De hervormde kerk van Sellingen, gelegen aan de Torenstraat 12, is een vroeggotisch kerkgebouw dat zijn oorsprong vindt rond het jaar 1300. Dit rijksmonument (nr. 37455) is een waardevol onderdeel van het dorpsgezicht van Sellingen in Oost-Groningen.

Oude Vermeldingen en Vroege Geschiedenis
De geschiedenis van de kerk reikt verder terug dan de huidige bouw. Een voorganger van het huidige gebouw wordt reeds vermeld op een aanvulling op een lijst van kerken van de Abdij van Corvey, opgetekend in de 13e eeuw. Dit suggereert een lange religieuze traditie op deze locatie.
Architectuur en Bouwkenmerken
Het huidige kerkgebouw is opgetrokken uit forse kloostermoppen en stamt vermoedelijk uit het begin van de 14e eeuw. De afmetingen zijn indrukwekkend: 22,62 meter lang, 9,10 meter breed, met muren van een meter dik. De noord- en zuidgevel zijn in de loop der tijd aangepast. Grote rondboogvensters werden waarschijnlijk in de 17e eeuw aangebracht om meer licht en warmte in de kerk te brengen, hoewel de sporen van oudere, smalle spitsboogvensters nog zichtbaar zijn in het metselwerk. De westmuur daarentegen behoudt nog twee originele rondboogvensters.
Het koor van de kerk sluit driezijdig af en is, net als de koorsluiting zelf, bedekt met holle en bolle dakpannen, ook wel bekend als 'monniken en nonnen'. Onder deze dakbedekking schuilt een fraaie 13e-eeuwse eikenhouten kap. De muren van het schip zijn wit gepleisterd.

Restauraties en Aanpassingen
Tijdens de restauratie van 1972-1973, onder leiding van architect P.L. de Vrieze uit Groningen, werd aan de noordkant een nieuwe consistoriekamer gebouwd op de fundamenten van een vroegere 'gerfkamer'. Een gerfkamer diende als ruimte waar de priester zich voor de dienst kon omkleden.
De ingang aan de zuidkant is, evenals een venster schuin daarboven, dichtgemetseld. Tussen de vensters in de noordgevel bevindt zich de huidige ingang van de kerk.
Interieur: Kunst, Meubilair en Sacrale Elementen
Het interieur van de kerk herbergt diverse waardevolle elementen. De triomfboog, die het schip en koor scheidt, is een enigszins scheef lopende dwarsmuur met een spitsboog. Deze is niet in verband gemetseld met de buitenmuren.
Late Gotische Schilderingen
In de twintiger jaren van de 20e eeuw werden in de kerk laatgotische schilderingen ontdekt, onder meer afbeeldingen van Sint-Christoffel en Sint-Margareta. Opmerkelijk is dat deze schilderingen, daterend uit het eind van de 15e eeuw, gesigneerd zijn met 'broeder Jan van Aken' en 'Johannes'. Dit was destijds ongebruikelijk. De schilderingen op de triomfboog aan de westzijde werden in 1921 onder een laag kalk ontdekt en in 1922-1923 geconserveerd en aangevuld door E. Bokhorst. De schilderingen tonen Sint-Christoforus met het Christuskind en Sint-Margareta met de draak.

Gewelfschilderingen in het Koor
Het 15e-eeuwse stergewelf boven het koor is, evenals de oostzijde van de triomfboog, versierd met figurale (druivenmotief) en ornamentale schilderingen. De geprofileerde ribben zijn zandkleurig, afgezet met zwarte biezen, en rusten op kraagstenen van natuursteen met steenhouwersmerken. Deze merken, waaronder huismerken, zijn de handtekeningen van de steenhouwers. Op de koorgewelven zijn de symbolen van de vier evangelisten aangebracht, met hun namen op een banderol. Deze schilderingen dateren uit het begin van de 16e eeuw.
Meubilair en Sacrale Objecten
- Doopvont: De doopvont dateert uit de 15e eeuw, net als de schilderingen.
- Preekstoel: De preekstoel is halverwege de 17e eeuw gemaakt en oorspronkelijk afkomstig uit Scharmer. Hij werd pas in de 19e eeuw in de Sellinger kerk geplaatst. De kansel uit de 17e eeuw is tegen de oostwand geplaatst en werd in 1825 aangekocht. De gegroefde dorische zuiltjes scheiden de boogpanelen, en het klankbord is versierd met ornamenten van Vredeman de Vries. Boven het klankbord zijn de naam van de schilder, Broder Jan van Aken, en zijn huismerk aangebracht.
- Orgel: Het huidige kerkorgel werd in 1952 gebouwd door de firma Gebr. van Vulpen uit Utrecht. Het orgel heeft zes stemmen verdeeld over een klavier en werd in 1982 gereviseerd en uitgebreid met een aanhangend pedaal. De dispositie omvat Prestant 8 vt, Holpijp 8 vt en Prestant 4 vt. De orgelgaanderij, de klunderbeune, aan de westmuur rust op houten standvinken die door bogen zijn verbonden.
- Banken: De banken in de kerk dateren overwegend uit de 19e eeuw. Tijdens de restauratie van 1972-1973 werden een deel van de banken vervangen door stoelen, en de banken langs de muur in het koor zijn verwijderd.
- Sacramentsnis: In de zuidoostwand bevindt zich een nis die waarschijnlijk een piscina is geweest, een nis met wasbekken en afvoer. Deze werd gebruikt voor het wegvloeien van water na liturgische wassingen, zodat eventuele resten van de geconsacreerde hostie op gewijde aarde terechtkwamen. In de noordoostgevel van het koor bevindt zich eveneens een sacramentsnis, waar vroeger de geconsacreerde hostie werd bewaard.

Klokken en Dakruiter
De huidige dakruiter werd in 1858 op de kerk aangebracht. Eerder had de kerk een vrijstaande klokkenstoel. De oorspronkelijke klok uit 1629, gegoten door A[DOLPHUS] M[OLANUS] en kerkvoogden, werd in 1858 vervangen door een klok gegoten door fa. A. van Bergen. Deze klok werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetters geroofd. Een nieuwe luidklok werd na de oorlog geplaatst met de inscriptie: 'Deze klok is gegoten ter vervanging der geroofde klok'. Deze klok is in 2019 vervangen door de huidige luidklok.
De jacht en de dood
Archeologische Vondsten
Tijdens de restauratie in 1972-1973 werden door het Rijksinstituut voor oudheidkundig bodemonderzoek ongeveer 20 oude graven blootgelegd, waarvan er twee dateren van rond 1100. Er wordt vermoed dat er nog meer graven aanwezig zijn. Op het oude kerkhof bevindt zich eveneens een grafzerk.
Predikanten en Kerkelijke Leiders
De Protestantse gemeente te Sellingen heeft een lange geschiedenis. De eerste predikant die bij name wordt genoemd is Ds. Adolphus Molanus, die in 1639 in Sellingen diende. Vanaf 1640 werd hij bijgestaan door Ds. Johannes Molanus. Eerder, in 1607, werd een 'oldt prediger' genoemd die vanwege ouderdom geen bediening meer kon doen. Johannes Branthof wordt in 1618 voor het eerst genoemd als predikant.
