De nachtegaal, een meester in zang, onthult verrassende ecologische geheimen. Wanneer de nachtegalen 's nachts zingen, trekken hun vrouwtjes eropuit om hun zangkunst te beoordelen. Echter, wanneer dezelfde nachtegalen 's ochtends vroeg hun lied aanheffen, krijgen ze van deze vrouwtjes geen aandacht. Dan reageren andere mannetjes op het gezang die proberen hun territorium in te nemen. Dit fascinerende gedrag werd ontdekt door ecologen van het Nederlandse instituut NIOO. Vrouwelijke nachtegalen blijken 's nachts erg actief: tussen één en vier uur 's nachts vliegen ze elk uur bijna een kilometer. De rest van de dag brengen ze door in stilte. De bevindingen van deze studie werden donderdag online gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the Royal Society B.

Energiezuinig Leven en Klimaatbehoud
In de context van woningverbetering en klimaatbehoud staat de woningcorporatie die de ruimte verhuurt waarin het AW-laboratorium is ondergebracht, voor de taak om haar huurders naar een nieuw energielabel te brengen. Dit initiatief, gericht op het behoud van het klimaat, wordt gesteund door subsidies. Er wordt geïnvesteerd in een isolerende glaslaag en de laatste ramen worden voorzien van vaste glasplaten.
De corporatie heeft vastgesteld dat het binnenlaten van frisse lucht gepaard gaat met energieverlies, wat zij als een inefficiëntie beschouwt. Om dit te verbeteren, worden de draaiende delen van de ramen vervangen door vaste ramen. Hoewel de formulering in de wervende brochure begrijpelijker had gekund, is het doel om bewoners, die wellicht de zang van de merel willen horen, niet te vroeg te alarmeren over de veranderingen.
De woningcorporatie realiseerde zich dat zij haar huurders in de race naar het hoogste energielabel dreigde te verstikken en dat er zelfs een conflict kon ontstaan met de overheid, die eisen stelt aan ventilatie en daarvoor subsidie verleent. Als oplossing wordt er mechanische ventilatie geïnstalleerd die automatisch aanslaat wanneer de CO2-concentratie een grenswaarde overschrijdt. Moderne CO2-meters zullen dit bijhouden.
De CO2-concentratie fungeert als een indicator voor luchtvervuiling. Wanneer de meters onraad detecteren, wordt er krachtig frisse lucht naar binnen gepompt. Om de luchtcirculatie te optimaliseren, zullen de bestaande binnendeuren worden ingekort. Hoewel de elektromotoren van de mechanische ventilatie "bijna niet hoorbaar" zijn, uiten huurders de wens om te weten hoe vaak de bijna onhoorbare ventilatie in werking zal treden. Deze informatie ontbreekt in de folder.
CO2-grenswaarden en Menselijke Productie
Een rondgang op internet leert dat veel CO2-meters alarm slaan zodra de binnenconcentratie CO2 oploopt tot 800 ppm (parts per million). De term ppm, een ongelukkige maatstaf, staat voor ml per m³ en 1 ppm CO2 is praktisch gelijk aan 2 mg CO2 per m³. Dit is een zeer kleine hoeveelheid. De CO2-concentratie van de buitenlucht bedraagt reeds 430 ppm en kan over een eeuw mogelijk 800 ppm bereiken, wat zou betekenen dat de meters permanent alarm slaan.
Vroeger werden concentraties tot 15.000 ppm als ongevaarlijk beschouwd. Onderzeebootbemanningen doorstonden waarden van 30.000 ppm zonder significante problemen. Echter, de grenswaarde komt steeds lager te liggen, zoals een recent reviewartikel uit 2018 aantoont. Er zijn individuen geïdentificeerd die bij blootstelling aan 800 ppm een verhoogde hartslag, bloeddruk en ademfrequentie ervaren.
De vraag rijst hoe snel de CO2-concentratie binnenshuis 800 ppm kan bereiken. Afgezien van het oude gasfornuis in de keuken, is de mens zelf de voornaamste producent van CO2. De productie hiervan kan worden geschat aan de hand van een koolstofbalans. Een lichtgewicht kampeerder consumeert ongeveer 7 ons droogvoer per dag, wat gemiddeld nog 15 procent water bevat. Thuisverbruikers hebben minder nodig. Een "thuiskampeerder" leeft op ongeveer 5 ons watervrij zetmeel en vet per dag. Bij een consumptieverhouding van 2:1 zetmeel tot vet, resulteert dit in een CO2-productie van ongeveer 1.000 gram per dag (omdat 1 gram zetmeel 1,63 gram CO2 oplevert en 1 gram vet 2,78 gram).
Hoewel er veel metingen zijn verricht naar de humane CO2-productie, met wisselende resultaten, durft men op basis van een recente publicatie uit 2022 de dagelijkse productie te stellen op ongeveer 800 gram. Dit betekent dat een persoon die zich in een hermetisch gesloten kamer van 60 m³ bevindt, de CO2-concentratie binnen anderhalf uur naar een kritiek niveau kan jagen, simpelweg door in en uit te ademen. Indien deze persoon zich ook nog eens regelmatig beweegt en bij het openen en sluiten van de deur tien procent van de kamerinhoud ververst, zal de concentratie na anderhalf uur 720 ppm bedragen. Op de lange termijn is het echter onvermijdelijk dat de grenswaarde wordt overschreden, zeker gezien de mogelijke aanwezigheid van een ander persoon of een huisdier in dezelfde ruimte.

De AW-redactie heeft besloten de installatie van de mechanische ventilatie te saboteren, maar maakt zich zorgen over de gevolgen van CO2-accumulatie die zal optreden zodra de draaiende delen van de ramen zijn vervangen. Hoofdpijn, vermoeidheid en concentratieverlies zijn mogelijke symptomen. Een oplossing zou kunnen zijn om te schalen met kaliumhydroxide (gootsteenontstopper), een bewezen middel om CO2 af te vangen. Waarschijnlijk zal de AW-redactie echter een gat slaan in het driedubbele glas van de corporatie om de merel te kunnen horen.
Zingen: De Meest Beoefende Vrijetijdsbesteding in Nederland
Mensen komen samen in kerken, buurthuizen of cafés en laten de ruimte bruisen met hun gezang. Van Monteverdi tot shanty, van Mozart tot close harmony. Zingen is de meest beoefende vrijetijdsbesteding in Nederland, populairder dan voetballen. Dit blijkt uit onderzoek van NIPO. Ongeveer 600.000 Nederlanders besteden meer dan een uur per week aan hun zanghobby, meestal in koorverband. Afgelopen weekend trok een bonte stoet van 144 koren uit Amsterdam en omgeving voorbij op de Korendagen in Paradiso. Zingen wordt niet langer als 'gek' of 'ouderwets' beschouwd; integendeel, zelfs zingende mannen oogsten bewondering.
Bij de stichting Samenwerkende Nederlandse Korenorganisaties (SNK) in Utrecht zijn bijna tienduizend koren geregistreerd. Op een koude januari-avond op de Zeedijk in Amsterdam, wanneer de deur van tapasbar De Portugees opengaat, schalt het lied "Dirty ol' man" door de verlaten straat. Binnen, in de smalle ruimte, zitten mensen met tekstboeken aan een lange tafel of staan aan de bar. Twee accordeonisten en drie gitaristen begeleiden, terwijl het hele café uit volle borst meezingt. Elke woensdagavond is het er feest, met zang die de hele avond aanhoudt, onderbroken door korte pauzes om de kelen te smeren. Een accordeonist roept de nummers van de teksten, de muziek zet in en het koor barst los met liederen als "Bonny and Clyde", "Do wah diddy diddy dum diddy do" en vergelijkbare nummers.
"Ik weet niet eens wie de anderen zijn," vertelt een vaste bezoeker. "Maar het zijn leuke mensen. Meedoen en meezingen is erg populair." Dit wordt mede onderstreept door het overweldigende succes van de Meezing-Mattheus in Amsterdam, die in maart in Breda navolging krijgt, en andere zogenaamde scratch-concerten. Bij deze evenementen zingt de hele zaal mee en weegt het enthousiasme zwaarder dan de uitvoeringstechniek.
De zanglust van de Nederlander blijkt ook uit een tournee met de zangers/cabaretiers Bas en Ralf Grevelink. Met hun meezingprogramma "Ik ben zo blij dat ik je niet vergeten ben", een vrolijke en humoristische ode aan het Nederlandse lied, weten ze met veel plezier hele zalen tot meezingen te bewegen. De tournee wordt na de zomer voortgezet. Vooral in Rotterdam en Amsterdam raakte het publiek bijna buiten zinnen. "We hebben familie, vrienden en kennissen gevraagd om een achtergrondkoortje te vormen. Die hebben weer andere mensen meegenomen, onder meer uit het smartlappenkoor Goed Snik," vertelt Bas in de bus naar theater De Flint in Amersfoort. Het twintigkoppige koor krijgt er zijn laatste instructies: "Energiek, waardig en parmantig, en aan het einde met de polonaise de coulissen in." Een uur later staan ze op het podium te springen en te zingen. Vanaf het eerste lied zingt en deint de hele zaal mee. Het repertoire omvat nummers als "Foxy Foxtrot", "Sophietje", "Breng eens een zonnetje onder de mensen" en een potpourri van drinkliederen. Na afloop schreeuwt het uitgelaten publiek om meer.

Sociale en Muzikale Koren
Veel koren vervullen primair een sociale functie, wat op zichzelf waardevol is. Echter, het is bevredigender wanneer dit gepaard gaat met muzikale kwaliteit en luistergenot voor het publiek. Grote concertkoren, zoals het Nederlands Concert Koor, Toonkunstkoor Amsterdam, Philharmonisch koor Toonkunst in Rotterdam en Brabant Koor in Eindhoven, bestaan uit geschoolde amateurs. Zij treden regelmatig op in grote concertzalen met gerenommeerde orkesten en dirigenten. Het repertoire omvat klassieke koorwerken uit de 18e, 19e en 20e eeuw. Aan de zangers worden hoge muzikale eisen gesteld: zij moeten van blad kunnen lezen, zangles hebben gevolgd, gevoel voor ritme bezitten en kennis van solfège (intoneren en intervallen correct treffen) hebben.
De SNK in Utrecht stelt zich ten doel mensen tot zingen te bewegen en de kwaliteit van koren te verbeteren. Veel koren kampen met een gebrek aan jonge aanwas, waardoor oratoriumkoren in de provincie vergrijzen. "Kinderen vinden zingen leuk, maar hun cultuur wordt beheerst door popmuziek, ze zingen veel na," aldus directeur Jeroen Schrijner van de SNK. "We proberen al jaren tot de scholen door te dringen. Het probleem is dat op de pabo's niet meer zoveel aandacht voor muziek is. Bovendien zijn er op de scholen zoveel andere vakken bijgekomen dat leerkrachten geen kans meer zien extra aandacht aan muziek te besteden."
Een tv-programma als "Kinderen voor kinderen" spreekt de jongeren wel aan. De SNK is bezig met een actieplan waarbij het zingen door kinderen een van de speerpunten is. De organisatie heeft een succesvol Nationaal Kinderkoor opgericht en organiseert op 12 februari in De Doelen in Rotterdam De Grote Muziekdag, waar jongeren van 12 tot 18 jaar een dag lang kunnen musiceren. Deze inspanningen werpen hun vruchten af: de kinderkoren leven weer op.
Professionele Koorscholen en Muziekonderwijs
Nederland telt twee erkende koorscholen: de Koorschool St. Bavo in Haarlem en de Kathedrale Koorschool in Utrecht. Hier ligt de nadruk op het religieuze en klassieke repertoire. De Koorschool St. Bavo heeft zestig leerlingen van 8 tot 12 jaar. Dagelijks is er een uur muziekonderwijs, en elk kind zingt mee in een van de koren. De school beschikt over een kathedraal jongenskoor en een meisjescantorij. Elke zondag wordt er in wisselende formaties gezongen tijdens de kerkdiensten in de kathedrale basiliek. Leerlingen worden vooraf getest op muzikaliteit, stem en ritmegevoel.
Schreeuwen is op deze scholen verboden om de stem te beschermen. "In de tijd dat André van Duijn de rol van Ome Joop speelde, meldden zich jongens aan met totaal vernielde stemmen, omdat ze dat nadeden," vertelt dirigent Fons Ziekman, directeur van het overkoepelende Muziekinstituut St. In de repetitieruimte klinken helder en zuiver de kinderstemmen: 'Das ewig weibliche zieht uns hinan.' Jongens en meisjes, met partituren voor zich, studeren op de Achtste van Mahler, die ze dezer dagen uitvoeren met het Concertgebouworkest onder leiding van Riccardo Chailly. Ziekman merkt op: "Ik kan hen als volwassen koorzangers aanspreken. Het voordeel is dat je ze hier elke dag hebt."
Een middelbare school met zangonderwijs is in Nederland zeldzaam. Een van de uitzonderingen is het Spinozalyceum in Amsterdam, een Daltonschool waar veel aandacht wordt besteed aan cultuur, met name aan muziek en muziektheater. Rector Tom Mol benadrukt dat er meer mogelijk is dan men denkt, ondanks de hoge werkdruk. Op zijn school zijn vier koren - er is zelfs een wachtlijst - onder de enthousiaste leiding van de Amerikaan Jim Gilloffo, muziekleraar, zangdocent en koordirigent aan de Amsterdamse Muziekschool. De zanggroepen die hij oprichtte, trekken jongeren met diverse culturele achtergronden. Hij combineert jazz, musical en pop en laat de jongeren er ook bij bewegen.
Gilloffo stelt dat er in Nederland wel koren zijn voor kinderen en volwassenen, maar nauwelijks voor tieners. De bestaande tienerkoren hebben meestal een religieuze achtergrond. Gilloffo begon op de Muziekschool met een 'tienerkoor', dat aanvankelijk slechts vier of vijf leerlingen trok. "Van die meisjes met paarse kauwgom en beugels. Ze wilden alleen liedjes van Celine Dion en Mariah Carey zingen." Echter, het aantal leerlingen verdubbelde elk jaar, en nu telt het koor honderd leden. Vier jaar geleden hoorde Tom Mol hiervan en nodigde Gilloffo uit om een koor op te zetten op het Spinozalyceum. Dit bracht een cultuurshock met zich mee: de kinderen konden geen noten lezen of solfège, en verwachtten enkel bekende popnummers. Onlangs is Gilloffo, in samenwerking met de SNK, gestart met een cursus 'Showchoir en het tienerkoor' voor docenten en dirigenten. "De scholen zijn zo gericht op zelfstandig werken, dat jongeren niet meer leren in een groep te functioneren. Als ze later in het bedrijfsleven komen, krijgen ze moeilijkheden."

De Kracht van Jazz en Blues: Emotie en Verleiding
De jazzmuziek wortelt niet in verslaving en ellende, maar eerder in esthetiek, in een betrekkelijk veilige en gepolijste wereld. De zangeres zingt en danst, klaagt en jubelt, is rauw en zoet. Als ze wil, lacht ze even satanisch als verleidelijk. Haar muzikale voorbeelden zijn Bertolt Brecht, Kurt Weill en Tom Waits, geen geringe namen. Haar stem, donker en warm, soms scherp en teder, beheerst vele registers. Ze zingt blues, jazz, en haar stem kan zelfs als klassiek worden omschreven.
Rita Reys, "Europe's First Lady of Jazz", en Mathilde Santing, die Randy Newman vertolkt, zijn hierbij onvergetelijk. Reys bezit de ritmiek van de jazz, de syncopen en blue-notes, het meest van dit drietal in haar bloed. Santing bereikt soms zeer verstilde hoogten, alsof de draad van het lied steeds fijner wordt. Dit is muziek voor de late avond, wanneer een man besluit dat een vrouw door de luidsprekers hem gerust mag toefluisteren.
Astrid Seriese vertolkt voor mij dat Amerikaanse levensgevoel, onlosmakelijk verbonden met de muziek van dat land: "When the sun goes down, the blues come around." Op haar cd "Into Temptation" (1996) staat een schilderij uit 1841 van Jean-Achille Bénouville, dat de verdrijving van Adam en Eva uit het aardse paradijs voorstelt. De woedende engel wijst hen uit, een verslagen paar. Adam verbergt zijn gezicht in zijn handen, Eva houdt een hand beschermend voor haar borsten, de andere ter hoogte van de plaats waar het olijfblaadje sindsdien thuishoort.
Het verraste me, deze drieslag: Adam, Eva - en de jazz. Eerder associeert men bij gezongen jazz andere, niet-bijbelse gevoelens, zoals die Billie Holiday bezong met haar stem en lichaam vol aardse hunkering. Het lied "Temptation", van Waits en gezongen door Seriese, leerde mij dat jazz inderdaad gaat over die verbanning uit het paradijs. Seriese laat zich fotograferen met een zeeroversooglapje. Dit is geen gimmick, want ze zingt een schitterende versie van Pirate Jenny (Seeräuber Jenny) van Brecht/Weill: "And the ship, the black freighter/ Turns around in the harbour/ Shooting guns from the bow."
Met dit lied, hees en bijna schor gebracht, sluit ze dicht aan bij het zingspreken van Weill. Met het monumentale "Black Wings" (Tom Waits) weet ze een kalm ingezet lied langzaam en trefzeker tot een dramatisch hoogtepunt te brengen; het ritme versnelt, en steeds meer swing legt ze in haar stem.
Verandering in Jazz-zangeressen en de Essentie van Blues
Er is veel veranderd bij de jazz-zangeressen. Waar ik bij Billie Holiday denk aan morsige, treurige hotelkamers, vol lege flessen, een omwoeld bed en asbakken met as en half gerookte sigaretten, zie ik bij Astrid Seriese veilige interieurs voor me: wit geverfd, chroomstalen meubelen, verantwoorde kunst aan de muren, stijlvol ingericht, onberispelijk. Champagne in de glazen, geen verschaald bier of een sterke alcoholische drank. Geen scheuren in het plafond, geen barst in haar stem, geen zelfkwellende wanhoop. Dat is opmerkelijk.
Toch ligt de duivel op de loer, en zo hoort het ook. Jazz of blues mogen niet te welwillend-lieflijk worden, daar komen we niet voor. Het is muziek voor op de rand van de afgrond, voor de gapende leegte. Rauwheid is de eerste vereiste, de onthutsende rauwheid van een hartekreet. De klacht om het voorbijgaan van de tijd, om de liefde, het verdriet. Seriese heeft kennis van deze rampen dan wel heerlijkheden des gemoeds. Het mag nog agressiever, pijnlijker, Parkeriaans zou ik zeggen, en dan zijn er geen woorden meer nodig.
"Apple Jack" van Weill, op tekst van Maxwell Anderson, is zo'n lied dat demonie vereist. Seriese zingt, ondanks de verbittering van de woorden, licht en bijna verrukt dat ze deze woorden en melodie zo mooi mag zingen. Het gaat over de appel, symbool van de fatale verleiding. Een schitterend nummer, een schitterende en onontkoombare waarheid.
