Nederduits Gereformeerd Doesburg: Een Historische Verkenning

Dit pand, oorspronkelijk een laat-middeleeuws woonhuis aan de Herenstraat daterend uit de 15e eeuw, werd in de 17e eeuw verrijkt met een renaissance-gevel. Ooit behoorde het tot het bezit van de Hertog van Gelre.

De transformatie tot kerkgebouw vond plaats in 1877. De kerk omvat twee samengevoegde huizen: het voorhuis, dat aan de straat grenst, en het achterhuis, een hoger gedeelte met een gewelfde kelder. Het imponerende stucplafond, uitgevoerd als een spiegelgewelf, reikt tot een hoogte van 7 meter. Zowel de voor- als achtergevel zijn voorzien van gietijzeren ramen met glas-in-lood panelen. De architectonische opzet van de kerk, met haar aanzienlijke hoogte en steile kap, vertoont laatgotische kenmerken. De kapconstructie is volledig vervaardigd uit eikenhout, en de zoldervloer bestaat uit brede eiken planken.

Renaissance-gevel van het voormalige woonhuis aan de Herenstraat

Architectonische Evolutie en Verbouwingen

De voorgevel van het pand is bijzonder interessant vanwege de zichtbare sporen van twee ingrijpende verbouwingen. In 1877 ondergingen de gevels een grondige renovatie. De oorspronkelijke vensters werden dichtgemetseld en vervangen door (neogotische) gietijzeren vensters. Het pand kreeg hierbij een uitstraling in renaissancestijl, wat nog steeds af te lezen is aan de trapgevel met zijn natuurstenen sierelementen.

In 1877/78 werd het pand in gebruik genomen als een Christelijk Gereformeerde kerk. De indeling van het gebouw omvat een hal met garderobe, toilet, keuken, meterkast en een trapopgang naar een galerij van 15 m². Deze galerij biedt uitzicht over de gehele zaal, die momenteel als kerkruimte dienstdoet. Aangrenzend bevindt zich een aanbouw van 14 m², die toegang biedt tot de binnenplaats en de kruisgewelfde kelder. Boven het gestukte plafond bevindt zich een ruime zolder met een systeem voor hete luchtverwarming. Het pand heeft een totale inhoud van circa 1225 m³ en een gebruiksoppervlak op de begane grond van 120 m².

Gietijzeren vensters met glas-in-lood panelen

Verschillende Bestemmingen en Gebruikers

In 1948 vond een beperkte interieurrestauratie plaats, waarbij onder andere elektrische gietijzeren voetenstoofjes werden geïnstalleerd (de bedrading hiervan is inmiddels vervangen). Begin jaren '70 werd het kerkje aangekocht door een afgescheiden groep van de Rooms-Katholieke Kerk en werd het bekend onder de naam 'Fatimakerkje'. Het raam boven de kansel, dat de heilige Maria voorstelt, dateert uit 1975 en verwijst naar de verschijningen in het Portugese Fatima in 1917.

Op 23 december 1990 werd de laatste mis in dit kerkje gehouden, waarna men terugkeerde naar de katholieke hoofdkerk vanwege de komst van een nieuwe en meer acceptabele pastoor. Rond 1990 kwam het kerkje leeg te staan en werd het in gebruik genomen als theater. In 1995 werd het de Vrijgemaakte Gereformeerde Kerk van Doesburg. Het interieur onderging in datzelfde jaar een grondige restauratie, waarbij ook de installaties werden vernieuwd. De kerk werd officieel in gebruik genomen op 10 december 1995, met een open huis op 10 februari 1996.

Interieur van het kerkje met het raam boven de kansel

Monumentale Status en Restauraties

Het kerkje geniet de status van Rijksmonument. Met ondersteuning van Monumentenzorg werd in 1998 het exterieur gerestaureerd en de installaties vervangen. In 2000 vond een buitenrestauratie plaats, waarbij de goten werden vernieuwd, de kap werd beschoten en de gevels hersteld en geschilderd in een rode kleurstelling met gele banden.

Voor toekomstig onderhoud aan het interieur is een rijkssubsidie beschikbaar, die mogelijk benut kan worden door de nieuwe eigenaar. Per 1 januari 2013 zijn de Christelijk Gereformeerde Kerk (CGK) en de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt (GKV) gefuseerd tot de Christelijk Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt (CGKV). Deze gemeenschap maakt nu gebruik van de Ooipoortkerk aan de Ooipoortstraat 52. Tijdens een dankbaarheidsweekend op 25/26 mei 2013 werd aangekondigd dat de CGKV-kerk voortaan de Ooipoortkerk zou heten. De GKV aan de Herenstraat werd afgestoten en het kerkje kwam te koop te staan.

Een mogelijke toekomstige bestemming voor het pand is een combinatie van woonhuis met atelier- of werkruimte. De gemeente heeft in principe ingestemd met een herziening van het bestemmingsplan, waarbij de "Maatschappelijke" bestemming wordt omgezet naar "wonen".

Historische Context van Nederduits Gereformeerde Kerken

De oorsprong van de Nederduits Gereformeerde Kerk ligt in de 16e eeuw, in de Duitse stad Emden, onder invloed van Maarten Luther en Johannes Calvijn. In 1579 werd deze kerk de officiële kerk van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De benaming 'Nederduits' diende ter onderscheiding van bijvoorbeeld de Waalse Kerk. Vanaf 1816 werd dit de officiële naam van de Nederduits Gereformeerde Kerk, een periode waarin koning Willem I ook een nieuwe kerkorde opstelde, wat op weerstand stuitte bij velen.

Johannes Calvijn ontwikkelde een kerkorde die de ouderlingen centraal stelde. Samen met predikanten en diakenen moesten zij streng toezicht houden op het gedrag van de gelovigen. Calvijn streefde naar een theocratisch ideaal, waarbij kerk en overheid samenwerkten op basis van Bijbelse principes, hoewel de kerk op haar eigen terrein volledige vrijheid moest genieten. De organisatie van de kerk kwam tot stand tijdens de eerste provinciale synode in Goes (1579). De Zeeuwse kerkorde, aanvaard tijdens de provinciale synode van Middelburg in 1591, versterkte de banden tussen kerk en staat. De Nederduits-gereformeerde kerk in Zeeland werd organisatorisch ondergebracht in vier classes, die verder waren onderverdeeld in ringen. De komst van de Fransen in 1795 bracht onder andere godsdienstvrijheid en maakte een einde aan de bevoorrechte positie van de Nederduits-gereformeerde kerk.

Waarom vond de Protestantse Reformatie plaats?

Relatie met Andere Kerken en Gemeenschappen

De kerk ontstond door het werk van Maarten Luther. In Nederland waren al Lutherse gemeenten in de 16e eeuw, tijdens de Reformatie. De officiële Evangelisch-Lutherse Kerk in Nederland werd pas in 1818 opgericht.

De Christelijk Gereformeerde Kerk ontstond in 1892 door de samenvoeging van twee groepen die zich eerder van de Hervormde Kerk hadden afgescheiden: een groot deel van de Christelijk Gereformeerde Kerk (uit 1834) en de groep van de Doleantie van Abraham Kuyper.

Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) is de organisatie van Joodse gemeenten in Nederland en werd opgericht in 1814 op initiatief van koning Willem I. De gemeenten zijn meestal Asjkenazisch (Hoogduits), traditioneel of orthodox-joods.

De Rooms-Katholieke Kerk ontstond door verzet tegen de leiding van de paus en het centralisme binnen de Rooms-Katholieke Kerk. In Nederland begon dit al in 1702. De naam 'Katholieke Kerk' bestaat al sinds het jaar 325. Tijdens de Reformatie werd het woord 'rooms' toegevoegd om het onderscheid met de protestanten aan te geven. Tot 1579 had deze kerk veel invloed in Nederland, waarna de Nederduits Gereformeerde Kerk de bevoorrechte kerk van de Republiek werd. Rooms-katholieken mochten hun geloof niet meer openlijk belijden, maar dit veranderde langzaam.

Het Regionaal Archief Rivierenland (RAR) beheert van sommige kerkgenootschappen doop-, trouw- en begraafregisters die nog niet openbaar zijn. In de archieven van de stad Doesburg zijn vele documenten terug te vinden die betrekking hebben op het Gasthuis, waaronder de Gasthuisboeken uit 1450-1654 en 1655-1761.

Gasthuiskerk en Martinikerk in Doesburg

De Gasthuiskerk en het daarachter gelegen hofje met de gasthuiswoningen aan de Gasthuisstraat 41 vormen een bezienswaardigheid in het centrum van Doesburg. De kerk dateert uit de vijftiende eeuw en wordt ook wel de Antoniuskapel genoemd. De eerste vermelding van de kerk dateert uit 1400. Oorspronkelijk had de kerk een zijbeuk aan de noordkant, die in de loop der eeuwen verdween. Van oorsprong was het gebouw bedoeld als hospitaal ofwel gasthuis, waar arme mensen, reizigers en zieken werden opgevangen.

Vanaf 1489 wordt gesproken van Gasthuiskerk. In de beginperiode was de kerk in handen van de Rooms-Katholieken. Na de Reformatie stond de kerk lange tijd leeg, tot de Franse bezetting van 1672-1674, toen hervormden er hun diensten hielden. In 1708 werd het gebouw gebruikt om Franse krijgsgevangenen te huisvesten. Na 1717 keerden de hervormden terug, omdat de Martinikerk tijdelijk niet gebruikt kon worden door een ingestort dak. Vanaf 1735 werd de kerk lange tijd gebruikt door de Lutherse gemeenschap, hoewel het eigendom bij de gemeente bleef. Het gebruik als kerk werd onderbroken, bijvoorbeeld in 1794 als militair hospitaal en in 1813 door inbeslagname door Pruisische troepen. Pas in 1972 werd het gebouw eigendom van de Lutherse gemeente voor een symbolisch bedrag. Vanaf 2000 wordt de kerk gebruikt door de Remonstrants Gereformeerde Gemeente.

Bij een restauratie in 1929-1931 werden de spitsboogvensters veranderd en een pleisterlaag aan de buitenzijde verwijderd. Tijdens de restauratie van 1967-1971 kwamen oude muurschilderingen tevoorschijn. Het gebouw werd in 2011 voor het laatst gerestaureerd, waarbij een nieuwe entree en foyer werden toegevoegd. Het doel was behoud van het gebouw en het creëren van mogelijkheden voor meervoudig gebruik.

De Grote of Martinikerk is de hoofdkerk van de Hanzestad Doesburg. De voorganger van de Martinikerk werd in 1340 verwoest bij een overstroming. De nieuwe kerk, gewijd aan Sint Maarten, werd in het centrum van Doesburg gebouwd. In de vijftiende eeuw kreeg de Martinikerk haar huidige vorm. In 1586 kwam de kerk in handen van de hervormden.

De bouw van de Martinikerk ging geleidelijk. Het grootste deel van de huidige kerk stamt uit de vijftiende eeuw; de toren was in 1430 klaar. Een brand in 1483 veroorzaakte grote schade, waarna de kerk in de oude vorm werd herbouwd. Ondanks dat Doesburg een klein stadje was, kreeg het een imposante kerk, wat duidt op welgestelde inwoners destijds. De kerk heeft veel te verduren gehad: in 1672 schoten de Fransen de toren in brand, in 1717 veroorzaakte bliksem brand in de kerktoren, en aan het einde van de Tweede Wereldoorlog bliezen Duitse soldaten de toren op, met aanzienlijke schade aan het kerkschip tot gevolg. De restauratie van de kerktoren werd in 1965 voltooid.

De Grote of Martinikerk in Doesburg

Orgelcultuur en Herinnering

Het hoofdorgel van de Grote of Martinikerk is een Walcker-orgel uit 1916 met vier klavieren en 75 registers, voorzien van een front in jugendstil. In 1968 werd de Nieuwe Zuiderkerk afgebroken, waarna het orgel verhuisde naar de Grote Kerk. In de kerk bevindt zich ook een Flentrop-orgel, gebouwd in 1953 door Joh. Legêne voor de noodkerk in Doesburg. Het Freytag-kabinetorgel, oorspronkelijk in de Oude Kerk van Soest en later in kasteel Groeneveld, staat eveneens in de Grote Kerk.

In de kerk bevinden zich diverse kleine grafzerken uit de zestiende eeuw. Aan de noordzijde van de kerk staat een Vredesmonument, ontworpen door Jan Wolkers, ter nagedachtenis aan de Doesburgse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

tags: #nederduits #gereformeerd #doesburg #montag