Introductie
Dit document biedt een gedetailleerd overzicht van de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in Sneek en Koudum, met een focus op de predikanten die hier actief waren en de kerkelijke ontwikkelingen die plaatsvonden. De informatie is deels geautomatiseerd en kan nog fouten bevatten, maar wordt voortdurend gecorrigeerd.
De Vroege Periode: Onrust en Afscheiding in Sneek
Na de Franse tijd kende Sneek een economisch moeilijke periode, wat ook de kleine man trof. De toekomst van de groeiende arbeidersbevolking leek weinig rooskleurig. Ook de behoeftige gemeenteleden van de hervormde Grote- of Martinikerk in Sneek zagen zich geconfronteerd met problemen.
De inhoud van de prediking in de Sneker kerk wekte steeds meer ontevredenheid. Er was sprake van een 'halfslachtig mengsel van orthodoxie en vrijzinnigheid', al gold dit niet voor elke predikant. In 1835 telde de Martinikerk drie predikanten:
- Ds. Lukas Fockens (1807-1850): Bezette de hervormde kansel gedurende lange tijd.
- Ds. A. Moolenaar: Kwam in 1824 naar Sneek en vertrok in 1835 naar Middelburg.
- Ds. D.A. de Groot: Broer van de Groninger hoogleraar dr. Ds. Ds. Fockens.
Ds. Fockens predikte het 'onversneden Woord Gods', wat op weerstand stuitte bij zijn vrijzinnige collega's. In 1819 dienden zij zelfs een aanklacht tegen hem in. Fockens werd veroordeeld om, staande voor zijn eigen preekstoel, te luisteren naar een boetpredikatie van de vrijzinnige predikant van Ysbrechtum en moest de proceskosten betalen.
Ds. D.A. de Groot was een aanhanger van de Groninger Richting, die zich verzette tegen de confessionele richting binnen de hervormde kerk. Deze richting baseerde zich op geschriften uit de Verlichting, die de 'onmogelijkheid van de oud-gereformeerde leer op bepaalde wezenlijke punten' hadden aangetoond.

Conventikels en de Groeiende Onvrede
In Sneek, net als op veel andere plaatsen, kwamen bezwaarde hervormde gemeenteleden bijeen in geheime huissamenkomsten, zogenaamde conventikels. Hier lazen ze preken van 'oudvaders' (rechtzinnige theologen uit vervlogen eeuwen), bevroegen elkaar over het geloofsleven, en baden en zongen samen psalmen. Leidende figuren in deze beweging waren bakker Joh. Andriessen (1780-1844), schipper Kramer, en verfwinkelier en lakfabrikant Nicolaas Borneman (1794-1865).
In 1834 schreef Nicolaas Borneman een brochure getiteld “Hij maakt te niet de gedachten der arglistigen (…)”. Hierin bekritiseerde hij de koers van de hervormde synode, die volgens hem leidde tot de ondermijning van de zuivere gereformeerde leer. Hij verwees daarbij naar een boekje van de Groninger professor P. Hofstede de Groot, die door velen als vrijzinnig werd beschouwd.
Catecheseermeester Van der Horst werd door de Sneker kerkenraad ontslagen omdat hij catechisatie gaf aan de hand van het orthodoxe boekje “Voorbeeld der Godlijke Waarheden voor eenvoudigen” van ds. Abraham Hellenbroek (1658-1731).
Ook voorgangers van buiten Sneek bezochten de bijeenkomsten, zoals de oefenaar J.W. Vijgeboom (1773-1845) uit Axel. Op 20 april 1835 hield hij een toespraak in een drukbezochte huissamenkomst, terwijl ds. Moolenaar in de Martinikerk afscheid preekte.
Het aantal gemeenteleden dat toevlucht zocht in de conventikels groeide enorm. Vanaf 1833 vonden deze bijeenkomsten niet meer na, maar tijdens de hervormde kerkdiensten plaats. De toenemende 'stoutheid' van leraren om valse leerstellingen te verspreiden, leidde tot een toename van deze samenkomsten.
Veel gemeenteleden bezochten ook hervormde kerken in de omgeving van Sneek waar rechtzinnige predikanten stonden.
De Instituering van de Christelijke Afgescheidene Gemeente
Op 25 juni 1835 bezocht ds. H. de Cock (1801-1842), de eerste Afgescheiden predikant in Nederland, Sneek. Hij werd gastvrij ontvangen bij Joh. Andriessen in de Nauwe Burgstraat.
Op 3 oktober 1835 dienden Borneman, Kramer en Andriessen een brief in bij de hervormde kerkenraad waarin zij hun lidmaatschap opzegden. De redenen waren de overtuiging dat de zuivere leer niet meer in de Nederlandse Hervormde Kerk te vinden was en dat de kerkelijke wetten niet werden gehandhaafd naar Gods Woord. Elf gemeenteleden scheidden zich op deze datum af.
Op vrijdag 27 november 1835 werd de Christelijke Afgescheidene Gemeente in Sneek geïnstitueerd door ds. H. de Cock. Hij bevestigde Ate Jentjes Harstra, Johannes Andriessen en Nicolaas Borneman als ouderlingen, en Willem Nieuwenhuis en Anne Gerrits Bakker als diakenen.
Eind november sloten zich nog eens vijfenzestig hervormde gemeenteleden uit Sneek en omgeving aan bij de nieuwe gemeente.

Kerkelijke Ontwikkelingen en Uitdagingen
Onderzoek en Interne Spanningen
De hervormde kerkenraad achtte het tijd voor een onderzoek naar de gebeurtenissen. Ds. Lucas Fockens vroeg ontheffing van deze taak, omdat hij zich ongemakkelijk voelde bij de situatie. Hij voelde zich verwant met de Afgescheidenen, maar wilde de hervormde kerk van binnenuit herstellen.
In februari 1836 werd de eerste kerkenraadsvergadering van de Afgescheiden Gemeente gehouden, onder leiding van ds. S. van Velzen (1809-1896), een van de eerste Afgescheiden predikanten.
Er werden afspraken gemaakt om 'dwalingen en ketterijen' te weren door geen oefenaars zonder toestemming van de kerkenraad toe te laten. Ook werd bepaald dat er op zondag niet gekocht en verkocht mocht worden en dat kerkdiensten ijverig bijgewoond dienden te worden.
Verzoekschriften en Overheidstoezicht
De Friese Afgescheiden gemeenten probeerden erkenning van de overheid te verkrijgen om zo vervolgingen en beperkingen te ontlopen. Op 21 december 1835 werd een gezamenlijk Fries verzoekschrift naar de koning gestuurd, onder meer vanwege het verbod van de Friese gouverneur om zonder toestemming met meer dan twintig personen in conventikels samen te komen.
De Afgescheidenen stonden onder nauwlettend toezicht. Op 3 januari 1836 greep de politie in tijdens een bijeenkomst in de woning van Johannes Olingius, waar meer dan vijftig personen aanwezig waren. De aanwezigen werden bevolen te vertrekken na het zingen van psalm 68 vers 1.
Begin maart 1836 stuurde de gouverneur van Friesland een detachement militairen naar Sneek, waar ongeveer vijfenzestig personen in de woning van Borneman aanwezig waren. Op bevel van de burgemeester ging men uiteen.
De Afgescheiden Gemeente van Sneek werd in 1836 'gesplitst door en onder toezicht van den Weleerwaarde dom. S. van Velzen, in drie gemeenten': Sneek, Deersum en Tirns.
Er ontstonden interne spanningen in de Sneker gemeente, deels door beschuldigingen van onrechtzinnigheid tegen Borneman en de vermeende verwardheid van zijn toespraken.
Erkenning en Nieuwe Kerkenbouw
In 1841 werd de gemeente door de overheid erkend, wat het einde betekende van de angst voor vervolgingen en de beperking van het aantal kerkgangers.
Nicolaas Borneman en Johannes Andriessen ontbraken op het verzoekschrift dat in 1841 aan de koning werd gestuurd. Andriessen schreef in 1837 een brochure over zijn redenen om zich van de Afgescheiden Kerk af te scheiden, omdat hij de oude Dordtse Kerkorde wilde terugroepen.
Na het vertrek van ds. Van Velzen in 1839, werd hij opgevolgd door ds. R.W. Duin (1797-1843), en later door ds. T.F. de Haan (1791-1868) in 1841.
De jonge gemeente had als tijdelijke samenkomstplaats een zaal gehuurd in een koffiehuis annex herberg. Men was echter op zoek naar een ander onderkomen.
De gemeente kende een moeilijke periode, met leden die terugkeerden naar de hervormde kerk of het conventikel. Tussen 1846 en 1848 werden er geen notulen gemaakt en was het kerkgebouw zelfs enige tijd gesloten.
In 1848 vatte men echter weer moed. De groei van de gemeente in het naburige Scharnegoutum, waar interne onenigheid was ontstaan, leidde ertoe dat sommigen daarvan zich aansloten bij de gemeente in Sneek.
In 1850 werd ds. K.J. van Goor (1816-1882) beroepen in Sneek. Hij deed intrede op 17 november 1850. De groei van de gemeente leidde tot de aanbesteding van een nieuwe kerk aan de Lemmer(straat)weg in mei 1851.
Ds. Van Goor was regelmatig lid van de generale synode en curator van de Theologische School in Kampen. Hij stond bekend om zijn snelle spraak, hoewel kerkdiensten soms wel drie uur konden duren.
In 1863 werd hij opgevolgd door ds. S. Evenhuis (1834-1867).
Mijn moeder was een 'moffenmeid' | Bevrijding op locatie | ANDERE TIJDEN
Predikanten in Sneek-Koudum
Pieter de Jong werd geboren op 19 juli 1950 in Veendam. Hij studeerde theologie in Kampen en werd in 1979 vrijgemaakt gereformeerd predikant in Sneek-Koudum. Daarna diende hij de gemeenten in Siegerswoude-Frieschepalen (1984-1988) en Oldehove (1991). Eind jaren tachtig was hij ook enkele jaren legerpredikant.
Ds. De Jong ging in 1995 met emeritaat, maar bleef verbonden aan Oldehove.

Lijst van Predikanten en Data (selectie)
| Naam Predikant | Periode | Locatie |
|---|---|---|
| Ds. P. Pieter de Jong | 1979 | Sneek-Koudum |
| Ds. P. Pieter de Jong | 1984-1988 | Siegerswoude-Frieschepalen |
| Ds. P. Pieter de Jong | 1991 | Oldehove |
| Ds. Lukas Fockens | 1807-1850 | Sneek (Hervormd) |
| Ds. A. Moolenaar | 1824-1835 | Sneek (Hervormd) |
| Ds. D.A. de Groot | N.v.t. | Sneek (Hervormd) |
| Ds. H. de Cock | 1835 | Sneek (Afscheiding) |
| Ds. S. van Velzen | 1836-1839 | Sneek (Afscheiding) |
| Ds. R.W. Duin | 1839-1843 | Sneek (Afscheiding) |
| Ds. T.F. de Haan | 1841-1843 | Sneek (Afscheiding) |
| Ds. K.J. van Goor | 1850-1851 | Sneek (Afscheiding) |
| Ds. S. Evenhuis | 1863-1867 | Sneek (Afscheiding) |