De Gereformeerde Kerk van Zuidlaren heeft door de jaren heen een bewogen geschiedenis gekend met betrekking tot haar orgel. Dit document belicht de diverse fasen van de aanschaf, bouw, restauratie en uitbreiding van het orgel, met aandacht voor de betrokkenen en de technische aspecten.
De periode van de Reil-orgel (ca. 1950)
In 1950, vijf jaar na de Tweede Wereldoorlog, was de Gereformeerde Kerk van Zuidlaren niet in een positie om grote investeringen te doen. Echter, dankzij de financiële middelen die ter beschikking werden gesteld door gemeentelid en organist de heer J. Pottjewijd, werd de aanschaf van een nieuw kerkorgel toch mogelijk. De voorwaarde was wel dat hij er zelf op moest spelen tijdens de ochtenddiensten. Dit werd niet door iedereen gewaardeerd, maar duurde niet lang, aangezien hij er in 1953 niet meer was toen de nieuwe organist, Jur Kerssies, werd benoemd.
Voor de muzikale en technische aspecten van dit orgelbouwproject werd een beroep gedaan op de heer S. Welmers. Hij was lid van de Gereformeerde Kerk, maar kwam er zelden, aangezien hij als beroepsmusicus organist was van de Stichtingskerk op Dennenoord. Na de voltooiing van het nieuwe Reil-orgel, voegde Welmers een extra dienst toe aan zijn repertoire door voortaan ook op zondagmiddag om 16:45 uur in de Gereformeerde Kerk van Zuidlaren te spelen. Een uitdrukkelijke wens van de heer S. Welmers was dat het nieuwe orgel uitgerust zou worden met een rugpositief en een mechanische tractuur.
Uit het programma blijkt dat de heren Joh. M. Vetter en A. v.d. Zee waren aangetrokken als adviseurs van de Gereformeerde Organistenvereniging (GOV). Zij leverden, net als de eerdergenoemden, op de dag van ingebruikneming hun muzikale bijdragen.
Technische specificaties van het Reil-orgel
- Manuaalkoppeling (treden): Hoofdwerk + Rugwerk
- Pedaalkoppelingen (treden): Pedaal + Hoofdwerk

Verdere ontwikkelingen en overplaatsingen
In de vroege jaren zeventig werd een pijporgel geplaatst in de "Kandelaarkerk", gebouwd door Fa. Mense Ruiter. In 2003 werd dit orgel door orgelmaker Boogaard vervangen door een instrument van Fama & Raadgever. Dit orgel, gebouwd in 1974, was overgenomen van de Gereformeerde Gemeente te Geldermalsen. Het bleek geschikter voor de begeleiding van de gemeentezang, met een mildere klank en meer registers. Het Mense Ruiter-orgel werd door Boogaard doorverkocht aan de Hervormde Gemeente te Werkendam.
Het Fama & Raadgever-orgel, gebouwd in 1973/1974, had oorspronkelijk een plaats in de kerk van de Gereformeerde Gemeente aan de Tunnelweg 11 te Geldermalsen. In 2002 werd het te koop aangeboden via Ide Boogaard, die een nieuw orgel voor die kerk ging bouwen. Het Fama & Raadgever-orgel werd verkocht aan de Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt) in Zuidlaren en in september 2003 feestelijk in gebruik genomen.
In 2013/2014 onderging de Kandelaarkerk een grondige renovatie, waarbij de kerkzaal opnieuw werd ingericht, nieuw meubilair werd geplaatst en het orgel volledig wit werd geschilderd.
Historische orgelmakers in Drenthe
Pas in de 19e eeuw kende Drenthe orgelmakers op eigen bodem. Daarvoor werden orgels gebouwd door buitenstaanders, zoals Theodorus Faber uit Groningen, die in 1658 een orgel voor de kerk in Coevorden maakte.
Pioniers van de orgelbouw in Drenthe:
- Albertus van Gruisen (1741-1824) in Meppel
- Johann Christoff Scheuer (1776-1854) in Coevorden
- Nicolaas Anthonie Gerhardus Lohman (1834-1871) in Assen
Vanwege de geringe orgeldichtheid in Drenthe, bleven deze orgelmakers slechts enkele jaren in de provincie actief.
Orgels in Drentse kerken van diverse bouwers:
Lambertus van Dam
Een bekende orgelbouwer uit Leeuwarden, die in 1861 het orgel verbouwde dat later in de Marturiakerk in Assen stond. In 1894 maakte hij een orgel in Gieten en verplaatste hij het oude orgel uit 1819 uit de Abdijkerk te Assen naar Havelte. In 1897 bouwde Van Dam een nieuw orgel in de Grote Kerk (nu Jozefkerk) in Assen.
Familie Van Oeckelen
Deze orgelbouwersfamilie uit Groningen kende drie generaties. Cornelis van Oeckelen was actief van 1821 tot 1828. Zijn zoon Petrus van Oeckelen (1792-1878) werd in 1819 genoemd in relatie tot het orgel in de Abdijkerk in Assen, hoewel het werk werd uitgevoerd door Johannes Wilhelmus Timpe. Na de dood van Timpe in 1837 nam Van Oeckelen diens bedrijf over. Zijn eerste orgel in Drenthe dateert uit 1841 in de koepelkerk te Smilde. Hij bouwde verder nieuwe orgels in Odoorn (1861) en Ruinerwold (1872). Hij vergrootte ook orgels in Dalen (1857) en Hoogeveen (1861). In 1859 verving hij het orgel uit 1716 in de kerk van Zuidlaren door een afgedankt orgel uit Beusichem. Zijn zonen, Cornelis Allegondus en Antonius, hebben eveneens diverse orgels in Drenthe op hun naam staan.
Jan Proper
Vanaf 1886 zelfstandig orgelmaker in Kampen, voornamelijk bekend van orgels voor gereformeerde kerken en als leverancier van tweedehands orgels. Hij plaatste in 1892 een orgel in Nijeveen en in 1897 een nieuw orgel in Coevorden. Tevens plaatste hij in 1897 het uit 1684 daterende orgel uit de doopsgezinde kerk in Kampen in de hervormde kerk te Bovensmilde.
Mense Ruiter
Een autodidact orgelmaker die na 1950 wordt beschouwd als een pionier van de Nederlandse orgelbouw. Hij vestigde zich in 1930 in Groningen en specialiseerde zich in Groningse orgelstijlen. In de jaren '40 restaureerde hij het Garrels-Radeker-orgel in Anloo en later het orgel van Jan Harmensz. Camps in Meppel. De firma Mense Ruiter bouwde orgels in Assen en Meppel, en verzorgde restauraties in Diever en Havelte.
Het Reil-orgel in detail en de rol van S. Welmers
De heer S. Welmers, als beroepsmusicus en adviseur, had een significante invloed op de specificaties van het Reil-orgel. Zijn wens voor een rugpositief en mechanische tractuur werd gerealiseerd. De heren Joh. M. Vetter en A. v.d. Zee fungeerden als adviseurs van de Geref. Organistenvereniging.
Het orgel van Reil, waarvan de bouw aanving in 1950, kende de volgende dispositie:
- Hoofdwerk: Prestant 16', Octaaf 8', Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Quint 3', Octaaf 2', Mixtuur III-IV, Trompet 8'
- Rugwerk: Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Fluit 4', Octaaf 2', Quint 3' disc., Nasard 3'
- Pedaal: Prestant 16', Subbas 16', Octaafbas 8', Koraalbas 4', Bourdon 8', Trompet 8'
Koppelingen:
- Hoofdwerk-Rugwerk
- Hoofdwerk-Pedaal
- Rugwerk-Pedaal

Welmers speelde op het orgel en gaf regelmatig concerten. Hij had enkele opmerkingen over de intonatie en de werking van bepaalde registers, zoals de Dulciaan 8', die hij als onregelmatig en niet goed bruikbaar beschouwde. Ook de mechaniek van het Pedaal, de werking van de koppelingen en de speelaard werden genoemd als punten die verbetering behoefden.
Restauraties en wijzigingen door Mense Ruiter
In de loop der jaren zijn er diverse werkzaamheden aan het orgel uitgevoerd, met name door de firma Mense Ruiter.
Werkzaamheden in de jaren '60 en '70:
- In 1965 werd een offerte opgesteld voor het vervangen van de mechaniek en windladen, met een geschatte kostenpost tussen de f 15.000,- en f 20.000,-.
- In 1969 werd een order geplaatst voor nieuwe klavieren en werd begonnen met de bouw van een nieuwe speeltafel.
- In 1970 werd het orgel gerestaureerd, waarbij de tractuur werd aangepakt, de registers enigszins werden verbeterd en het pijpwerk opnieuw werd geïntoneerd. Een Bazuin 16' werd geplaatst en op het Rugwerk werd een tremulant toegevoegd. De totale kosten bedroegen f 38.949,70.
- In 1973 werden kleine gebreken verholpen en werd een dispositiewijziging voorgesteld, waaronder de herintonatie van de Mixtuur en het Scherp.
Verdere restauratie en verbeteringen:
In 1998 startte een restauratie door Sicco Steendam uit Roodeschool, na een advies van Victor Timmer en Anco Ezinga. De kerkenraad ging akkoord met plan B, dat een algehele herintonatie omvatte, met een kostenpost van f 47.963,50. De restauratie werd voltooid in mei 1998 en de commissie was zeer tevreden met het resultaat.

In 2018 werd een voorstel voor groot onderhoud opgesteld, gericht op het verbeteren van de windvoorziening en de intonatie. De werkzaamheden werden echter voorlopig uitgesteld.
Orgels in de Gereformeerde Kerk te Zuidlaren: een overzicht
De orgelgeschiedenis van de Gereformeerde Kerk te Zuidlaren kent verschillende instrumenten en fases van ontwikkeling.
- Reil-orgel (ca. 1950): Aangekocht dankzij financiële bijdragen van J. Pottjewijd en ontworpen met input van S. Welmers.
- Mense Ruiter-orgel (begin jaren '70): Geplaatst in de Kandelaarkerk.
- Fama & Raadgever-orgel (1974, overgeplaatst in 2003): Vervanging van het Mense Ruiter-orgel in de Kandelaarkerk.
De orgelgeschiedenis van de Laarkerk aan de Stationsstraat te Zuidlaren is eveneens gedocumenteerd, met vermelding van het Reil-orgel en latere werkzaamheden.