Internationale context: Mensenrechtenschendingen bij coronamaatregelen
Tijdens de uitvoering van coronamaatregelen zijn in zeker zestig landen de mensenrechten geschonden. De politie misbruikte haar macht en paste buitensporig geweld toe. In een nieuwe briefing, COVID-19 Crackdowns: Police Abuse and the Global Pandemic, documenteert Amnesty International in zestig landen zaken waarbij wetshandhavers mensenrechtenschendingen pleegden onder het mom van de bestrijding van het virus.
In Iran bijvoorbeeld, schoten veiligheidstroepen naar verluidt met scherp en gebruikten ze traangas om demonstraties tegen te gaan waarmee mensen hun zorgen uitten over het coronavirus in gevangenissen. Volgens de internationale mensenrechtenwetgeving is het legitiem om bepaalde beperkingen op te leggen aan het recht op de vrijheid van vreedzame samenkomst om de volksgezondheid of andere legitieme belangen te beschermen. Deze moeten wel bij wet zijn vastgelegd en noodzakelijk en evenredig zijn aan een specifiek doel.
‘Veiligheidstroepen over de hele wereld schenden op grote schaal het internationaal recht tijdens de pandemie. Zij gebruiken buitensporig en onnodig geweld om de naleving van lockdowns en de avondklok te realiseren,’ zegt Patrick Wilcken van Amnesty International. ‘Onder het mom het coronavirus te bestrijden schoot de politie in Angola bijvoorbeeld een tiener in het gezicht omdat hij zich niet aan de avondklok zou houden.’
‘De rol van wetshandhavers is op dit moment van groot belang om de gezondheid van mensen te beschermen. Maar doordat overheden zich teveel verlaten op dwangmaatregelen om beperkingen op het gebied van de volksgezondheid af te dwingen, wordt de situatie alleen maar erger. Besluiten om mensen te arresteren, geweld te gebruiken en demonstraties uiteen te drijven, hebben niets te maken met het terugdringen van het virus.’
De briefing geeft talloze voorbeelden van staatsbemoeienis en machtsmisbruik die worden gerechtvaardigd omdat zij nodig zouden zijn om de volksgezondheid te beschermen. Politieoperaties in verband met de coronacrisis hebben in veel landen tot doden en gewonden geleid. In Zuid-Afrika vuurde de politie rubberkogels af op mensen die ‘rondhingen’ op straat op de eerste dag van de lockdown. Uit videobeelden blijkt dat in Tsjetsjenië de politie een man schopte en mishandelde omdat hij geen masker droeg.
De briefing belicht ook massale en willekeurige arrestaties door wetshandhavers. Tussen maart en mei 2020 werden in Turkije 510 mensen voor ondervraging vastgehouden vanwege ‘het delen van provocerende berichten over het coronavirus’ op sociale media. In verschillende landen blijkt de politie raciale vooroordelen te hebben en discrimineren agenten bij de handhaving van de coronamaatregelen. In Slowakije bijvoorbeeld, plaatsten wetshandhavers en militairen Roma-nederzettingen in quarantaine. De beperkingen als gevolg van het virus hebben er ook toe geleid dat mensen gedwongen zijn uitgezet en geen plek hebben om zichzelf tegen het coronavirus te beschermen.
In veel landen werd de pandemie als excuus gebruikt om wetten aan te nemen die in strijd zijn met het internationaal recht en het recht op vrije meningsuiting en op vreedzame demonstratie. In Ethiopië doodden veiligheidsagenten in augustus bijvoorbeeld in Wolaita Zone zestien mensen.
Amnesty International roept regeringen over de hele wereld op om ervoor te zorgen dat wetshandhavingsinstanties hun uiteindelijke missie respecteren: het dienen en beschermen van de bevolking. De pandemie ontslaat wetshandhavers niet van hun verplichting om de belangen die op het spel staan zorgvuldig af te wegen. Waar de politie geweld gebruikte en de mensenrechten schond, moeten staten onmiddellijk, grondig, effectief en onafhankelijk onderzoek doen.
‘Het is essentieel dat autoriteiten over de hele wereld voorrang geven aan de beste werkwijze op het gebied van de volksgezondheid en niet aan dwangmaatregelen die contraproductief blijken te zijn. Rechtshandhavingsinstanties moeten hun personeel duidelijke bevelen en instructies geven om mensenrechten centraal te stellen bij al hun overwegingen,’ zegt Anja Bienert, hoofd van het Politie- en Mensenrechtenprogramma van Amnesty Nederland. ‘Wetshandhavers moeten verantwoordelijk worden gehouden voor de buitensporige of onwettige uitoefening van hun bevoegdheden.’

Het recht om te demonstreren in Nederland tijdens corona
Sinds het kabinet op 12 maart 2020 vergaande maatregelen nam tegen de verdere verspreiding van het coronavirus, is ook het grondwettelijke recht om te demonstreren onder druk komen te staan. Verschillende groepen die demonstreerden of te kennen gaven te willen demonstreren, werd de voet dwars gezet. Voorzitters van veiligheidsregio’s beperkten, verboden dan wel beëindigden betogingen van onder meer taxichauffeurs, boeren, leden van Pegida, actievoerders van Extinction Rebellion en ook van tegenstanders van de ‘intelligente lockdown’.
Aanvankelijk was dit ook zo. Verschillende groepen die wilden demonstreren, werd de voet dwars gezet door voorzitters van veiligheidsregio’s die op grond van artikel 39 Wet veiligheidsregio’s in deze bovenlokale crisis de bevoegdheden van de plaatselijke burgemeesters hadden overgenomen. Vrij snel drong het besef echter door dat het verbod van openbare samenkomsten en vermakelijkheden in de noodverordeningen geen betrekking had op demonstraties. Hierin is wel degelijk ruimte om een openbare manifestatie vooraf te verbieden.
Bij de verbodsgrond ‘ter bescherming van de gezondheid’ dacht de wetgever indertijd aan het beteugelen van een epidemie. Een demonstratieverbod kreeg tijdens de coronacrisis echter al snel de schijn van disproportionaliteit, als een organisator aangaf alle veiligheidswaarborgen in acht te zullen nemen. Vanaf dat moment werden als regel nog slechts beperkingen en voorschriften opgelegd aan demonstranten, waaronder de inmiddels algemeen geldende afstandseis van 1,5 meter.
Die houding kwam overeen met wat rechters in andere landen beslisten: de coronacrisis ontslaat de bevoegde autoriteit niet van de inspanningsverplichting om te zoeken naar een oplossing waarbij recht wordt gedaan aan enerzijds de bescherming van de gezondheid en anderzijds de demonstratievrijheid. Het zich niet houden aan de 1,5 meter afstandseis kan een legitieme reden zijn om demonstraties te beëindigen. Dit is ook regelmatig gebeurd, bijvoorbeeld met de betogingen tegen de ‘lockdown’ en de komst van 5G en recentelijk met de anti-coronamaatregelen-betoging in Amsterdam.
Het reguliere demonstratierechtelijke kader
Het recht om te demonstreren is een fundamenteel recht, beschermd in internationale mensenrechtenverdragen als onderdeel van het recht op vrijheid van vreedzame vergadering (art. 11 EVRM). Sinds de grondwetswijziging van 1983 is dit recht expliciet opgenomen in de Nederlandse Grondwet (art. 9 Gw).
Art. 9 Gw luidt:
- Lid 1: Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
- Lid 2: De wet kan regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.
De wetgever kan zijn bevoegdheid om beperkende maatregelen op te leggen delegeren aan andere bestuursorganen, zoals de gemeenteraad of burgemeester, mits deze maatregelen zien op de bescherming van de gezondheid, het voorkomen van verkeerschaos dan wel het voorkomen of beëindigen van wanordelijkheden. Dit is uitgewerkt in de Wet openbare manifestaties (Wom).
Volgens de Wom moet van iedere demonstratie voorafgaand bij de burgemeester kennis worden gegeven (art. 4 Wom). De burgemeester heeft de plicht om demonstraties zoveel mogelijk te beschermen en te faciliteren, maar ook om de samenleving te behoeden voor onwenselijke fysieke effecten. Daarom kan hij aan een demonstratie beperkingen stellen of een verbod geven (art. 5 Wom), aanwijzingen geven (art. 6 Wom) of de demonstratie beëindigen (art. 7 Wom). Een verbod of beëindiging is een ultimum remedium en alleen toegestaan als minder ingrijpende maatregelen onvoldoende soelaas bieden. De inhoud van de betoging mag nooit een reden zijn voor een verbod of beperking.

Noodrechtelijke regimes en noodverordeningen tijdens corona
Hoewel er een mogelijkheid bestaat om het reguliere demonstratierechtelijke kader terzijde te schuiven in uitzonderingstoestanden (Coördinatiewet uitzonderingstoestanden), is hiervan in de coronacrisis geen gebruikgemaakt. In plaats daarvan gaf de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opdracht aan de voorzitters van veiligheidsregio’s om noodverordeningen uit te vaardigen.
De eerste noodverordeningen (vanaf 16 maart 2020) bevatten verboden op openbare samenkomsten en vermakelijkheden, maar deze vielen strikt genomen niet onder demonstraties zoals gereguleerd in de Wom. Latere noodverordeningen, waar de definitie van ‘samenkomst’ ontbrak, konden wel degelijk demonstraties onder het verbod laten vallen. Dit bracht het demonstratierecht onder druk, hoewel sommige veiligheidsregio’s de definitie van samenkomst behielden die demonstraties uitzond.
Het College voor de Rechten van de Mens benadrukt dat het recht op demonstratievrijheid ook online geldt en dat de overheid de uitoefening ervan moet faciliteren. Demonstranten moeten in het zicht en hoorbaar zijn voor degenen tot wie de demonstratie zich richt. De overheid moet deelnemers ook beschermen tegen tegendemonstranten of vijandige reacties.
Casus en rechtspraak
Tijdens de coronacrisis vonden diverse demonstraties plaats, vaak met beperkingen, verboden of beëindigingen. Een voorbeeld is de demonstratie voor daklozen in Amsterdam op 1 april 2020. De voorzitter van de veiligheidsregio verbood deze demonstratie, mede op basis van eerdere ervaringen met de organisator die de afstandseis mogelijk niet zou kunnen garanderen. De rechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat de garanties voor het handhaven van de afstand onvoldoende waren.
Een ander voorbeeld is de demonstratie van ‘Viruswaanzin’, die aangaf zich niet aan de afstandsregels te houden. Hoogleraar Jan Brouwer noemt dit ‘niet zo handig en niet zo verstandig’, omdat het de voorzitter van de veiligheidsregio een alibi geeft om de demonstratie te ontbinden. Hij stelt dat zolang de 1,5 meter-eis geldt, demonstraties die deze regel overtreden, verboden kunnen worden.
De boeren mochten niet demonstreren met zware voertuigen, en de groep Viruswaanzin mocht niet protesteren tegen de anderhalvemetersamenleving. ‘Wanordelijkheden’ was lange tijd een belangrijk argument om een demonstratie te verbieden of te eindigen. ‘Nu is daar volksgezondheid bijgekomen,’ stelt Brouwer. ‘Het is de combinatie die de drempel om te verbieden aanzienlijk heeft verlaagd.’
Het College voor de Rechten van de Mens benadrukt dat demonstratievrijheid alleen geldt voor vreedzame betogingen. Demonstraties die geweld gebruiken tegen personen of objecten, of die haatgevoelens propageren, vallen niet onder de bescherming van het recht. Zelfs als slechts een of enkele deelnemers geweld gebruiken, mag dit niet aan de hele groep worden toegeschreven.
Het recht op demonstratievrijheid is niet absoluut. Onder strikte voorwaarden mag de overheid een demonstratie beperken of verbieden. Dit moet noodzakelijk zijn voor de nationale veiligheid, openbare veiligheid, het voorkomen van ernstige wanordelijkheden en strafbare feiten, of voor de bescherming van de gezondheid of de goede zeden. Ook het beschermen van de rechten en vrijheden van anderen kan een gerechtvaardigd belang zijn. De overheid moet altijd kiezen voor de minst ingrijpende maatregel (subsidiariteit) en de maatregel moet daadwerkelijk nodig zijn om het doel te bereiken (proportionaliteit).
De vraag of een beperking of verbod van een demonstratie gerechtvaardigd is, hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval. Enige hinder en overlast horen bij een demonstratie, en de overheid dient zich in te spannen om demonstraties te faciliteren. Maar overlast kan zulke ernstige gevolgen hebben dat ingrijpen door de autoriteiten of zelfs een verbod gerechtvaardigd is.
Mini-documentaire - Corona, hoe een virus ongenadig kan toeslaan
tags: #mag #je #protesteren #tijdens #corona