De Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) hebben op 9 en 23 mei jl. een nieuw liedboek, het Liedboek 2013 (NLB), aanvaard, waarmee de kerken 1016 liederen rijker zijn geworden. Deze aanvaarding roept echter vragen op over de verplichting tot gebruik, de rol van het boek als mogelijke nieuwe standaard voor muzikale en poëtische stijl, en de schriftuurlijke inhoud. Dit besluit lijkt enigszins wonderlijk, aangezien de synode kort daarvoor fundamenteel gebroken had met de traditionele kerkliedtraditie binnen deze kerken. Dit roept de vraag op waarom de synode zich dan nog uitspreekt over een specifiek liedboek, terwijl gemeenten, kerkenraden en predikanten al vrij zijn om te kiezen uit diverse bundels zoals Opwekkingsliederen, Zingend Geloven, het oude Liedboek, of nieuwe liederen uit krantenpublicaties.
De drang om zich te profileren als kerken die aansluiten bij de brede oecumene was duidelijk merkbaar tijdens de synodebesprekingen. Er leek een wens te zijn om niet langer in een 'eigen klein kringetje' of 'vrijgemaakte wereldje' te denken, en afstand te nemen van alles wat nog herinnert aan het gereformeerde verleden. Een protestants/evangelisch/vrijzinnig liedboek wordt hierbij gezien als een geschikt middel. Hoewel de synode geen besluit had hoeven nemen, omdat gemeenten al vrij waren in hun keuze, werd het besluit om het NLB te aanvaarden gezien als een manier om de 'breed-oecumenische standaardvlag' te planten.
De discussie op zaterdag 9 juni richtte zich vervolgens op het Gereformeerd Kerkboek (GKB). De kernvraag was wat de functie van dit nieuwe kerkboek moest zijn, naast de 1016 liederen in het NLB. Deze discussie was intens en complex, met uiteenlopende meningen over welke liederen wel en niet opgenomen moesten worden, welke gezangen in het huidige GKB stonden maar niet in het NLB, en omgekeerd. Thema's als muzikaliteit, poëzie, schriftuurlijke inhoud, de expertise van deputaten, omvang, kosten en enquêteuitslagen kwamen aan bod, wat de discussie voor sommigen zelfs verwarrend maakte.
De Identiteit van het Gereformeerd Kerkboek
Er tekenden zich twee stromingen af met betrekking tot de functionaliteit van het nieuwe kerkboek:
Stroming 1: Weerspiegeling van Gereformeerde Identiteit
Deze stroming bepleitte een kerkboek dat de gereformeerde identiteit weerspiegelt. Dit boek zou, naast psalmen, belijdenisgeschriften, gebeden en liturgische formulieren, een brede selectie aan gezangen moeten bevatten. Het zou gebruikt moeten worden in erediensten en diverse andere bijeenkomsten, zoals gemeentevergaderingen, kerkenraden en verenigingen. Het doel was een kerkboek met een zelfstandig en compleet karakter, dat een basis vormt van liederen die kerkgangers en hun kinderen zich eigen zouden moeten maken. Andere liedbronnen, zoals het NLB en Opwekkingsliederen, zouden aanvullend gebruikt kunnen worden, mits passend binnen het profiel van de plaatselijke gemeente.
Stroming 2: Primaire Rol voor het Liedboek 2013
De andere stroming was fel gekant tegen deze benadering en beschouwde het recent aanvaarde Liedboek 2013 als de primaire bron van liederen. Het nieuwe GKB zou, naast de niet-liedonderdelen, alleen de gezangen moeten bevatten die niet in het NLB staan, maar die men toch wilde behouden. Er werd expliciet gesteld dat een minderheid die het NLB niet wil invoeren, niet gefaciliteerd moest worden, en dat een GKB met een ruime selectie aan liederen dit zeker niet zou stimuleren.
Het is inmiddels duidelijk dat de tweede stroming de discussie heeft gewonnen. Van de ongeveer 180 gezangen in het 'oude' kerkboek zijn er slechts 74 overgebleven. Dit is niet altijd omdat de synode de liederen niet meer acceptabel acht, hoewel sommige liederen zoals 'Klein, klein kindje' wel degelijk afvielen. Veel liederen zijn geschrapt omdat ze ook in het NLB te vinden zijn. Dit resulteert in een 'kreupel kerkboek', waarbij kerken die volledig het NLB omarmen het nieuwe GKB links laten liggen, en kerken die minder affiniteit hebben met het NLB gefrustreerd raken door het verdwijnen van geliefde klassiekers.
Om dit te compenseren, hebben de deputaten 13 liederen uit het oude liedboek toegevoegd die niet in het NLB voorkomen (waarom deze niet zijn opgenomen in het NLB blijft onduidelijk). Daarnaast zijn 17 liederen uit diverse bronnen opgenomen, waarvan meer dan de helft afkomstig is van deputaat zr. R. Opvallend is ook de toevoeging van vier 'Psalmen voor Nu'. De vraag rijst waarom deze selectie zo beperkt is, en waarom kerken niet zelf uit dit repertoire kunnen kiezen, net zoals ze dat doen uit het NLB en Opwekking.
De belangrijkste reden voor deze samenstelling is de focus van de meerderheid van de synode op het nieuwe liedboek. Daarnaast speelde de rol van de deputaten een cruciale rol. Hun voorstellen voor het schrappen en aanvullen van liederen werden nauwelijks betwist, aangezien zij als deskundigen werden beschouwd. De synode legde zichzelf de restrictie op dat een door deputaten afgekeurd lied alleen kon worden opgenomen als 75% van de stemmen tegen het deputatenvoorstel was. Dit creëert een paradoxale situatie: enerzijds erkent de synode dat kerken prima zelf keuzes kunnen maken uit een breed repertoire, anderzijds worden ze bij het samenstellen van het eigen kerkboek overgeleverd aan deputatenkeuzes die slechts met een driekwartmeerderheid overruled konden worden.
Een schrijnend voorbeeld hiervan is de poging om de klassieke versie van het lied 'Een vaste burcht is onze God' in het kerkboek op te nemen, wat resulteerde in 21 stemmen voor en 12 tegen. Het daadwerkelijke gebruik van het eigen kerkboek zal mede afhangen van de noodzaak om het te gebruiken. Zoals eerder aangegeven, zullen degenen die het willen gebruiken, zoveel missen dat er waarschijnlijk geen enthousiast gebruik zal ontstaan.

De Rol van Liturgische Formulieren
Tijdens de synode werd ook gediscussieerd over het gebruik van de liturgische formulieren. Predikanten klaagden over eerdere bezwaren tegen hun vrijheid om formulierteksten aan te passen. In de huidige tijd wordt dit als een aantasting van persoonlijke vrijheden gezien. Dit roept de vraag op of een eigen kerkboek nog zinvol is op dit punt. Als predikanten de teksten naar eigen inzicht aanpassen, waarom zouden kerkgangers dan nog het kerkboek meeslepen om mee te lezen? Veel (jongere) kerkgangers nemen trouwens al geen Bijbel meer mee.
Het veranderen van formulieren kan leiden tot problemen. Als een voorganger een formulier aanpast omdat hij de formulering niet mooi vindt, of inhoudelijk iets wil wijzigen, kan dit problematisch zijn, vooral als het om de leer gaat. Formulieren worden immers op synodaal niveau vastgesteld. De vraag is of een predikant die preken vrijelijk aanpast, ook zou accepteren dat een lezer zijn preek naar eigen inzicht verandert.
Er was echter ook een groep die de liturgische formules naar believen wilde kunnen veranderen, bijvoorbeeld die bij het Avondmaal. Dit is geen theoretisch probleem; er zijn gevallen bekend van predikanten die weigeren de vastgestelde liturgische formules te gebruiken en er hun eigen verhaal van maken. Hoewel de synode de gevaren van deze 'veranderdrift' inzag, met mogelijke problemen voor rechtsgelijkheid en rechtsgeldigheid bij bijvoorbeeld bevestigingen in het ambt of huwelijksbevestigingen, kon men er niet direct uitkomen. Het probleem werd doorgeschoven naar de deputaten Herziene Kerkorde.
De Plaats van de Psalmen en de Toekomst van het Kerkboek
De vraag naar de plaats van de psalmen in de erediensten kwam ook aan bod. Er is de vrees dat psalmen langzaam worden verdrongen door de overvloed aan liederen. Er zijn berekeningen die suggereren dat er minstens 2000 liederen beschikbaar zijn. Observaties van kerkdiensten laten zien dat er over het algemeen maar een of enkele verzen uit psalmen worden gezongen, terwijl andere liederen vaak volledig worden gezongen. Deze trend lijkt zich voort te zetten, met uitzondering van gemeenten van orthodox-gereformeerde signatuur en afgescheiden kerken.
Een afgevaardigde uitte zijn bezorgdheid: "We lopen voor onze verantwoordelijkheid weg, laten wissels omgaan. Er is wildgroei: ieder doet wat goed is in eigen ogen, we laten het maar aan de kerken over. Waar blijft nog plaats voor de psalmen? Je houdt verhoudingsgewijs niets over."
De vraag rijst ook over de toekomst van het kerkboek in relatie tot de Bijbel. De huidige Bijbel bevat nog 41 gezangen, belijdenisgeschriften, formulieren en gebeden, en de kerkorde. Het is onduidelijk of het nieuwe GKB ook in een Bijbelversie zal verschijnen, zodat het als één boek meegenomen kan worden naar bijeenkomsten, of dat het een puur commerciële uitgave wordt.
Er wordt gesuggereerd om te kijken naar de rechten van het oude GKB. Kerken die het nieuwe GKB niet zullen gebruiken, vanwege de koppeling aan het NLB en de nieuwe kerkorde, zouden het oude GKB nog steeds kunnen gebruiken, aangezien dit nog steeds bruikbaar is.
Waarom vond de Protestantse Reformatie plaats?
tags: #gezang #67 #gereformeerd #kerkboek