De Geschiedenis van 't Woudt: Een Eeuwenoud Kerkdorp

't Woudt, een charmant kerkdorp gelegen in het hart van de Randstad, wordt gekenmerkt door zijn historische landschap dat door de eeuwen heen nauwelijks van uiterlijk is veranderd. Dit dorp, dat vaak wordt omschreven als een schilderachtig plekje te midden van de weilanden, wordt reeds in 1277 genoemd. Het is een klein dorp dat bestaat uit een laatgotisch kerkje, een paar boerderijen, enkele huizen, een herberg/café, een pastorie en een kosterswoning. In 2006 woonden er slechts 36 mensen.

een sfeervolle foto van het kerkje van 't Woudt met de omgeving

Oorsprong en Ontginning

Het dorp 't Woudt maakte oorspronkelijk deel uit van het grafelijke domein Hof van Delft. De ontginning van dit gebied werd omstreeks 1150 vanuit deze hof georganiseerd. De naam 't Woudt zelf verwijst naar het oorspronkelijke landschap: een moerasbos van voornamelijk wilgen en elzen op zanderige kleigrond. Uit aardewerkvondsten blijkt dat de directe omgeving van 't Woudt al aan het begin van onze jaartelling bewoond werd, maar deze bewoning eindigde kort na het midden van de derde eeuw door het instorten van de Romeinse Rijksgrens.

Na 1100 nam de invloed van de zee toe, waardoor zout water tot in deze streek reikte. Bij de ontginning van de wildernis vanaf de 12e eeuw werden natuurlijke geulen behouden voor de afwatering, wat resulteerde in een grillig verkavelingspatroon in de Woudsepolder. Uit vrees voor overstromingen wierpen bewoners terpjes op. Het inklinken van de veenbodem bemoeilijkte de waterhuishouding, en pestepidemieën versterkten de agrarische crisis, waardoor veel huisterpen in de tweede helft van de 14e eeuw verlaten werden. Sommige bewoners verplaatsten hun boerderijen naar de hogere, zanderige geulafzettingen.

De Stichting van de Kerk en het Patronaatsrecht

In de 13e eeuw, met de groeiende bevolking in het gebied, ontstond het verlangen naar een eigen kerk. Bartholomeus van der Made, die in de Hof van Delft optrad als vertegenwoordiger van de graaf, bezat het recht om een kerk te stichten en een pastoor voor te dragen. Omstreeks 1264 stichtte hij de Oude Kerk van Delft. Mogelijk gebeurde dit op een stuk grond dat tot de "xv morghen opt Wout" behoorde, dat hij in leen had.

Een belangrijke gebeurtenis vond plaats op 1 november 1277. Bartholomeus van der Made deed afstand van het patronaatsrecht van de kerk van 't Woudt ten gunste van de parochianen. Hij verzocht graaf Floris V om toe te stemmen dat de bewoners zelf een pastoor mochten kiezen en voordragen. Floris V verleende dit recht, wat in 1285 werd bekrachtigd door Jan van Nassau, de elect van Utrecht. Dit was een uitzonderlijke gebeurtenis, aangezien het aanwijzen van een pastoor meestal het recht bleef van één of enkele personen.

De parochianen van 't Woudt hebben de schriftelijke bewijzen van deze schenking altijd gekoesterd. De geschiedenis van het kerkgebouw is nauw verbonden met deze periode. Het onderste deel van de toren, met zware kloostermoppen, dateert waarschijnlijk uit de stichtingstijd. Vóór de restauratie van 1957-1959 waren sporen zichtbaar van het oorspronkelijke, kleinere kerkje.

een detailfoto van de oude kloostermoppen in de kerktoren

Architectuur en Restauraties van de Woudtse Kerk

Het huidige schip van de Woudtse Kerk, opgetrokken met kleinere bakstenen, werd omstreeks 1500 gebouwd en omsluit de toren aan drie zijden, waardoor kleine zijbeuken zijn ontstaan. In die periode werd ook de toren verhoogd, wat zichtbaar is aan het bouwmateriaal vanaf de onderkant van de bovenste galmgaten. De oude dubbele galmgaten werden dichtgemetseld voor architectonische eenheid. Rond de spits van de verhoogde toren bevond zich waarschijnlijk een gemetselde borstwering, te zien aan de zuiltjes op de hoeken.

In 1831 werd het koor afgebroken om ruimte te maken voor een kerkhof. De triomfboog in de oostgevel herinnert nog aan de verbinding tussen het koor en het schip. Vanwege de begraafplaats kon het koor tijdens de restauratie niet worden herbouwd. De voormalige doopkapel, waarvan de fundering werd teruggevonden, kon wel worden opgetrokken aan de noordelijke torenflank en doet nu dienst als consistoriekamer.

Het kerkje zelf is een Rijksmonument en dateert uit het derde kwart van de dertiende eeuw. De toren, waarschijnlijk uit de eerste helft van de 14e eeuw, en het eenbeukige schip uit het midden van de 16e eeuw, gedekt door een houten tongewelf, zijn bewaard gebleven. Een restauratie in 1958 leidde tot de herbouw van de doopkapel aan de noordzijde. De kerk kent een levendige kerkgemeenschap en wordt regelmatig gebruikt voor concerten.

schematische tekening van de kerk met aanduiding van verschillende bouwperiodes

Parochiale Geschiedenis en Financiën

Over de katholieke periode van de parochie 't Woudt zijn de bronnen beperkt. Het oudste gegeven, naast het patronaatsrecht, stamt uit 1304, waar een zekere Ghoeswijn als "pape (pastoor) van den Woude" wordt genoemd. De patroonheilige van de kerk is niet vermeld. In 1369 telde 't Wout ende Harnasse ongeveer 90 inwoners, een aantal dat twee jaar later terugliep tot 52, vermoedelijk door een pestepidemie. Het ontbreken van pastoorsnamen tot voorbij het midden van de 15e eeuw suggereert dat de parochie geruime tijd vanuit Delft werd bediend.

De bevolkingsgroei rond 1500, met ongeveer 100 communicanten in 1514, verklaart mede de vergroting van de kerk. Verschillende pastoors en onderpastoors worden genoemd in de vroege 16e eeuw, waaronder Dirck Aemsz. (van der Burch) en Beukel Hendriksz. (van der Burch). De laatste katholieke pastoor was Pieter Cornelisz. Bel, die de parochie waarschijnlijk tot 1572 diende.

Na de Reformatie ging de kerk geleidelijk over naar het calvinisme. De pastoriegoederen vervielen aan de Staten van Holland en kwamen onder beheer van het Geestelijk Kantoor te Delft. Uit de Tiende Penning van 1561 blijkt dat de parochie 't Woudt (kerk, pastorie, kosterij en armenzorg) minstens 25 hectare land verpachtte, met een jaarlijkse opbrengst van ongeveer 160 pond. De kerk ontving ook inkomsten uit renten, collecten, giften en zoengelden. Ondanks het kleinere aantal inwoners dan omliggende eenheden, kon de parochie lange tijd een eigen pastoor onderhouden.

De Overgang naar het Protestantisme en de Nieuwe Gemeente

Op 2 augustus 1572 werd in Delft bepaald dat de Nieuwe Kerk voortaan voor de "Gereformeerde Religie" bestemd zou worden. Hoewel slechts een minderheid van de bewoners calvinistisch was, wist deze groep, met steun van watergeuzen, haar wil op te leggen. De geuzen, onder leiding van Lumey, richtten in de jaren 1572-1574 aanzienlijke schade aan in de omgeving, waarbij ook de gebrandschilderde ramen van de kerk van 't Woudt, met de afbeelding van het lijden van Christus, werden vernield.

't Woudt kreeg niet direct een eigen protestantse voorganger vanwege de kleine gemeente. De diensten werden aanvankelijk waargenomen door predikanten uit Delft. Johannes Martini werd later de eerste predikant van 't Woudt. De opbouw van de jonge gemeente verliep moeizaam; in 1591 telde de kerk slechts 11 "ledematen", met één ouderling en één diaken. Pas in de tweede helft van de 18e eeuw werd het aantal lidmaten boven de 50.

Tot de Franse tijd ontvingen de predikanten hun traktement uit de pastoriegoederen, die onder het Geestelijk Kantoor van Delft vielen. Dit staatsgesteunde inkomen, aanvankelijk 300 pond in 1590, zorgde ervoor dat de hervormde gemeente 't Woudt altijd een eigen predikant kon behouden. De inkomsten uit kerkelijk bezit en lidmaatsbijdragen waren voldoende voor het onderhoud van de kerkgebouwen en de koster/schoolmeester.

Financiële Uitdagingen en Bijzondere Positie

Extra uitgaven konden echter leiden tot financiële problemen. Een brand in de kerktoren in 1639 vereiste jarenlange herstelwerkzaamheden, gefinancierd deels door een inzamelingsactie die in 1642 f 252,- opleverde.

In de 18e eeuw werd 't Woudt aangeduid als "het Rijcke Woudt". Dit had te maken met het winstgevende boterbedrijf en het unieke voorrecht dat de mannelijke lidmaten hun eigen voorganger mochten kiezen, zonder toestemming van een ambachtsheer. Ook de keuze van de schoolmeester geschiedde gezamenlijk door alle mannelijke lidmaten, na speciale hoorzittingen.

Dorpsbeschrijver Van Ollefen beschreef het Woudtse kerkgebouw eind 18e eeuw als volgt: "Zij is niet groot, en geheel zonder pijlaaren gebouwd; de Predikstoel staat midden in de Kerk tegen den muur (toen nog de zuidmuur); het ruim is met goede en geregelde zitplaatsen en gestoelten bezet, alle welken, door de kleinte der Kerk, goede gehoorplaatsen zijn." Het koor was in die tijd afgesloten met een houten hekje.

een illustratie van het dorp 't Woudt uit de 18e eeuw

Het Dorp als Gemeente en Beschermd Gezicht

't Woudt werd op 1 januari 1812 opgericht als zelfstandige gemeente, met toevoeging van de Bataafse gemeenten Groeneveld, Hoog- en Woud-Harnasch en een deel van Hof van Delft. Hoewel het kerkdorp sinds 1970 een "beschermd dorpsgezicht" is, zijn er veranderingen toegelaten. Loopstallen verrezen achter de oude bebouwing, die de agrarische bedrijvigheid levend hielden. Momenteel worden de drie oude boerderijen binnen de dorpskern niet meer voor het boerenbedrijf gebruikt.

De Hofwoning, de oudste boerderij van het kerkdorp, heeft bouwsporen uit de zestiende eeuw en is recentelijk gerestaureerd. De tegenover gelegen boerderij 'de Lindenhof' werd in 1665 gebouwd en na een brand in 2004 heropgebouwd. Bij de jongste boerderij uit 1893 bevindt zich het koffiehuis 'De Hooiberg', een populaire plek voor recreanten.

De Stichting Vrienden van de Woudtse Kerk

De Stichting Vrienden van de Woudtse Kerk, opgericht op 18 oktober 2016, heeft als doel het in stand houden van het kerkgebouw "De Woudtse Kerk" aan 't Woudt 25, gemeente Midden-Delfland. De stichting beoogt geen winst te maken en is door de belastingdienst aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) en cultureel ANBI. Dit biedt particulieren de mogelijkheid om hun giften voor 125% af te trekken voor de inkomstenbelasting.

De stichting ziet haar plaats ten opzichte van de doelstelling en wil de aan het dorp verbonden opdracht uitvoeren. Jaarlijks beoordeelt de Monumentenwacht het kerkgebouw. Het kerkbestuur, eigenaar van het pand, werkt aan de realisering van een toiletvoorziening en kan hiervoor een bijdrage vragen aan de stichting. De stichting zal de komende jaren activiteiten opzetten om donateurs (vrienden) te werven, zowel particulieren als bedrijven, voornamelijk uit de regio Midden-Delfland, Westland, Maassluis en Delft.

Het doel is om in het eerste jaar (2017) 100 particulieren en 10 bedrijven als donateur te werven, en in de twee daaropvolgende jaren dezelfde aantallen toe te voegen. De jaarlijkse bijdrage van een particulier bedraagt minimaal € 25,= en van bedrijven minimaal € 100,=, wat neerkomt op een totaal van € 10.500,= per jaar.

Is 't Woudt het kleinste dorp van Nederland?

tags: #pkn #het #woudt