Regels voor de gratificatie van dominees in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN)

Deze generale regeling, genaamd GR 5-1, bevat de bepalingen omtrent de rechtspositie van dominees binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De regeling is opgesteld in overeenstemming met ordinantie 3-16-4 en voorziet in de nodige regelingen voor dominees.

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Gemeente: Een gemeente (niet zijnde een wijkgemeente) zoals bedoeld in ordinantie 2-4-1.
  • Kerkenraad: De algemene kerkenraad zoals bedoeld in ordinantie 3-16-5.
  • Predikant: De predikant voor gewone werkzaamheden, zoals bedoeld in ordinantie 3-16 tot en met 18.
  • Beheercommissie: De beheercommissie centrale kas predikantstraktementen, zoals bedoeld in artikel 3.
  • Georganiseerd overleg: Het georganiseerd overleg arbeidsvoorwaarden predikanten, zoals bedoeld in ordinantie 3-16-4.

Algemene bepalingen

De generale regeling en de bijbehorende uitvoeringsbepalingen voorzien, in overeenstemming met ordinantie 3-16-4, in de rechtspositie van predikanten.

De kerkenraad kan een predikant een vergoeding toekennen voor noodzakelijke uitzonderlijke ambtskosten die niet in de generale regeling zijn voorzien. Deze afspraak dient schriftelijk te worden vastgelegd en ondertekend door de predikant, de preses en scriba van de kerkenraad, en de voorzitter en secretaris van het college van kerkrentmeesters.

Schema van de PKN-structuur met kerkenraad, classis en synode

De Beheercommissie Centrale Kas Predikantstraktementen

De kleine synode wordt ten behoeve van de uitvoering van de traktements- en pensioenregeling en het beleid inzake de financiering van predikantstraktementen en -pensioenen bijgestaan door de beheercommissie centrale kas predikantstraktementen. Deze commissie bestaat uit vijf leden, benoemd door de kleine synode, die tevens de voorzitter aanwijst.

Taken van de Beheercommissie

De beheercommissie heeft de volgende taken:

  • Adviseren van de kleine synode inzake:
    • De financiering van de traktementen en bijbehorende voorzieningen.
    • De keuze van de pensioenuitvoerder voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen, en de verzekeraar voor de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
    • De vaststelling en wijziging van deze generale regeling.
  • Vaststellen van uitvoeringsbepalingen voor:
    • De bijdragen van gemeenten in de centrale kas predikantstraktementen (omslagregeling).
    • De uitvoering en financiering van de wachtgeldregeling, inclusief de aanvraagprocedure en re-integratieverplichtingen.
    • De vergoeding van traktementslasten bij opschorting of vrijstelling van werkzaamheden.
  • Beheren van de centrale kas predikantstraktementen, waaronder:
    • Vaststellen van de jaarlijkse begroting en rekening van baten en lasten.
    • Vorming en aanwending van reserves en voorzieningen.
    • Uitvoering en toepassing van de uitvoeringsbepalingen.
    • Betaling van pensioen- en arbeidsongeschiktheidspremies.
    • Toezicht op de administratie door de dienstenorganisatie.
  • Onderhouden van overeenkomsten met pensioenuitvoerders, verzekeraars en arbodiensten.
  • Behandelen van bezwaren van gemeenten tegen opgelegde bijdragen en van predikanten tegen de toekenning van periodieke verhogingen.
  • Benoemen van leden van de commissie van drie.

De beheercommissie legt de begroting en jaarrekening van de centrale kas, inclusief de omslagheffing, ter goedkeuring voor aan de kleine synode.

Het Georganiseerd Overleg Arbeidsvoorwaarden Predikanten

Het georganiseerd overleg bestaat uit een delegatie namens de kerk (vijf leden, benoemd door de kleine synode) en een delegatie namens de predikanten. De kleine synode benoemt, na overleg met het georganiseerd overleg, een onpartijdig boventallig voorzitter.

Taken van het Georganiseerd Overleg

Het georganiseerd overleg heeft tot taak:

  • Het vertalen van ontwikkelingen inzake arbeidsvoorwaarden naar de rechtspositie van predikanten.
  • Het adviseren over de keuze van pensioenuitvoerders en verzekeraars.
  • Het adviseren over de vaststelling en wijziging van de generale regeling.

De uitvoeringsbepalingen betreffen onder andere:

  • De hoogte van het traktement en van de inhoudingen voor pensioen, wachtgeld en arbeidsongeschiktheid.
  • De hoogte van vergoedingen voor incidentele hulpdiensten.
  • De hoogte en duur van wachtgelden.
  • De hoogte van de arbeidsongeschiktheidsvoorziening.
  • De doorbetaling of afwikkeling van het traktement bij arbeidsongeschiktheid, vrijstelling, schorsing, opschorting of overlijden.
  • Vereisten voor woon- en werkruimte en de bijdrage van de predikant daarin.
  • Vergoeding van kosten voor ziektekostenverzekering en ambtsuitoefening.
  • Werktijd en verlofregelingen.
  • De gratificatie bij jubilea.
  • De verdeling van premies voor pensioen en arbeidsongeschiktheid.

Besluiten en adviezen binnen het georganiseerd overleg worden zo veel mogelijk met eenparige stemmen genomen.

Jubileumgratificatie

De predikant heeft recht op een jubileumgratificatie bij het volbrengen van een diensttijd van 25 of 40 jaar, al dan niet aaneengesloten.

Voor Nico, die al sinds 1984 in dienst is bij zijn huidige werkgever in het voortgezet onderwijs, is dit een relevant punt. Voor hem gelden specifieke regelingen, aangezien zijn werkgever over alle relevante informatie beschikt. Bij een 40-jarig jubileum wordt doorgaans een bruto maandsalaris uitbetaald, hoewel de precieze invulling kan verschillen per onderwijssector en cao.

Illustratie van een jubilerende dominee met een jubileumgratificatie

Het is belangrijk op te merken dat werkgevers niet altijd het dienstjarenoverzicht van het ABP als enige bron van informatie mogen gebruiken. Een dienstjaar staat niet per se gelijk aan een pensioenjaar, en werkgevers dienen de gegevens van eerdere banen van de predikant te achterhalen om het jubileum correct te berekenen.

Financiering van Predikantstraktementen

De uitgaven voor predikantstraktementen worden deels gefinancierd door een omslagstelsel van de centrale kas predikantstraktementen. Dit omvat onder andere betalingen, de wachtgeldregeling, bijdragen van gemeenten in de arbeidsongeschiktheids- en pensioenvoorziening, en verzuimbegeleiding bij ziekte.

De inkomsten van de centrale kas worden verkregen uit een omslagheffing met verschillende componenten:

  • Een basisbijdrage per gemeente.
  • Een basisbedrag per predikant, naar rato van de werktijd.
  • Een opslag per predikant in tijdelijke dienst, naar rato van de werktijd.
  • Een korting per proponent (beginnend predikant) gedurende de eerste vier jaar, naar rato van de werktijd.

De omslagheffing wordt jaarlijks vastgesteld door de beheercommissie, in overleg met het georganiseerd overleg, op basis van de begroting en verwachte opbrengsten. De berekening is gebaseerd op gegevens die door de kerkenraden worden verstrekt.

De centrale traktementsadministratie, verzorgd door de dienstenorganisatie, ondersteunt de gemeenten door traktementen, gratificaties, vergoedingen en wachtgelden te berekenen en uit te betalen. Hierbij worden pensioenpremies en woonbijdragen ingehouden en afgedragen.

Door de omslagregeling worden de kosten van predikantstraktementen en -pensioenen zo over de gemeenten verdeeld dat elke predikant voor elke gemeente even duur is. Dit bevordert de mobiliteit van predikanten, aangezien gemeenten elke gewenste predikant kunnen beroepen zonder consequenties voor de kosten, en predikanten zich zonder inkomensverlies door elke gemeente kunnen laten beroepen.

Verantwoordelijkheid van de Kerkenraad

De kerkenraad is verantwoordelijk voor het traktement en de vergoedingen van de predikant vanaf het moment van overeenkomst en gedurende de periode dat de predikant aan de gemeente verbonden is.

Het college van kerkrentmeesters draagt zorg voor de uitbetaling van vergoedingen voor werkruimte, vervoer en incidentele hulpdiensten.

Pensioen en Arbeidsongeschiktheid

De kerk sluit, mede namens de gemeenten, een uitvoeringsovereenkomst met een pensioenuitvoerder conform de Pensioenwet. Tevens sluit de kerk namens de gemeenten een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor de predikanten, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid door de verzekeraar wordt vastgesteld.

Wachtgeldregeling

Wachtgeld kan worden toegekend in diverse situaties, waaronder bij losmaking van de gemeente, ontheffing van het ambt, vermindering van werktijd, of volledige arbeidsongeschiktheid. De kosten van het wachtgeld komen deels ten laste van de gemeente. Er wordt geen wachtgeld uitbetaald indien de predikant een passende betrekking weigert of onvoldoende activiteiten onderneemt om een dergelijke betrekking te verwerven.

De beheercommissie stelt een protocol op met betrekking tot de re-integratieverplichtingen van degene die wachtgeld ontvangt.

Een overgangsbepaling regelt dat aan een predikant die voor 1 juli 2021 in tijdelijke dienst aan een gemeente verbonden was, wachtgeld wordt toegekend.

Woon- en Werkruimte

De predikant heeft gedurende de periode dat deze aan de gemeente verbonden is, het recht en, indien van toepassing, de plicht om de aangeboden woon- en werkruimte te gebruiken. De kosten van onderhoud en reparaties aan de woonruimte die volgens het Burgerlijk Wetboek voor rekening van huurders komen, worden door de predikant gedragen. De kerkenraad kan de predikant ontslaan van de plicht om van de woonruimte gebruik te maken, waarbij de kerkenraad zorg draagt voor passende werkruimte binnen de gemeente.

Verzoeken van de predikant om buiten de gemeentegrenzen te wonen of zelf in woonruimte te voorzien, kunnen door de kerkenraad alleen om zwaarwegende redenen worden afgewezen. Het niet ontvangen van de betaling voor woonruimte is geen zwaarwegende reden.

In bepaalde gevallen, zoals bij een besluit van het breed moderamen van de classicale vergadering inzake insolvabiliteit van de gemeente, een uitspraak van het generale college voor ambtsontheffing, of schorsing door een college voor het opzicht, kan dit consequenties hebben voor de woon- en werkruimte.

Mobiliteit van Predikanten

Mobiliteit is een inherent onderdeel van het predikantschap, waarbij de verbinding met een gemeente tijdelijk van aard is. De Protestantse Kerk streeft naar een passende inzet van predikanten, waarbij de duur van de verbinding met een gemeente flexibel kan zijn, met een richtlijn van maximaal 12 jaar. Na deze periode kan, afhankelijk van de omstandigheden, een verlenging worden toegepast of kan er een regeling voor de uitlooptijd of wachtgeld van kracht worden.

De kerk draagt zorg voor het levensonderhoud van haar predikanten, waarbij ruimhartigheid als redelijk en mogelijk wordt nagestreefd. Modellen zoals de mobiliteitspool en interim-opdrachten worden overwogen om de mobiliteit te bevorderen en de kosten te beheersen.

Er zijn specifieke regelingen voor predikanten die na 12 jaar dienstverband nog geen nieuwe werkkring hebben gevonden, waarbij de kosten van het wachtgeld voornamelijk ten laste komen van de Centrale Kas.

Infographic over de mobiliteit van predikanten binnen de PKN

Arbeidsdeskundig onderzoek | Uitleg voor medewerkers

tags: #mag #een #gratificatie #voor #een #pkn