De Geschiedenis van de Hervormde Kerk van Katlijk

In 2025 viert het dorp Katlijk dat het 500 jaar een kerkdorp is. Ter ondersteuning van dit jubileumjaar is er onderzoek gedaan naar de eerste periode van de huidige stenen kerk. Dit verslag presenteert de bevindingen van dit onderzoek.

Een overzichtsfoto van de kerk van Katlijk, met de karakteristieke klokkenstoel aan de noordzijde.

Oorsprong en Vroege Geschiedenis

De geschiedenis van Katlijk gaat terug tot in de dertiende eeuw. Het is bekend dat er in 1254 een kapel stond, waarna langzaam een buurtschap ontstond. De parochie Kathaleke wordt in 1315 reeds genoemd. De oorspronkelijke kerk of kapel van Katlijk bevond zich waarschijnlijk in de omgeving van de huidige Breedsingel. Overblijfselen van deze eerste kerk, die vermoedelijk van hout was met een rieten dak, zijn niet aangetroffen. Het is mogelijk dat deze kapel op een kavelstrook lag die liep van De Knipe tot aan de Tjonger, vergelijkbaar met de situatie in Brongerga. De exacte locatie is echter niet met zekerheid vast te stellen.

De naam Katlijk wordt ook wel verklaard als afgeleid van 'leke', wat een waterlossing aanduidde. Het gebied werd traditioneel onderverdeeld in twee buurtschappen: Groot Katlijk (nabij de huidige W.A. Nijenhuisweg) en Klein Katlijk (nabij de huidige Weversbuurt). Op oude kaarten komt ook de naam Nij Katlijk voor.

In het jaar 1243 wordt in een oorkonde - 'de ecclesia in Bornde' - reeds melding gemaakt van een kerkgebouw in Katlijk. Deze kerk werd door de toenmalige Bisschop van Utrecht, Guy van Henegouwen, overgedragen aan de Commanderie van de Duitse Orde, die een klooster bezat te Nes bij Akkrum. Destijds behoorde het tegenwoordige Friesland tot het district Bornde, genoemd naar het riviertje de Boorn. Van de 29 kapellen die onder de moederkerk van Bornde vielen, behoorden er vijf tot het klooster te Nes: Nes, Katlijk, Luinjeberd, Rottum en Oudehorne.

De eerste bewoners van het gebied vestigden zich waarschijnlijk nabij de Tjonger, waar ze de eerste wegen aanlegden en land ontgonnen. Later trokken zij naar hoger gelegen gronden, met name het gebied tussen de huidige Breedsingel en de Bisschoplaan, dat in 1739 nog het 'dorpsland' werd genoemd. Dit was begrijpelijk, aangezien de Tjonger nog niet gekanaliseerd was en er voor 1500 geen dijken waren om het water te keren. De omgeving van de Breedsingel moest ook de eerste kerk of kapel huisvesten.

Een detail van de baksteen (rooswinkel) gebruikt in de kerk.

De Huidige Stenen Kerk: Ontstaan en Bouwjaar

In 1525 kreeg de buurtschap Katlijk een eigen stenen kerk, wat de status van het dorp verhoogde van een gehucht naar een echt dorp. Dit markeert het begin van de huidige Thomastjerke. Verschillende publicaties uit de 20e eeuw noemen 1525 als bouwjaar, soms met de toevoeging "rond" 1525. Dit bouwjaar wordt bevestigd door archeologisch onderzoek en de analyse van historische bronnen.

De kerk is opgetrokken uit rode 'rooswinkels', een baksteensoort die kenmerkend is voor de eerste helft van de 16e eeuw en de forsere kloostermoppen begon te verdringen. De laatgotische bouwtrant van het kerkje wijst eveneens op een bouwdatum rond 1525. De kerk is een torenloos zaalkerkje met een vijf-zijdig gesloten koor.

Het onderzoek heeft aangetoond dat het Thomaskerkje inderdaad rond het jaar 1525 is gebouwd. Dit wordt ondersteund door diverse bronnen, waaronder het Corpus Roemeling en de bevindingen van archeoloog Herre Halbertsma, die een bouwdatum rond 1525 noemt op basis van de bouwtrant en het type baksteen.

Vondst in Maastrichtse kerk is waarschijnlijk skelet van wereldberoemde musketier d’Artagnan

Kerkelijk en Sociaal Leven in de 16e Eeuw

Met de bouw van de nieuwe stenen kerk in 1525 transformeerde Katlijk van een buurtschap naar een dorp. Dit bracht veranderingen met zich mee in het kerkelijk en sociale leven. De kerk speelde een centrale rol, niet alleen als plaats van eredienst, maar ook als sociaal ontmoetingspunt.

Naast de pastoor was er ook een vicaris werkzaam in Katlijk. De namen van enkele geestelijken uit de periode rond 1525 zijn bekend, waaronder Pastoor Thytardus Hiddonus (ca. 1525) en Vicaris Lolle Jouckes (tot 1550). Na de Reformatie, die in 1517 begon met Maarten Luther, kreeg de kerkelijke situatie een nieuwe wending. Op 31 maart 1580 besloten de Staten van Friesland dat de gereformeerde religie de enige officiële godsdienst zou zijn, wat betekende dat alle kerken, inclusief die van Katlijk, voor protestantse erediensten gebruikt zouden worden.

De Katholieke Kerk in Katlijk beschikte over aanzienlijke bezittingen, waaronder pastoriegoederen, een vicarië en patronenrenten. In 1550, rond de bouw van de huidige kerk, begon ook de vervening in de omgeving van Katlijk. De kerk profiteerde hiervan; op 21 augustus 1552 verkochten de kerkvoogden turf uit 50 roeden veen aan de heer Pieter van Dekema.

In 1580, na de Reformatie, werd Katlijk gecombineerd met Mildam, Oudeschoot en Rottum omdat het te klein was om een eigen predikant te betalen. De bezittingen van de Katholieke Kerk, zoals de kerk, het kerkhof en de pastorie, kwamen na de hervorming in andere handen.

Architectuur en Restauratie van de Thomastjerke

De Thomastjerke is een toonbeeld van eenvoud. Het is een éénbeukig gebouw met een driezijdige koorsluiting, ondersteund door zware steunberen. De gebruikte baksteen is rood van kleur, kenmerkend voor 16e-eeuwse gebouwen. De muren van het schip en het koor zijn levendig door de afwisseling van vensters en blinde nissen. De vensters eindigen in een grote ronde boog, hoewel veranderingen in het metselwerk duiden op eerdere aanpassingen.

Aan de noordzijde van de kerk bevindt zich een dubbele houten klokkenstoel met een zadeldak, een veelvoorkomende constructie in gebieden met zompige veengrond waar torens zouden wegzakken. De oorspronkelijke klokken uit circa 1752, van de hand van Cypranus Jans Crans, werden tijdens de Tweede Wereldoorlog gevorderd en omgesmolten. Sinds 1952 hangen er nieuwe klokken die met de hand geluid worden.

De kerk heeft een rijke historie en is in de jaren 1977 en 1978 gerestaureerd door de Stichting Alde Fryske Tsjerken. De restauratie had een conserverend karakter, met als doel het oude karakter van de kerk zoveel mogelijk te behouden. De buitenkant werd hersteld waar nodig, zonder het totaalbeeld significant te veranderen. Oude ingangen bleven dichtgemetseld en de gietijzeren ramen bleven gehandhaafd.

Binnenin de kerk bevindt zich een 17e-eeuwse preekstoel, oorspronkelijk gesneden met gecanneleerde Ionische zuilen. Tijdens de restauratie werd de preekstoel verplaatst van de oostzijde van de koormuur naar de zuidzijde, waardoor het koor vrij kwam voor andere activiteiten. De preekstoel, gemaakt van eikenhout, was oorspronkelijk in oud-roze geschilderd, maar op verzoek van de bevolking bleef het eikenhout zichtbaar.

De kerkbanken uit de 17e eeuw werden in 1958 vervangen door nieuwe banken uit de Bethlehemkerk in Amsterdam. Na de restauratie werden deze banken verwijderd en vervangen door stoelen om een veelzijdiger gebruik van de ruimte mogelijk te maken. De vloer werd belegd met plavuizen, en een zandstenen zerk met een gotisch opschrift, die eerder in twee delen buiten de kerk lag, kreeg een plaats bij de preekstoel.

De kerk bezit ook een gesmeed ijzeren doopvontstander en een doophek, evenals een 18e-eeuws psalmbord aan de koormuur. In 1982 werd op de galerij een orgel geplaatst, gebouwd door Mense de Ruiter. Onder de galerij bevond zich voor de restauratie een lege ruimte die werd omgebouwd tot een toegangsportaal, toilet, en een kleine vergaderruimte met keuken.

Interieur van de Thomastjerke met de preekstoel en kerkbanken/stoelen.

Verenigingsleven en Toekomst

Het verenigingsleven in Katlijk kende in het verleden voornamelijk een kerkelijk karakter. Jeugdverenigingen, mannen- en vrouwenverenigingen organiseerden bijbelstudies en discussieavonden. Sinds de jaren 1950-1960 nam de belangstelling voor deze verenigingen af, mede door de opkomst van televisie, sport en een algemeen verminderde betrokkenheid bij het kerkelijk leven.

Naast de kerkelijke verenigingen waren er ook andere christelijk georiënteerde groepen, zoals de christelijke muziekvereniging 'Con Brio' en het christelijk kinderkoor 'Ons Genoegen', die echter tijdens de oorlogsjaren ontbonden werden. De korfbalclub 'De Driehoek', opgericht in 1946, is een vereniging die nog steeds bestaat en een belangrijke rol speelt in de gemeenschap.

De Thomastjerke, eigendom van de Stichting Alde Fryske Tsjerken, blijft een centraal punt in Katlijk. De kerk wordt nog steeds gebruikt voor kerkdiensten van de Protestantse Gemeente De Tjongervallei, maar ook voor bruiloften, rouwdiensten, concerten en andere activiteiten. Met de verkoop van kaarten, kaarsen en souvenirs wordt het onderhoud van dit historische gebouw mede gefinancierd.

tags: #hervormde #kerk #katlijk