De recente benoeming van een nieuwe predikante in Zelhem werpt licht op de rijke en complexe religieuze geschiedenis van de regio, met name de ontwikkelingen binnen het protestantisme in Doetinchem en omliggende plaatsen. Deze geschiedenis wordt gekenmerkt door afscheidingen, herstructureringen en de vorming van diverse kerkelijke gemeenschappen, die uiteindelijk hebben geleid tot de huidige kerkelijke landschap.
De invloed van Ds. Dirk Molenaar en de Afscheiding
Rond 1820 was de Hervormde predikant Ds. Dirk Molenaar (1786-1865) te Doetinchem een invloedrijk figuur. Hij stond bekend als een voorstander van de "Dordtse-gereformeerde" leer en zijn brochure "Adres aan alle mijne Hervormde Geloofsgenooten" veroorzaakte aanzienlijke onrust binnen de kerk, zelfs leidend tot koninklijke afkeuring.
De ideeën van Molenaar bleven echter niet zonder gevolg. In 1839 ontstond de Christelijk Afgescheiden gemeente te Varsseveld, waarbij ook inwoners van Doetinchem zich aansloten. Jarenlang werd de zorg voor de Doetinchemse leden toevertrouwd aan ouderling Elias Pliester uit Zelhem. Uiteindelijk werd besloten een zelfstandige Afgescheiden gemeente in Doetinchem te vormen, die op 11 november 1859 koninklijke erkenning verkreeg en in 1860 een eigen kerkje in gebruik nam.

Ds. Jan Melles van Dijk en de spanning tussen orthodoxie en modernisme
Op 21 december 1862 kreeg de Doetinchemse gemeente in candidaat JAN MELLES VAN DIJK (geb. 1830) een eigen voorganger. Ds. Van Dijk was een man met een brede visie; hij voelde zich meer verwant aan het Réveil dan aan de strikte lijn van de Dordtse Synode. Dit uitte zich in zijn openheid voor samenwerking met andere kerken en predikanten, zelfs met de voormalige baptistenprediker E. Gerdes, die de algemene verzoeningsleer aanhing.
In een tijd waarin het "modernisme" in de Nederlandse Hervormde Kerk opkwam, stichtte Ds. Van Dijk de "Vereeniging tot bevordering van inwendige zending" met het doel jongeren op te leiden tot predikanten voor de Hervormde Kerk. Zijn streven naar toenadering tussen orthodoxe Hervormden en Afgescheidenen en zijn praktijk van kanselruil leidden echter tot weerstand. Uiteindelijk werd hij op 21 juni 1869 door de Synode van Middelburg uit zijn ambt gezet. De gemeente nam de naam NED. HERVORMDE ZENDINGSGEMEENTE aan, weigerend de fusie met de Gereformeerde Kerk tot Christelijke Gereformeerde Kerk te erkennen.
Onder leiding van Ds. Van Dijk werden in Doetinchem diverse onderwijsinstellingen opgericht, waaronder een christelijke school (1865), een christelijke school met kostschool (1872), een voorlopige opleidingsschool (1876) en een gymnasium (1877). Deze instellingen werden geleid door Ds. Van Dijk tot zijn dood op 15 januari 1909. Na hem werd de gemeente bediend door zijn zoon, Ds. D.J. van Dijk, en vervolgens door Ds. J. Groeneweg, Ds. H. Visser, Ds. W.Th. Hoek, Dr. F.J. Fokka, en Da. A.C. Fokkema. In 1966 werd de gemeente opgeheven en geïntegreerd in de Hervormde Gemeente van Doetinchem.
De opkomst van vrije samenkomsten en de Oud-Gereformeerde Kerk
In de jaren 1880 vond in de regio een sterke religieuze opleving plaats, wat leidde tot de vorming van diverse vrije samenkomsten in Doetinchem, IJzenvoorde, Het Loo en De Kruisberg. Evangelist Hazelhof ging regelmatig voor in deze samenkomsten.
Door contacten met de buitenwereld kwamen ook vrije gereformeerde predikanten preken, zoals Ds. L. Spoel, Ds. H. de Vries en Ds. D. Versteeg. Middels Ds. Spoel kwam men in contact met GERRIT JAN WOLBERS (geb. 1866 te Markelo), die voor het eerst sprak te Doetinchem op 16 december 1886.
Op 5 juni 1888 werd de Oud-Gereformeerde Kerk gevormd, met Wolbers als lerend-ouderling. In 1889 werd een kerkje op De Kruisberg in gebruik genomen. In november 1890 vertrok Wolbers naar Sliedrecht en later naar Noord-Amerika. Het zou 54 jaar duren voordat de gemeente weer een eigen voorganger had. Gedurende deze periode werden de sacramenten bediend door diverse predikanten, waaronder Ds. H. de Vries en Ds. G. Maliepaard. In 1922 sloot de gemeente zich aan bij de Federatie van Oud-Geref. Gemeenten, die in 1948 opging in de Oud-Geref. Gemeenten in Nederland.
In 1944 begon ouderling H. WILTINK (geb. 1892) te preken, en in 1953 werd hij bevestigd als predikant van de gemeente Doetinchem, die hij tot op heden dient. Volgens de volkstelling van 1960 telde de Oud-Gereformeerde gemeenschap in Doetinchem 237 leden, met aanzienlijke aantallen in Zelhem (96) en omliggende plaatsen.

De zelfstandige gemeente in Zelhem en de rol van Ds. J. Meijer
Ook in Zelhem heeft er een aantal jaren een zelfstandige gemeente bestaan. Rond 1896 traden leden uit de Oud-Geref. Kerk te Doetinchem, voornamelijk woonachtig in Zelhem, uit de kerk. Dit leidde tot de vorming van een OUD-GEREF. KERK in Zelhem.
Deze gemeente werd van juli 1899 tot augustus 1912 bediend door Ds. J. MEIJER (geb. 1847; overl. 1930). Na zijn vertrek naar Den Helder in 1912, liep de gemeente in Zelhem terug en keerden de leden geleidelijk terug naar de moedergemeente in Doetinchem, waarna de gemeente werd opgeheven. Het kerkje van deze gemeente bestaat nog en wordt thans gebruikt voor diensten van de Gereformeerde Kerk te Doetinchem voor haar leden in Zelhem.
Ds. J.H. Jonas en de restauratie van de Lambertikerk
De geschiedenis van de kerkelijke gemeenschap in Zelhem wordt verder gekenmerkt door de aanwezigheid van predikanten zoals Ds. J. H. Jonas (Workum, 12-02-1909 - Zelhem, 31-12-1987). Hij diende de gemeente van 5 oktober 1947 tot zijn emeritaat op 1 mei 1974.
Ds. Wiersma, zoals hij in het archief wordt genoemd, bleek de drijvende kracht achter de restauratie van de kerk. Hij was niet bang om autoriteiten te benaderen en zette zich in voor de voltooiing van de restauratie in 1950, wat hij als een hoogtepunt in zijn ambtstijd beschouwde. De periode na het overlijden van zijn vrouw in 1961 was een moeilijke tijd. Ds. Wiersma toonde warme belangstelling voor de oecumene en onderhield contacten met zowel protestantse als katholieke geestelijken. Hij werd in 1962 benoemd tot preses van de Provinciale Kerkvergadering Gelderland en had een grote interesse in oudheidkunde.

Recente ontwikkelingen en de nieuwe predikante
De recente benoeming van een nieuwe predikante in Zelhem, Wilfrieda Stam, markeert een nieuw hoofdstuk in de lokale kerkgeschiedenis. Stam, die eerder diende in Hoogezand-Sappemeer en De Bilt, ziet zichzelf in Zelhem als een "herdershond". Domina Wilfrieda Stam werd benoemd als nieuwe predikante van de Lambertikerk door dominee Joop Jansen Schoonhoven.
Hoewel de tekst geen directe link legt tussen de historische gebeurtenissen en de huidige benoeming, illustreert de rijke geschiedenis van religieuze gemeenschappen in de Achterhoek de voortdurende dynamiek en ontwikkeling binnen het kerkelijk leven. De aanwezigheid van diverse kerkelijke stromingen en de historie van afscheidingen, fusies en herstructureringen vormen de achtergrond waartegen nieuwe benoemingen plaatsvinden.
tags: #nieuw #benoemde #predikante #in #zelhem