Geschiedenis van Hervormde Kerk Eenigenburg en het protestantse kerkinterieur

Het kerkgebouw in Eenigenburg, met het bijbehorende kerkhof, werd in 1792 gebouwd op een terp. Deze terp is waarschijnlijk in de 14e eeuw aangelegd en zou een restant kunnen zijn van een grotere, deels afgegraven terp.

De kerk heeft een voorganger gehad die groter was, maar wegens ouderdom werd gesloopt. Binnenin de kerk bevinden zich een eikenhouten, gebeeldhouwde preekstoel uit 1698 en een orgel uit 1876, vervaardigd door Schölgens & v/d Haspel. De klokkenstoel is voorzien van een klok van Goebel Zael uit 1505. Rond 1880 werd een mechanisch torenuurwerk geïnstalleerd. Op het doophek staat het jaartal 1725 vermeld.

Sinds 1973 is het gebouw erkend als rijksmonument en staat het ingeschreven in het monumentenregister.

Historische foto van de Hervormde Kerk in Eenigenburg

De Reformatie en de inrichting van protestantse kerken

Met de Reformatie ondergingen de kerkgebouwen een herinrichting door de protestanten. Niet alle oude inventaris werd direct verwijderd; kansels, orgels, koorhekken, banken en zelfs doopvonten konden vaak deel blijven uitmaken van het kerkinterieur. Vervanging van deze onderdelen was in de loop der tijd eerder een kwestie van smaak dan van 'zuivering'. Het middeleeuwse doopvont uit de kerk te Noordeloos werd na de Reformatie bijvoorbeeld gebruikt als voet voor de preekstoel.

Meubilair en inventarisstukken uit de protestantse periode, beginnend vanaf de 17e eeuw, zijn in de Alblasserwaard in vrijwel alle oorspronkelijk middeleeuwse kerken aanwezig. Vanaf de 17e eeuw ontwikkelde zich het typisch protestantse kerkinterieur, met elementen zoals preekstoelen, herenbanken, kerkborden, koperwerk (kronen, lezenaars, doopbekkenhouders) en zilveren en tinnen avondmaalsstellen.

De centrale plaats van de preekstoel

Vanaf het begin was de preekstoel centraal gepositioneerd in de kerkruimte. In kerken met één beuk stond deze meestal aan de korte zijde, vaak tegen een schot dat het koor of de torentravee van de kerk afscheidde. Bij bredere, driebeukige kerken was de plaatsing tegen een pijler in de middenbeuk gebruikelijk, zoals in Ameide en Nieuwpoort. In Noordeloos stond de preekstoel tegen de zuidwand, recht tegenover de noorderdwarsarm met de herenbank. Tijdens restauraties is de positie van de preekstoel vaak aangepast om de meest ideale opstelling te vinden, mede met het oog op een economische rangschikking van de banken.

Veel van deze dooptuinen zijn bij restauraties verdwenen, verzaagd of ingekort.

Illustratie van een typisch 17e-eeuws protestants kerkinterieur met preekstoel

Herenbanken en het verbod op begraven in kerken

Herenbanken, gereserveerd voor de ambachtsheer van een dorp, zijn aanwezig vanaf de 17e eeuw. In de 19e eeuw werd het begraven in kerken verboden. Dit maakte de plaatsing van vaste banken mogelijk, wat voorheen niet het geval was.

Preekstoelen in de Alblasserwaard: variatie en ontwikkeling

De preekstoelen behoren tot het oudste meubilair in de hervormde kerken van de Alblasserwaard. Lang niet overal bevinden zij zich nog op hun oorspronkelijke plaats en in de oorspronkelijke configuratie. In de 18e en 19e eeuw kregen de meeste preekstoelen een verflaag, vaak een houtimitatie, een witte laag of marmering.

In de hervormde kerken van de Alblasserwaard zijn dertien preekstoelen uit de eerste helft van de 17e eeuw bewaard gebleven. Vijf daarvan zijn gedateerd. Ze zijn alle van eikenhout en zeszijdig van vorm, bestaande uit een klankbord, ruggeschot met een houten of koperen knop voor de baret van de predikant, een kuip, een voet of een lampet (een druppelvormige beëindiging) en een trapje.

Preekstoeltrappen zijn bij restauraties vrijwel altijd geheel of gedeeltelijk vervangen. De voeten van de preekstoelen vertonen variatie; veel zijn restauratieproducten, zoals die onder de preekstoel te Noordeloos.

De preekstoel van Noordeloos: een bijzondere constructie

Vóór 1966 stond de preekstoel in Noordeloos op een middeleeuwse stenen doopvont, die na de Reformatie van functie was veranderd. Het kwam vaker voor dat een niet meer gebruikte doopvont uit de voorreformatorische periode als voet voor een preekstoel diende. Bij restauraties worden gotische doopvonten soms 'in ere hersteld', waarbij de preekstoel een nieuwe, 'passender' voet krijgt.

Ontwerpkenmerken van preekstoelen

De kuipen van de preekstoelen worden gevormd door toogpanelen, die zich bevinden op de voetlijst en op het fries van de kroonlijst. De hoeken van de panelen zijn versierd met meegeknikte of overhoekse pilasters. Vanaf het midden van de 17e eeuw werden kolommen met fantasiekapitelen of een pilasterorde gebruikt, waarbij de Ionische orde de voorkeur genoot.

Figuratieve voorstellingen op de kuip zelf zijn in de Alblasserwaard zeldzaam, met uitzondering van kleine gevleugelde engelenkopjes in de zwikken van de preekstoel te Giessen-Nieuwkerk. Dergelijke voorstellingen komen wel voor op het ruggeschot.

  • In Hoornaar wordt het ruggeschot geflankeerd door opengewerkte vleugels met ranken en een vrouwenfiguur. De linker vrouwenfiguur symboliseert het Geloof, met een boek met kruis en de tekst 'Geloof' op de dwarsbalk. De rechter vrouwenfiguur symboliseert de Liefde.
  • Het ruggeschot van de preekstoel in de kerk van Nieuw-Lekkerland heeft vleugels in de vorm van een griffioen omgeven door bladwerk. De griffioen symboliseert Christus als koning van hemel en aarde.
  • Het hoofdgestel van het ruggeschot van de preekstoel te Oud-Alblas heeft twee consoles met leeuwekoppen.

Over het algemeen is het ruggeschot van een preekstoel voorzien van dezelfde decoratie als de kuip.

Klankborden en wapenschilden

Hoewel veel klankborden bij restauraties zijn vervangen, hebben enkele preekstoelen hun oorspronkelijke klankbord behouden. Die te Oud-Alblas, Bleskensgraaf (deels een restauratieproduct) en Nieuw-Lekkerland dragen (alliantie)wapens. De wapens op het klankbord van de preekstoel te Bleskensgraaf betreffen die van Ot Cornelis en Arie Michilis. Deze klankborden zijn rijkelijk versierd met bloem-, blad- en vruchtfestoenen, eenvoudige festoenen, consoles met acanthusbladeren en dubbele doekfestoenen met cherubkopjes.

De klankborden van de preekstoelen te Giessen-Nieuwkerk (Giessenburg) zijn uitzonderlijk versierd met doekfestoenen, kopjes en een knorrenlijst.

Detail van een 17e-eeuws klankbord met wapenschild

Preekstoelen uit de 18e en 19e eeuw

In de 18e eeuw veranderde de preekstoel in de kerken van de Alblasserwaard aanvankelijk weinig. De preekstoelen van Langerak en Ottoland dateren uit de eerste helft van de 18e eeuw. De preekstoel van Langerak werd tussen 1718 en 1723 vervaardigd door Johannis van Rossum uit Utrecht.

Preekstoel van Ottoland

De preekstoel van Ottoland is eenvoudiger van uitvoering, met paneelwerk dat afwisselend eindigt met een gebogen en een in- en uitgezwenkte afsluiting, en een ruitpatroon in de zwikken. De hele preekstoel staat tegen een schot met aan de uiteinden lisenen beschilderd met bandwerkmotieven.

Preekstoel van Sliedrecht

De kerk en inventaris van de Hervormde kerk van Sliedrecht werden in 1763 vernieuwd, met een ontwerp van J. van Aken. De preekstoel is in Rococo-stijl en vormt een eenheid met het doophek. Het ruggeschot, met zijn gebogen vorm, is versierd met rocaille snijwerk. Een cartouche siert het klankbord.

19e-eeuwse preekstoelen

In de 19e eeuw deden zich nauwelijks opmerkelijke veranderingen voor bij de preekstoelen. Enkele preekstoelen uit deze periode, waarschijnlijk uit hetzelfde atelier, zijn uitgevoerd in een late Lodewijk XVI-stijl. De panelen van kuip en ruggeschot zijn voorzien van medaillons met afhangende festoenen van laurierbladeren. De preekstoel in de Grote kerk te Gorinchem, daterend uit 1851, keert terug naar het zeszijdige type.

Het gebouw en de inventaris van de Hervormde kerk van Boven-Hardinxveld werden tussen 1861 en 1863 vernieuwd. De zeszijdige preekstoel met een vierkant klankbord werd in neogotische stijl uitgevoerd.

Restauratie-tekening van een 17e-eeuwse preekstoel

Dohekken en hun functie

Een doophek of dooptuin, gebruikt als 'omheining', werd voor of rond de preekstoel opgesteld. Indien er geen ruimte was voor een bank voor de voorzanger, beperkte men zich tot een verhoging achter het hek. De lezenaar was op het hek aangebracht. De tuin was bedoeld voor bijzondere plechtigheden zoals de doop, soms ook voor het avondmaal en de individuele geloofsbelijdenis.

Het doophek is een vaak kunstig gesneden houten schot of borstwering, onderscheiden in open en gesloten hekken. Van de negen bewaard gebleven doophekken in de hervormde kerken in de Alblasserwaard dateren er zeven uit de 17e eeuw, een uit de 18e en een uit de 19e eeuw.

Het oudste gedateerde doophek

Het doophek te Langerak is het oudst gedateerde voorbeeld. Het werd in 1645 gemaakt door een schrijnwerker en de plaatselijke timmerman Claes Jacobsz, naar voorbeeld van het verdwenen doophek in Groot-Ammers. Het hek bestaat uit paneelwerk aan de onderzijde, gedraaide balusters en wordt afgesloten door een geprofileerde lijst.

Stilistische eenheid van doophekken en preekstoelen

De doophekken van Bleskensgraaf, Nieuw-Lekkerland en Giessen-Nieuwkerk (Giessenburg) vormen stilistisch een geheel met hun preekstoel. In Bleskensgraaf staat het rijk gesneden doophek voor het middelste koor van de kerk uit 1948. De datering van doophek, preekstoel en herenbank, die samen een stilistische eenheid vormen, is 1658.

In Nieuw-Lekkerland staat voor de preekstoel een eikenhouten doophek uit het derde kwart van de 17e eeuw. Het fries is versierd met bloem- en vruchtenfestoenen.

Het doophek te Giessen-Nieuwkerk wordt stilistisch toegeschreven aan Jan Brouwers, die in 1684 de preekstoel vervaardigde.

Doophekken in de Grote kerk van Gorinchem

In de Grote kerk van Gorinchem dateert al het meubilair, inclusief preekstoel, dooptuin en bankenplan, van 1851. De inrichting van de nieuw gebouwde kerk was traditioneel, met een doophek dat voor de preekstoel in de middenbeuk staat. Aan beide kanten zijn de doopbanken eraan vastgebouwd.

Gedetailleerde foto van een 17e-eeuws doophek

Herenbanken: status en behoud

De heren- of ambachtsbanken, de rijkst uitgevoerde en oudste banken voor de plaatselijke heer, werden niet snel bij restauraties verwijderd. De meeste herenbanken hadden een luifel, soms gemarkeerd met een wapen. Luifels of hemels zijn niet altijd bewaard gebleven.

tags: #hervormde #kerk #eenigenburg