Inleiding tot de Toelatingsprocedure en het Predikambt
Binnen de Gereformeerde Gemeenten (GG) richt de commissie van toelating zich niet primair op de roeping van kandidaten, maar op de praktijk van de inhoud van de preken, aangevuld met persoonseigenschappen, kennis en studie. Over de roeping wordt niet geoordeeld, wel gesproken. Betreffende het curatorium in de GG zou het wellicht beter zijn om meerdere weegmomenten te hebben en niet alles van die ene dinsdagmorgen in mei af te laten hangen. Echter, dit heeft ook weer gevolgen voor de theologische school; er komen dan meer studenten waarvan het nog niet bij voorbaat helder is of zij wel of geen predikant worden.
Nu wordt de opleiding door het kerkverband betaald, de vraag is of dit zo zal blijven. Het gegeven dat iedereen die in Rotterdam studeert ook predikant wordt in de GG schept een bepaald studieklimaat, en het is de vraag of de GG dit wenselijk acht. Bestaat de eventuele toelating uit slechts één gesprek met het curatorium, of hebben er al eerder gesprekken plaatsgevonden?
Het Proces van Beoordeling en Vertrouwen
Voorafgaand aan het gesprek worden er vragenlijsten ingevuld en verslagen aangeleverd. Gezien het drie dagen betreft voor 15 tot 20 mannen, zou een uur per gesprek redelijk zijn. De heren die voor de zoveelste keer komen, zijn mogelijk sneller klaar. Er wordt veel commentaar gelezen op het curatorium wanneer mannen worden afgewezen. Als de Heere mannen uitzendt in Zijn wijngaard, zullen zij er zeker komen. De Heere laat nooit varen wat Zijn hand begon.
De mannen die afgewezen worden, moeten dan zichzelf onderzoeken of het wel werkelijk van de Heere is. Ieder draagt een bedrieglijk hart om en kan zichzelf makkelijk iets wijsmaken. Het feit dat een groot deel van de afgewezenen uiteindelijk toch predikant wordt, blijkt uit het feit dat sommigen, na afwijzing door het curatorium, tot rijke zegen mochten zijn in een ander kerkverband, waaruit dus blijkt dat zij zeker geroepen zijn. Gods wijngaard is gelukkig groter dan alleen de Ger Gem. Dit neemt echter niet weg dat men zich af kan vragen of het naar Gods wil is dat mensen allerlei blokkades opwerpen voor dienaren die Hij geroepen heeft, en het beter menen te weten dan God door te oordelen over iemands bekering of roeping.

Het gaat niet om beter weten dan God of een oordeel over bekering/roeping, maar enkel om de vrijmoedigheid om iemand toe te laten tot de theologische school. Dit is natuurlijk wel de invulling van iemands predikantschap. Misschien twijfelden de kerkenraden over het onderscheidingsvermogen van de betrokkenen. Het gaat niet om gelijk hebben, maar om vertrouwen. Persoonlijk heb ik meer vertrouwen in het onderscheidingsvermogen van het curatorium en de synode die over het curatorium gaat, dan in dat van kerkenraden, alleen al omdat dominees weten hoe het is om een roeping tot dominee te hebben. Dat valt te betwijfelen. Een kerkenraad kent de betrokken persoon vanuit de eigen gemeente, wat betreft bekering, persoonlijkheid en levenswandel wel.
De Uitdaging van Roeping versus Begeerte tot het Predikambt
Het grootste probleem lijkt te zijn dat veel mensen wel een begeerte naar het predikambt hebben, maar geen roeping. Dit geldt met name voor predikanten die in een zeer beperkte kring opereren en weinig bijval krijgen voor preken van figuren als ds. G.H. Kersten, ds. J. Fraanje, of ds. van Reenen, en zich niet meer herkennen in de dogmatiek van Kersten. Het is te verwachten dat de mannen binnen het curatorium voor het merendeel van harte in die lijn staan en de GG willen bewaren bij die basis. Dit lijkt terecht. Waarom zou een kerkverband zijn afkomst willen verloochenen en daarvan weg willen groeien? Het is echter ook voorstelbaar dat dit botst wanneer er mensen op de stoep staan met een heel andere geloofsbeleving, en dan van het soort waartegen Kersten bijvoorbeeld in zijn catechismus zo fulmineert. Er is door hem en anderen uit zijn tijd veel gewaarschuwd voor de opkomst van een godsdienst die op een andere leest is geschoeid.
Er waren ook predikanten als ds. R. Kok, dominees die een baard hadden en dominees die de drieverbondenleer verdedigden. Het aantal van 9 keer afgewezen zijn is wel veel. Het curatorium is niet onfeilbaar. Er zijn voorbeelden genoeg van mannen die werden afgewezen en een ander jaar wel werden aangenomen. Alles op Gods tijd en wijze. Er zijn minstens 16 predikanten van de GG die (één of meerdere keren) zijn afgewezen en later alsnog zijn aangenomen.
Wilhelmus à Brakel: Prediking en de Nadere Reformatie
Het thema van deze Wekker is 'Preken en leren preken'. Een mooi thema, dat na aan het hart ligt, vooral omdat er momenteel intensief mee bezig wordt gehouden als proponent binnen de kerken. Het thema kan vanuit verschillende invalshoeken benaderd worden. Afgelopen augustus is afgestudeerd aan de TUA, met een onderwerp dat alles te maken heeft met 'preken en leren preken'. De masterscriptie betrof een kerkhistorisch onderwerp: de preken van Wilhelmus à Brakel (1635-1711).
À Brakel was een figuur uit lang vervlogen tijden, die zich bewoog in de kringen van de Nadere Reformatie. Deze kerkelijke beweging legde de nadruk op (de beleving van) het persoonlijk geloof. Predikanten in deze beweging riepen op tot ernst in het geloof door bekering en een volkomen toewijding aan de Heere God. Daarnaast was er veel aandacht voor de doorwerking van christelijke normen en waarden in gezin, samenleving, kerk, politiek en staat. Bekende vertegenwoordigers zijn onder andere de Utrechtse professor in de theologie Gisbertus Voetius en zijn stadsgenoot Jodocus van Lodensteyn.
À Brakel heeft zijn bekendheid vooral te danken aan een omvangrijk theologisch werk dat hij schreef: Redelijke Godsdienst. Dit zijn kloeke banden, gevuld met informatie over zaken die met het geloof te maken hebben; in theologische termen: een dogmatiek. Het bijzondere van de Redelijke Godsdienst is de praktische, pastorale toonzetting. Er worden telkens vanuit de geloofsleer lijnen naar het geloofsleven getrokken. Vanaf het moment van uitgave was het een bestseller. Bijna drie eeuwen later, in de jaren '90 van de vorige eeuw, is het werk vertaald in het Engels. Deze uitgave werd een groot succes, waarna het werk ook in het Russisch, Chinees en Koreaans verscheen. Vanwege dit internationale succes werd tijdens het onderzoek benaderd door de uitgever van de Engelse versie.

De verwachtingen waren hooggespannen bij aanvang van het onderzoek. À Brakel was in zijn tijd niet alleen een geliefd theoloog, maar ook een geliefd prediker. Hij werd en wordt door velen niet voor niets 'Vader(tje) Brakel' genoemd. Deze bijnaam kreeg hij in Rotterdam, waar hij ruim een kwart eeuw predikant was. De mensen in de Maasstad liepen met hem weg, niet zozeer vanwege zijn welsprekendheid, maar vooral vanwege de inhoud van zijn preken. Dit klinkt algemeen; elke predikant neemt zich voor om te laten zien hoe mensen de Heere Jezus persoonlijk kunnen leren kennen. Wat houdt dat talent van À Brakel dan precies in? Dat zijn enkele vragen die in het onderzoek worden beantwoord.
De Kern van À Brakels Prediking: Gods Beloften en de Gelovige
Een van de belangrijkste conclusies van het onderzoek is dat À Brakel een echte belofteprediker is. In al zijn preken spelen Gods beloften een belangrijke rol. Bekende bijbelse beloften, zoals 'Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden' (Matth. 7:7), worden door À Brakel veelvuldig ingezet. Maar voordat hij Gods beloften inbrengt, laat hij vooral zien hoe goed de Heere Jezus is en hoe goed het is om Hem te kennen. In Hem vinden we niet alleen redding, maar ook ware vreugde, vaste vrede en eeuwige zekerheid - alles waar een mensenhart naar verlangt.
Dit zijn grote woorden. Wie zou nou van zichzelf zeggen dat hij ware vreugde, vrede en zekerheid heeft? Een gelovige verkeert vaak in strijd, aanvechting en twijfel. Juist voor zulke twijfelaars preekte À Brakel in het bijzonder. Hij noemt hen 'bekommerden' en 'zwakgelovigen'. Zij vinden het moeilijk te zeggen dat ze gelovigen zijn, maar willen het wel graag. À Brakel maakt hen jaloers door te tekenen hoe goed het is om de Heere te kennen. Vervolgens laat hij zien dat zij met al hun verlangens uitgenodigd worden om de Heere Jezus persoonlijk te leren kennen. Daarbij spelen de beloften een belangrijke rol: 'Zoek, en u zult vinden'. Of, een andere favoriet van À Brakel: 'Schep vreugde in de Heere, dan zal Hij u geven wat uw hart verlangt' (Ps. 37:4).
Men kan van À Brakel leren dat het vooral over de Heere Jezus moet gaan in de prediking. Want in Hem vinden we alles waar ons mensenhart ten diepste naar verlangt én alles wat we nodig hebben. Prediking is ernstig; we hebben de Heere Jezus allemaal, heel persoonlijk nodig! Prediking is ook liefdevol en gunnend; we mogen allemaal bij Hem komen. Het probleem is alleen dat mensen dat uit zichzelf niet doen. Wat is het nodig dat mensen jaloers gemaakt worden en gaan verlangen naar de Heere Jezus, dat ze dorst krijgen naar dat water waar de Heere het over heeft als Hij zegt: 'Wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen' (Joh. 4:14). Ook dat is weer zo'n belofte. En À Brakel heeft goed gezien dat de Heere zich zo aanbiedt aan mensen. Aan zondaren, die uit zichzelf zonder God leven, belooft God álles wat ze nodig hebben; ja, nog meer dan ze ooit hadden durven dromen. En dat alles vinden we in de Heere Jezus. Wie zou Hem dan niet aannemen? Het antwoord is: mensen die niet naar Hem verlangen, die nooit hebben geleerd dat ze het bij Hem mogen en moeten zoeken. Dáárom is het belangrijk om te preken en te leren preken, opdat de hele wereld hoort en blijft horen hoe belangrijk en goed het is om de Heere Jezus te kennen.
Daarnaast heeft het onderzoek als 'extraatje' opgeleverd dat er een tot nu toe onbekende preek van À Brakel werd gevonden in het Zeeuws Archief. Dit zou niet zo bijzonder zijn als er honderden preken van À Brakel beschikbaar waren, maar dat zijn er in feite nog geen twintig. De scriptie zal dus nog een staartje krijgen: voorjaar 2021 zal deze preek D.V. worden uitgegeven.
Jasper de Kok (CGK Bunschoten) werd bij het schrijven van zijn scriptie begeleid door prof. dr. H.J. Selderhuis (TUA) en dr. [Naam ontbreekt in de brontekst].