Emden in de 16e en 17e eeuw: Bloei en vluchtelingenstroom
Aan het einde van de 16e eeuw kende Emden een periode van grote bloei. Door de Spaanse blokkade van Nederlandse havens bij het begin van de Nederlandse opstand werd Emden de belangrijkste overslaghaven aan de Noordzee. In 1544 kwamen uit Nederland duizenden protestantse vluchtelingen naar Emden om de vervolgingen van de Hertog van Alva te ontlopen. In deze periode raakte het overwegend calvinistische Emden in conflict met de lutherse graven van Oost-Friesland. Met steun van de Nederlanders wist Emden feitelijk een vrije rijksstad te worden onder protectie van de Nederlandse Republiek. Het Nederlands werd de voertaal van de handel en het burgerlijke bestuur.
Aan het eind van de zestiende eeuw was Emden een toevluchtsoord voor protestantse vluchtelingen uit de Nederlanden. De haven van Emden was enige tijd de grootste overslaghaven aan de Noordzee toen de Spanjaarden de Belgische en Hollandse havens blokkeerden. De politieke omstandigheden in Oost-Friesland vormden de achtergrond van de ontwikkeling van de stad tot toevluchtsoord voor duizenden protestantse vluchtelingen uit de Nederlanden en ook Franstalige gebieden. Waar elders een strikt verbod op protestantse geschriften gold, mocht men in Emden vrij publiceren. Hierdoor kreeg de Grote Kerk van Emden de naam “Moederkerk van het protestantisme in West-Europa”. Veel vluchtelingen behoorden tot de intellectuele elite, onder wie tal van Vlaamse boekdrukkers. Mede door hun publicaties kreeg Emden grote betekenis voor de verspreiding van de Reformatie.
Gedurende de Tachtigjarige Oorlog raakte de stad overbevolkt. Ook veel Nederlanders, op de vlucht voor de Inquisitie, zochten er een goed heenkomen. In tien jaar tijd kwamen er 6000 mensen bij in het toen nog 5000 inwoners tellende stadje. De toestroom was zo groot, dat de Grote Kerk en de Gasthuiskerk te klein werden. In 1641 ging de kerkenraad akkoord met de bouw van een derde Godshuis, de Nieuwe Kerk. Dat werd drie jaar later toevertrouwd aan de Nederlander Martinus Faber, raadsheer van Emden, ingenieur en architect. Hij bouwde de kerk naar het voorbeeld van de Amsterdamse Noorderkerk. Op het dak werd een keizerskroon geplaatst, een verwijzing naar keizer Karel de Vijfde. Uit dankbaarheid voor de opvang in Emden schonken Nederlandse vluchtelingen een prachtig bewerkte toegangspoort, met daarboven een in zandsteen uitgehakt scheepje. Het scheepje werd later het symbool van de gereformeerden in geheel Duitsland. Ernaast is in een steen een tekst aangebracht: “Gods Kerck vervolgt verdreven heeft God hyr trost gegeven”.

De Synode van Emden en de kerkorde
In het jaar 2021 is het 450 jaren geleden dat in de Duitse stad Emden ongeveer dertig vertegenwoordigers van gemeenten van Nederlandse vluchtelingen en ‘ondergedoken’ gemeenten in Nederland voor een vergadering bij elkaar kwamen. De synode vond van 4 t/m 13 oktober 1571 plaats in het voormalige arsenaal van de stad Emden (gebouwd 1569/70 en tijdens WO II vernield). Voor de synode werden gemeenten uit het voormalige gebied van ‘de Nederlanden’ uitgenodigd, dat voor grote delen onder de repressie van de Spaanse overheersing moest lijden. Het uiteindelijke synodedocument was een driedelige orde; ondertekend door 24 dominees en 5 ouderlingen. De besluiten van de synode van Emden vormden niet alleen de structuur van de ‘kerken der reformatie’ in Nederland maar tevens de kerkordes buiten Nederland. Een voorbeeld hiervoor is de regio Neder-Rijn, waar met nauwe contacten tussen vluchtelingen-gemeenten en de plaatselijke gemeenten ontstonden. Later werden ook enkele basisgedachten van de orde overgenomen in de constitutie van de huidige ‘Evangelisch-reformierte Kirche’ in Duitsland.
De Synode van Emden had een bewogen voorgeschiedenis. Zij vond van 4 t/m 13 oktober 1571 plaats en was feitelijk een vergadering van Nederlandse dominees en ouderlingen. Het feit dat een plaats buiten Nederland voor de synode werd gekozen lag aan de toenmalig heersende politieke en kerkelijke verhoudingen. De ‘zeventien provinciën’ hoe het gebied van het huidige Nederland, België en het noorden van Frankrijk tot de 16e eeuw werd genoemd was onderdeel van het Habsburgse Rijk. De bevolking in het zuiden was Franstalig, in het noorden Nederlandstalig. Sedert 1555 werden de Nederlanden geregeerd door de streng katholieke Spaanse koning Phillips II.
Door de Spaanse onderdrukking kwamen diverse vluchtelingenstromen naar Engeland en Duitsland op gang. Vluchtelingenkolonies ontstonden b.v. in London, Aken, Wesel en Emden. Enige tijd werd de helft van de inwoners van Emden gevormd door vluchtelingen uit de Nederlanden. In 1581 ontstond de van Spanje onafhankelijke ‘Republiek der Zeven Verenigde Provinciën’ in der noorden der Nederlanden. Hierdoor verlieten m.n. vluchtelingen uit het noorden de kolonies in het buitenland. Echter de voortdurende oorlog tegen de Spanjaarden creëerde voor de ‘Nederlandse gemeenten onder het kruis’ onzekere en gevaarlijke situaties. De protestanten uit het onder Spanje verblijvende zuiden der Nederlanden vormden in o.m. Emden een Franstalige Nederlandse gemeente (1554). In deze situatie van ‘verstrooiing’ van de Nederlandse gemeenten werd de wens van verbinding, uitwisseling en samenhang onder de onder uiterst verschillende omstandigheden bestaande reformatorische gemeenten steeds sterker.
Belangrijke stappen op de weg om “alle gemeenten der Nederlanden tot één lichaam te verenigen” waren een brief (1570) van de voorganger van de Nederlandse gemeente in Frankenthal met het voorstel van een samenkomst in Frankfurt a. M. en een uitnodiging van 30 juni 1571 voor een vergadering in Keulen. Vergaderplaats voor een ‘generale’ of ‘provinciale’ synode werd na een aantal beraadslagingen en briefwisselingen tussen gemeenten uiteindelijk de stad Emden. Niet alle vertegenwoordigers van de gemeente, m.n. degenen uit Engeland, konden Emden bereiken. De vergaderzaal van de synode bevond zich in het arsenaal of pakhuis.
Emden als vergaderstad van de synode was niet zomaar gekozen. Deze Oost-Friese handelsstad maakte tijdens de 16e eeuw een enorme bloeiperiode door. Het inwonertal steeg in korte tijd van ongeveer 3.000 naar 15.000 inwoners. Door haar ligging was de stad meer gericht op Nederland dan op haar achterland. Omdat de adellijke Oost-Friese hoofdmannen en -vrouwen geen keuze wensten te maken tussen heerste in de stad de godsdienstvrijheid voor niet alleen lutheranen en gereformeerden, maar ook voor Zwinglianen, doopsgezinden en Israëlieten. De uit Polen gevluchte en in Emden als ‘superintendent’ (vergelijkbaar met de huidige regiopredikanten in de PKN) aangestelde Johannes a Lasco organiseerde vanuit Emden de gereformeerde kerken. In het midden van de 16e eeuw raakten de Nederlandse gereformeerden in de verdrukking, waardoor Emden een gastvrij toevluchtsoord werd.
Het resultaat van de beraadslagingen werd samengevat in een op 12 en 13 oktober gedateerd driedelig document (‘Acta’) in het Latijn. Het eerste gedeelte, de ‘Generalia’, bevat de meest belangrijke besluiten. Het tweede gedeelte, de ‘Particularia’ zijn de antwoorden op de vragen die de gemeenten aan de synode stelde en bijzondere verzoeken opgenomen. Het derde gedeelte bevat de orde van de synode en de handtekeningen van de deelnemers: 24 dominees en 5 oudsten. Van de synodebesluiten werd ook een Nederlandse vertaling gemaakt. Later ontstonden ook vertalingen in het Frans en Duits. De Latijnse titel luidt voluit ‘Acta synodi orientalem ecclesiarum Belgicarum, qua sub cruce sunt et per Germaniam et Phrisiam orientalem dispersae, habitae Embdae 4.
De in Emden tot stand gekomen ‘Acta’ vormen tot op de dag van vandaag de basis van de structuren van de ‘Hervormde’, ‘Gereformeerde’ en ‘Protestantse’ kerken. Op de synode van Emden volgden meerdere provinciale synodes, waarin de besluiten van Emden werden overgenomen: Dordrecht 1574, Middelburg 1581, Den Haag 1586 en Dordrecht 1619. Ook in Duitsland namen de ‘Reformierte Gemeinden’ de besluiten van Emden over. Centrale punten waren en zijn zelfstandigheid van de gemeenten (het presbyteriale element) en gemeenschappelijkheid van de gemeenten onderling (het synodale element). Het begrip van de subsidiariteit, d.w.z. het anti-hiërarchische principe van de acta is de rode draad van de kerkorde. De gemeente is voor haar eigen belangen zelf verantwoordelijk. Alles wordt geregeld binnen de kerkelijke echelons binnen de eigen gemeente of samen met anderen gemeenten op het niveau van classis of synode. Tevens was de vrijheid van de kerk t.o.v. de staat een afgeleide van dit principe.
In de kerkorde van Emden wordt bepaald dat de leiding van de lokale kerk berust niet op een enkele ambtsdrager maar op een presbyteriaal college van verschillende ambtsdragers (o.m. ouderlingen en diakenen): het consistorium of de kerkenraad. Daarnaast is de orde synodaal. Dit betekent dat de lokale kerken samen leven en samen werken. Men is als het ware collega’s van elkaar. De hiervoor nodige vergaderingen zijn de classicale vergadering en de provinciale en de generale synode. Allemaal bekende begrippen die tot de dag van vandaag het grondpatroon van de protestantse kerken bepalen.
De Grote Kerk en de Johannes a Lasco Bibliotheek
De grote kerk in Emden, ook wel de Moederkerk van het calvinisme in de Nederlanden genoemd, is nu de Johannes a Lasco-bibliotheek, de grootste op het gebied van protestantse kerkliteratuur. De Grote Kerk van Emden is een van de belangrijkste schouwtonelen van de Oost-Friese geschiedenis. Het gebouw is de moederkerk van de Nederduits Gereformeerde Kerk in Noord-Duitsland en Nederland. Na de verwoesting van het godshuis in de Tweede Wereldoorlog werden er geen erediensten meer gevierd. Voor de kerkelijke gemeente werd naast de Grote Kerk deels op oude fundamenten de Schweizer Kirche gebouwd.
De oprichting van de Grote Kerk is nauw verbonden met de 9e-eeuwse stichting van een Friese handelsnederzetting op een tot zes meter hoge warft. Deze nederzetting ontstond op de rechter oever van de Eems, vlak bij de monding van een kreek. Uit deze nederzetting kwam later Emden voort. Tot de nederzetting hoorde van meet af aan een op een afzonderlijke warft gelegen begraafplaats met een kleine houten kerk. Rond 1200 begonnen de bewoners van Emden op de plek van de houten kerk met de bouw van een aan de heiligen Cosmas en Damianus gewijde stenen romaanse zaalkerk. In de 13e en 14e eeuw volgden verdere vergrotingen van het godshuis. Nog voordat de kerk op 25 november 1403 door een zware stormvloed werd getroffen, was men reeds begonnen aan de uitbouw tot een drieschepige hallenkerk. De herstelwerkzaamheden van de vloedschade duurden tot 1453. Daarbij werd de westelijke toren afgebroken en vervangen door een nieuwe toren aan de noordzijde. Eveneens werd het oostelijke koor met twee traveeën en zijkapellen vergroot.
In het begin van de 16e eeuw vond er een vergroting van het koor tot een avondmaalskoor plaats en werd er een sacristie gebouwd. Gravin Anna van Oldenburg bestemde de Grote Kerk voor 1558 als grafkerk voor het gravenhuis van Oost-Friesland. Tussen 1560 en 1570 volgde de aanpassing van de kerk tot een protestants kerkgebouw. De Grote Kerk werd op 11 december 1943 bij een zwaar bombardement op de stad verwoest. Op een deel van de fundamenten werd met de hulp van protestantse kerken uit Zwitserland van 1948 tot 1949 een nieuw godshuis gebouwd. Daarom wordt deze kerk in de volksmond Schweizer Kirche genoemd. De toren werd in de jaren 1965-1966 herbouwd en kreeg daarbij een nieuwe klokkenstoel met een hogere, slanke spits.
Het grootste deel van de kerk bleef echter als ruïne staan, waarvan het interieur wegens het ontbreken van een dak aan het weer werd blootgesteld. Pas in de jaren 80 werd een nooddak geplaatst. In 1992 werd in de Grote Kerk begonnen aan de bouw van de Johannes a Lasco-bibliotheek. De bibliotheek is ontstaan uit het archief en de reeds in 1559 door de hervormde gemeente van Emden aangelegde collectie theologische boeken. De bibliotheek werd meermaals aangevuld met nieuwe verzamelingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de bibliotheek gelukkig tijdig in veiligheid gebracht, waardoor het aan vernietiging ontkwam. Vanaf 1974 werd de bibliotheek weer toegankelijk voor het publiek. Met de nieuwbouw in de ruïne kreeg de bibliotheek met rond 100.000 titels weer plaats in de Grote Kerk.
Dankbare nakomelingen van deze vluchtelingen schonken in 1660 een reliëf aan het oostelijk portaal. Op het reliëf wordt het "Schepken Christy" uitgebeeld en het inschrift "Godts kerck, vervolgt, verdreven, heft Godt hyr trost gegeven". Het portaal overleefde in 1943 de bombardementen zonder schade.

Verdere geschiedenis en wederopbouw
Aan de dominante positie van de haven van Emden kwam een einde toen de loop van de rivier de Eems onverwachts veranderde. De semionafhankelijke status van Emden duurde voort tot 1744, toen Oost-Friesland, inclusief Emden, werd geannexeerd door Pruisen.
In 1806 werd Emden Nederlands, nadat Oost-Friesland was toegevoegd aan het Koninkrijk Holland, dat in 1810 in zijn geheel bij Frankrijk werd gevoegd. In 1813 werd de stad heroverd door het leger van Pruisen om in 1815 bij het Koninkrijk Hannover te worden gevoegd. In 1866 keerde het terug bij Pruisen, een van de voorlopers van het huidige Duitsland.
Ten tijde van het nationaalsocialisme werd de kwetsbaarheid van Emden voor luchtaanvallen vroeg ingezien. Emden was als belangrijke haven- en industriestad van grote waarde voor de Duitse oorlogsindustrie. Er werden 35 grote bunkers van meerdere verdiepingen gebouwd en 141 kleine bunkers, waardoor vanaf eind 1942 de gehele bevolking van Emden kon schuilen - dit in tegenstelling tot de situatie in andere Duitse steden. Daarnaast werd een aanzienlijk deel van de bevolking geëvacueerd naar barakkenkampen in dorpen in de omgeving. Vanaf juli 1940 werd de stad 80 keer gebombardeerd. Bijna 80% van de stad werd verwoest, waaronder de historische binnenstad.
Na de Tweede Wereldoorlog is Emden herbouwd en verder gegroeid tot een middelgrote industrie- en havenstad. Emden is de economische hoofdstad van Oost-Friesland en een stad met een lange geschiedenis waarvan veel met Nederland is verbonden.
De winkelstraten van het naoorlogse stadshart, nieuw opgebouwd omdat de bommen van de geallieerden het zo strategische centrum niet misten, zijn maar schaars bevolkt. De bombardementen hadden eveneens tot gevolg dat een groot deel van de oude monumenten, die voor 1940 op tal van plekken aanwezig waren, voorgoed verdwenen. Er is enigszins saaie nieuwbouw voor in de plek gekomen. De oude binnenhaven, die tot aan het stadscentrum reikt, maakt eveneens een verlaten indruk. Er liggen enkele museale schepen afgemeerd.
Wat Gebeurde er met de Duitse Veldmaarschalken na de Tweede Wereldoorlog?
Wat wel heel apart is aan Emden is dat er veel bunkers zijn overgebleven die in de oorlog gebouwd zijn als toevluchtsoord voor de bewoners bij bombardementen. In een bijna twintig meter hoge bunker is het Bunkermuseum ondergebracht, maar er zijn er veel meer te vinden, soms midden in woonwijken.
Emden heeft ook het Oost-Friese Landesmuseum dat onderdeel is van het na de oorlog herbouwde stadhuis dat een culturele bestemming kreeg. Het is een groot museum, met de hoge uitkijktoren op het stadhuis en een van de grootste verzamelingen middeleeuwse wapens, de Emder Wapenkamer. Beneden is een hele verdieping over de vroegste geschiedenis met onder meer een veenlijk en een mooie serie modellen over de strijd tegen het water: van de eerste terpen, hier warften genoemd, tot de dijkbouw en de waterkering in de Eems bij Gandersum. Uiteraard ook veel over de geschiedenis van de stad maar het mooiste vond ik de speciale tentoonstelling van hedendaagse kunstenaars die zich lieten inspireren door de moderne ontwikkelingen in stad en omgeving.
Een aparte en unieke bezienswaardigheid is de Kesselschleuse aan de oostkant van het centrum, tegen de middeleeuwse stadsomwalling die voor een groot deel intact is overgebleven. De sluis is een kruispunt van vier waterwegen met elk een eigen waterpeil en die alle vier nog bevaren worden, en bestaat uit een zwaaikom met een doorsnede van dertig meter ,met vier sluisdeuren naar de vier waterwegen. Nederland kent een aantal driewegsluizen, maar de meeste worden niet meer voor drie peilen gebruikt. De sluis is ook het startpunt van de fietsroute van 200 km naar Wilhelmshaven, dwars door Oost-Friesland dus.
De Kunsthalle is het enige grote kunstmuseum van dit gebied. Er is nu een opmerkelijke tentoonstelling die de band legt tussen de Duitse filmkunst uit de jaren twintig van de vorige eeuw en de expressionistische schilderkunst die zich tegelijkertijd ontwikkelde. Beelden uit oude zwart-wit films als Der Golem, Dr Mabuse en Nosferatu naast schilderijen maar vaak ook grafisch werk van kunstenaars als Käthe Kollwitz, Paula Modersohn-Becker, Karl Schmidt-Rottluffen en Lyonel Feininger geven samen een mooi beeld van een enerverende tijd.