Het protestantisme is een van de drie grote stromingen binnen het christendom, naast het rooms-katholicisme en de oosters-orthodoxe kerken. Deze stroming kwam in de zestigende eeuw voort uit kritiek op praktijken en leerstellingen van de middeleeuwse Katholieke Kerk, wat leidde tot diverse pogingen tot hervorming: de Reformatie.
Kenmerkend voor het protestantisme is de nadruk op de studie van de Bijbel, niet alleen door theologen maar ook door gewone gelovigen. Navolgers van hervormers zoals Maarten Luther en Johannes Calvijn kregen voet aan de grond in verschillende delen van Europa, wat leidde tot de oprichting van evangelisch-lutherse, hervormde en gereformeerde kerken.
Verschillen met het Katholicisme
De eenheid is een direct verschil tussen het protestantisme en het katholicisme. Terwijl de Katholieke Kerk één structuur heeft met een centrale leider en gedeelde leer, kent het protestantisme meer dan 5000 verschillende stromingen, wat algemene uitspraken bemoeilijkt.
Een ander verschil ligt in het concept van heiligheid. Katholieken geloven dat de Kerk heilig is door de werking van de Heilige Geest en het toedienen van sacramenten. Protestanten geloven niet altijd dat de kerk op zich heilig is of dat deze nodig is om heilig te worden. Buiten het doopsel hebben protestanten meestal geen sacramenten zoals in de Katholieke Kerk. Ook geloven protestanten niet altijd in heiligen; zelfs Maria wordt door velen niet als heilig beschouwd.
Het woord 'katholiek' betekent 'algemeen', wat inhoudt dat de Kerk voor iedereen is gesticht, ongeacht afkomst, leeftijd, geslacht of achtergrond, en dat de leer wereldwijd hetzelfde is. Hoewel protestantse gemeenschappen over het algemeen ook universeel zijn, zijn er uitzonderingen waarbij bepaalde groepen worden uitgesloten.
De katholieke Kerk is apostolisch, wat betekent dat ze is ontstaan uit de apostelen en hun leer wordt verkondigd door hun opvolgers: de bisschoppen en de paus. Veel protestantse gemeenschappen kennen deze bisschoppelijke structuur niet, of hebben geen wettelijke opvolgers van de apostelen. Ook hebben protestanten vaak geen priesters, maar dominees, die doorgaans wel gehuwd zijn en ook van het vrouwelijke geslacht kunnen zijn.

Historische Ontwikkeling van het Protestantisme
Het woord 'protestantisme' is afgeleid van het Latijnse 'protestari', wat "publiekelijk verklaren" of "getuigen" betekent. De naam is specifiek te herleiden tot een historische gebeurtenis tijdens de Rijksdag van Spiers in 1529, waar Luthers-gezinde vorsten en steden een bezwaarschrift indienden tegen de poging van keizer Karel V om de kerkhervorming terug te draaien.
Verwante protestbewegingen waren al in de Middeleeuwen te vinden, zoals de ideeën van John Wycliffe in de 14e eeuw en Jan Hus aan het begin van de 15e eeuw, die zich verzetten tegen de macht en rijkdom van de Kerk en wezen op grote gebreken in de organisatie ervan. Een belangrijke omwenteling vond plaats in 1517 toen Martin Luther 95 stellingen publiceerde, met name gericht tegen de handel in aflaten.
Rond dezelfde tijd bracht Zwingli in Zwitserland een soortgelijke beweging op gang. Hun ideeën verspreidden zich snel door Europa, mede dankzij de uitgevonden boekdrukkunst, en vormden een belangrijke aanzet voor de Reformatie. Op de Rijksdag van Spiers in 1529 protesteerden de lutherse deelnemers tegen het terugdraaien van het besluit dat hen rechtszekerheid zou verschaffen en vrije keuze in de organisatie van de eredienst zou geven.
De godsdienstoorlogen die volgden, resulteerden in het principe 'cuius regio, eius religio' ("In wiens gebied men woont, diens godsdienst moet men belijden"). In Noord- en West-Europa overheerste het protestantisme, terwijl het rooms-katholicisme dominant bleef in Midden- en Zuid-Europa. Oorlogen zoals de hugenotenoorlogen in Frankrijk en de Dertigjarige Oorlog in Duitsland speelden zich af in de late 16e en vroege 17e eeuw.
De Godsdienstvrede van Augsburg (1555) en de Vrede van Westfalen (1648) leidden tot territoriale afbakeningen waarbij Duitse vorsten hun geloof aan hun onderdanen konden voorschrijven. In Frankrijk kende Hendrik IV in 1598 met het Edict van Nantes beperkte godsdienstvrijheid toe aan de hugenoten, wat in 1685 werd herroepen.
Kernprincipes en Praktijken
Binnen de meeste stromingen in het protestantisme berust alle gezag bij de Bijbel (sola scriptura). De gelovigen bepalen zelf, op grond van hun interpretatie van de Bijbel, wat God van hen verwacht. Kenmerkend is ook dat een authentiek en persoonlijk geloof in Jezus Christus doorslaggevend is in de relatie met God (sola fide). Meer vraagt God niet om de mens goedgezind te zijn (sola gratia).
In tegenstelling tot de rooms-katholieke kerkstructuur met haar hiërarchie van priesters, bisschoppen en de paus, kent het protestantisme geen centrale gezagsinstantie die de leer bepaalt. Dit heeft in het verleden geleid tot vele afscheidingen.
Binnen het katholicisme kent men Maria- en heiligenverering. Als gevolg hiervan verschillen ook de kerkgebouwen: rooms-katholieke kerken zijn vaak versierd met beelden van heiligen en afbeeldingen, terwijl veel protestantse kerken geen beelden kennen. De hoeveelheid versiering in protestantse kerken verschilt per stroming.
Protestanten geloven dat iemands zonden vergeven worden door het geloof in Jezus Christus (sola fide). Binnen het protestantisme wordt gesproken over het heilig Avondmaal, waarbij algemeen Jezus' lijden voor de zonden wordt herdacht. De opvattingen hierover variëren per stroming. Bij een aantal kerkgenootschappen worden vrouwen toegelaten tot het ambt en kunnen zij dominee worden.
Protestanten vieren de dienst altijd in de landstaal, terwijl katholieken dit pas na het Tweede Vaticaans Concilie deden.
Diversiteit binnen het Protestantisme
Het protestantisme bestaat zelf weer uit een groot aantal verschillende substromingen. In Nederland is de Protestantse Kerk het grootste protestantse kerkgenootschap, naast een groot aantal gereformeerde en andere protestantse kerken. De verzuiling in de twintigste eeuw leidde tot uiteenlopende organisaties op specifiek protestantse grondslag.
In België vormen protestanten een minderheid van naar schatting 2 tot 3% van de bevolking. De Verenigde Protestantse Kerk in België (VPKB) is een van de kerkgenootschappen, ontstaan uit een fusie van eerdere kerken. Zij heeft ruim honderd plaatselijke gemeenten. Evangelische kerken, Pinksterbewegingen en andere charismatische bewegingen winnen ook in België aan aanhang en hebben zich grotendeels verenigd in de Federale Synode van Protestantse en Evangelische kerken in België. De VPKB en de Federale Synode vormen samen de Administratieve Raad van de Protestants-Evangelische Eredienst (ARPEE) als vertegenwoordiging richting de Belgische staat.

Belgisch protestantisme (deel 1): historie

Uiterlijke Kenmerken van Protestantse Kerken
Het herkennen van een protestantse kerk van binnenuit kan variëren, maar er zijn enkele kenmerken die vaak voorkomen. Protestantse kerken neigen naar eenvoudige decoratie, wat de nadruk op het woord van God boven visuele symbolen weerspiegelt. In tegenstelling tot katholieke kerken hebben protestantse kerken vaak geen altaar en ook geen kruisbeelden.
Het stereotype beeld van een protestantse kerkdienst is dat van een predikant die in toga op de kansel staat te preken, vergelijkbaar met een priester in een katholieke kerk achter het altaar. Deze beelden kloppen in zoverre dat in de protestantse traditie het Woord centraal staat, terwijl in de Rooms-Katholieke Kerk de eucharistie centraal staat.
In de meeste kerkgebouwen neemt het orgel een belangrijke plaats in en is het vaak onontbeerlijk voor de liturgie. De Reformatie begon als een hervorming van de liturgie, waarbij Luther de eucharistie wilde bevrijden van onzuivere praktijken en geloofsvoorstellingen. Dit leidde tot vragen over wat er gebeurt wanneer men samenkomt in de kerkdienst.
Het is belangrijk op te merken dat er veel verschillende denominaties binnen het protestantisme zijn, en sommige kunnen afwijken van deze algemene kenmerken.

tags: #hebben #protestanten #uiterlijke #kenmerken