De Hervormde gemeente van Watergang heeft een rijke geschiedenis, die teruggaat tot de 17e eeuw. In 1640 werd een verzoek ingediend om bij te dragen in de kosten van een nieuwe kerk in Watergang, wat resulteerde in een octrooi verleend door de Staten van Holland in datzelfde jaar. Tevens werd toestemming verleend voor de aanleg van een kerkhof rondom de te bouwen kerk.

De Bouw en Vroege Geschiedenis van de Kerk
De kerk werd gebouwd als een eenvoudig gebouw van gebakken steen en was gereed in 1642, zoals aangegeven door het jaartal boven de ingang aan de westkant. Het gebouw is vormgegeven als een halve tienhoek en voorzien van normale steunberen. In 1832 onderging de kerk een vernieuwing, en recentere restauraties vonden plaats in 2002/2003. De huidige toren werd in 1985 gebouwd, ter vervanging van de toren die in 1975 werd gesloopt. Tussen 1975 en 1985 kende Watergang geen toren.
De klok in de toren draagt een bijzondere inscriptie: "-V. Bergen- De Duitse schennershand heeft het niet zo kunnen branden, noch gieten het metaal tot een doodzaaiend lot of mijn hernieuwde stem zingt door de lage landen tot een bevrijd geslacht het manend “Eer zij God”. Watergang 1949 -Heiligerlee-".
Interieur en Kunstschatten
Het interieur van de kerk herbergt diverse 17e-eeuwse elementen. Het houten gewelf, de banken en de preekstoel dateren uit deze periode. De eikenhouten preekstoel is verfraaid met vijf panelen die scènes uit het leven van Johannes de Evangelist, de Boodschap aan Maria, de Aanbidding door de herders, de Aanbidding door de Wijzen en de Doop van Johannes voorstellen.
Het doophek, afkomstig uit de tijd van Lodewijk XVI, toont het algemene wapen van Waterland, namelijk een zwaan. Tevens bevindt zich in de kerk een bijzonder 17e-eeuws scheepje dat aan het gewelf hangt. Er wordt aangenomen dat dit driemastermodel vervaardigd is door Pieter Vroom, een inwoner van Watergang. Volgens de overlevering werd Vroom, die opgroeide in het weeshuis te Landsmeer, tijdens een reis gevangengenomen door Barbarijse zeerovers en als slaaf verkocht. Zijn dorps- en streekgenoten zouden het losgeld bijeengebracht hebben om hem vrij te kopen. Uit dankbaarheid zou Vroom dit fraaie oorlogsschip hebben gemaakt, dat nu als stille getuige van hun offervaardigheid in de kerk hangt.

Een ander opmerkelijk object is het bord waarop Mozes met de tafelen der Wet staat afgebeeld, dat rond het jaar 1700 werd vervaardigd.
Het Pijporgel
Het kleine, maar fraaie pijporgel is afkomstig uit de Lutherse Kerk van De Rijp. Het werd omstreeks 1815 gebouwd door de bekende Amsterdamse orgelbouwer Knipscheer senior. Het orgel heeft de volgende dispositie:
- P cant 4 voet
- Bourdon 8 voet (bas en discant)
- Prestant 8 voet (discant)
- Viola di gamba 8 voet (discant)
- Fluit 4 voet
- Octaaf 2 voet
- Mixtuur (bas en discant)
Scheepsmodellen in Kerken
Scheepsmodellen behoren tot de minder bekende kerksieraden in Nederland en worden vaak vermeld in kerkarchieven. Vóór de Reformatie in de 16e eeuw werden deze scheepjes vaak als "votief" geschenk aan de kerk geschonken, als een soort tegenprestatie voor een verkregen uitkomst. De traditie om scheepjes te schenken, die ontstond vanuit de Gereformeerde kerk, bleef bestaan nadat deze kerk haar positie van "heersende kerk" verloor in de Franse tijd en later de naam Nederlandse Hervormde Kerk kreeg. De scheepjes bleven behouden als kerkelijk bezit.
In de 17e eeuw werden de scheepsmodellen in de kerken aangeduid met termen als "hangscheepje" en "sierscheepje", later ook wel "balkhanger". Meestal werden de termen "sceepen", "schepien" of "scheepje" gebruikt om aan te geven dat het om een model ging. De namen van de bouwers en schenkers zijn vaak niet bekend.
De oudste scheepjes werden gemaakt van een massief blok hout, een methode die minder tijdrovend was dan het bouwen op spanten. Deze "blok"-methode was goed bruikbaar voor iedereen met enige handigheid. Het gewicht van een zachte houtsoort was belangrijk voor het ophangen. Een blokmodel kan een scheepsvorm goed weergeven, waarbij de romp aan de onderzijde nauwkeuriger werd bewerkt, omdat men er van onderaf tegenaan keek. Dit kon leiden tot optische vertekeningen, zoals een te ondiep onderschip of te lange masten.
Er bestaan twee typen blokmodellen: massieve en uitgeholde. Bij massieve modellen werd de romp slechts enkele centimeters uitgehold, terwijl bij uitgeholde modellen het blok geheel werd uitgehold. Deze laatste methode werd vaak toegepast bij modellen van spiegelschepen, die een platte achterkant bezaten. Ook het scheepje in Watergang is op deze manier tot stand gekomen.
Een spantmodel werd opgebouwd uit losse onderdelen, beginnend met de kiel en vervolgens de gebogen spanten, die vaak uit meerdere delen bestonden. De scheepshuid werd plank voor plank aangebracht, in gladde of overnaadse beplanking.
Hoewel het bouwjaar van de kerk 1642 is, duidt de uitvoering van het scheepsmodel in Watergang op een vroeg 18e-eeuwse oorsprong, waarschijnlijk rond 1725. Dit wordt ondersteund door de ronde marsen en de vorm van de romp. De samengestelde boegspriet was midden 17e eeuw niet gebruikelijk. De bouwer, mogelijk Pieter Jacobsz. Vroom, nam echter artistieke vrijheden, waarbij het visuele resultaat voorop stond.
Het scheepje is vermoedelijk een Oost-Indiëvaarder, hoewel VOC-kenmerken ontbreken. Het kan ook een West-Indiëvaarder zijn, een type schip uit circa 1725, met twee dekken en 42 stukken geschut. Het is een hangend blokmodel van 80 cm. De schaal is moeilijk vast te stellen, mede omdat het waarschijnlijk om een niet-bestaand schip gaat.
De oudste vermelding van het scheepje in de kerkmeesterrekeningen dateert van 5 september 1772, waarin melding wordt gemaakt van reparatiekosten. In de inventaris van 19 april 1822 wordt het model aangeduid als "Een balkhanger, zijnde een klein scheepje".
Het scheepje is gedetailleerd uitgevoerd, met een vergulde leeuw als schegbeeld, een verguld mensenhoofdje op het roer en verguldsel op de spiegel. Op echte schepen werden dergelijke versieringen vaak met gele verf geschilderd, en verguldsel kwam zelden voor, behalve bij jachten en soms bij vlaggenschepen. De spiegelbekroning bestaat uit twee dolfijnen met een wapenschild, dat echter is overgeschilderd. Tussen de hoekmannen is het wapen van Landsmeer te zien, zonder de gebruikelijke zeven pijlen. De romp van het goed onderhouden scheepje is groen geschilderd.
GLD doc 4 februari 2020 - Hannelore, het meisje uit de sekte
Context: De Hervormde Gemeente Ilpendam
Hoewel de focus ligt op Watergang, wordt ook kort de geschiedenis van de Hervormde Kerk in Ilpendam aangestipt. In 1408 wordt er reeds een kapel vermeld, die in 1446 werd vergroot. In 1544 had Ilpendam een parochiekerk. Door krijgsverrichtingen in de Tachtigjarige Oorlog is deze kerk waarschijnlijk verwoest. Het gebouw is in de loop der jaren zozeer gewijzigd dat enkel de vier schalkbeeldjes in de koorsluiting overblijfselen van de gotische kerk vormen. Diverse verbouwingen vonden plaats in 1656, 1723 en 1850. De toren en westgevel dateren uit 1868.
Het interieur van de Ilpendamse kerk bevat een eikenhouten preekstoel, een eiken doophek en een eiken herenbank, de zogenaamde Hofbank, versierd met leeuwenfiguren en wapens.
Het orgel in Ilpendam is oorspronkelijk gebouwd voor de kerk in De Rijp. Uit onderzoek is gebleken dat delen van het orgel ouder zijn dan 1728 en mogelijk afkomstig zijn van een orgel van Barend Smid uit 1665. In 1855 werd het orgel gekocht door de kerkvoogdij van Ilpendam en uitgebreid. In 1946 werd het verplaatst van het koor naar de huidige locatie.