Het thema waar we vandaag vanuit de Bijbel over willen nadenken, betreft Israël en de uitstorting van de Heilige Geest. Dit gaat over het Pinksterfeest en de relatie daarvan met Israël. We beginnen met het bekende gedeelte uit Handelingen 2, dat spreekt over de uitstorting van de Heilige Geest.
De Uitstorting van de Heilige Geest op Pinksterdag
In Handelingen 2, vanaf het eerste vers, lezen we: "En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen." De vraag rijst: wie zijn deze 'allen'?
De Groep van 120 Personen
In vers 15 wordt vermeld dat Petrus opstond te midden van de broeders, en dat er een groep van ongeveer 120 personen bijeen was. Deze groep was bijeengekomen omdat de Heer Jezus hen na zijn hemelvaart had opgedragen om bij elkaar te blijven en te wachten op de uitstorting van de Heilige Geest door de Vader. Op dat moment klonk er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag, die het hele huis vulde waar zij zaten. Er verschenen tongen als van vuur, die zich verdeelden en op ieder van hen neerzetten. Allen werden vervuld met de Heilige Geest en begonnen in andere talen te spreken, zoals de Geest hen ingaf.

Het Vuurverschijnsel en de Heilige Grond
Het verschijnsel van vuur dat zich op ieder van hen zette, doet denken aan de aanwezigheid van Gods heiligheid. Dit zien we ook in het Oude Testament, bijvoorbeeld in Exodus 3, waar Mozes bij de brandende braamstruik staat. Daar hoort hij de stem: "Blijf staan, want waar je staat is heilige grond." Wanneer de Heilige Geest, Gods Geest, wordt uitgestort op de 120 Joden die bijeen zijn, verschijnt dat vuur. De heiligheid en heerlijkheid van God verdelen zich over hen. Hoewel de Heilige Geest in het Oude Testament al aanwezig was, vaak individueel op koningen, priesters of profeten, is er nu sprake van een uitstorting op 120 gewone mensen - oud en jong, mannen en vrouwen, slaven en vrijen - die allen in het maatschappelijk leven verschillende functies bekleedden. Allen worden in één keer deelachtig van de Heilige Geest.
Het Pinksterfeest: Oorsprong en Betekenis
Dit evenement wordt het Pinksterfeest genoemd, een van de feesten die destijds in de tempel werden gevierd. Oorspronkelijk was het Pinksterfeest het feest van de oogst, van de eerstelingen waarvoor God werd gedankt. Later kreeg het ook de betekenis van het herdenken van de Torah, de Heilige Wet Gods, die God aan Mozes gaf en die leidde tot het verbond van de wet tussen God en Israël. De bedoeling van deze wet, met zijn 613 geboden en verboden, was de mensheid de weg te wijzen naar een vreedzame samenleving en een gezond lichaam, met voorschriften over voeding, hygiëne en economische handelspraktijken. De verwachting was dat deze wet uiteindelijk vanuit Jeruzalem door alle volkeren gevolgd zou worden.

Eerstelingen en de Uitstorting van Wet en Geest
De uitstorting van de Heilige Geest op Pinksterdag betrof 120 personen, de eerstelingen, en niet de vele duizenden Joden die mogelijk in Jeruzalem waren. Dit kan vergeleken worden met de uitstorting van de wet aan Mozes, die ook gezien kan worden als een soort eersteling voor Israël. Israël moest deze wet praktiseren en als voorbeeld laten zien aan de volkeren. In de toekomst zou deze wet alle volkeren en hun leven op aarde gaan beheersen.
Het Wonder van de Talen
Vanaf vers 5 van Handelingen 2 lezen we dat er Joden in Jeruzalem waren, afkomstig uit alle volken onder de hemel. Deze Joden, die elders in het Romeinse Rijk woonden, kwamen naar Jeruzalem voor het feest. Toen het geluid van de wind en het vuur klonk, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want ieder hoorde de discipelen in zijn eigen taal spreken. Er wordt gediscussieerd of dit een hoorwonder was (iedereen hoorde in zijn eigen taal spreken) of een spreekwonder (de discipelen konden plotseling vreemde talen spreken). Het ging hier echter steeds om Joden die, hoewel opgenomen in de cultuur van die dagen, mogelijk het Hebreeuws of Aramees niet meer vloeiend spraken. Het wonder doorbrak dit, en ieder hoorde hen in zijn eigen streektaal spreken. De aanwezigen waren buiten zichzelf van verwondering.
De genoemde groepen, zoals Parthen en Elamieten, vertegenwoordigen de diverse streken waar deze Joden vandaan kwamen. De aanwezigen waren Joden en jodengenoten. Jodengenoten zijn mensen die zich tot het jodendom hebben bekeerd, met alle bijbehorende rituelen en verplichtingen, en die daarom met andere Joden naar Jeruzalem kwamen om Joodse feesten te vieren.

Petrus' Verklaring: De Profetie van Joël
Toen de menigte verbaasd was, sprak Petrus hen toe vanaf vers 14. Hij verklaarde dat zij niet dronken waren, maar dat dit was wat de profeet Joël had voorspeld: "En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees. Uw zonen en dochters zullen profeteren, uw jongelingen zullen gezichten zien, uw ouderen zullen dromen dromen. Ja, zelfs op Mijn dienstknechten en dienstmaagden zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren."
De Profetie van Joël en de Eerstelingen
Petrus benadrukte dat de uitstorting van de Geest niet op alle aanwezigen plaatsvond, maar op de 120. Dit paste bij de profetie van Joël, die sprak over de uitstorting van Gods Geest op alle vlees, van hoog tot laag, oud tot jong, man tot vrouw. Petrus citeerde verder uit Joël: "En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalmen. De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt."
Net zoals de Geest niet op alle Joden werd uitgestort op die Pinksterdag, vonden ook de apocalyptische verschijnselen uit Joël 2 nog niet plaats. Dit betekent dat de profetie van Joël een eindvervulling wacht. Wat op Pinksterdag gebeurde, was een voorproefje, een soort eerstelingsgebeuren dat liet zien wat het betekent wanneer de Heilige Geest op mensen wordt uitgestort. De apocalyptische verschijnselen zullen in de toekomst plaatsvinden, gevolgd door een nieuwe uitstorting van de Heilige Geest op heel Israël, wat zal leiden tot de redding van heel Israël, zoals de apostel Paulus in Romeinen 9-11 beschrijft.
Wat er met Pinksteren gebeurde en waarom het belangrijk is
Paulus en het Mysterie van Israël
Paulus worstelde met het feit dat nog niet alle Joden de Geest hadden ontvangen. Hoewel hij geroepen was als apostel voor de heidenen, ging hij altijd eerst naar de synagogen om het evangelie te verkondigen. Echter, wanneer hij over Jezus sprak, ontstond er onrust en weerstand bij de Joden. Dit leidde tot zijn overpeinzingen over een mysterie dat gaande was:
De Heidenen en de Geest
In het begin van Handelingen kwamen na de uitstorting van de Geest duizenden Joden tot geloof. Maar toen in Handelingen 10, voor het eerst, de Heilige Geest werd uitgestort op niet-Joden (Cornelius en zijn huis), veranderde de dynamiek. Petrus, na een visioen, ging het huis van Cornelius binnen, een Romein, en verkondigde het evangelie. Op Cornelius en zijn omgeving viel de Heilige Geest. Dit was de komst van het evangelie voor de heidenen. God koos Paulus, een Joodse rabbi, als apostel voor de heidense wereld. Vanaf dat moment kwam er nauwelijks nog een Jood tot geloof, ondanks Paulus' inspanningen.
Gedeeltelijke Verharding
Paulus legt dit uit in Romeinen 11 als een gedeeltelijke verharding over Israël. Deze verharding is niet totaal, want de Joden kennen God en hebben een verbond met Hem. Ze hebben echter een blinde vlek voor wie Jezus is. Zolang dit proces voortduurt, zullen er eerstelingen uit Israël blijven komen - Joodse christenen of messiasbelijdende Joden. Deze kleine groep is een garantie voor een toekomstige grote oogst.
De gedeeltelijke verharding blijft totdat de volheid van de heidenen binnengaat. Wanneer het inzamelingswerk van de Heilige Geest, de verkondiging van het evangelie, voltooid is en het volle getal uit de wereld is verzameld, zal God zich weer naar Israël keren. Dan zal Israël, als Zijn eerstgeboren Zoon, de volle oogst van het begrijpen wie Jezus werkelijk is, ervaren.

tags: #glashouwer #kerkdienst #gemist