De gedachte dat het joodse volk het ‘uitverkoren volk’ zou zijn, stuit vaak op onbegrip en verzet. Vaak denkt men dat ‘uitverkoren zijn’ zoiets zou betekenen als: Gods lievelingetje zijn, of een voorkeursbehandeling krijgen.
Het Begrip 'Uitverkiezen'
Het eerste dat we ontdekken is dat de woorden ‘uitverkoren’, ‘uitverkiezing’ en ‘uitverkiezen’ niet als zodanig in Tenach en rabbijnse literatuur voorkomen. ‘Uitverkiezen’ is een (misleidende) vertaling van het Hebreeuwse woord bachar (בחר), dat ‘kiezen’ betekent.
Voorbeelden van dit ‘kiezen’ zijn divers:
- Lot kiest de Jordaanvallei om in te wonen (Gen 13,11).
- Mozes kiest mannen om leiders van het volk te zijn (Ex 18,25).
- God kiest Jeruzalem als plaats van de eredienst (Deut 12,5).
- God kiest de Levieten om dienst te doen in de tempel (Deut 18,5).
- Mozes roept het volk op het leven te kiezen (Deut 30,19).
In deze voorbeelden wordt duidelijk dat er aan ‘kiezen’ twee kanten zitten: een ‘uit’-kant en een ’tot’-kant. Iets of iemand wordt gekozen uit een groter geheel tot een bepaald doel of een bepaalde taak. En die bepaalde taak wordt verricht ter wille van het grotere geheel waaruit gekozen wordt.
Abraham: Een Nieuw Begin
Het is in dit verband verhelderend om te kijken naar de wijze waarop het verhaal van de keuze (of roeping) van Abraham wordt verteld. Voorafgaand aan die keuze beschrijft het boek Genesis twee parallelle perioden: die van Adam tot Noach en die van Noach tot Abraham. De eerste periode, die wordt gekenmerkt door geweld, eindigt met de zondvloed. Dat is de situatie waarin de roeping van Abraham plaatsvindt. Zoals na de mislukking van de eerste mensheid een nieuw begin volgt, met Noach, volgt ook na de mislukking van de tweede mensheid een nieuw begin, met Abraham.
Tweemaal, in twee perioden, verijdelden de mensen Gods bedoeling dat zij zich uit eigen wil, uit vrije gehoorzaamheid tot een werkelijke mensheid aaneen zouden sluiten. En daarom moet er nu een derde begin komen.
Het doel kan nu alleen maar zijn een mensheid die haar gespletenheid overwint en zich door die gespletenheid heen verenigt; een zich aaneensluiten van de volken tot één mensheid, als tot één volk uit volken. Maar hoe kan dat doel worden bereikt? Wil de veelheid van de volken tot eenheid komen en worden tot één volk-uit-volken, dan moet eerst duidelijk worden wat zo’n eenheid betekent, wat het wil zeggen werkelijk een volk te zijn als het één zijn van een veelheid van verschillende mensen. Zoiets kan niet duidelijk gemaakt worden door het woord, alleen door het leven - door het leven van een echt volk, dat samengesteld is uit verschillende stammen.
Maar van de bestaande volken, die hun ontstaan danken aan de mislukking, is er geen geschikt om dit met zijn leven duidelijk te maken. Er moet een nieuw volk komen, een volk dat niet alleen ontstaat door de natuurlijke gang van de ‘verwekkingen’. Al bij zijn geboorte moeten de openbaring, de belofte en de opdracht van boven meewerken. Zijn doel moet bij zijn begin aanwezig zijn, zodat het zijn taak ter wille van het doel van de mensheid kan vervullen.
Dat is de betekenis van de roeping van Abraham. Hij wordt uit de door het bederf van de gespletenheid aangetaste volkenwereld gehaald, opdat uit hem een nieuw volk zal ontstaan dat de opdracht heeft te laten zien wat eenheid betekent; een volk dat de taak heeft volk te zijn, zodat de mensheid kan leren mensheid te zijn.

De Leerhuis Traditie en Martin Buber
De Joodse filosoof Martin Buber (1878 - 1965) schreef in 1923 het belangrijke boekje Ich und du (Ik en jij). Hij geeft als kenmerk van de mens het staan in relatie. Daarbij kun je de medemens zien als een jij of als een het. Zo realiseert zich de identiteit van een mens. Martin Buber is bij velen bekend geworden door de verzameling Chassidische vertellingen (verhalen over joodse rabbijnen) met een diepe levenswijsheid geschreven.
Bubers denken evolueerde van filosofie tot antropologie en sociologie. Van de religieuze geschiedenis en bijbel exegese, van de zionistische politieke strijd van de jeugd tot zijn betrokkenheid op oudere leeftijd bij de Sovjet-Joden, zonder de onverzettelijke oproepen van respect voor de Arabische inwoners van Palestina, later Israël, niet te vergeten.
Bubers woonhuis in Heppenheim (Hessen) werd tijdens de Kristallnacht in november 1938 verwoest. Op zestig jarige leeftijd, begon in dat jaar voor Buber een nieuw leven in Palestina, toen nog onder Brits Mandaat. Hij vestigde zich definitief in Jeruzalem en versterkte de gelederen van de ‘Jeckes’, de Duitse en Midden-Europese joden van de vijfde Alia of immigratiegolf in de jaren ’30 en ‘40.
Buber was één van de grote hoogleraren van de Hebreeuwse Universiteit, waar hij tot 1951 doceerde, en was voorzitter van de Israëlische Academie voor wetenschappen en geesteswetenschappen. Hij nam regelmatig deel aan debatten als columnist in grote kranten en ontving talloze uitnodigingen tot belangrijke vergaderingen.
Met de woorden “Lasst uns den Menschen verwirklichen!” eindigde de Duits-Joodse Martin Buber in 1953, ter gelegenheid van de Frankfurter Buchmesse, zijn dankwoord voor het krijgen van de Vredesprijs van de Duitse Boekenhandel. Hij wilde duidelijk maken wat het betekent om mens te zijn in een onmenselijke eeuw die zich van catastrofe naar catastrofe strompelde.
Doopsgezinde Gemeente Walcheren: Leerhuis "Horen en Doen"
De Doopsgezinde Gemeente Walcheren heeft voor het eerst een leerhuis opgericht, gebaseerd op de twee pijlers ‘HOREN’ en ‘DOEN’. Deze pijlers zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden; de een kan niet zonder de ander.
Pijler 'HOREN'
In ‘Horen’ staat de tekstontmoeting centraal. Er worden teksten uit de Torah en het Evangelie bestudeerd, waarbij men zich openstelt voor de verborgen zeggingskracht in de woorden. De vele betekenissen die in de woorden liggen wachten om in de ontmoeting tot bewustzijn te komen, worden onderzocht. De betekenis van de woorden wordt besproken in het licht van levensvragen en de tijd waarin we leven. De vraag is welk appèl van de woorden uitgaat en waartoe het ons oproept. En hoe men zo kan luisteren dat men ontvankelijk wordt voor het levende spreken van de woorden, voor de Stem die tot ons spreekt.
Pijler 'DOEN'
In ‘Doen’ staat de ontmoeting met elkaar en met het dagelijks leven centraal. Wat heeft mij geraakt in de woorden, wat heeft mij ontroerd, verontrust? Wat heeft mij rust gegeven, wat dringt in mij aan en zet mij in beweging? Hoe kan ik datgene, wat voor mij als waarheid oplicht in de tekstontmoeting, in mijn dagelijks leven tot uitdrukking brengen? Hoe de ‘waarheid van mijn wezen’ te belichamen, te zijn? Deze vragen draaien om bewustwording, kernwaarden en persoonlijke transformatie.
Het Leerhuis ‘Horen en Doen’ is een open leerhuis. Voor de duur van de lessen en bijeenkomsten worden leerstellige zekerheden en vaste betekenisverlening respectvol tussen haakjes gezet.
In de eerste les werd besproken dat ‘horen en doen’ een onlosmakelijke eenheid vormen en dat in het leven vanuit die eenheid de Weg van je Bestemming oplicht. Dit spoor wordt verder onderzocht.
Praktische Informatie
De lessen van de pijler ‘HOREN’ vinden plaats op de tweede zondagmiddag van de maanden januari, februari, maart, april en september, oktober, november. De bijeenkomsten van de pijler ‘DOEN’ vinden plaats op de derde woensdagavond van de maanden januari, februari, maart, april en september, oktober, november van 19.30-21.00 uur. De bijeenkomsten worden geleid door Wim van Goch.
Verdieping in Joods Denken en Spirituele Praktijk
Het hart wordt in het Joodse denken beschouwd als ‘de kern, de essentie van de mens, de zetel van de persoonlijkheid, het centrum van emoties, houdingen waarden en intellect, de plaats binnenin ons, waar we contact maken met God.’
De vraag naar de oriëntatie van het hart - waar ben je ten diepste op gericht? - vormt het vertrekpunt van deze studiemiddag. Aan de hand van Spreuken 4:23 en enkele Talmoedische spreuken wordt onderzocht hoe we de innerlijke ontmoetingsplaats -de plaats binnenin ons, waar we contact maken met God- kunnen ‘behoeden en beschermen’.
Het Hebreeuwse woord davar betekent in het Nederlands ‘woord’. Maar het betekent gelijktijdig: ‘daad’, ‘opdracht’, ‘raad’, ‘belofte’. De rijkdom aan betekenissen maakt Hebreeuwse woorden vaak moeilijk vertaalbaar. Dat geldt zeker ook voor het woord tamiem | ‘gaaf, ongeschonden zijn’. Tamiem is één van de sleutelbegrippen in TeNaCH en Evangelie. Er wordt onderzocht welke weg dit woord wijst, welke raad, welke belofte erin besloten ligt.
De leerhuislessen zijn open voor iedereen.

Martin Buber en Progressieve Bewegingen
Progressieve bewegingen hebben vaak maar weinig op met geloof en religie. Progressiviteit, het streven naar vooruitgang, is doorgaans niet iets dat we meteen associëren met spiritualiteit en geloof. Progressieve politieke partijen of bewegingen zoals Extinction Rebellion beroepen zich zelden op religieuze wortels.
Geke van Vliet, doopsgezind proponent en werkzaam voor het Doopsgezind Vredescentrum in Berlijn, ervaart dat het moeilijk is om een collectieve spiritualiteit te vormen in progressieve kringen. Ze stelt dat het woord liefde, vertaald als ‘radicale liefde’, de basis kan vormen van een gezamenlijke beweging van progressiviteit op spirituele basis. Vanuit radicale liefde moet men soms in verzet komen of de eigen veiligheid opgeven.
Jeannette den Ouden, predikant in de Arboretumkerk te Wageningen, ziet een nauwe verwantschap tussen progressiviteit en religieuze spiritualiteit. Ze formuleert zeven uitgangspunten die nodig zijn om progressief te zijn op een religieuze manier:
- De bevrijding van lijden, waar ieder mens een taak in heeft en medeverantwoordelijk voor is.
- Vanuit je diepste wezen barmhartig zijn.
- Verbinding zoeken met anderen, zoals Martin Buber beschreef met het begrip ‘Ich und Du’. Dit betekent bereid zijn de ander te zien zoals die werkelijk is en bereid zijn door de ander veranderd te worden.
- Dienen: bereid zijn om bij het streven naar vooruitgang nederig te zijn, de status op te geven of een stapje terug te doen.
- Bezinning op de zeven deugden, zoals wijsheid.
- De vreugde over alles wat goed en mooi is.
- De moed om alleen te staan, zoals Jezus deed bij de overspelige vrouw.
Deze uitgangspunten illustreren hoe Buber’s concept van ‘Ich und Du’ en zijn ideeën over menselijkheid resoneren binnen progressieve en religieuze kringen, en hoe deze inzichten worden toegepast op hedendaagse maatschappelijke vraagstukken.
tags: #martin #buber #doopsgezind