De Protestantse Kerkdienst: Een Gedetailleerde Gids

Niet voor iedereen is het gewoon om naar de kerk te gaan. Misschien heb je nog nooit een kerkdienst meegemaakt of is het een tijd geleden. Wat gebeurt er eigenlijk in een kerkdienst? Deze uitleg wil je daar wegwijs in maken.

De Samenkomst van de Gemeente

Er zijn allerlei benamingen voor een kerkdienst in omloop. Eén daarvan is: ‘samenkomst van de gemeente’. Die naam laat zien dat er voordat de eigenlijke dienst begint, al iets gebeurd is. Je parkeert je auto, loopt naar binnen en ontmoet mensen, die je kent, maar soms ook niet. En ook in de kerk praat je vaak al even met elkaar. Ook dat hoort bij een kerkdienst: je ontmoet elkaar.

Een foto van mensen die elkaar begroeten bij de ingang van een kerk.

Voorbereiding en Welkom

Vlak voor de dienst begint, komt de kerkenraad binnen: de predikant, ouderlingen en diakenen. Zij dragen de verantwoordelijkheid voor de dienst. In een aparte ruimte in de kerk (‘consistorie’) hebben zij zich voorbereid op de dienst en in gebed gevraagd om Gods hulp.

Namens de kerkenraad heet één van de kerkenraadsleden alle kerkgangers welkom. Vaak is er ook een aantal mededelingen die aan de gemeente bekend gemaakt worden. Bijvoorbeeld voor wie de bloemschikking, die voor in de kerk staat, bestemd is. Ook zijn enkele mededelingen te lezen via de beamer projectie.

Aanvang van de Dienst

Het Welkom en de Mededelingen

Na het welkom en de mededelingen zingen we een lied, waarbij we gaan staan als uitdrukking van onze eerbied voor God. Dit aanvangslied markeert het officiële begin van de dienst.

Handdruk tussen Ouderling en Predikant

Na dit lied loopt een ouderling met de predikant naar voren. Op het liturgisch centrum geeft hij of zij de predikant een hand. Dat gebaar maakt duidelijk dat de leiding van de dienst in handen ligt vanaf dat moment van de predikant. Na de dienst is er opnieuw een handdruk en daarmee wordt de verantwoordelijkheid als het ware weer teruggegeven. Want een kerkdienst is geen ‘one-man-show’, maar een zaak van de hele kerkenraad en de hele gemeente.

Stil Gebed

Nu worden we een moment stil voor God. In de stilte bereiden we ons voor op de dienst en bidden we om Gods zegen voor onszelf en anderen.

Votum en Groet

Daarna spreekt de predikant het zogenaamde ‘votum’ uit. Een belijdenis is het, waarin we zeggen dat we in deze dienst de hulp van de God verwachten, die de hemel en de aarde gemaakt heeft.

Direct aansluitend klinkt de ‘groet’: een groet namens God. De predikant onderstreept deze woorden met het gebaar van de groet, de opgeheven rechterhand. Gelijk aan het begin van de dienst laat God ons weten dat Hij ons groet met vrede en genade.

De Woorddienst

Loflied

De Psalm of het lied dat hierna gezongen wordt, is een lied waarin God bezongen wordt: wie Hij is en wat Hij gedaan heeft. Ook daarvoor kom je samen als gemeente. Een kerkdienst heet ook wel een eredienst, dat wil zeggen, een dienst waarin we God eren en aanbidden. Dit is één van de momenten waarop dat heel duidelijk gestalte krijgt.

Lezing van Gods Geboden

De geboden van God worden gelezen. Soms in de vorm van de tien geboden (uit Exodus 20 of Deuteronomium 5), soms in de vorm van een nieuwtestamentisch gedeelte (woorden van Jezus of uit één van de brieven). De bedoeling is tweeledig. Enerzijds is dit moment een uitnodiging om eerlijk te worden naar jezelf, naar je leven, naar je woorden en daden. We spiegelen ons aan Gods gebod om te ontdekken dat we zelf vaak tekort schieten en dat voor God te belijden. Anderzijds is het ook een moment om opnieuw jezelf aan God toe te wijden. De geboden zeggen ons: dit is de weg die je mag gaan!

Lied (Schuldbelijdenis of Gehoorzaamheid)

De Psalm of het lied dat nu klinkt heeft meestal één van beide ‘kleuren’: een schuldbelijdenis voor God of een belofte van gehoorzaamheid.

Gebed om het Licht van Woord en Geest

Voor we de bijbel gaan lezen, bidden we of God bij ons wil zijn door Zijn Woord en Geest. Dat wil zeggen, we bidden dat de oude woorden van de bijbel nieuw voor ons zullen zijn, zodat we ons echt aangesproken weten. Daarom bidden we ook om de hulp en de leiding van de Heilige Geest.

Schriftlezingen

De Schriftlezing is het moment dat we één of meer gedeelten uit de bijbel lezen, uit het Oude en Nieuwe Testament. Veel mensen lezen mee in hun eigen bijbeltje. In onze gemeente gebruiken we de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004. De gedeelten die gelezen worden, worden uitgelegd en toegelicht in de preek.

Een open Bijbel met een tekst, gefocust op het woord.

Lied (Aansluitend bij de Lezing)

Het lied na de Schriftlezing, soms ook tussen de lezingen door, sluiten nauw aan bij wat er gelezen is. Ze onderstrepen de boodschap als het ware. Soms ook heeft het lied het karakter van een gebed om te mogen verstaan wat gelezen is.

Preek (Verkondiging)

In een preek wordt het Woord van God uitgelegd en toegepast in onze concrete situatie. De bijbel moet uitgelegd worden. Het is een boek dat eeuwen geleden geschreven werd, voor mensen in een heel andere cultuur dan nu. Maar tegelijk is het een boek dat zeggings- en geldingskracht heeft voor mensen vandaag. De oude woorden krijgen een nieuwe toepassing. In de preek wordt als het ware een brug geslagen tussen de bijbeltekst van toen en ons en onze situatie, hier en nu. Juist ook met het oog daarop hebben we gebeden om de leiding van de Heilige Geest.

Antwoord en Gemeenschap

Lied (Antwoord van de Gemeente)

De Psalm of het lied na de preek is een lied van antwoord. We danken God voor Zijn woorden en zijn daden. We stellen ons leven in Zijn dienst. We zien uit naar Zijn toekomst.

Dankgebed en Voorbeden

Zoals de naam reeds zegt, is dit een gebed in twee delen. Allereerst de dank aan God voor wat Hij ons heeft geschonken in de dienst. Maar daarbij hoort ook de dank voor bijzondere zegeningen in het leven van mensen (bijvoorbeeld: geboorte, huwelijk, jubilea, genezing en herstel, enzovoort). Daarnaast is dit een moment om voor en met elkaar te bidden. In het algemeen, dat God met ons verder gaat, ook in de nieuwe week. Maar ook meer specifiek: in het geval van ziekte, rouw, verdriet, zorg, nood. Daarbij denken we niet alleen aan onze eigen situatie, maar ook aan de hele kerk, het volk Israël en de nood in deze wereld.

Inzameling van de Gaven (Collecten)

In aansluiting op de voorbede geven we onze gaven. Er worden twee collecten gehouden. De ene is meestal bestemd voor een zogenaamd ‘diaconaal’ doel. Dat wil zeggen, hiermee wordt hulp geboden aan mensen, ver weg of dichtbij, die dat nodig hebben. De andere collecte is bestemd voor de eigen gemeente: de gebouwen, de werkers en het werk dat er plaatsvindt.

Een afbeelding van collectebussen of handen die geld doneren.

Afsluitend Lied

Het afsluitende lied is opgewekt van toon. We gaan daarbij staan en zingen van Gods trouw en goedheid. Zo mogen we de kerk verlaten, als mensen die gesterkt en bemoedigd verder kunnen.

De Zegen

Namens God legt de voorganger de zegen van God op de gemeente met woorden uit de Bijbel. De zegen is meer dan een wens. Het is een belofte: God gaat met u, met jou mee! Daar kun je zeker van zijn. Als onderstreping daarvan maakt de predikant een zegenend gebaar met beide armen. We krijgen als het ware collectief de handen opgelegd.

De Liturgie en haar Vormen

Vroeger werd een kerkdienst ook wel ‘godsdienstoefening’ genoemd. Zo zeggen we dat niet meer. Maar het idee is waardevol. In de kerkdienst oefenen we ons in het dienen van God. Maar oefenen doe je altijd met het oog op iets. Zo is dat ook in de kerk. We oefenen met het oog op het leven van elke dag. De woorden die we gehoord hebben, de zegen die we ontvangen hebben, mogen zichtbaar en hoorbaar worden thuis, op school, op ons werk, in de sportclub, en ga zo maar door.

Iedere kerkdienst heeft een vaste volgorde, de liturgie. In de morgendiensten wordt de liturgie geprojecteerd op het scherm. We zingen met het orgel, een band of de piano. De meeste liederen komen uit het Nieuwe Liedboek (Liedboek Zingen en bidden in huis en kerk uit 2013). Er zijn iedere zondag twee collectes tijdens de dienst. De eerste collecte is bestemd voor onze naaste dichtbij of ver weg. De collecte is zeker niet verplicht. Er kan gebruik worden gemaakt van collectebonnen.

Voor de kinderen van de basisschool is er kindernevendienst. De kindernevendienst begint meestal net voor de preek en na het eerste lied na de preek komen de kinderen weer terug.

Een belangrijk onderdeel van de dienst vormen de voorbede, omdat we er op mogen vertrouwen dat we alles bij God mogen brengen. Speelt er iets in jouw leven waar je voor wilt laten bidden of danken? Leg dan een briefje in het voorbedeboek dat bij de ingang van de kerkzaal ligt.

De Kerkdienst als Ontmoeting

Een kerkdienst beweegt zich als een ontmoeting. Er is een begin: groet, acclimatiseren. Er is een midden: conversatie, luisteren naar elkaar, verhalen vertellen, eten, nieuwe gasten welkom heten. En er is een afscheid: groet en zegen. De ontmoeting die de kerkdienst op wil roepen is vervolgens ook een drievoudige. De kerkdienst bemiddelt in het gesprek dat de kerkganger voert met God, met zichzelf en met zijn medemens. Wie de drempel overkomt weet: God heeft het eerste woord (Lied 513). De groet staat aan het begin. En in het midden wordt eerst het woord Gods gehoord, alvorens we daarmee in gesprek gaan. God heeft het laatste woord (Lied 513), de zegen.

Kerkdienst, Viering en Liturgie

De kerkdienst (eredienst) is wat het is: een dienst. Andere woorden, zoals viering en liturgie, kunnen niet uitdrukken wat dit woord aangeeft: namelijk dat de Eeuwige aan mensen een dienst bewijst door zich aan het woord toe te vertrouwen dat in hun oren en harten klinkt. En dat mensen hem een wederdienst bewijzen door hem te eren met een loflied op de lippen (psalm) en een daad van naastenliefde (collecte) uit hun handen.

Alle diensten die we vieren, zijn gekenmerkt door bovenstaand drievoudig ritme. De kerk van alle eeuwen heeft dat ritme bewaard en doorgegeven, geërfd in de kern, van de synagoge. U merkt dat ook bijzondere diensten in onze kerk op deze maatslag gaan. En dat ook daarbij oude woorden klinken. Vernieuwing is nodig, maar een kerk handelt nu eenmaal niet in flitsende nieuwe artikelen, maar in oude eerbiedwaardige tradities. Die verbinden ons met de gelovigen van alle eeuwen die daarin God gehoord en geschouwd hebben.

Vaste Elementen en Principes van de Eredienst

De eredienst, zoals die overal in de kerk gevierd wordt, kent vaste elementen. Of je het nu eredienst, samenkomst, kerkdienst of liturgische viering noemt: overal wordt er uit de Bijbel gelezen, gebeden en gezongen, gezegend en brood en wijn gedeeld. Behalve vaste elementen, kent de eredienst ook een aantal basisprincipes.

1. De Gemeente Ontmoet God

In de kerkdienst ontmoet de christelijke gemeente God. Daarin is de gemeente als geheel actief. De gemeente is dus actief ‘handelend persoon’, en niet alleen de dienstdoende voorganger, de musici en anderen - lectoren, leiding kinderdienst - die een rol hebben. De hele gemeente staat voor het aangezicht van God, waardoor de aandacht zich verticaal richt: op God. Eigenlijk kan de gemeente dus niet onderuitgezakt met de handen over elkaar zitten in de kerkruimte. Zij is de hele dienst door actief, want in communicatie met God. Vergelijk je het met een theaterspel, dan is het niet de voorganger die op het toneel staat terwijl de gemeente in de zaal zit, maar de hele gemeente staat als het ware op het toneel. Zij is als geheel ‘acteur’ in het spel waarin God ook meedoet.

2. Dialoog tussen God en Gemeente

Als we dat beeld van het theater doortrekken, dan is liturgie niet een monoloog van één persoon, maar een dialoog tussen God en zijn gemeente. Die dialoog uit zich in allerlei kleine dialogen: tussen voorganger en gemeente, cantor en cantorijlid, maar ook tussen organist en lector, kinderdienstleiding en beameraar, enzovoorts. Eredienst is Woord (van God) en antwoord van de gemeente. Maar omdat God via zijn Woord (de Bijbel) spreekt, figureert dan weer de lector als ‘Woord’ en de gemeente als ‘antwoord’; of waar de gemeente psalmen zingt, neemt zij zelf het ‘Woord’ in de mond, waar de voorganger dan weer op inspeelt. Voortdurend is er zo een heen-en-weer tussen iedereen die in de kerkruimte zit en wordt eredienst een volledig dialogisch gebeuren in plaats van eenrichtingsverkeer van de voorganger. De dominee hoeft niet naar de organist te knikken wanneer die moet inzetten, want je voert samen het spel op.

3. Participatie boven Consumptie

Wij leven in een consumptiecultuur. Veel van wat wordt ‘aangeboden’, tijdens een concert, op tv, in een restaurant of op de markt, nemen wij tot ons als consumptiegoed. We betalen ervoor. Echter, de eredienst is niet bedoeld om te consumeren. In de eredienst doet iedereen, de verstokte kerkganger en de toevallige passant, mee. Zeker in ruimtes waar schermen hangen neigen mensen onmiddellijk in een passieve houding te vervallen, omdat ze iets wordt voorgeschoteld. Dat geldt ook voor een ruimte met rijen stoelen achter elkaar tegenover een podium. Dan wordt het eenrichtingsverkeer, omdat de mensen komen consumeren. Daarom is het altijd de uitdaging om dat te doorbreken en de gemeente actief te laten participeren. Dat kan door ze te laten zingen, maar ook op andere manieren: gezamenlijk in antwoord spreken, gebeden zo verwoorden dat men niet luistert maar meebidt, een actieve luisterhouding oproepen door preek en muziek ‘spannend’ te houden, enzovoorts.

4. Dynamische Interactie van Onderdelen

De verschillende onderdelen van de eredienst reageren steeds op elkaar. De eredienst is niet een rijtje van handelingen (groet, lezing, preek, gebeden, enzovoort) dat wekelijks langsgegaan wordt, maar is een dynamisch geheel van elementen die op elkaar reageren. Zo sluit het Glorialied aan op het Kyriegebed, en brengt een nieuwe, lofprijzende stem in die in het gebed nog niet klonk. Of een antwoordlied reageert op een lezing, zoals op een ander moment een lied juist kan instemmen met de woorden die ervoor klonken. Het lied of de muziek na de preek kan heel bewust worden ingezet als ‘instemming’, of juist als ‘tegenstem’. Met acclamaties bij voorbeden, gesproken of gezongen, versterkt de gemeente de woorden van de voorganger, zoals zij in het amen na de zegen de uitgesproken woorden bevestigt.

5. De Werkzaamheid van de Heilige Geest

In de viering van de eredienst waait altijd de Heilige Geest door de gemeente. Die Geest komt van Godswege en blaast de gemeente de adem in waarmee zij de liturgie vormgeeft. Dat betekent dat liturgie een beademd, creatief (=scheppend) geheel is. Daarom moet er steeds opnieuw gezocht worden naar nieuwe expressievormen. Alleen dan blijft de liturgie een levend gebeuren dat steeds in beweging is en stolt zij niet tot een levenloos ding. In mooie woorden zou je kunnen zeggen: de gemeente als lichaam van Christus blijft in beweging als zij beademd wordt door de Heilige Geest.

Taakverdeling en Participatie

In de kerk van de eerste eeuwen werden verschillende onderdelen van de liturgie door verschillende personen geleid. Door de eeuwen heen is de rolverdeling met enige regelmaat aan verandering onderhevig. Wil de eredienst echt door de gemeente gedragen zijn, dan is het mooi om taken te verdelen.

‘Onze hulp is in de Naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft’ (Psalm 124:8), soms aangevuld met ‘die trouw houdt tot in eeuwigheid’ (Psalm 146:6) ‘en niet laat varen het werk van zijn handen’ (Psalm 138:8). Zo klinkt vaak de ‘aftrap’ van de eredienst. Meestal worden die woorden door de voorganger van dienst uitgesproken, en lijkt het erop dat die woorden aan deze persoon zijn voorbehouden. Daarnaast zien we in sommige vormen van liturgie aan het begin van de dienst van het Woord of aan het begin van de dienst van de Tafel ineens een groet in wisselspraak tussen de voorganger en de gemeente: ’De Heer zij met u’ - ‘Ook met u zij de Heer’.

Hoewel er veel lokale variatie was, zien we in de kerk van de eerste eeuwen dat de diakonos (diaken), presbyteros (ouderling) en episkopos (bisschop) ieder hun eigen rol in de liturgie hadden. Verschillende onderdelen van de liturgie werden door verschillende personen geleid. De uitleg van de Schriften en de eucharistie bijvoorbeeld door de bisschop, de taken eromheen door de andere ambtsdragers en gemeenteleden, waarbij de ambten hun onderscheiden rollen hadden.

Door de tijden heen is de eredienst in veel kerken zo gegroeid dat de rol van de voorganger door de hele dienst centraal is geworden, ondanks dat de Reformatie voor ogen had om de gemeente weer ‘terug te geven’ aan de gemeente. Feitelijk is deze participatie van de gemeente in veel gevallen gereduceerd tot alleen het (psalm)zingen. De Liturgische Beweging in de 20e eeuw heeft getracht de gemeente weer actiever te maken door lectoren, diakenen en de cantor ieder een eigen rol te geven.

Wil de eredienst echt door de gemeente gedragen zijn, en daarmee de voorganger in haar of zijn rol ook, dan is het mooi om taken te verdelen. De predikant is immers niet de beroepsgelovige: alle gemeenteleden zijn gelovigen die kunnen bidden en bijbellezen. Zo kan de ouderling het ‘Onze hulp’ en het drempelgebed uitspreken. De diaken, met een zorgende taak voor de samenleving, het Kyriegebed, de lector de bijbellezing. Het hoeven niet alleen ambtsdragers te zijn die een actieve rol hebben in de dienst. Leden van de rouwgroep kunnen de afkondiging van overlijden van een gemeentelid doen. Leden van de gebedsgroep kunnen in overleg met de voorganger de gebeden mee vormgeven. Een liturgie die in al haar creativiteit en rijkdom gedragen wordt door de gemeente als geheel.

Voorbeelden van Lokale Invullingen

In de Evangelisch-Lutherse Kerk wordt een behoorlijk vaste orde van dienst gebruikt. Er is vrijwel altijd een lector die de eerste twee bijbellezingen doet. De predikant doet zelf de evangelielezing. Verder zit in de muziek een grote bijdrage van anderen. Zo is er een belangrijke rol weggelegd voor de organist die niet alleen de gemeente begeleidt maar ook met zorg stukken uitkiest die voor en na de dienst, bij de collecte en na de preek gespeeld worden. In Utrecht hebben we ook voorzangers die een rol hebben bij de muziek bij het avondmaal, en bijvoorbeeld van het gezongen kyrie en gloria de eerste regels zingen, waarna de gemeente instemt. Ook in de bemoediging is sprake van beurtspraak tussen voorzanger en gemeente.

In de Hoeksteen in Capelle aan den IJssel, mijn tweede gemeente, bedacht ik met de ‘werkgroep levendige kerkdiensten’ de KeuzeKerkdiensten: behalve de kinderen gingen ook de volwassen gemeenteleden naar hun eigen ‘verwerking’ van de Schriftlezing. Die verschillende verwerkingen werden door gemeenteleden geleid. Die KeuzeKerkdiensten nam ik mee naar mijn volgende gemeente, de Regenboogkerk in Honselersdijk. Daar zijn we ook begonnen om een kind het aanvangswoord te laten spreken, na stilte en bemoediging. En ook in de Bosbeskapel in Den Haag, mijn laatste gemeente, hielden we Keuzekerkdiensten. Daar had met name de jongere generatie een rol in. In die gemeente voerden we ook een ritueel in dat ik meemaakte in Reykjavik, om het moment van aanvang van de eredienst te markeren. De ouderling van dienst heet ieder welkom en kondigt daarna stilte aan. Zodra de organist het orgelspel inzet, gaat de gemeente staan. De lector of diaken draagt dan het licht (een grote kaars) aan. Daarna spreekt de ouderling, in samenspraak met de gemeente, de bemoediging en het drempelgebed. In Sassenheim dragen ook kinderen brood en wijn aan bij het vieren van het avondmaal.

Praktische Informatie voor Bezoekers

Bij binnenkomst

Bij aankomst word je begroet door het welkomstteam. Als je vragen hebt, dan kun je die aan hen stellen. Ze helpen je graag.

Het Begin van de Dienst

Aan het begin van de dienst worden er mededelingen gedaan. Daarna zal er een zegen worden uitgesproken. Daarna wensen wij elkaar een goede dienst toe.

Zingen

Tijdens de dienst zingen we liederen met elkaar. We doen dit deels onder leiding van het orgel en deels onder leiding van een band. De liederen die we zingen, worden via de beamer op de wand geprojecteerd, zodat iedereen kan meezingen. We zingen de liederen, als dit mogelijk is, staande.

Bidden

Ook wordt er tijdens de dienst gebeden. We bidden tot God, omdat we geloven dat we God alles mogen vragen en vertellen en dat Hij ons hoort. We bidden voor mensen die het moeilijk hebben en we bidden voor problemen in onze omgeving of wereldwijd.

Bijbellezing en Preek

Ongeveer halverwege de dienst wordt er uit de Bijbel gelezen. Deze tekst wordt ook via de beamer geprojecteerd.

Collecte

Tijdens de dienst wordt er gecollecteerd voor verschillende goede doelen. De doelen worden tijdens de dienst toegelicht. Als je ook geld wilt doneren, kun je dit doen via de Nieuwe Kerk app of via deze link.

Het Einde van de Dienst

De dienst wordt afgesloten met een zegen. Na de dienst drinken we koffie, thee of fris met elkaar. Je bent van harte uitgenodigd om hieraan mee te doen! Heb je na de dienst nog vragen of wil je napraten, spreek dan gerust iemand aan. Je kunt ook naar de tafel van het welkomstteam lopen. Ook is er de mogelijkheid om voor je te laten bidden. Dit gebeurt door het Ministry-team.

tags: #hoe #gaat #een #protestantse #kerkdienst