste oorsprong van deze adventshymne ligt in een handschrift uit het einde van de 9e eeuw, bekend als het Liber responsalis S.Gregorii Magni. Dit manuscript, bewaard in Compiègne, Frankrijk, wordt ook wel het 'Antifonale van Compiègne' genoemd vanwege de overwegend antifonen die het bevat. Gregorius de Grote, die de kerkmuziek hervormde en waarnaar het gregoriaans is vernoemd, wordt geassocieerd met dit werk.

Wat zijn Antifonen?

Antifonen zijn korte teksten die een psalm of een canticum (een bijbels lied zoals het Magnificat of Benedictus) inleiden. Ze zijn niet alleen muzikaal van belang voor het aangeven van de toonsoort, maar vatten ook de essentie van de psalm samen. Door deze samenvatting kan dezelfde psalm op verschillende momenten in het liturgische jaar een andere lading krijgen, afhankelijk van de antifoon die eraan voorafgaat. Deze antifonen zijn oorspronkelijk bedoeld voor het getijdengebed, met name de Vespers (avondgebed), en werden in de week voor Kerstmis gezongen als antifoon bij het Magnificat.

De "O"-Roep en de Messiastitels

De teksten van deze antifonen zijn niet direct ontleend aan het canticum uit Lucas 1, maar putten wel uit bijbels gedachtegoed, voornamelijk uit het Oude Testament. Ze danken hun naam "O"-Antifonen aan de gemeenschappelijke aanvangroep: de "O"-acclamatie. Deze "O" versterkt de roep tot Christus. Een fascinerend aspect is dat wanneer de messiastitels in omgekeerde volgorde worden gelezen (Emmanuel, Rex Gentium, Oriens, Clavis David, Radix Jesse, Adonay, Sapientia), de initialen de woorden Ero cras vormen, wat betekent "morgen zal ik er zijn". Zo is in de roep om de komst van de Messias, in omgekeerde volgorde, het antwoord van Christus reeds ingesloten. Dit doet denken aan het slot van de Openbaring van Johannes, waar de herhaalde uitroep "Zie, Ik kom met spoed" en het antwoord van de bruid "Kom!" uiteindelijk leiden tot de belofte "Ja, Ik kom met spoed!".

Een middeleeuwse illustratie van een antifoon of een gregoriaanse partituur

De Ontwikkeling tot een Hymne in de Twaalfde Eeuw

De "O"-Antifonen waren zeer populair, en in de twaalfde eeuw werden ze samengevoegd tot één grote hymne. De oorspronkelijke antifonen werden hierbij omgewerkt tot strofen, en de bewerker voegde een refrein toe. De volgorde werd aangepast; de hymne begint nu met Emmanuel en eindigt met Sapientia.

Het Refrein: Een Mix van Bronnen

Het refrein van de hymne kent diverse bronnen. Het is deels ontleend aan de laatste "O"-Antifoon (die nu de eerste strofe vormt over de messiaanse titel Emmanuel). Verder wordt de "veni" (kom!) uit de antifonen naar het refrein verplaatst. Deze "veni" sluit aan bij de veelgehoorde uitroep in oude adventliturgieën: Veni ad liberandum nos (Kom ons redden). De "veni" vinden we ook terug in de adventpsalm 80(79) ("Qui regis Israel intende..."). Tevens is in het refrein het antifoon van de derde adventszondag verwerkt, de zogenaamde Gaudete-zondag, naar Filippenzen 4:4: "Verblijdt u in de Heer te allen tijde" (Gaudete in Domino semper), en de bovengenoemde Psalm 80(79).

Nederlandse Vertalingen en Bewerkingen

Willem Barnard (1920-2010) schreef zijn eerste versie van het lied, die in het Liedboek voor de Kerken (LvdK) terechtkwam, in navolging van de Engelse bewerking van J.M. Neale. De Engelse vorm, "O come, o come Emmanuel", is te horen op een CD van het Kings College Choir, Cambridge. De titel van deze CD doet de opname echter geen recht, aangezien het een Evensong betreft, een Anglicaanse vesperdienst.

Barnard's Verdere Ontwikkeling

Bij nader inzien was Willem Barnard niet tevreden met zijn eerste poging om dit eeuwenoude lied in het Nederlands weer te geven. Hij publiceerde een nieuwe versie die de Latijnse oorspronkelijke tekst nauwkeuriger volgt, de volgorde herstelt en die volgens hem de tekst van gezang 125 in het LvdK zou moeten vervangen. In gezang 125 zijn de messiaanse titels Sapientia (Wijsheid) en Rex Gentium (Koning der volkeren) verdwenen. De nieuwe versie, die later in het Liedboek (LB) als gezang 466 verscheen, herstelt deze titels en de oorspronkelijke volgorde.

Een schematische weergave van de evolutie van de

De Cypriotische Muziektraditie en de Uitbreiding van de Antifonen

In de Nationale Bibliotheek te Turijn bevindt zich een handschrift met Cypriotische muziek uit de periode 1359-1432, een tijd van culturele en muzikale bloei op Cyprus. Dit is de enige bron voor Cypriotische middeleeuwse muziek. Vanwege de Franse overheersing op Cyprus is de Franse invloed op de muziek aanzienlijk. De derde sectie van dit manuscript bevat 41 motetten in Franse stijl, waaronder een cyclus van negen antifonen voor de adventstijd. Naast de oorspronkelijke zeven antifonen was er in de late middeleeuwen een achtste antifoon toegevoegd voor de vesper van 24 december, vaak het populaire "O Virgum Virgimum".

De tekst in dit manuscript is echter complex en niet altijd verstaanbaar, omdat de componist de tekst "versierde" met veel extra tekst. De muziek stond voorop. Deze ongeveer zeshonderd jaar oude muziek kan overweldigend zijn bij een eerste kennismaking.

Verschillende Versies en hun Context

Het is belangrijk op te merken dat er meerdere versies van de tekst bestaan: LvdK 125, EL 99 (Evangelische Liedbundel) en LB 466. De tekst van EL 99 is op 29 november 2013 vervangen door die van LB 466.

De Nieuwe Versie van Willem Barnard (LB 466)

De woorden van gezang 466, zoals geschreven door Willem Barnard in de jaren '80 van de vorige eeuw, raken diep. Ze tonen hoe middeleeuwse teksten, veertig jaar geleden hertaald, nog steeds actueel kunnen zijn voor kerk en samenleving. De tekst, in combinatie met de melodie die al sinds kindsheid in de Adventstijd wordt gehoord, raakt opnieuw. Het lied gaat niet voorbij aan de schraalheid, waanzin en duisternis van onze tijd, maar beschrijft de harde realiteit met de bede: "Daag op, o grote dageraad… verjaag de nacht… maak uw toekomst rozerood". Het is een eeuwenoud lied, gezongen in nood, met een oproep tot blijdschap.

Enkele strofen uit Lied 466:

  • O wijsheid, daal als vruchtbare taal! de waanzin voert het hoogste woord. O kom, o kom, Emmanuel!
  • en maak uw toekomst rozerood! O kom, o kom, Emmanuel!
  • Emmanuel, bewijs uw naam! maak Israël gerust en stil. O kom, o kom, Emmanuël!

Het zingen en overdenken van dit lied, en anderen te horen zingen, is essentieel. Het helpt om te leven en samen te werken met mensen die het soms duister voor ogen zien en niet goed weten hoe het verder moet, zowel in de wereld als in de kerk. De nood is soms groot, de oogsten schraal. Erkenning hiervan en het zoeken naar hoop op het licht van de dageraad is nodig, zeker in uitdagende tijden, zoals het voortgezette ambt als classispredikant.

Een afbeelding van een kerkkoor dat zingt tijdens een adventsdienst

Het Nieuwe Liedboek en het Gereformeerd Kerkboek

Op 9 en 23 mei jl. vonden besprekingen plaats over de werkzaamheden van de deputaten Liturgie & Kerkmuziek. De Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) hebben een nieuw liedboek aanvaard, waarmee zij 1016 liederen rijker zijn geworden. De vraag is echter wat "aanvaarden" precies betekent: is het gebruik verplicht? Wordt het de nieuwe standaard waaraan alles getoetst moet worden?

Identiteit en Oecumene

Er was een sterke drang binnen de GKv om zich te profileren als kerken die aansluiten bij de brede oecumene, om erbij te horen en zich te scharen achter "de oecumenische protestantse standaard". Dit ging gepaard met de wens om afstand te nemen van alles wat nog riekt naar het gereformeerde verleden. Een protestants/evangelisch/vrijzinnig liedboek werd gezien als een uitstekend middel hiertoe.

De Discussie over het Gereformeerd Kerkboek (GKB)

De vervolgbespreking op 9 juni ging over de inhoud van een eigen vrijgemaakt kerkboek, naast de 1016 liederen in het Nieuwe Liedboek (NLB). Dit leidde tot een stevige en ingewikkelde discussie, met lijsten van liederen die er wel of niet in moesten. Thema's als muzikaliteit, dichterlijkheid, schriftuurlijke inhoud, deskundigheid, omvang, kosten en tijdschema's kwamen aan bod.

Twee Stromingen in de Discussie

  1. Identiteitsprojectie: De ene stroming wilde een kerkboek dat de gereformeerde identiteit weerspiegelt. Dit boek zou, naast psalmen, belijdenisgeschriften, gebeden en liturgische formulieren, een ruime selectie aan gezangen bevatten voor diverse gelegenheden. Het zou een zelfstandig en compleet karakter moeten hebben, een basis aan liederen die het kerkvolk zich eigen maakt. Andere liedbronnen konden aanvullend gebruikt worden.
  2. Primaire Bron NLB: De andere stroming beschouwde het nieuwe liedboek als de primaire bron van liederen. Het GKB moest, naast niet-liedonderdelen, alleen die gezangen bevatten die niet in het NLB staan, maar die men toch wilde behouden. Een minderheid die het NLB niet wil invoeren, zou niet gefaciliteerd moeten worden.

De tweede stroming heeft de discussie beslecht. Van de ongeveer 180 gezangen in het 'oude' kerkboek zijn er nog slechts 74 over.

De Samenstelling van het Nieuwe GKB

Veel geliefde liederen zijn geschrapt, niet altijd omdat ze onacceptabel waren, maar vaak omdat ze ook in het NLB te vinden zijn. Dit resulteert in een "kreupel kerkboek". Kerken die volledig op het NLB koersen, zullen het nieuwe GKB negeren. Degenen die weinig met het NLB ophebben, raken gefrustreerd door het schrappen van klassiekers. Deputaten hebben 13 liederen uit het oude liedboek geselecteerd die niet (meer) in het NLB voorkomen, en 17 liederen uit diverse bronnen, waarvan meer dan de helft van deputaat zr. R. Opvallend is ook de toevoeging van vier "Psalmen voor Nu".

De samenstelling van het nieuwe GKB is mede ongelukkig verlopen door de rol van de deputaten. Hun voorstellen voor het schrappen en aanvullen van liederen konden slechts met een 75% meerderheid worden overruled. Dit paradoxale resultaat, waarbij kerken zelf keuzes mogen maken uit een overvloed aan liederen, maar voor hun eigen kerkboek afhankelijk zijn van deputatenvoorstellen, illustreert de complexiteit. Pogingen om de klassieke versie van "Een vaste burcht is onze God" op te nemen, faalden met 21 voor en 12 tegen.

Een grafiek die de afname van het aantal gezangen in het Gereformeerd Kerkboek weergeeft

Liturgische Formulieren en Identiteit

Er was discussie over het gebruik van liturgische formulieren. Predikanten klaagden over bezwaren tegen het vrijelijk veranderen van formulierteksten in erediensten, wat in deze tijd als een aantasting van persoonlijke vrijheden wordt gezien. De vraag is of een eigen kerkboek nog zin heeft als de pastor de teksten naar eigen inzichten verandert.

Het veranderen van formulieren kan tot problemen leiden. Als een voorganger de formulering niet mooi vindt, kan hij deze aanpassen. Maar als het om inhoudelijke aanpassingen gaat, zeker met betrekking tot de leer, luistert het nauw. De synode zag in dat het aanpassen van liturgische formules, zoals die bij het Avondmaal, tot problemen met rechtsgelijkheid en rechtsgeldigheid kan leiden. Dit probleem werd doorgeschoven naar de deputaten Herziene Kerkorde.

Het GKB is bedoeld als een identiteit presenterend document, dat belijden, zingend geloven, "omgangsvormen" en "rituelen" weergeeft. Het schijnt uniek te zijn in de wereld dat kerken een eigen liedboek samenstellen met een beperkte selectie.

De Plaats van de Psalmen

Er werd aandacht gevraagd voor de plaats van de psalmen in de erediensten. Ze dreigen langzamerhand verdrongen te worden door de overvloed aan liederen (minstens 2000). Tellingen van het aantal keren dat psalmen of liederen in de liturgie voorkwamen, suggereren een trend waarbij minder uit psalmen wordt gezongen, vaak slechts een of enkele verzen, terwijl andere nummers geheel worden gezongen.

Dit patroon lijkt zich te herhalen in verschillende gemeenten, behalve in orthodox-gereformeerde signatuur en afgescheiden kerken. De constatering is dat er een "wildgroei" is en dat ieder doet wat goed is in eigen ogen, met als gevolg dat de plaats voor psalmen steeds kleiner wordt.

(De verhalen achter de kerstliederen) Video 1: O kom, o kom Emmanuel

Achtergrondinformatie over de Liedboekversies

Het lied "O kom, o kom Immanuël" is gebaseerd op de zogenaamde o-antifonen van de zeven dagen vóór Kerstmis. De tekst is vertaald/bewerkt door Willem Barnard. De oorspronkelijke versie van het lied had een andere beginregel: "Op aarde plant het kwaad zich voort". Het lied is in een andere vertaling ook bekend als "O wijsheid, daal als vruchtbare taal".

De o-antifonen zijn zeven antifonen die in de Rooms-katholieke liturgie worden gezongen voor en na het Magnificat in de Vespers van 17 tot en met 23 december. Elke antifoon begint met de aanroeping van de nieuwgeboren Heer met een andere erenaam/titel, voorafgegaan door de uitroep ‘O’.

Willem Barnard gaf aan dat hij in een eerdere poging uitging van een Engelse versie die de melodie volgde zoals die ook in het Liedboek voor de Kerken (1973) staat. Deze versie beperkte zich tot vijf strofen en volgde de o-antifonen in omgekeerde volgorde. Hij achtte het wenselijk de tekst van de Latijnse bewoordingen nauwkeuriger te volgen, in de klassieke rangschikking, beginnend bij Sapientia en eindigend met Emmanuel, terwijl hij de bekende liedvorm en melodie respecteerde.

In de versie van Liedboek 2013 (LB 466) is het persistente "veni veni" (o kom) losgelaten en is het "wees blij" van het keervers vervangen door "verblijden".

De Ontwikkeling van het Gereformeerd Kerkboek (GKB)

De bundel Gereformeerd Kerkboek verscheen voor het eerst als proefbundel in 1975, met een definitieve versie in 1986. Een herziene editie kwam uit in 2006, met een aanzienlijke uitbreiding van het aantal gezangen. In 2017 verscheen de versie Gereformeerd Kerkboek 2017, waarin de psalmen gelijk zijn aan die van 2006.

De bundel is bedoeld als aanvulling op het Liedboek, met liederen die kenmerkend zijn voor de identiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Liederen die al in het Liedboek staan, zijn niet opnieuw opgenomen, zelfs niet als het om een andere vertaling gaat. Wel zijn liederen opgenomen die nauw verbonden zijn met de eigen spiritualiteit en het belijden van de GKv. De bundel bevat 108 gezangen, ingedeeld volgens de rubricering van het Liedboek.

tags: #gezang #125 #gereformeerd #kerkboek