Inleiding tot New Age en het 'Hogere Zelf'
Om de invloed van New Age in de kerk beter te kunnen zien, is het nodig om iets meer te weten over de basis van New Age. Hieronder wordt een korte samenvatting gegeven van de kernprincipes van deze stroming, gebaseerd op het boekje van Ray Yungen, ‘Understanding the New Age, Meditation, and the Higher Self’.
New Age is gebaseerd op astrologie. Astrologen geloven in tijdperken van steeds 2000 jaar, met daartussen een overgangsperiode. De afgelopen 2000 jaar was het tijdperk van de Vis en nu gaan we naar het tijdperk Waterman (Aquarius). Het Waterman-tijdperk wordt als belangrijk voor de mensheid beschouwd.
Volgens New Age bestaat alles wat bestaat uit energie, kleine deeltjes vibrerende energie, atomen, moleculen, protonen enzovoort. Deze energie wordt geïdentificeerd met God, wat impliceert dat alles God is. Omdat de mens onderdeel is van deze goddelijke energie, wordt de mens ook als goddelijk beschouwd.
Metafysica houdt zich bezig met dat wat bestaat of echt is, maar onzichtbaar is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een zichtbare en een onzichtbare wereld. De mens wordt gezien als gevangen in een cyclus van het astrale gebied: geboren worden, leven, sterven en terugkeren naar het astrale bestaan. Binnen deze visie wordt gesteld dat er geen kwaad bestaat; de mens leert alleen, en de belangrijkste les is dat de mens God is.
Het doel binnen New Age is om jezelf af te stemmen op een hoger bewustzijn, waardoor je je bewust wordt van een hogere wereld. Meditatie in New Age houdt in dat men zichzelf van alle gedachten verlost om de geest stil te zetten. Vervolgens kan de goddelijke kracht binnenkomen en kan goddelijke transformatie bereikt worden. De twee meest gebruikte methoden om gedachten en geest stil te zetten zijn ademhalingsoefeningen en het gebruik van een mantra.

Kritiek op New Age Praktijken binnen de Kerk
Ironisch genoeg zijn het, in plaats van de vaart van New Age-spiritualiteit af te remmen, onze eigen kerken die soms de beslissende katalysatoren zouden kunnen zijn om deze beweging op de voorgrond te plaatsen. Bepaalde spirituele praktijken raken verankerd in onze kerken die, als een ijsberg, aan de oppervlakte mooi en indrukwekkend lijken, maar in werkelijkheid ernstige schade aanrichten en de waarheid aantasten.
De Bijbel stelt: "Want uit genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen." Dit vers benadrukt de rol van genade en geloof, in contrast met werken of eigen inspanningen, wat haaks staat op de zelfrealisatie die centraal staat in New Age-spiritualiteit.
Historische Context: De Moderne Devotie en de Vroege Reformatie
In de Middeleeuwen waren steden als Zwolle en Deventer belangrijk als handelssteden, maar ook als centra van intellectuele en religieuze ontwikkeling. Ze verspreidden de opvattingen van de Moderne Devotie, een diepchristelijke, eigenwijze beweging.
In de late Middeleeuwen lag het economisch centrum van de noordelijke Lage Landen nog niet in Holland; dat gebied was nog in ontwikkeling. Steden als Deventer en Zwolle waren veel belangrijker en aangesloten bij de Hanze, een groot transnationaal handelsnetwerk. Zwolle profiteerde van zijn centrale ligging, geschikt voor handelsstromen in alle windrichtingen, wat bijdroeg aan de bloei van de stad.
Het kenmerk van een bloeiperiode is dat mensen die hem doormaken zich ervan bewust zijn en het hoog in de bol krijgen. Dat gold ook voor Zwolle. Het intellectuele leven floreerde daar ook. Het Zwolse stadsbestuur gaf de net benoemde rector van de Latijnse school, Johan Cele, alle vrijheid zijn instelling te hervormen. Cele zorgde ervoor dat ook getalenteerde jongens van arme ouders een kans kregen om te leren, met gratis kost en inwoning. De Latijnse school ontwikkelde een enorme aantrekkingskracht, en de leerlingen werden ingezet voor de boekindustrie van de stad. In plaats van monniken, schreven tientallen leerlingen vrome teksten.
Cele was bevriend met Geert Grote, de grondlegger van een nieuwe spirituele beweging: de Moderne Devotie. Geert Grote, een burgemeesterszoon uit Deventer, gaf na een ernstige ziekte alles weg en gebruikte een deel van zijn geld om een nieuwe lekenorde op te richten. Deze orde was zeer streng, met leden die wedijverden om vroomheid, bijvoorbeeld door as op hun brood te doen. Ze streefden naar puurheid en een persoonlijke geloofsbeleving, waarbij Grote vond dat ieder mens zelf verantwoordelijk was voor zijn zielenheil.
Vanuit Zwolle en Deventer bereikten de opvattingen van de Moderne Devotie ook andere Hanzesteden. De leden stichtten meer dan honderd kloosters, vooral in Noord- en Oost-Nederland, Noord-Duitsland en rondom Keulen. De beroemdste Moderne Devoot was Thomas à Kempis, die zich aangetrokken voelde tot de geest van strengheid en de wens om zelf de Bijbel te lezen. Net als andere Moderne Devoten hield hij een rapiarium bij, een aantekenboekje met de mooiste spreuken en Bijbelteksten.
De Moderne Devoten hebben veel invloed gehad en worden beschouwd als voorlopers van het protestantisme. Niet toevallig had Maarten Luther een leermeester uit een klooster dat door Moderne Devoten was gesticht.

Zelfgenoegzaamheid in het Christendom en Protestantisme
In het Christendom verwijst zelfgenoegzaamheid naar een staat van overmatige bevrediging van eigen wensen, wat vaak leidt tot een afname van moreel karakter. Dit gedrag, gekenmerkt door het prioriteren van persoonlijke verlangens boven de zorg voor anderen, resulteert in zonden en verwaarlozing van verantwoordelijkheden. Het wordt gezien als een levensstijl gericht op genot en plezier, ten koste van morele integriteit en hogere spirituele doelen.
In de context van het christendom verwijst "zelfgenoegzaamheid" naar een houding van morele superioriteit. Het is een geloof in de eigen rechtvaardigheid, vaak gebaseerd op vermeende goede daden of morele standaarden. Zelfgenoegzaamheid kan zich uiten in minachting voor anderen die als "onwaardig" worden beschouwd, en in een gebrek aan compassie. Het kan ook leiden tot een onvermogen om de eigen fouten en tekortkomingen te erkennen.
In plaats van een deugd is zelfgenoegzaamheid een valkuil. Het belemmert de toegang tot het koninkrijk der hemelen, omdat het haaks staat op de nederigheid die vereist is om door de nauwe poort van het geloof te gaan. Ware aanbidding, in de protestantse traditie, is niet bedoeld voor eigen gewin, maar als een oprechte daad van eerbied jegens God. De katholieke kerk erkent dat zelfgenoegzaamheid kan leiden tot strenge straf, maar benadrukt de noodzaak van matiging en barmhartigheid.
In het vroege christendom werd zelfgenoegzaamheid gezien als een houding die leidt tot een gebrek aan erkenning van de eigen fouten en de gevolgen daarvan.
Dietrich Bonhoeffer en de Kritiek op Zelfgenoegzaamheid in de Kerk
Dietrich Bonhoeffer sprak in een preek op Hervormingsdag in 1932 in Berlijn over de gevaren van zelfgenoegzaamheid en zelfverheerlijking binnen de kerk.
In Duitsland was Hervormingsdag een groots feest, waarbij de Duitse taal, de protestantse cultuur, het Duitse volk en de muzikale traditie werden gevierd - men vierde zichzelf. In die tijd, 1932, was er sprake van een soort zelfvertrouwen in de kerk. Na de Eerste Wereldoorlog hoopte men op een bloeiende toekomst, en de politieke leiders beloofden de kerk een prominente plaats in het nieuwe Rijk. Dit alles ging gepaard met fanfare, Posaunenkoren en kinderen die Lutherliederen zongen.
Tegen deze achtergrond preekte Bonhoeffer over Openbaring 2:4: "Maar Ik heb tegen u." Hij stelde dat Hervormingsdag niet ons protest tegen de wereld is, maar Gods protest tegen ons. De uitbundige vieringen waren volgens hem een uiting van angst, de stervensangst van de kerk. Men voelde de onrust van de tijd (het was 1932) en vreesde de confrontatie met God, vermoedend dat God protesteerde tegen de staat van de kerk. Om dit te overstemmen en te ontlopen, werd er zoveel lawaai gemaakt.
Bonhoeffer benadrukte dat in een tijd van morele zelfverheffing, het beschuldigen van anderen en het hanteren van harde woorden, zelfkritiek en zelfkennis een verademing zijn.
Gods Protest tegen de Kerk
Wat is Gods protest? De eerste liefde, die hebben jullie verlaten. Daarom zijn jullie zo zwak. Je zegt dat de tijden zwaar zijn, je ziet geweld en haat, en je wordt cynisch en bang. Maar dit is niet de tijd voor de kerk om gelaten te zijn, zegt Bonhoeffer.
Hij uitte een verwijt aan de Duitse Kerk in 1932, de kerk die massaal Hitler zou volgen: "Du solltest brennen und du bist kalt (Je zou vurig moeten zijn, maar je bent koud), du solltest wachen und du bist träg (je zou moeten waken maar je bent traag), du solltest hungern und du bist satt (je zou hongerig moeten zijn maar je bent verzadigd en lui), du solltest glauben und du hast Angst (je zou geloof moeten hebben, maar je hebt angst), du solltest hoffen und du greifst nach der Macht (je zou hoop moeten hebben maar je grijpt naar de macht)."
Er zouden wonderen in jullie midden moeten gebeuren, maar jullie kunnen niet eens het alledaagse. De kerk is gericht op zelfbehoud, zoekt een plek in deze wereld, wil relevant zijn, of juist zo zuiver mogelijk, iedereen op hygiënische afstand houdend, om niet onrein te worden door deze melaatse tijd. In beide gevallen is de kerk vooral bezig met zichzelf. Zowel de modieuze kerk als de zuivere kerk is bezig met zichzelf. Hervormingsdag herinnert ons eraan hoe diep wij gevallen zijn. Deze dag is niet ons protest tegen de cultuur of tegen anderen, het is Gods protest tegen ons. "Maar Ik heb tegen u."
Dietrich Bonhoeffer: een verhaal over moed en geloof
Zelfkritiek als Kenmerk van het Protestantisme
Zo'n preek van Bonhoeffer is typisch protestants. In de Reformatie veranderde de functie van de preek.
Reformatieherdenkingen zijn eigenlijk heel bijzondere herdenkingen: dat wij niet onszelf vieren, maar dat wij ons door God laten bekritiseren, dat wij ons laten bevragen over de eerste liefde, tot God en de naaste, dat wij onszelf, als kerk en persoonlijk, durven laten screenen. Dat zou nederige mensen kunnen voortbrengen, die diep beseffen dat wij persoonlijk en als kerk onvolmaakt zijn, dat wij fouten maken en zonde doen.
In onze tijd, waarin zoveel morele zelfverheffing, blaming van anderen en het hanteren van zekere, harde woorden heersen, is zelfkritiek en zelfkennis een verademing. Toen onze Heer en Meester Jezus Christus zei: "Doe boete", bedoelde Hij dat het hele leven van gelovigen boetedoening is. Een van de vruchten van de doorwerking van het protestantisme is het vermogen tot zelfkritiek. Een vitale traditie kun je herkennen in het beoefenen en stimuleren van zelfkritiek. Een vitale traditie cancelt niet, maar nodigt anderen uit om te zeggen wat ze zien, want misschien zien zij scherper dan wijzelf waarin wij onvolmaakt zijn.
Het Hogere 'Zelf' als Misleiding
Het derde venster is het venster van het hogere ‘Zelf’. De vraag wordt gesteld waarom hierover geschreven zou moeten worden, en het idee van het hogere ‘Zelf’ als goddelijke kracht in ons wordt als onzin bestempeld.
Persoonlijk is de mening dat satan velen uit onze kringen kan misleiden en hen deze vorm van zelfrealisatie zal voorschotelen. Het openen van dit venster zal als een verwoestende tsunami, die nu al in Amerika zijn werk doet, onze gemeenten binnenstormen. Het is zo verwoestend, omdat het werkt. Men zal op basis van eigen ervaringen getuigen van de geweldige liefde en de kracht van (G)god in zich. Maar wat is het dan moeilijk om in te zien dat men in de invloedssfeer van de duisternis is gekomen.
De tekst uit Hosea 8:7, "Want wind zaaien zij en storm oogsten zij," kan ook voor dit onderwerp gebruikt worden. Het begint zo aangenaam, een ervaring uit het hogere ‘Zelf’, maar het eindresultaat is een verwoestende storm. Dan komt de ware identiteit van de duisternis aan het licht. Er wordt gebeden dat deze kracht van de duisternis Nederland niet zal treffen, aangezien alleen het gelovig gebed dat naar Gods wil is, dit geweld kan keren.
Waarschuwing tegen het Luisteren naar Satan
"Luister niet naar de satan!" wordt benadrukt, waarbij 'luisteren' wordt uitgelegd als 'gehoorzamen', 'acht geven op' of 'gehoor geven aan'. Johannes 8:44 wordt geciteerd: "...want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen." In satan is geen waarheid en hij spreekt dus ook geen waarheid. Zijn 'waarheid' dient altijd het doel van de duisternis.
Men staat volstrekt machteloos tegenover de duistere wereld als men in ongehoorzaamheid aan Hem toch zou luisteren. Het idee dat men, intellectueel en helder denkend, immuun zou zijn, wordt ontkracht. Wanneer men als nuchtere Hollander denkt dat men zelf de ‘geestelijke’ zaakjes in eigen kracht tot eer van God kan beheren, is men het volgende slachtoffer. Wij dienen satan te weerstaan (= zich verzetten tegen) en niet met hem in te stemmen of naar hem te luisteren (Jak. 4:7).
Jezus Christus geeft hiervan een goed voorbeeld, want de vader der leugen misbruikt de Schrift der Waarheid. De Here ‘luisterde’ niet, in de betekenis zoals eerder aangegeven, en verkondigde hem alleen de Waarheid (Luc. 4:1-12). De dialectische methode van satan begint weer zo rustig en vertrouwenwekkend. Wat heb je immers tegen de uitspraken “Ik heb God in mijn hart!… Ik ben één met Hem!”? Daar is toch niks mis mee?
Wat men ziet, de bovenstroom, is slechts een dekmantel voor de gevaarlijke onderstroom. Satan wil ons ‘transformeren’ naar een denken dat wij als God zijn. Luister niet naar satan, maar luister naar het Woord van God!
Schriftuurlijke Tegenstellingen met het 'Hogere Zelf'
- De Schrift leert duidelijk dat de enige goddelijkheid in de mens die van God is. God woont in het hart van wedergeboren gelovigen. Zelfs christenen zijn slechts deelhebbers aan de Goddelijke Natuur en niet bezitters of substantie van de Goddelijke Natuur. 2 Petrus 1:3-4 stelt: "...door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur..." Alleen Jezus Christus heeft de Goddelijke identiteit in lichamelijke gedaante (Kol 2:9-10). Handelingen 17:28 zegt: "Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij..." Het leven ‘in Hem’ wil zeggen dat wij door Hem leven in Zijn kracht.
- Wij erkennen geen hoger ‘Zelf’ als goddelijke kracht in ons (Ps. 28:7; 1Tim. 1:12; 1Kor. 12:6). Wij mogen Zijn kinderen zijn, maar zijn niet daardoor God geworden. De Drie-eenheid Gods zal niet en kan niet, Zijn wezen delen met het geschapene.
- Het is zondig en hoogmoedig om te streven naar zelfrealisatie of zelfverlossing. De mens bezit geen verborgen krachten die hem in staat stellen om via een eigen methodiek te komen tot de vereniging met het goddelijke. De mens wordt opgeroepen om niet positief over zichzelf te denken. De Here gaat ons voor op de smalle weg (Hebr. 12:2). Deze weg geeft geen ruimte aan een christendom met eigen bedachte rituelen, maar is trouw aan de instructies die God heeft gegeven in Zijn Woord.
U bent gewaarschuwd! Door zelf de vensters naar de ‘hemel’ te openen, worden wij onbruikbaar voor God, of bewandelen wij de weg die ons met een ingebeelde hemel naar de hel voert (Matt. 7:22-23).

Culturele en Sociologische Verschillen: Katholicisme versus Protestantisme
Sociologen doen nog altijd onderzoek naar de vraag waardoor een katholieke samenleving zo anders is dan een protestantse.
Protestanten hebben een culturele traditie ontwikkeld die hen een vooraanstaande plaats gaf in de modernisering van de samenleving. Zo bleken in Duitsland, totdat het verplichte onderwijs werd ingevoerd, protestantse kinderen over het algemeen meer geletterd te zijn dan katholieke. Dit dankten zij aan een traditie die terugging tot Maarten Luther, die zijn volgelingen aanraadde zelf de Bijbel te lezen in plaats van die te horen voorlezen door de kerkelijke ambtsdragers. De lutheranen hebben die raad ter harte genomen en hebben geleerd lezen om de Bijbel te kunnen lezen.
Meer opgemerkt werd het erfgoed dat te danken is aan Johannes Calvijn. De zeer invloedrijke socioloog Max Weber meende dat diens predestinatieleer grote, zij het grotendeels onbedoelde gevolgen heeft gehad. Zijn predestinatieleer hield in dat de mens niet in staat was zijn hemels heil te verwerven, ook niet door middel van een "verdienstelijke" levenswandel. Bij de volgende generatie calvinisten was die leer in haar onverbiddelijkheid moeilijk te handhaven. Zij gingen op zoek naar tekens waaruit hun uitverkiezing zou blijken, en die vonden zij (zo suggereren immers sommige passages in de Bijbel) in economische welvaart. Vandaar een sterke motivatie om die welvaart na te streven met de daartoe geëigende middelen: sober leven, investeren in de toekomst en hard werken.
De stelling van Weber heeft veel succes geoogst en veel kritiek gekregen. Recente gegevens suggereren echter dat hij niet helemaal gelijk had. In het boek 'The Wealth of Religions' halen McCleary en Barro een voorbeeld aan uit Zwitserse kantons, waar referenda werden gehouden over de verkorting van de arbeidsduur. De protestantse kantons, zoals Vaud, stemden overwegend tegen, terwijl de katholieke, zoals Fribourg, overwegend voor stemden.
Een wereldbeschouwing die, zoals de protestantse, een stimulans is geweest voor de geletterdheid en voor de economische ontwikkeling van de samenleving, verdient waardering. Dit betekent echter niet dat de katholieke wereldbeschouwing een minderwaardigheidscomplex aangepraat moet krijgen.
Katholieke Nadruk op Immanentie en Cultuur
Wat betekent het dat katholieken meer vrije tijd op prijs zouden stellen? Wat willen zij daarmee aanvangen? Katholieken beklemtonen, meer dan protestanten, de immanentie van God. Zij menen dat God meer nabij is en zich op vele wijzen manifesteert in onze mensenwereld.
Vergelijk de rijk versierde katholieke kerken met het dikwijls zo kale interieur van de protestantse. Vergelijk het aantal festiviteiten in het katholieke kerkelijke leven met het ontbreken daarvan in het protestantse. Merk hoe veel de katholieken geïnvesteerd hebben in de schone kunsten. Merk hoe katholieken in de Verenigde Staten meer naar opera’s en concerten en tentoonstellingen gaan dan andere Amerikanen, en dat de sterk kerkelijke katholieken nog meer gaan dan de zwak kerkelijke. Bij de protestanten is het omgekeerde het geval: de sterk kerkelijke gaan minder dan de zwak kerkelijke.
Merk hoe in katholieke middens meer ruimte werd gelaten, meestal toch, aan het erotische. Het is niet toevallig dat de stamvaders van de Europese gemeenschapsvorming katholiek waren (Schumann, Adenauer, De Gasperi).
Zo men let op de maatschappelijke uitvloeisels van de protestantse en katholieke culturele tradities, scoren beide goede en minder goede punten. Een vergelijkend examen afnemen van beide tradities op het punt van hun cultureel erfgoed is wellicht leuk voor opiniemakers, maar intellectueel erg gewaagd.
tags: #het #hoger #zelf #en #protestantisme