Inleiding tot de Gereformeerde Kerk in Ouddorp
De Gereformeerde Kerk in Ouddorp, gelegen aan de Dorpstienden 15, viert op 31 oktober 2017 haar 125-jarig bestaan. De geschiedenis van deze kerk is nauw verweven met de ontwikkeling van het gereformeerd kerkelijk leven in de regio Goeree-Overflakkee.

De Afscheiding van 1834 en de Vroege Jaren
De Afscheiding van 1834 kende op Goeree aanvankelijk een zwakke start, met kleine en geïsoleerde kerkgemeenschappen die moeite hadden om te overleven. In Ouddorp, destijds een relatief groter dorp met ongeveer 2.300 inwoners, diende ds. A.G. van Dijkhuizen van 1818 tot zijn overlijden in 1864 als hervormd predikant. Hij stond bekend als een aanhanger van de 'Oude Waarheid' en hoopte op een terugkeer van de Hervormde Kerk naar haar oorspronkelijke belijdenis, maar stond afwijzend tegenover scheuring en conflict.
Ondanks zijn terughoudendheid bestonden er vóór de Afscheiding in Ouddorp al 'conventikels', godsdienstige bijeenkomsten waar ontevreden hervormden samenkwamen om de Bijbel te lezen, preken van 'oudvaders' te bestuderen, te zingen en hun geloofsleven te bespreken. Tussen juni en augustus 1836 scheidden zestien hervormde mannen en vrouwen zich af van de hervormde gemeente. Later voegden zich nog enkelen bij hen, wat leidde tot de vorming van een groep Afgescheidenen die zich openlijk wilden manifesteren als Christelijke Afgescheiden Gemeente.
Arent van der Willigen uit Ouddorp meldde begin juli 1838 dat er in Ouddorp een kleine gemeente openbaar was, met een gekozen ouderling en diaken, en dat alles ordelijk verliep. Ds. H.P. Scholte, een van de 'Vaders der Afscheiding', reisde in 1838 door Goeree-Overflakkee en onderzocht in Ouddorp de door de gemeenteleden gekozen aspirant-ambtsdragers.
Eind 1840 concludeerden de Afgescheiden Gemeenten op Goeree-Overflakkee dat hun gemeenten nog geen overheidserkenning zouden krijgen. Ds. Scholte schreef op 5 januari 1841 aan de koning dat er op het eiland Flakkee bijna 150 Afgescheidenen woonden, waarvan ruim 60 tot het avondmaal toegelaten waren (voor Ouddorp noemde hij het getal van 22). Volgens ds. Scholte wensten deze gemeenten één gemeente te vormen met één kerkenraad, bestaande uit leden uit de verschillende dorpen. Hoewel er fragmentarische gegevens bekend zijn, weten we dat de Afgescheiden predikant ds. H.G. Klijn op 5 april 1842 een dag in Ouddorp doorbracht, waar hij preekte en kinderen doopte.
Op 24 mei 1844 verzochten achtenzeventig ondertekenaars, waaronder personen uit Ouddorp, aan de koning om erkenning van hun 'Christelijke Afgescheidene Gemeente te Overflakkee en Goedereede'. Ds. Scholte vermeldde in het rekest dat deze gemeente twee kerkplaatsen zou hebben: één in Middelharnis en één in Sommelsdijk. Gezien de afstand tussen Ouddorp en Middelharnis/Sommelsdijk (ongeveer 25 km), is het waarschijnlijk dat de Ouddorpers in die periode in hun eigen dorp bleven samenkomen in een particuliere woning of schuur.
Op 30 april 1847 werd een schrijven aan de Koning verstuurd waarin werd meegedeeld dat de 'gemeente in het Eiland Overflakkee en Goedereede' ophield te bestaan. Dit kwam mede doordat veel leden naar Noord-Amerika vertrokken, op zoek naar een land waar zij gelijke rechten zouden genieten. Opmerkelijk is dat zowel ds. Scholte zelf in 1847 als ds. Klijn in 1849 naar Amerika vertrokken.
Verder weten we dat in 1844 nog godsdienstoefeningen werden gehouden in een woning of schuur in Ouddorp. Arent van der Willigen en Pieter Simon noemden zich op 7 februari 1844 nog 'ouderling' en 'diaken'. Daarna verdwijnt de Ouddorper Afgescheiden Gemeente in de geschiedenis.
Instituering van de Gereformeerde Kerk in 1892
Op 28 augustus 1892 richtten George Tanis K.E.zn. en Teunis Tanis Jac.E.zn. een schrijven aan hun hervormde kerkenraad van Ouddorp. Zij verzochten de kerkenraad, onder leiding van ds. D.T. Meinsma, om de 'reformatie der kerk' ter hand te nemen en het 'Algemeen Reglement voor het bestuur der Nederlandsche Hervormde Kerk' af te schaffen. Dit reglement, dat in 1816 door de overheid was ingevoerd ter vervanging van de Dordtse Kerkorde, werd door hen als een belemmering gezien. Bovendien vroegen zij hun kerkenraad terug te keren naar de gereformeerde leer, zoals vastgelegd in de drie belijdenisgeschriften.
De aanleiding voor hen was niet de prediking van ds. Meinsma, maar de overheersende invloed van het 'Algemeen Reglement' en de macht van de Synode. Zij kondigden aan zich aan te sluiten bij de enkele maanden eerder gevormde 'Gereformeerde Kerken in Nederland', die de belijdenisgeschriften wel serieus namen.
Op 31 oktober 1892 kwamen zes broeders en zusters bijeen in de woning van Cornelis Bosloper. Ds. J.J. Koopmans van de Gereformeerde Kerk te Stellendam en ds. W. Sieders van Vlaardingen leidden de bijeenkomst. De gelovigen kozen zelf de kerkenraadsleden: C. Bosloper werd ouderling en G. Tanis diaken. Dezelfde avond werden zij door de aanwezige predikanten in het ambt bevestigd. Vijf kinderen werden gedoopt. De gemeente telde toen ongeveer zeventig personen, inclusief kinderen.
Besloten werd om voortaan tweemaal per zondag dienst te houden. De kerkdiensten vonden tot dan toe plaats in een schuur aan de Spaanseweg. In november 1893 werd beraadslaagd over de bouw van een eigen kerk, waarvoor grond gratis ter beschikking werd gesteld door Maatje Nuijs. De bouw van de kerk, die in 1895 in gebruik werd genomen, kostte ongeveer fl. 3.000 en werd geleend van ouderling Bosloper.

Ontwikkelingen in de 20e en 21e Eeuw
Oefenaar H.N. Basoski (1859-1930) uit Delft was van 1896 tot 1910 verbonden aan de Gereformeerde Kerk Ouddorp als lerend ouderling. Hij zorgde voor een geregelde gang van zaken in de kerkenraadsvergaderingen en het kerkelijk leven, en spoorde gemeenteleden aan om gereformeerde beginselen in alle aspecten van hun leven toe te passen.
In 1899 bemiddelde de jeugd bij de verkrijging van een orgel, dat in 1902 voor fl. 250 werd aangeschaft. De kerkzang werd hierdoor begeleid in plaats van dat de voorzanger de toon aangaf. Tevens werd besloten jaarlijks fl. 10 te schenken aan de christelijke school in het dorp, maar toen de hervormden daar de overhand kregen, werd het geld geschonken aan andere instanties die gereformeerd onderwijs bevorderden.
Op 4 juli 1909 deed kandidaat W.E. van Duin (1883-1953) intrede in de kerk van Ouddorp met een traktement van fl. 900 per jaar. Ouderling Bosloper, die eerder om gezondheidsredenen zijn ambtelijke verplichtingen had neergelegd, overleed in juni 1911. De kerk had financieel veel aan hem te danken, onder andere voor de financiering van de kerkbouw en de bouw van een pastorie.
Na het vertrek van ds. Van Duin in 1913, werd gezocht naar een kandidaat. Na diverse overwegingen werd een beroep uitgebracht op J. Versteegt (1889-1945), die in 1918 als 'lerend-ouderling' of oefenaar naar Ouddorp kwam. Hij werd beschreven als een 'geweldige redenaar' die een volle kerk trok.
Een nieuwe predikant werd in de persoon van emeritus-predikant ds. C. beroepen. De opbrengst van een rondgang door de gemeente bedroeg fl. 2.400.
De Gereformeerde kerk Ouddorp werd geïnstitueerd op 31 oktober 1892 en staat sindsdien vermeld onder nummer 703. Destijds resorteerden ook Goedereede en Goedereede-Havenhoofd onder Ouddorp. Van 1892 tot 1895 kwamen de samenkomsten plaats in een landbouwschuur aan de Spaanseweg. In 1895 werd aan de Dorpsweg een kerkgebouw en pastorie gebouwd op grond die ter beschikking werd gesteld door Maatje Buijs voor het symbolische bedrag van vijf gulden.
Van 1896 tot 1910 was H.N. Basoski verbonden aan de Gereformeerde kerk Ouddorp voor de bediening van het Woord, catechisaties en huisbezoeken. Het kerkgebouw aan de Dorpsweg is meerdere keren gerenoveerd. In 1946-1947 werd het herbouwd en kreeg het een torentje op het dak. Na de watersnood van 1953 kon dankzij het Rampenfonds een nieuw orgel worden aangeschaft.
Vanaf 1973 vormden de Gereformeerde kerk Ouddorp en de Gereformeerde kerk Stellendam één predikantsplaats. In 2001 ondertekenden beide kerkenraden een intentieverklaring voor meer samenwerking.
De gemeente in Ouddorp is door de jaren heen gegroeid en ook anno 2014 neemt het aantal leden nog steeds toe, wat reden tot dankbaarheid geeft. Met ingang van 1 mei 2004 is de Gereformeerde kerk Ouddorp aangesloten bij de PKN (Protestantse Kerk Nederland).
De eerste gereformeerde kerk ontstond in een dorpje op de Veluwe - Ridders van Gelre
Ledenontwikkeling en Huidige Situatie
Volgens een onderzoek van het Reformatorisch Dagblad uit 2012 telde de gereformeerde gemeente in Zeeland 22.889 leden, een stijging van 3900 ten opzichte van 1971. De groei zette de laatste jaren vooral door in Zuid-Bevelandse dorpen, wat werd toegeschreven aan de saamhorigheid en de keuze om met gelijkgestemden in dezelfde dorpen te wonen.
De Gereformeerde Gemeenten (GG) telden per 1 januari 2024 107.015 leden, 289 minder dan begin 2023. Voor het tweede jaar op rij vertrokken ruim 2600 mensen uit het kerkverband, terwijl bijna 1000 leden toetraden. Het ledental van de GG daalt al enkele jaren en is nu onder het niveau van 2015 gekomen.
In 2023 vertrokken 788 leden naar de Protestantse Kerk in Nederland, 667 naar de Hersteld Hervormde Kerk en 190 naar de Christelijke Gereformeerde Kerken. Er traden 995 nieuwe leden toe vanuit andere kerken, waaronder de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (327), de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland (246) en de Hersteld Hervormde Kerk (213).
Een geboorteoverschot zorgt voor enige balans: in 2023 werden 1989 kinderen gedoopt, terwijl 655 GG-leden overleden. Per 1 januari 2024 waren er 151 Gereformeerde Gemeentes, waarvan twee in het buitenland, gediend door 66 predikanten, achttien emeritus predikanten en een Israëlpredikant.
De grootste classis binnen de GG is Barneveld met 19.842 leden, de kleinste is Amsterdam met 2231 leden. De kleinste twee gemeenten zijn Oostvoorne (30 leden) en Delft (32), de grootste Rijssen-Zuid (2710) en Kootwijkerbroek (2423).
De Netherlands Reformed Congregations (NRC), de zusterkerk van de GG in Canada en de Verenigde Staten, telden begin dit jaar 11.572 leden, een stijging van 34 ten opzichte van 2024.
De Gereformeerde Kerk in Yerseke telt momenteel 2400 leden en groeit jaarlijks met circa 25 leden, bestaande uit nieuwe inwoners en jonge stellen. De gemeente kent een geboorteoverschot, maar de huidige kerk is te klein voor de diensten en vele verenigingsactiviteiten.
Willem Staat, journalist kerkelijk leven, verklaart de groei van de Gereformeerde Gemeenten door de hechte gemeenschap waarin men leeft. Hoewel er ook mensen de kerk verlaten, valt dit in absolute aantallen minder op door de vele geboortes.
Staat verwacht dat de ontkerkelijking bij andere geloofsgemeenschappen zal toenemen, en dat kerken zich meer zullen terugtrekken in de stad, waarbij hun functie verandert naar bijvoorbeeld een inloophuis. Ondanks de secularisatie worden in Nederland nog veel grote kerken gebouwd, met name door reformatorische en evangelische gemeenten, terwijl in grote steden en katholieke gebieden kerken juist worden gesloopt.