Geschiedenis van de Gereformeerde Gemeente Nijmegen

Inleiding

De geschiedenis van de gereformeerde gemeenten in Nijmegen is een complex verhaal dat zich over eeuwen uitstrekt. Naast de Doopsgezinde en Remonstrantse gemeenten, die elk hun eigen ontwikkelingen doormaakten, speelden ook de verschillende stromingen binnen het gereformeerde geloof een belangrijke rol in het religieuze en sociale landschap van de stad.

De Gereformeerde Kerk en de Reductie van Nijmegen

Na de vervolgingen van doopsgezinden onder Karel van Egmond en de Spaanse inquisitie, was er lange tijd geen doopsgezinde aanwezigheid in Nijmegen. De situatie veranderde in 1591 met de Reductie van Nijmegen, waarbij graaf Maurits van Nassau de stad veroverde en de gereformeerde religie als enige openbaar toegestane geloof vestigde.

Hoewel gereformeerden bezwaren hadden tegen het doopsgezinde geloof, werden de doopsgezinden na de Reductie minder als een bedreiging gezien. In 1602 kregen enkele uit Haarlem uitgeweken doopsgezinden toestemming van de Nijmeegse Raad om kamers in het klooster op de Hessenberg te gebruiken. Vanaf 1639 verleende de stad steeds vaker verblijfsvergunningen en soms zelfs burgerrecht aan doopsgezinden.

De doopsgezinde gemeente groeide aanzienlijk: van circa 70 leden in 1651 tot circa 160 in 1655. In 1655 werd hen toegestaan religieuze bijeenkomsten te houden, zij het zonder vaste locatie en onder protest van de gereformeerden. Bijeenkomsten vonden plaats in een stal aan de Doddendaal en in de kelder van het huis ‘Het Watervat’.

Ontwikkelingen in de Doopsgezinde Gemeente

In 1706 werd een gebouw aan de Korte Nieuwstraat aangekocht en ingericht als kerk. Een belangrijke stap voorwaarts was de aankoop van de voormalige remonstrantse kerk aan de Arminiaanse Plaats in 1727, wat de verhuizing van de gemeente naar een vaste locatie markeerde. Vanaf circa 1715 had de gemeente twee vaste leraren.

Tot de Bataafs-Franse tijd bleven doopsgezinden in Nederland uitgesloten van openbare ambten. Rond 1900 telde de doopsgezinde gemeente in Nijmegen ongeveer 300 leden. In september 1944 werd de kerk aan de Arminiaanse Plaats verwoest. In 1952 betrok de gemeente een nieuwe kerk aan de Waldeck Pyrmontsingel.

Vóór de periode van ontkerkelijking, in 1965, was het aantal doopsgezinden gedaald tot 181 leden. Op 26 maart 1990 fuseerde de gemeente met de Remonstrantse gemeente tot de Stichting Samenwerkingsverband van de Doopsgezinde Gemeente Nijmegen en de Remonstrantse Gemeente Nijmegen, met een gezamenlijk gebouw aan de Prof. Regoutstraat, hoewel beide gemeenten formeel gescheiden bleven.

De Gereformeerde Kerk (1885) en haar Ontwikkelingen

Op 14 mei 1885 werd te Nijmegen de Gereformeerde Kerk gesticht, aanvankelijk bekend als de "Christelijke Gereformeerde Gemeente" (de A-Kerk). Rond 1886 ontstond daarnaast de "Christelijke Afgescheiden Kerk".

De beginjaren van de Christelijke Gereformeerde Gemeente te Nijmegen zijn niet uitgebreid gedocumenteerd, maar de institutie vond plaats op 14 mei 1885. Al op 16 mei 1885 werd tijdens de eerste kerkenraadsvergadering gesproken over het beroepen van een eigen predikant. Na enkele onsuccesvolle beroepen, deed ds. S.B. Sevensma op 12 april 1886 intrede als eerste christelijke gereformeerde predikant.

Ds. Sevensma bleef niet lang in Nijmegen en maakte de bouw van de eerste kerk aan de Begijnenstraat niet meer mee. De gemeente maakte aanvankelijk gebruik van een gehuurde zaal. De wens voor een eigen kerkgebouw werd in 1885 besproken op de landelijke Synodevergadering. Na bezwaren en herhaaldelijke verzoeken van de Provinciale Synode van Gelderland, werd collectie voor de kerkbouw in Nijmegen toegestaan.

De Synodale Commissie ontving een som van fl. 1.884,91½ en de kerkenraad van Nijmegen fl. 541,46½. In 1887 kon met de bouw van de kerk aan de Begijnenstraat 20 worden begonnen. Het gebouw, ontworpen door B. Bouman en uitgevoerd door H.L. Esmeijer, was een eenvoudige zaalkerk met 250 zitplaatsen en werd in 1888 in gebruik genomen.

De Doleantie en de Vereniging van Kerken

Op 23 februari 1887 vond de Doleantie plaats, die in Nijmegen echter weinig aanhang kreeg. Ds. F.P.L.C. van Lingen institueerde een nieuwe gemeente door de door de manslidmaten gekozen kandidaat-ambtsdragers te bevestigen. De dolerenden hielden aanvankelijk kerkdiensten in een gehuurde zaal.

Al snel besloten de kerkenraden van de christelijke gereformeerde en de dolerende kerken gezamenlijk te kerken in het gebouw aan de Begijnenstraat en samen het avondmaal te vieren, hoewel ze tot 1892 als zelfstandige kerken bleven functioneren. De kerkenraden vergaderden in die periode wel gezamenlijk.

De kerk aan de Begijnenstraat kende in haar beginjaren veel dienstboden als gemeenteleden, wat leidde tot de bijnaam "dienstmeidenkerk".

Verdere Ontwikkelingen en Kerkenbouw

Het reizen op zondag was lange tijd taboe in gereformeerde kringen. Dit leidde tot specifieke situaties, zoals een predikant die toestemming kreeg om over de spoorbrug te lopen om op zondag in Elst te komen.

In de periode van ds. Smeding werd de noodzaak gevoeld voor een nieuwe kerk ter vervanging van de Begijnenstraatkerk. Dit resulteerde in de bouw van de Noorderkerk aan de Bijleveldsingel 41, die in 1912 in gebruik werd genomen. De eerste steen werd gelegd door het 7-jarige zoontje van ds. M.F. Visser.

In 1929 werd de Groenestraatkerk in gebruik genomen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de Noorderkerk in 1944 zwaar beschadigd. Na de bevrijding werd de herbouw van de Noorderkerk, ook wel Bijleveldsingelkerk genoemd, prioriteit gegeven.

De kerkelijke Vrijmaking van 1944, veroorzaakt door meningsverschillen over leerstellingen en kerkrecht, leidde tot de afscheiding van een deel van de gereformeerden onder leiding van dr. K. Schilder, die de Vrijgemaakte Gereformeerde Kerk stichtten.

In de jaren vijftig besloot de kerkenraad tot de bouw van een nieuwe kerk aan de Steenbokstraat. Het ledental van de Gereformeerde Kerk groeide gestadig. Op 30 mei 1960 werd het 75-jarig bestaan van de Gereformeerde Kerk van Nijmegen herdacht.

De Noorderkerk (1912) kreeg in 1963 de naam ‘Immanuëlkerk’, toen de Maranathakerk aan de Steenbokstraat in gebruik werd genomen. De Groenestraatkerk werd in 1964 buiten gebruik gesteld. De Immanuelkerk raakte in 1972 buiten gebruik en werd het jaar daarop afgebroken.

De Nederlandse Gereformeerde Kerk

De Nederlands Gereformeerde Kerk Nijmegen ontstond in 1969 vanuit de Gereformeerd Vrijgemaakte kerk. In de beginjaren heette de kerk "Vrije Gereformeerde Kerk", en in 1979 werd de naam gewijzigd.

Op 1 mei 2023 werd de breuk van 1969 hersteld en de naam gewijzigd naar Nederlandse Gereformeerde Kerken. De gemeente kende periodes van kleine omvang, waarin predikanten van buitenaf ondersteuning boden.

Door de betrokkenheid van veel leden groeide de gemeente aanzienlijk. In 2008 telde de gemeente meer dan 130 leden. Na verdere groei werd gezocht naar een dominee die de gemeente kon ondersteunen. Sinds 2020 is Gerry Bos de dominee van de gemeente, die nu ongeveer 350 leden telt.

Vanaf september 2014 tot 2017 was kerkplanter Richard Roest missionair werkzaam. In oktober 2015 verhuisde de gemeente naar de Maranathakerk, waar zij nu samen met de PGN Nijmegen gebruik van maakt.

De Dominicanen in Nijmegen

De Dominicanen, ook wel bekend als de Predikheren, waren in Nijmegen actief vanaf 1673. Na de Reductie van Nijmegen in 1591, waarbij de gereformeerde religie als enige openbaar mocht worden uitgeoefend, werden katholieke activiteiten heimelijk voortgezet.

In 1611 bezocht pater Petrus van Beers de stad om de toestand van de katholieken te inventariseren en goederen van het Broerenklooster te redden. Pas na de Franse verovering van Nijmegen in 1672, toen de stad tijdelijk weer katholiek werd, konden Dominicaner paters hun rechten op het Broerenklooster doen gelden. Na het vertrek van de Franse troepen in 1674 bleven paters Gregorius Desenap en Bernardus van Duijst zich wijden aan de zielzorg.

In 1688 werd pater Cachoir benoemd tot deken van het district Nijmegen en belast met de pastorale bediening van omliggende plaatsen.

Met de revolutionaire tijd aan het einde van de achttiende eeuw werden katholieken weer volwaardige burgers. De stichting van het Koninkrijk Holland door Napoleon in 1806 leidde tot de teruggave van kerkgebouwen. De Dominicanen kregen de Broerskerk toegewezen, en betrokken in 1810 hun eigen kerk aan de Broerstraat.

In 1820 werd de katholieke gemeente verdeeld in parochies, waarmee de statie feitelijk eindigde. Het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 bracht een einde aan de Hollandse Missie.

De Remonstrantse Gemeente

De Remonstranten, ook wel 'rekkelijken' genoemd, ontstonden begin zeventiende eeuw uit een conflict binnen het protestantisme. De meerderheid van de bevolking hing de contraremonstrantse leer aan, die in 1619 de officiële leer binnen de gereformeerde kerk werd.

In Nijmegen kregen de remonstranten al vroeg voet aan de grond. Vanaf 1619 werden zij gedwongen hun diensten buiten de Republiek te houden, en later soms in het geheim. In 1649 huurden zij een ruimte aan de Grote Markt.

Het aantal aanhangers daalde sterk, en het stadsbestuur gedoogde dat zij een ruimte gebruikten aan de Arminiaanseplaats. In 1729 kochten de doopsgezinden deze ruimte aan. In 1727 verklaarde het stadsbestuur dat de remonstrantse gemeente niet meer bestond, en de bezittingen vervielen aan de stad.

Na de scheiding van kerk en staat in 1796 nam het aantal remonstranten in Nijmegen weer toe. In 1913 werd de Remonstrantse Vereniging Nijmegen opgericht, die diensten, godsdienstonderwijs en huisbezoeken organiseerde.

Na de Tweede Wereldoorlog werd op 19 oktober 1946 de Remonstrants-Gereformeerde Gemeente Nijmegen opgericht. In 1961 namen de remonstranten een eigen kerkgebouw aan de Professor Regoutstraat in gebruik.

Vanwege dalende ledenaantallen en inkomsten, begon de Remonstrantse gemeente samen te werken met de Doopsgezinden. In 1990 richtten zij de Stichting Samenwerkingsverband op, waarbij de gemeenten formeel gescheiden bleven.

De Gereformeerde Kerk (1969) en Samenwerking

De Nederlands Gereformeerde Kerk Nijmegen ontstond in 1969 vanuit de Gereformeerd Vrijgemaakte kerk. De kerk heette aanvankelijk "Vrije Gereformeerde Kerk" en in 1979 werd de naam gewijzigd.

Op 1 mei 2023 werd de breuk van 1969 hersteld en de naam gewijzigd naar Nederlandse Gereformeerde Kerken. De gemeente kende periodes van kleine omvang, waarbij externe predikanten ondersteuning boden.

Door de actieve betrokkenheid van leden groeide de gemeente aanzienlijk. In 2008 telde de gemeente meer dan 130 leden. Na verdere groei werd gezocht naar een dominee die de gemeente kon ondersteunen. Sinds 2020 is Gerry Bos de dominee, en telt de gemeente ongeveer 350 leden.

Vanaf september 2014 tot 2017 was kerkplanter Richard Roest missionair werkzaam. In oktober 2015 verhuisde de gemeente naar de Maranathakerk, waar zij nu samen met de PGN Nijmegen gebruik van maakt.

Historische kaarten van Nijmegen met aanduiding van kerkgebouwen

tags: #gereformeerde #gemeente #nijmegen