Oud-Beijerland, een plaats en voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland, heeft een rijke en gelaagde geschiedenis, waarin de Gereformeerde Kerk een centrale rol speelt. Dit dorp, dat qua inwoneraantal de grootste plaats in de Hoeksche Waard is, transformeerde van een agrarische gemeente naar een forensendorp met een regionale centrumfunctie. De ontstaansgeschiedenis van Oud-Beijerland is nauw verbonden met de Sint Elisabethsvloed in 1421, na welke grote delen van Putten en de Groote Waard veranderden in een gebied van kleiplaten en gorzen. Het gebied was daardoor nauwelijks door mensen bewoond, totdat graaf Lamoraal van Egmont het in 1559 stichtte als Beierland, vernoemd naar zijn vrouw Sabina van Beieren.

De Vroege Geschiedenis en de Stichting van Beierland
Egmont verwierf na de dood van zijn broer Karel in 1541 de rechten op het gebied en liet het in 1557 bedijken. Vanaf de al bestaande Stougjesdijk werden de nieuwe dijken Oostdijk, Molendijk, Zinkwegsedijk, Vuurbakensedijk en Beijerlandsedijk aangelegd. Deze polder kreeg de lange naam Beijerland, Moerkerken, Cromstrijen en de Greup. Lamoraal van Egmont heeft echter niet lang van zijn bezit kunnen genieten; in 1568 werd hij op bevel van koning Philips II op de Markt te Brussel onthoofd, samen met de graaf van Horne.
Religieuze Ontwikkelingen en de Afscheiding
De religieuze geschiedenis van Oud-Beijerland kent meerdere belangrijke stromingen, waaronder de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886, die leidden tot de vorming van verschillende Gereformeerde Kerken.
De Eerste Christelijke Afgescheidene Gemeente
De geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Oud-Beijerland begint met de vorming van een Christelijke Afgescheidene Gemeente. In navolging van de hagepreek in het naburige Zuid-Beijerland, waar in april 1836 al een Christelijke Afgescheidene Gemeente werd geïnstitueerd, is het aannemelijk dat kort daarna ook in Oud-Beijerland een Afgescheiden Gemeente werd gesticht, vermoedelijk onder leiding van ds. H.P. Scholte. Een verzoekschrift, opgesteld door ds. H.P. Scholte, beloofde de oprichting van een gebouw voor godsdienstoefeningen en de zelfstandige financiering van predikanten en armen. Het verzoekschrift was ondertekend door tien personen, mede namens 24 kinderen. De eerste kerkenraadsleden waren ouderlingen Sander Bison, Maarten van Dijk en diaken Arie de Jong. Deze gemeenschap kende echter interne twisten, en vermoedelijk kwam het bestaan van de gemeente in 1839 ten einde, mogelijk voortgezet in los verband als 'conventikel'.
De Tweede Christelijke Afgescheidene Gemeente en de Christelijke Gereformeerde Gemeente
Op 11 augustus 1868 reisden ds. P. Wagemaker van Vlaardingen en ds. J.H. Schoemakers van Pernis naar Oud-Beijerland om een nieuwe Christelijke Afgescheidene Gemeente te stichten. Ambtsdragers werden gekozen: J.J. van Steenbergen en Fl. Romein als ouderlingen, en J. Moree en Corn. Romein als diakenen. De gemeente kreeg een gehuurde schuur als kerkgebouw en ontving gelden voor de aanschaf van banken. In 1869 veranderde de naam van de 'Christelijke Afgescheidene Gemeente' in 'Christelijke Gereformeerde Gemeente', na de landelijke vereniging tussen de 'Christelijke Afgescheidene Kerk' en de 'Gereformeerde Kerk onder 't Kruis'.
De Komst van een Predikant en Kerkbouw
Het kerkelijk leven verliep met horten en stoten, en de behoefte aan een predikant werd gevoeld. Na enige teleurstellingen werd op 3 februari 1872 ds. D.J. van Brummen van Woerden beroepen en bevestigd. Zijn komst leidde tot een opleving van het kerkelijk leven, groei van het aantal kerkgangers en verbetering van de financiën. De schuur bleek al snel te klein, wat leidde tot kerkbouwplannen. Op 22 oktober 1872 werd de eerste steen gelegd voor een nieuw kerkgebouw aan de huidige Julianastraat, dat in 1873 in gebruik werd genomen en plaats bood aan ongeveer 500 zitplaatsen.

Onder ds. Van Brummen werd ook het kerkelijk leven gestroomlijnd, hoewel er nog steeds vermaand moest worden wegens diverse overtredingen. Na ds. Van Brummen diende ds. H.A. Jonkman de gemeente van 1877 tot 1879. Daarna volgde ds. H. Cramer, die op 4 juli 1880 intredde.
De Doleantie en de Vorming van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk
In januari 1890 vond in Oud-Beijerland een kerkscheuring plaats, bekend als de Doleantie. Deze beweging, voortkomend uit onvrede met de vrijzinnigheid en het bestuur van de Nederlandse Hervormde Kerk, leidde tot de oprichting van een 'Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende)'. Predikant ds. C.L.D. van Coeverden Adriani voelde zich sterk aangetrokken tot de Doleantie en verbrak uiteindelijk alle betrekkingen met het synodaal bestuur. Hij verklaarde de gemeente niet langer te dienen die onder synodaal verband wilde blijven. Slechts diaken N.H. Beversluis volgde hem aanvankelijk.
De Dolerende kerk kende in de beginjaren financiële moeilijkheden en had geen eigen kerkgebouw of predikant. Ambtsdragers werden gekozen en de kerkenraad nam een positie in namens de Naam en de kracht des Heeren, waarin de band met de hervormde kerk als anti-schriftuurlijk werd beschouwd en de Dordtse Kerkorde werd ingevoerd.
De Weg naar Vereniging
De landelijke onderhandelingen over de 'ineensmelting' van de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Dolerende kerken verliepen niet zonder slag of stoot. Op 17 juni 1892 werden beide kerken landelijk verenigd tot 'De Gereformeerde Kerken in Nederland'. Plaatselijk moesten de Christelijke Gereformeerde en Dolerende kerken, indien ze nog niet direct konden samengaan, de naam 'Gereformeerde Kerk' blijven voeren, met toevoeging van 'A' voor de oudste en 'B' voor de jongste gemeente. In Oud-Beijerland bleven de gemeenten echter gescheiden, met ds. C. Wijdoogen als predikant van de Christelijke Gereformeerde Gemeente en de Dolerende kerk die nog zonder predikant zat. Er waren spanningen en wederzijdse beschuldigingen, die de eenwording bemoeilijkten. Uiteindelijk, na veel correspondentie en bemiddeling, werd op 8 november 1892 een gezamenlijke kerkenraadsvergadering gehouden waarin de vereniging werd bekrachtigd. Beide Oud-Beijerlandse gemeenten verenigden zich in 1895 tot Gereformeerde Kerk te Oud-Beijerland.

Kerken en Orgels in Oud-Beijerland
Oud-Beijerland kent een divers kerkelijk landschap met een grote Hervormde Gemeente en diverse reformatorische kerken, waaronder een Gereformeerde Gemeente, een Hersteld Hervormde Kerk en een Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland. De geschiedenis van de kerken is vaak verweven met de ontwikkeling van het dorp en de gemeenschap.
De Gereformeerde Kerk (Julianastraat)
De Gereformeerde Kerk aan de Julianastraat, voortgekomen uit de vereniging van de Christelijke Gereformeerde Gemeente en de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende), heeft een significante rol gespeeld in het dorp. Het orgel van deze kerk werd in 1933 gebouwd door de firma Valckx & Van Kouteren & Co. In 1971 breidde de firma Pels & Van Leeuwen (Alkmaar) het uit. De bouwkosten van het kerkgebouw werden bijeengebracht uit "verzochte liefdegaven".
De Gereformeerde Gemeente
De Gereformeerde Gemeente in Oud-Beijerland heeft ook een geschiedenis die teruggaat tot de Afscheiding. Van deze kerk is bekend dat het grootste gedeelte van de huidige kerk in 1647 werd gebouwd, met behoud van stukken muur van de oude kerk uit 1566. De kerk diende ook als zaalkerk uit 1653 met een driezijdige sluiting en een houten tongewelf met trekbalken, rustend op Dorische zuilen. Het orgel is in 1968 gebouwd door de firma Gebr. uit 1707. De kerkklokken moesten ook opgenomen worden, wat soms lastig was.
Andere Kerken en Historische Gebouwen
Naast de Gereformeerde en de Hervormde kerken, kende Oud-Beijerland ook andere religieuze gemeenschappen. De Gereformeerde Gemeente in Nieuw-Beijerland, een naburig dorp, heeft een geschiedenis die teruggaat tot 1859. Het herdenkingsboek "Zij komen aanâ¦" beschrijft 160 jaar kerkelijk leven, met aandacht voor de oprichting van de Ledeboeriaanse gemeente, de groei na een epidemie, en de latere scheuring die leidde tot een Oud Gereformeerde Gemeente. Dit boek, uitgegeven door beide gemeenten, benadrukt de gedeelde wortels en de goede onderlinge verhoudingen ondanks de breuk.
Het Dorpshuis over de Vliet, gebouwd in 1622, beter bekend als het Oude Raadhuis, is een rijksmonument en getuigt van de bestuurlijke geschiedenis van Oud-Beijerland. Sabina van Egmond, dochter van Lamoraal van Egmont, schonk het dorp in 1604 de kerktoren en een luidklok.
Het Kerkelijke Leven en de Gemeenschap
Het kerkelijke leven in Oud-Beijerland werd gekenmerkt door zowel geloofsvijandigheden als gemeenschapszin. De geschiedenis van de Doleantie toont de intense theologische en bestuurlijke discussies die leidden tot scheuringen en herenigingen. De rol van predikanten als ds. C.L.D. van Coeverden Adriani, ds. C. Wijdoogen en ds. R.J.W. Rudolph illustreert de uitdagingen van die tijd.
De gemeenschap van Oud-Beijerland was ook betrokken bij culturele activiteiten, zoals het klassieke concert 'Raadhuis Klassiek' en het jaarlijkse culturele festival 'De Parkdagen' in het Laningpark. Een cultuurroute in het centrum van Oud-Beijerland biedt inzicht in het erfgoed van het dorp.
Land van kraaien en worstebakkers Afl.6
tags: #oud #beijerland #gereformeerde #kerk