Het aansteken van kaarsen is een universeel symbool van het verdrijven van duisternis, zowel letterlijk als figuurlijk. Mensen hopen met dit ritueel troost, genezing, geborgenheid en geluk te vinden in tijden van verdriet, pijn, verlatenheid en angst. Dit diepe verlangen naar licht en de inzet voor de aanwezigheid ervan weerspiegelt zich ook in de Bijbel. Hoe meer duisternis we ervaren, hoe sterker de hunkering naar licht.
Grondbetekenis van Licht in de Bijbel
De Hebreeuwse term voor licht, 'or, betekent letterlijk 'licht', maar kan soms ook verwijzen naar 'vuur'. In Psalm 119:105 staat het in parallellie met 'lamp' (ner). Het kan verwijzen naar daglicht, morgenlicht, maanlicht of ander licht. Het woord komt ongeveer 125 keer voor, met een prominente aanwezigheid in de wijsheidsliteratuur, met name in het boek Job (ruim 30 keer). Het woord 'orah kan zowel 'licht' als 'inzicht' betekenen, terwijl het werkwoord met dezelfde stam ('verlichten, lichtgeven') bijna 40 keer voorkomt. Daarnaast is er 'ahavah, 'glans, helder schijnsel', vooral bij de profeten, en in het Aramese Daniël vinden we neharah, 'lichtstraal', en het werkwoord nhr, 'stralen'. Het Aramese nehor, 'licht', woont bij God.
Ook in het Nieuwe Testament is het woord 'licht' frequent aanwezig. Het bekendste equivalent is foos, waarvan een aanzienlijk deel in Johannes en 1 Johannes voorkomt. Andere termen zijn feggos, verwijzend naar het 'schijnsel' van de maan, en footis-mos, 'licht, schijnsel'. De combinatie van licht met leven (Joh. 8:12) en waarheid (Joh. 8:12; 1 Joh. 2:8) benadrukt de onderlinge verbondenheid van deze begrippen.
Licht in Letterlijke en Concrete Zin
Schepping en Levenslicht
Genesis 1 vormt de basis voor het bijbelse concept van licht en duisternis. Licht wordt hier primair geïntroduceerd als levenslicht, daglicht en essentieel voor het bestaan. Op de vierde dag worden de hemellichamen - zon, maan en sterren - geschapen om dit licht te reguleren en het ritme van het dagelijks leven aan te geven. Het eerste licht valt niet samen met het verschijnen van de zon; de maan en sterren dragen ook bij aan de verlichting.
Natuurlijke Lichtbronnen
Naast de hemellichamen brengen ook vuur, bliksem, wolken, lampen en zelfs ogen licht voort (Jes. 26:19; 38:26; Ps. 38:11; 78:14; 148:3; Job 36:32; Mat. 17:2). Licht is noodzakelijk voor het leven; zonder groei, oogst en duurzaam bestaan is er geen leven mogelijk. Ook de mens kan niet zonder licht functioneren (vgl. Job 3:20; 33:20).
God als Bron van Licht
Het scheppingsverhaal toont aan dat licht van God komt (vgl. Jak. 1:17). Licht is een integraal onderdeel van de goddelijke omgeving, zoals beschreven in Johannes 1 (1:7-9; vgl. 1 Tim. 6:16). Dit verklaart waarom licht in bijbelse en christelijke tradities symbool staat voor liefde, goedheid, heil en geluk.

Beeldspraak en Symboliek van Licht
Licht als Goddelijke Aanduiding
Verschillende bijbelse namen, zoals Abner ('mijn vader is een licht'), Uri ('mijn licht'), Uria ('mijn licht is de Heer') en Uriël ('mijn licht is God'), tonen de speciale betekenis van licht als uitdrukking van geluk in relatie tot God. De vraag 'Is God licht?' wordt diepgaand onderzocht in de Schrift.
Licht als Metafoor voor Hoop en Heil
In tijden van grote moeilijkheden voor Israël en de vroege christelijke gemeente, waarin het bestaan als duister werd ervaren, fungeert licht als een krachtige metafoor voor de goddelijke werkelijkheid. Het symboliseert hoop, geluk, heil en vrede. De roep 'Er zij licht!' klinkt in het scheppingslied, bij de profeten (Jes. 9:1), in de geschriften van Johannes (Joh. 1) en op paasmorgen na de duisternis van Jezus' lijden en sterven. Dit licht, dat radicale veranderingen teweegbrengt, komt van de Eeuwige.
God als Licht: Onthulling en Verberging
De Bijbel duidt God meer dan eens aan als licht. God valt niet samen met licht; licht onthult en verbergt God tegelijk. Het laat zien wie God is: Hij die zich laat kennen, maar tegelijk verborgen blijft (vgl. Ps. 104:2). Licht is een titel en een naam voor God, die Zijn hulp en bevrijding symboliseert in Zijn relatie tot de mensheid. Het ervaren van Gods nabijheid wordt uitgedrukt met het beeld van 'licht' (Jes. 60:1-3; Mi. 7:8; Ps. 27:1; vgl. 1 Joh. 1:5). Bevrijding wordt ervaren als 'het licht zien' en 'het licht gaat op' (Ps. 112:4). Het beeld 'licht van Gods aangezicht' verwijst naar Gods barmhartigheid en genade (Ps. 4:7).
Johannes belijdt dat Jezus het ware licht is (1:1-8) en het licht der wereld (8:12; vgl. 1 Tim. 6:16), die Gods bevrijding brengt en de wereld wegroept uit de duisternis van dood en chaos. Dit licht is vaak verbonden met de komst van de lichtdrager: God als redder en rechter, of Christus die in een verloren wereld verschijnt, zoals treffend geïllustreerd in het geboorteverhaal van Jezus (Luc. 2:8-9, 32; Mat. 2:2,8-9; vgl. Joh. 1).
Delen in het Goddelijke Licht
Omdat God licht genoemd wordt, deelt Zijn volk - Israël en de gemeente - in dit licht. Zij worden lichtdragers, 'licht in de wereld, licht voor de volkeren'. Hun manier van zijn en hun daden maken Gods bevrijding en hulp zichtbaar. Het in de mens ontstoken licht moet zich voortplanten. In het Oude Testament dragen bijzondere roepingen, zoals de dienaar van de Heer (Jes. 42:6-7) en Mozes wiens gelaat straalde na de openbaring op de Sinaï (Ex. 34:29-35), het goddelijke licht uit. Ook van Israël als volk gaat licht uit naar de volkeren (Jes. 60:3; 62:1-2; vgl. Rom. 2:19).
In het Nieuwe Testament worden de leerlingen en de gehele gemeente als lichtdragers aangeduid. Jezus zegt: 'Jullie zijn het licht der wereld' (Mat. 5:14), en Paulus noemt de gemeente te Efeze 'licht in de Heer' en 'kinderen van het licht' (Ef. 5:8). Door de weg van de Tora en Jezus te volgen, worden gelovigen mensen van het licht: bevrijders, helpers, barmhartigen.

De Praktische Toepassing van Licht
Wandelen in Gods Licht
Wandelen in Gods licht betekent een bewuste keuze voor Gods programma, zoals opgetekend in de Tora. Jesaja spoort het volk aan om in concrete daden en woorden het geheim van het ware leven te onthullen (2:5). Dit wandelen in het licht is essentieel voor vroomheid, het geeft, leidt en bewaart het leven, en brengt vreugde en geluk voort. Het goddelijke licht, dat parallel loopt aan inzicht, ligt opgeborgen in de woorden van de Tora, die als een lamp op donkere paden fungeren en inzicht, vergezicht en uitzicht bieden (Deut. 5:11-14). Leven en licht zijn onlosmakelijk verbonden, waarbij licht symbool staat voor bevrijd leven (Jes. 9:1; 58:8; Job 3:20). Recht en waarheid zijn innig verbonden met licht (Sef. 3:5; Ps. 37:6; 1 Joh. 2:8).
Licht als Symbool voor Vrede en Welzijn
Het sleutelwoord 'licht' omvat tal van facetten die als thema's kunnen dienen: hoop, nabijheid, bevrijding, uitzicht, inzicht, warmte, groei, hulp, geluk en sjalom (vrede). Deze facetten worden zowel van Godswege ontvangen en ervaren, als door de gelovigen zelf doorgegeven, zowel in woord als in daad. De functies van licht in het dagelijks leven bieden aanknopingspunten voor deze overdracht.
De Betekenis van 'Licht der Wereld'
Jezus' uitspraak 'Jullie zijn het licht der wereld' (Mattheüs 5:14) benadrukt dat geloof geen privéaangelegenheid is, maar een opdracht om zichtbaar licht te brengen in een duistere wereld. Voor Joden in Jezus' tijd had de uitdrukking 'licht van de wereld' meerdere betekenissen: het kon verwijzen naar de zon, maar ook naar een belangrijke Torageleerde of het hoofd van een Toraschool. Het overdragen van kennis werd 'verlichten' genoemd, waardoor de meester 'licht van de wereld' werd genoemd, en leerlingen 'lampen' of 'zonen van het licht'.
Jezus in Johannes (1:9, 8:12) is het licht van de wereld. In de Bergrede gaat Hij verder door te stellen dat Zijn volgelingen, die geen rabbijnse opleiding hadden genoten, voortaan het licht van de wereld zouden zijn. Nu Jezus niet langer fysiek aanwezig is, zijn gelovigen geroepen om dit licht te zijn. De uitdrukking 'het licht' in plaats van 'een licht' impliceert dat mensen zonder ons God niet kunnen ontdekken. Het zijn van het licht der wereld betekent door onze houding en daden laten zien wie God is en wat Hij voor ons betekent. Daarnaast omvat dit de opdracht om kennis over te dragen aan jonge gelovigen (1 Timotheüs 4:12).
Het Licht van het Evangelie
Het licht van het glorieuze Evangelie in het vroege christendom verwijst naar de verlichtende waarheid van Christus, gezien als het beeld van God. Dit licht is bedoeld om degenen die verloren of blind zijn voor geestelijke realiteiten te verlichten, en biedt gelovigen inzicht in diepere spirituele waarheden.
Het Evangelie, wat 'blijde boodschap' betekent, wordt verteld in de vier evangeliën van Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. In het begin was het Woord, en dat Woord was bij God en was God. In dit Woord was leven, en dat leven was het licht der mensen. Jezus Christus straalde goddelijk licht uit, waarbij Zijn goedheid, liefde, macht en heiligheid zichtbaar werden. Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet gegrepen. Ondanks de duisternis van deze wereld, blijft het licht van het evangelie schijnen door prediking en geschriften.

De Rol van de Gelovige als Lichtdrager
Jezus' beeldspraak van 'zout der aarde' en 'licht in de wereld' (Mattheüs 5:14) benadrukt de actieve rol van gelovigen. Zoals zout smaak geeft, reinigt en bederf voorkomt, zo worden christenen opgeroepen om smaak te geven aan het leven, het goede in de cultuur te bewaren en trouw te zijn aan God. Net als een stad op een berg of een lamp op een standaard, zijn gelovigen bedoeld om zichtbaar te zijn en hun licht te laten schijnen, zodat anderen God kunnen verheerlijken door hun goede daden.
De uitdrukking 'het licht der wereld' impliceert dat gelovigen, door hun leven in overeenstemming te brengen met hun geloof, Gods liefde en waarheid zichtbaar maken. Dit betekent het leven volgens de zaligsprekingen, het tonen van barmhartigheid en het delen van kennis en inzichten. Het is een oproep om niet te schromen om het Woord te delen, zelfs als dat moeilijkheden met zich meebrengt, en om een getuige te zijn van het Licht, niet van zichzelf.
Het is cruciaal om het licht van het Evangelie niet te bedekken met wereldse zaken, maar het zichtbaar te maken door de Bijbel te bestuderen, te bidden en christelijke muziek te beluisteren. De natuur zelf weerspiegelt de pracht van God en wekt ontzag op, wat de menselijke vrees kan verminderen en de focus op het goddelijke kan vergroten.
Licht en Duisternis: Een Constant Contrast
In de Bijbel staan licht en duisternis niet tegenover elkaar als gelijkwaardige krachten, maar is het licht veel sterker dan de duisternis. Een enkele kaars verdrijft de duisternis. De duisternis wordt gezien als 'niets' in vergelijking met het goddelijke licht. Jezus, als het Licht der wereld, verdrijft de duisternis van zonde, dood en chaos. Hij is de zon die alle duisternis doet verdwijnen. Ons leven bevindt zich van nature in de duisternis van de zonde, maar door in Jezus te geloven, kunnen we in het licht wandelen.
De kruisiging van Jezus wordt beschreven als een moment van 'buitenste duisternis', waarbij Hij de prijs betaalde om mensen in het licht te brengen. Gelovigen die in Hem geloven, hoeven niet in de duisternis te blijven, maar mogen het Licht hebben. De uitnodiging is om op te staan, verlicht te worden, want Gods heerlijkheid gaat over hen op (Jesaja 60:1).

Het Woord als Licht
Het Woord van God wordt gezien als een lamp voor de voet en een licht op het pad (Psalm 119:105). Door het Woord in het leven uit te bouwen, wordt men zelf licht voor anderen. Het Woord van God is de Bron van wijsheid en intelligentie, en door het te omarmen, ontvangen we nieuw leven en worden we nieuwe scheppingen. Het geloven in Zijn Naam, het Woord dat Zijn karakter verklaart, is essentieel. God heeft ons de macht gegeven om Zijn kinderen te worden, door het onvergankelijke zaad van het Woord opnieuw geboren te worden.
Het aannemen van Jezus Christus betekent geloven in Zijn Naam, het Woord dat God zelf spreekt. Het is een uitnodiging om het licht te onderzoeken, de waarheid lief te hebben en God te kennen. Het licht van God laat alles aan het licht komen, zodat we kunnen leven zoals Hij het wil.