Kerkelijke afdracht binnen de GKV: een overzicht

De Commissie Doven Pastoraat NGK/GKv ontvangt regelmatig vragen over de financiering van het pastoraat voor dove en slechthorende kerkleden. Deze vragen betreffen zowel de landelijke afdracht als de bijdragen van plaatselijke kerken aan dit specifieke pastoraat.

Financiering van het dovenpastoraat

Het pastoraat voor dove en slechthorende kerkleden wordt deels gefinancierd via een landelijke afdracht. Deze afdracht is bedoeld voor de betaling van de categoriaal predikant die werkzaam is binnen dit domein. Binnen de GKV is dit momenteel ds. Kees Smit. De financiering van zijn functie is verdeeld: 70% wordt gedragen door de FC GKv en 30% door de FC NGK.

Naast de landelijke afdracht leveren plaatselijke kerken ook een bijdrage aan het werk van de regionale commissies, ook wel Interkerkelijke Commissies (IC’s) genoemd. Deze IC’s functioneren als regionale kerkenraden en zijn verantwoordelijk voor de zorg voor dove en slechthorende leden binnen hun regio. Dit geldt met name voor de vier kerken die samenwerken binnen het Interkerkelijk Doven Pastoraat.

De IC’s organiseren speciale dovendiensten, die gericht zijn op doven en slechthorenden. Tijdens deze diensten gaat een van de vier regionale pastores voor, of een voorganger die gebarentaal beheerst, eventueel samen met een tolk. Deze diensten vinden doorgaans maandelijks plaats op zaterdag. Daarnaast worden er op zondagen in de regio gecombineerde diensten gehouden, die dienen als belangrijke ontmoetingsmomenten.

Jaarlijks ontvangen de kerken binnen de regio een Jaarverslag van de IC’s, waarin hun werkzaamheden worden beschreven. Bij dit verslag wordt gevraagd om een financiële bijdrage voor hun werkzaamheden. Het komt echter voor dat sommige kerken uitsluitend via de landelijke afdracht bijdragen aan het dovenpastoraat, maar geen financiële ondersteuning bieden aan de IC in hun regio.

Overzicht van de verschillende afdrachtkanalen voor kerkelijke financiën

Landelijke afdrachten en quotisatieregelingen

De Commissie Financieel Beheer (CFB) van de synode heeft de kerken geïnformeerd over de diverse landelijke afdrachten. Sommige afdrachten lopen via de synode (CFB), terwijl andere via VSE en SKW worden geïnd.

Specifieke afdrachten en bijdragen

  • Quotum NGK-kerken: Dit omvat het AOV-quotum (Arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor predikanten), met een premie van €6 per kerklid.
  • SKW: Vanaf 2025 geldt er geen contributie meer op basis van een staffel, maar een bedrag van €2,81 per kerklid.
  • Indexering: De contributiebedragen houden rekening met de jaarlijkse cao-index, die vanaf 1 januari ingaat voor traktementen en salarissen van kosters en kerkelijk werkers.

De kerkelijke afdracht kan worden vergeleken met een soort belasting die gemeenten verplicht zijn af te dragen aan de Protestantse Kerk Nederland (PKN). Dit model is vergelijkbaar met hoe de overheid belastinggeld int over verschillende inkomstenbronnen, zoals bezittingen, spaargeld en onroerend goed.

Drie afdrachtcategorieën binnen de PKN

De PKN hanteert een model voor de inkomsten van gemeenten dat is opgebouwd uit drie afdrachtcategorieën, vergelijkbaar met de boxen van de inkomstenbelasting:

1. Diaconaal quotum

Dit quotum wordt berekend over de inkomsten die de diaconieën ontvangen. Er wordt 5,7% van deze inkomsten afgedragen, plus €1,35 per belijdend lid. De inkomsten uit het diaconaal quotum zijn bestemd voor diaconaal kerkenwerk.

2. Kerkrentmeesterlijk quotum

Dit quotum wordt berekend over alle inkomsten voor de kerk en bedraagt 4,35%. Van de inkomsten uit het kerkrentmeesterlijk quotum wordt het landelijke werk van de kerk gefinancierd.

3. Solidariteitskas

Hiervoor wordt €5,- per belijdend lid afgedragen. Dit bedrag is bedoeld om gemeenten elkaar te laten ondersteunen.

Binnen het systeem FRIS worden automatisch quotumopgaven gegenereerd op basis van de ingediende jaarrekeningen. In december ontvangen gemeenten bericht over het te betalen quotumbedrag.

Schema van de drie afdrachtcategorieën binnen de PKN

Aanpassing van quotum- en Solidariteitskasregelingen per 2025

Per 1 januari 2025 worden de huidige regelingen voor quotum en de Solidariteitskas aangepast om de lasten eerlijker te verdelen over alle gemeenten. Plaatselijke gemeenten en diaconieën betalen jaarlijks een verplichte financiële bijdrage aan het bovenplaatselijke werk van de Protestantse Kerk, de zogenaamde quotisatieregeling. Hieruit worden onder andere het classicale en synodewerk, gemeenteopbouw, begeleiding en scholing van predikanten en kerkelijk werkers, jeugdwerk, oecumene en ondersteunende activiteiten (zoals juridische en financiële zaken) bekostigd.

De jaarlijkse afdracht aan de Solidariteitskas is bedoeld om gemeenten elkaar te laten ondersteunen. Gemeenten die financiële steun nodig hebben voor vernieuwende plannen kunnen subsidie aanvragen uit deze kas.

Redenen voor de aanpassing

De huidige regeling, die dateert uit 2003, kent een ongelijke verdeling van lasten. Sinds 2004 is het heffingspercentage niet meer verhoogd, en vanaf 2008 zelfs verlaagd. Hierdoor worden kwetsbare gemeenten en nieuwe vormen van kerk-zijn relatief zwaarder belast. De kleine synode heeft ingestemd met een nieuwe heffingsgrondslag voor quotum en Solidariteitskas, die de lasten naar draagkracht eerlijker verdeelt.

Nieuwe heffingsgrondslag

De jaarlijkse verplichte financiële bijdrage aan het bovenplaatselijke werk is nu gebaseerd op een vastgesteld percentage van de opbrengsten uit ‘levend geld’, onroerend goed (exclusief inkomsten uit kerkelijke gebouwen) en overig bezit. Het diaconaal quotum is daarnaast ook gebaseerd op het aantal belijdende leden. In de nieuwe regeling betalen alle gemeenten en diaconieën een percentage over de totale baten, met uitzondering van doorzendcollectes, ongerealiseerde koersverschillen op effecten en herwaardering van materiële vaste activa.

Het heffingspercentage is vanaf 1 januari 2025 lager dan de huidige 4,35% (gemeenten) en 5,7% (diaconieën). Het nieuwe percentage is vastgesteld op 3,5%. Voor het diaconaal quotum komt de bijdrage per belijdend lid te vervallen. Analyse wijst uit dat tweederde van de gemeenten minder zal gaan betalen.

Infographic over de verdeling van kerkelijke financiën

Ondersteuning voor gemeenten en classisteams

Uit onderzoek blijkt dat veel gemeenten moeite hebben met het maken van toekomstgerichte keuzes en behoefte hebben aan ondersteuning. Classes ervaren dat gemeenten meer een beroep op hen doen en hebben daarvoor meer steun nodig. Op landelijk niveau is er behoefte aan meer wendbaarheid om kerk-zijn in deze tijd vorm te geven.

De dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk blijft ondersteuning bieden aan gemeenten. Nieuw te vormen classisteams zullen de dienstverlening dichter bij de lokale gemeenten brengen, zonder dat de omvang van de formatie van de dienstenorganisatie toeneemt.

Aanpassing bijdrage Solidariteitskas

Tot nu toe betaalden gemeenten jaarlijks een vast bedrag van €5,- per belijdend lid aan de Solidariteitskas. Hoewel er in 2009 al besloten werd deze bijdrage te verhogen naar €7,50, is dit nog niet doorgevoerd. Vanwege krimpende ledenaantallen en toenemende behoefte aan onderlinge solidariteit is besloten de bijdrage niet per lid te berekenen, maar op basis van een promillage van het totale eigen vermogen van gemeenten en diaconieën.

Per 1 januari 2025 is het heffingspromillage voor de bijdrage aan de Solidariteitskas vastgesteld op 1,5 promille. Deze nieuwe regeling ondersteunt de solidariteitsgedachte tussen gemeenten beter. Ook diaconieën gaan bijdragen aan de Solidariteitskas, die deels bestemd is voor de landelijke kerk en deels voor solidariteit met andere diaconieën. Vanaf 1 januari 2025 kunnen diaconieën ook een beroep doen op subsidie uit de Solidariteitskas.

De meeste gemeenten zullen minder gaan betalen. Ongeveer 40 gemeenten of diaconieën die als gevolg van de nieuwe regeling minimaal €10.000 extra gaan betalen, vallen onder een overgangsregeling. Dit wordt bepaald op basis van de jaarrekening 2023 en deze gemeenten worden eind 2024 benaderd.

Mogelijkheid tot terugvragen heffing Solidariteitskas

Er is een mogelijkheid om de heffing voor de Solidariteitskas terug te vragen, zowel voor het kerkrentmeesterlijk als het diaconaal deel van de bijdrage. Dit is mogelijk als een gemeente aantoonbaar solidair is met andere gemeenten en/of diaconieën, volgens een richtlijn die door de kleine synode is opgesteld. De commissie steunverlening beoordeelt de aanvragen voor terugbetaling.

Qua administratie en verantwoording verandert er voor lokale gemeenten niets. De verzending van aanslagen en facturen blijft zoals gebruikelijk. De verandering zit in een andere berekening van het quotum en de bijdrage aan de Solidariteitskas.

Wijzigingen in percentages en berekeningen

  • Het heffingspercentage voor gemeenten gaat van 4,35% naar 3,5%.
  • De grootste wijziging betreft de belasting van incidentele baten, zoals erfenissen of boekwinsten bij verkoop van gebouwen. Hierbij wordt gekeken naar de opbrengst van twee jaar geleden.
  • Diaconieën ontvangen twee aanslagen: een voor de quotumafdracht en een voor de solidariteitsbijdrage. De quotumafdracht zal lager uitvallen omdat het percentage van 5,7% naar 3,5% gaat en de bijdrage per belijdend lid vervalt.
  • De diaconale bijdrage aan de Solidariteitskas is nieuw.

Het opstellen van de begroting voor 2025 is het eerste moment waarop gemeenten en diaconieën met de nieuwe regelingen gaan werken.

Kostenstructuur van een kerkelijke gemeente

De uitgaven van een kerkelijke gemeente omvatten diverse posten:

  • Personeelskosten: honorarium van eigen predikant en vergoeding voor gastpredikanten.
  • Gebouwen: onderhoud, energiekosten, vaste gemeentelijke lasten, verzekeringen en afschrijvingen (zoals hypotheekaflossing).
  • Landelijke kassen: de jaarlijkse verplichte afdracht aan de kassen van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland, die 13% van de begroting bedraagt.
  • Overige uitgaven: kosten voor verenigingen, kerkblad, bankkosten, etc.

De kerk en pastorie, gebouwd in de jaren '60, vereisen veel onderhoud. Om de kosten gelijkmatig te spreiden, wordt een onderhoudsvoorziening gevormd.

Grafiek die de verdeling van kerkelijke uitgaven toont

Inkomstenbronnen en vrijwillige bijdragen

Voor elk lid vindt een afdracht plaats aan de deputaatschappen van het kerkverband, met een totale afdracht van €80,31 per lid, waarvan €61,49 door de kerk wordt afgedragen. Om de uitgaven te dekken, is veel geld nodig.

De belangrijkste inkomstenbron voor een gemeente is de Vaste Vrijwillige Bijdrage (VVB). Hoewel het bepalen van een reëel bedrag voor de VVB lastig kan zijn, wordt een richtlijn geboden waarbij geldt dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Deze richtlijn is gebaseerd op het netto gezinsinkomen per maand. Aangezien de gemeente maandelijks vaste uitgaven heeft, wordt gevraagd om ook maandelijks bij te dragen om de inkomsten en uitgaven in evenwicht te houden. Jaarlijks stijgen de kosten door inflatie, waardoor ook de inkomsten moeten worden bijgesteld.

Naast de VVB wordt er in de zondagse erediensten één collecte gehouden. Giften aan de kerk als ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling) zijn fiscaal aftrekbaar, net als de Vaste Vrijwillige Bijdrage en de aanschaf van collectemunten. Er geldt een drempelbedrag (1% van het drempelinkomen, minimum €60) en een maximum (10% van het drempelinkomen) voor giftenaftrek.

Een alternatief is een periodieke gift die voor ten minste 5 jaar wordt vastgelegd in een onderhandse akte. Deze giften zijn volledig aftrekbaar, zonder drempel en maximum.

tags: #kerkelijk #afdracht #gkv