De Nederlandse Hervormde Kerk in Vollenhove, ook wel bekend als de Grote of Sint-Nicolaaskerk, is een van de twee middeleeuwse kerken in het stadje Vollenhove. De kerk, die aan het einde van de 15e eeuw gereedkwam, heeft een rijke en complexe geschiedenis die teruggaat tot de bouw in de jaren 1450 tot 1485.

Architectuur en bouwgeschiedenis
De bouw van de dubbele hallenkerk
Het huidige kerkgebouw is een dubbele hallenkerk, gekenmerkt door twee even grote hallen van ongeveer 45 meter lang en 10 meter breed. De bouw vond plaats in de tweede helft van de 15e eeuw. De noordhal werd als eerste gebouwd, met het hoge koor als het oudste deel. Dit diende ervoor om na de Hervorming, rond 1580, de altaren af te breken en de stenen te gebruiken als grafzerken.
Tijdens de restauratie van 1968-1977 werd de oude stenen altaartafel opnieuw gebruikt als hoofdtafel voor de viering van het Heilig Avondmaal. Hoewel veel muurschilderingen verloren zijn gegaan, zijn er nog sporen te vinden. In de noordmuur is het oorspronkelijke wijdingskruis van de bisschop zichtbaar, en onder het orgel en bij de zij-ingang is het nisje voor het wijwaterbakje bewaard gebleven. Een restant van een muurschildering is te zien bij de deur onder het orgel, en een doek, geschilderd in de noordoosthoek van het hoge koor, beeldt vermoedelijk een achtergrond voor een beeld van Sint Nicolaas uit, aan wie de kerk gewijd is.

Ongewone symmetrie
Een bijzonder kenmerk van de kerk is dat de beide hallen even groot zijn, een opzet die zelden voorkomt bij kerkbouw en die traditioneel meer geassocieerd wordt met kloosterkerken. De reden voor deze symmetrische opzet bij een parochiekerk is tot op heden niet volledig opgehelderd.
Oudere kerkgebouwen en voorgangers
De huidige St. Nicolaaskerk is niet het oudste kerkgebouw in Vollenhove. De Maria kerk, met zijn hogere toren, is ongeveer 50 jaar ouder en werd destijds door de Hervormde Gemeente overgedaan aan de Gereformeerde Kerk. Uit onderzoek tijdens de laatste restauratie bleek dat de huidige Grote Kerk een voorganger had die in etappes werd vergroot.
In de elfde eeuw bestond deze voorganger uit een zaalkerkje van 8 bij 5 meter met een aansluitend koor van 4,5 bij 4 meter. In de loop der tijd werd dit kerkje uitgebreid met een verlengd koor en zijbeuken.
Grafzerken en begravingen
De zerken die nu op het hoge koor liggen, zijn deels afkomstig uit andere delen van de kerk. Tot circa 1820 was het mogelijk om binnen de kerk begraven te worden. Families konden een zerk plaatsen of een kleinere steen met de naam van de overledene. Tijdens de restauratie werden veel van deze stenen op het hoge koor geplaatst, waar zich nu de ruimte voor de verwarmingsinstallatie bevindt. Voorheen waren daar de graven en grafkelders van de bewoners van de vele Havezaten in Vollenhove Stad en Ambt.
De Franse Revolutie had onder andere tot doel de adel te bestrijden, wat resulteerde in het wegkappen van familiewapens uit vele zerken. Eén zerk heeft de vernieling goed doorstaan en staat nu opgesteld tegen de zuidmuur van het lage koor. Volgens de overlevering werd deze zerk omgekeerd boven het graf geplaatst, of verborgen onder een hooiberg, wat aanzienlijke mankracht vereiste.
Sommige zerken, te zwaar en te dik voor de vloerverwarming, werden niet teruggeplaatst in de kerk en liggen nu aan de noordkant tussen de kerkmuur en een grote kei. Ook onder het lage koor bevonden zich kelders, zoals die van de burgemeestersfamilie De la Planque en de adellijke familie Van Dordt, die nu met zand zijn gevuld.

De preekstoel en predikantenborden
Preekstoel
Tot de restauratie rond 1860 hing de preekstoel aan de pilaar bij de eerste bank. De huidige, neogotische preekstoel werd destijds in Den Haag beschikbaar en verving de oude. Na de restauratie kreeg deze een plaats tegen de noordmuur.
Predikantenborden
De eerste predikant in Vollenhove wordt genoemd in 1578, terwijl de pastoor nog in functie was in 1579, wat duidt op een geleidelijke overgang naar de Reformatie. Ds. Langius (1600-1619) was lid van de Synode van Dordrecht en heeft nog steeds nakomelingen. Ds. Voltelen blijkt een voorvader te zijn van kardinaal Simonis. Het tweede predikantenbord vermeldt het traktement dat de tweede predikant zou ontvangen uit de opbrengst van kloostergoederen, een inkomstenbron die nooit verhoogd is.
Het orgel
Het orgel van de kerk werd in 1686 gebouwd door de Amsterdamse orgelbouwer Apollonius Bosch. Het orgel heeft sindsdien diverse restauraties en wijzigingen ondergaan, waaronder een omvangrijke restauratie door Schnitger in 1720. In 1860 werd het orgel aangevuld met een vrij pedaal. Tijdens de restauratie in de jaren '70 van de vorige eeuw werd het orgel teruggebracht naar de staat van 1720. Minutieus kleurenonderzoek door Dhr. H.A. Roebers zorgde voor de huidige uitstraling.

Bijzondere stenen en symboliek
Herinnering aan de bisschop
Achter op het hoge koor bevindt zich een achthoekige steen, een herinnering aan het overlijden van de bisschop-landsheer Rudolf van Diepholt in 1455. Zijn hart werd in Vollenhove begraven, zijn gebeente in de Domkerk te Utrecht.
Geheimzinnige tekens
In de consistoriekamer hangt een plankje met moeilijk leesbare tekens. Deze tekens, mogelijk een middeleeuwse weergave van de letters C, M en B en het getal 56, kunnen op twee manieren geïnterpreteerd worden. De letters kunnen verwijzen naar de drie Wijzen uit het Oosten (Caspar, Melchior en Balthasar) of naar de Latijnse bede "Christus mansionem benedicat" (Christus zegene dit huis). Het getal 56 zou kunnen slaan op een bouwjaar, hoewel het eeuwgetal onduidelijk is. In Duitsland worden beide interpretaties nog steeds gebruikt.
De Maria- of Kleine Kerk
De Maria- of Kleine Kerk, oorspronkelijk gewijd aan Onze Lieve Vrouwe, dateert van 1423. Het gebouw begon als een bakstenen kapel, bestaande uit een eenbeukig schip met een 5/8 gesloten koor en een aanbouw aan de zuidkant. In 1450 werd los daarvan een vierkante toren met een wenteltraptoren gebouwd, die de H. Maria met het Kindeke Jezus symboliseerde. In 1461 werd de kapel uitgebreid tot aan de toren, en in 1785 werd de zuidelijke aanbouw afgebroken.
De stichtingsakte van 14 mei 1423 was de officiële toestemming voor de bouw van deze rooms-katholieke kerk. Verschillende metselwijzen zijn nog zichtbaar in de kerkmuren. Bij de vergroting in 1450 werd leem als specie gebruikt, later vervangen door cement. Het gewelf is van hout. In 1660 werd een gaanderij gebouwd en in 1781 werd het meubilair vernieuwd en de zoldering afgewerkt. In 1911 werd het dak gerenoveerd en voorzien van leien.

Vicariën en kapellanieën
In de Mariakerk waren drie vicariën gevestigd: van de H. Maagd Maria, van de H. Petrus en Paulus, en van de H. Andreas en Thomas. De laatste werd vlak voor de Reformatie beheerd door Andreas Straetgen, en werd daarom ook wel 'Straetgens vicarie' genoemd. Na de Reformatie beheerde Hendrik Christoffels vanaf 1602 de goederen en pachten die aan het Straetgens-vicarie verbonden waren.
De toren van de Mariakerk
De bouw van de oorspronkelijk losstaande kerktoren begon in 1450 en werd acht jaar later voltooid. De toren bestond uit drie geledingen, afgedekt met een lage torenspits. De twee torenklokken werden vermoedelijk rond het begin van de 19e eeuw (de Franse tijd) omgesmolten tot kanonnen om de bevolking te waarschuwen bij hoog water. In 1823 werd de lage spits vervangen door de huidige stenen opbouw, bekroond door een houten koepeltje. De stenen opbouw is aan elke zijde doorbroken met twee spitsboogvormige galmgaten, en boven de galmgaten werden wijzerplaten aangebracht.
De Mariakerk kwam door de hervorming geleidelijk in protestantse handen. In 1572 namen de Watergeuzen het stadje in, en in 1578 werd de eerste protestantse predikant genoemd. De hervormde Mariakerk werd in 1981 door de Gereformeerde Kerk te Vollenhove aangekocht en dient nu als bedehuis van de plaatselijke Gereformeerde Kerk (PKN).
Het gebruik van de kerk door de eeuwen heen
Het gebruik van de kerk voor begravingen verklaart waarom er pas laat banken werden geplaatst. Er was een zogenaamde regeringsbank, die oorspronkelijk stond waar nu de preekstoel staat. Bij de restauratie rond 1860 werd de bank verplaatst naar de treden van het hoge koor om die ruimte af te sluiten.
In 1660 werd een galerij in de kerk gemaakt aan de kant van de toren, met vijf banken. Voor verlichting gebruikte men vroeger kaarsen, waarvan de kosten aanvankelijk werden betaald uit de kas van de Diaconie en later uit het fonds 'Geestelijke goederen'. In 1781 werd het meubilair vernieuwd en de zolder afgewerkt.
Op 29 december 1784 werd de kerk tijdelijk in gebruik gegeven aan de schutterij, maar op 8 september 1785 werd ze weer ingericht voor godsdienstoefeningen. Het college van de Volle Stoel besloot toen de oudere preekstoel uit de kerk van Beulake te kopen en te plaatsen op de plek van de oude preekstoel. Verder werd besloten de bouwvallige kapel of gerfkamer af te breken.
In 1786 werd besloten de 'nieuwe' preekstoel op een andere plek te zetten, wat een andere schikking van de banken noodzakelijk maakte. Banken werden geplaatst voor de heren van de Ridderschap, de magistraat, de schout, de rentmeester der geestelijkheid en de leden van de gezworen gemeente, met gescheiden banken voor mannen en vrouwen.
In 1794 werd de toren hersteld. Mogelijk werden de oorspronkelijke klokken uit de 15e eeuw in de Franse tijd omgesmolten tot kanonnen. De komst van Franse dragonders in 1795 leidde ertoe dat de kerk gevorderd werd om paarden te stallen.
In 1823 werd de lage spits van de toren verwijderd en vervangen door een stenen bovenbouw, bekroond door een houten koepeltje. De stenen bovenbouw is aan elke kant doorbroken met twee spitsboogvormige galmgaten, en boven de galmgaten werden wijzerplaten aangebracht. Dit maakte het mogelijk voor iedereen in de stad om de tijd af te lezen.
Kerkgeschiedenis: Complete documentaire van 33 n.Chr. tot heden
tags: #nederlandse #hervormde #kerk #vollenhove