Ds. J.J. Roodsant, geboren op 12 april 1943 in Berkel en Rodenrijs, is een predikant die bekend staat om zijn Schriftuurlijke, bevindelijke en separende prediking. Hij diende verschillende gemeenten, waaronder Sint Maartensdijk en Tholen, Almkerk, Fijnaart, Heijningen en Standaarbuiten, en Woubrugge. In 1999 ging hij met invaliditeitsemeritaat.

Roeping en Vroege Jaren
Ds. Roodsant ervoer op jonge leeftijd een roeping tot het ambt van predikant, geïnspireerd door Jesaja 6:8: "Wien zal Ik zenden en wie zal voor Ons heengaan?". Ondanks een confessionele opvoeding, miste hij in zijn jeugd een bevindelijk geestelijk leven. De financiële omstandigheden in de naoorlogse periode beperkten zijn studiemogelijkheden, waardoor hij aanvankelijk een financieel-economische carrière ambieerde. Na zijn huwelijk werd de roeping tot theologie echter volledig vernieuwd.
Theologische Ontwikkeling en Knelpunten
De Confessionele Tegenstrijdigheid
In zijn eerste gemeente, Sint Maartensdijk en Tholen, preekte ds. Roodsant met liefde, maar ontdekte later een grote tegenstrijdigheid in zijn prediking. Hij verkondigde weliswaar de onbekwaamheid van de mens tot enig geestelijk goed, maar liet tegelijkertijd doorschemeren dat de zondaar zelf in staat was om tot geloof te komen en Christus aan te nemen. Dit beschouwde hij achteraf als een arminiaanse opvatting, waarbij de vrije wil van de mens centraal stond.
De Krachtige Ingreep van 26 Februari 1989
Tijdens zijn tweede gemeente, Almkerk, onderging ds. Roodsant op 26 februari 1989 een ingrijpende gebeurtenis. Terwijl hij preekte, nam de Heere hem zijn stem af. Hij beschrijft dit als een letterlijk gevoel van twee handen rond zijn hals, alsof God sprak: "Zó niet verder meer!". Deze periode van meer dan twee maanden zonder preken werd een tijd van diepgaande overtuiging van zonde, gerechtigheid en oordeel. Hij moest sterven aan zichzelf en zijn eigen verdiensten werden als waardeloos terzijde geschoven.
Verandering naar een Separerende Prediking
Na deze ervaring begon zijn prediking te veranderen, met een ontwikkeling naar rechts, zoals hij het zelf omschrijft. Hij ging verkondigen dat de mens moest sterven aan zichzelf, aan de oude Adam, om daarna in Christus ingelijfd te kunnen worden. Dit proces van afsnijding en vernieuwing, door een geschonken Christus in een weg van recht, stuitte op weerstand in zijn derde en vierde gemeente, Fijnaart, Heijningen en Standaarbuiten, en Woubrugge.

Emeritaat en Voortdurende Boodschap
In 1999, op 56-jarige leeftijd, ging ds. Roodsant met invaliditeitsemeritaat vanwege gezondheidsproblemen, die mede voortkwamen uit de geestelijke strijd. Hoewel hij niet eens meer in staat was een afscheidsdienst te houden, bleef zijn fiducie in God onverminderd. Hij geeft aan dat het recht Gods hem liever was geworden dan zijn eigen zaligheid. Soms mag hij nog preken, ondanks waarschuwingen van zijn huisarts.
Zijn boodschap blijft onveranderd: "Wie in Christus Jezus ís, die is een nieuw schepsel." Hij benadrukt de noodzaak om werkelijk "ín Christus" te zijn en ziet ernaar uit dat de Heere zijn prediking gebruikt tot Zijn eer en tot zaligheid van zondaren.
Publicaties en Vriendenkring
Nu hij minder vaak preken kan, geeft ds. Roodsant zijn preken in eigen beheer uit, omdat een uitgever er aanvankelijk geen brood in zag. Er zijn drie delen verschenen, een vierde deel wordt niet verwacht. Hij omschrijft deze preken als Schriftuurlijke, bevindelijke en separende preken: naar de Schrift, naar de beleving van de ziel, en met aanwijzing van wat het ware geloof wel en niet is.
Ds. Roodsant voelt zich verbonden met predikanten als Dorsman, Du Marchie van Voorthuysen, Van der Groe en Paauwe. Hij constateert dat de boodschap die God laat brengen, eenzaam kan maken, in lijn met het Woord: "Mijn volk zal alleen wonen". Hij uit diepe argwaan tegen predikers die iets anders brengen.
Kritische Beschouwing op Hedendaagse Prediking
In een reactie op een vraag over "Het evangelie als gevaar" uit ds. Roodsant zijn zorgen over bepaalde predikingspraktijken binnen de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN). Hij bekritiseert de opvatting die stelt dat een bekeerd persoon niet direct in Christus gaat geloven, maar eerst de wet, zijn schuld, onbekeerdheid en verlorenheid. Dit zou betekenen dat men wel gelooft, maar niet het Evangelie, en aanvankelijk alleen de wet. Deze visie, die hij toeschrijft aan ds. J. Roos, neemt volgens hem radicaal afstand van de Schrift en de gereformeerde belijdenisgeschriften.
Ds. Roodsant citeert de Nederlandse Geloofsbelijdenis (artikel 22) en de Heidelbergse Catechismus (zondag 7, vraag 20) om te onderstrepen dat het ware geloof niet alleen uit kennis bestaat, maar ook uit het vertrouwen dat vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken is, uit louter genade, om Christus' wil. Hij benadrukt dat het geloof zaligmakend is in zoverre daarmee Christus en al Zijn weldaden worden aangenomen.
Hij stelt dat het tragische in de visie van de GGiN is dat het hart van het Evangelie, Christus Zelf, uit het oog is verloren. In plaats van uitnodiging tot Christus, zou er gewaarschuwd worden voor het geloof in Hem. Men zou de hoorders niet dwingen om in te komen, maar buiten te laten staan. Ds. Roodsant moedigt aan om vast te houden aan Gods Woord en de gereformeerde belijdenisgeschriften, die stellen dat ieder die in de gekruiste Christus gelooft, eeuwig leven heeft.
Ds. G. van Zanden | Heidelbergse Catechismus Zondag 28 | Het Heilig Avondmaal |
Profiel van Ds. J. J. Roodsant
- Auteur: Ds. J. J. Roodsant
- Geboortejaar: 1943
- Geboorteplaats: Berkel en Rodenrijs
- Diensten: Sint Maartensdijk en Tholen (1978), Almkerk (1982), Fijnaart, Heijningen en Standaarbuiten (1989), Woubrugge (1992)
- Emeritaat: 1999 (invaliditeitsemeritaat)
- Aansluiting bij Hersteld Hervormde Kerk: 2004
- Publicaties: Drie delen met Schriftuurlijke, bevindelijke en separende preken