De geschiedenis van het Nederlandse protestantisme kent vele kleurrijke figuren die, ondanks hun vaak bescheiden afkomst, een belangrijke rol hebben gespeeld in de vorming van de kerkelijke landschap. Een van deze figuren is Adriaan Jansz. van Berckenwoude, een pastoor die in de 16e eeuw de moed had om de gevestigde orde uit te dagen en uiteindelijk de marteldood stierf voor zijn geloofsovertuigingen.
Wie was Adriaan Jansz. van Berckenwoude?
Adriaan Jansz. van Berckenwoude werd geboren in het dorp Berckenwoude, gelegen in de Krimpenerwaard. Over zijn jeugd en opleiding is weinig bekend. Het is waarschijnlijk dat hij een beknopte opleiding heeft genoten, mogelijk in een kloosterschool. Een hogere opleiding was in die tijd voorbehouden aan zonen uit de deftige regentenstand, waar Adriaan Jansz. zeker niet toe behoorde. Desondanks verwierf hij de positie van pastoor in IJsselmonde.
Als pastoor had Adriaan Jansz. ongetwijfeld veel invloed op de bevolking. Hij leefde mee met hun noden en begreep hun dagelijkse worstelingen. Het is dan ook aannemelijk dat hij zich ergerde aan het gedrag van vele van zijn geestelijke superieuren. Hij ging echter te ver in zijn kritiek op de kerkelijke leer, door uitwassen te bestrijden en de gevestigde doctrines aan te tasten.

De weg naar de Hervorming
Adriaan Jansz.'s kritiek op de kerkelijke praktijken uitte zich in zijn verzet tegen particuliere devoties die de liturgie overwoekerden. Hij zag hierin bijgeloof en ging daarin mogelijk te ver. Het kan zijn dat hij de leer van de Transsubstantiatie verwierp, omdat hij ook daarin bijgeloof zag en daarmee de kern van de kerkelijke leer aantastte. Het ontbrak hem aan een diepgaande dogmatische ontwikkeling om de zuivere leer van de Kerk te kunnen onderscheiden.
Hij kon ertoe gekomen zijn de kerkelijke plechtigheden bij dopen en begraven als particuliere devoties te beschouwen en ze daarom te verwerpen. Het is echter belangrijk te benadrukken dat deze reconstructie van Adriaan Jansz.'s gedachtegang niet gebaseerd is op feiten, maar op een poging om zijn geleidelijke overgang naar de Hervorming te begrijpen.
Adriaan Jansz. voelde mogelijk dat hij niet overstapte naar een nieuwe kerk, maar slechts deelnam aan een zuiveringsactie die werd tegengewerkt door degenen die juist baat hadden bij het behoud van de bestaande structuren. Deze verwarrende tijd bood ruimte voor dergelijke gedachten.
De revolutionaire daad van 1566
De revolutionaire daad van Adriaan Jansz. in 1566 was waarschijnlijk het resultaat van een lange ontwikkeling. Hij zag de Hervorming naderen. In Rotterdam werd de nieuwe leer openlijk gepreekt, en na de waarschuwing van Willem van Oranje ook buiten de stadspoorten. Reizigers brachten ongetwijfeld nieuws over deze ontwikkelingen.
Op 29 september 1566, het feest van Sint Michael, begon Adriaan Jansz. de mis, zoals op andere zondagen. Echter, na het Credo, het hart van de Katholieke liturgie, verliet hij demonstratief de kerk. De boodschap was duidelijk: hij koos openlijk voor de Hervorming.
Vanaf dat moment, tot Pasen 1567, preekte hij volgens de leer van de Hervormden. De gelovigen, die zijn ontwikkeling hadden gevolgd en ongetwijfeld van hem hielden, volgden hun herder. Zij kenden de toestanden en de roep om "zuivering" en gaven hun pastoor gelijk.

Gevangenneming en martelaarschap
De politieke situatie werd grimmiger met de komst van de Hertog van Alva en zijn strafexpeditie. De meeste leiders vluchtten, maar Adriaan Jansz. werd gevangengenomen. De precieze omstandigheden van zijn arrestatie zijn onbekend. De vraag rijst waarom hij niet vluchtte, wetende dat Alva eraan kwam. Mocht hij denken dat een eenvoudige dorpspastoor met rust zou worden gelaten? Of wist hij dat hij zich had verzet tegen de kerk, die nauw verweven was met de toenmalige staatsorde?
Het is mogelijk dat hij toch op de vlucht is gegrepen. Het "Cort Verhael", opgenomen in de Cronieken van Schieland, vermeldt de gebeurtenissen.
Brief van Pastoor Arend Dirksz. de Vos
Uit de gevangenistijd van Adriaan Jansz. en enkele andere veroordeelden is een brief bewaard gebleven van pastoor Arend Dirksz. de Vos uit De Lier. Deze brief, opgenomen in de Bijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom Haarlem, geeft een indruk van de mentaliteit van deze mannen. Ondanks een zekere zelfingenomenheid en kleine onnauwkeurigheden, straalt de brief een grote zekerheid van overtuiging uit, versterkt door het vooruitzicht op een gruwelijke dood.
De brief, gericht aan "Mijn lieve zusterszonen Jacob Pietersz en Walich Pietersz. Neefs", verklaart de redenen voor hun veroordeling en executie. Ze werden als ketters beschouwd omdat ze de mis niet meer wilden doen, het beeld van Sint Joris oneerlijk hadden behandeld (gebroken) en kinderen in het Duits doopten op een andere manier dan gebruikelijk was in de Rooms-Katholieke Kerk.
Pastoor De Vos schrijft:
"Mijne Heeren, moet ick wel een woort spreken? Sij hebben geseydt: Neen ghij, want ick vermoede dat sij verstonden, dat men op des Heeren vonnis niet spreken moet. Soo antwoorde iek: Ick dancke Godt ende vrij onverdacht haer oock danckend, maer als ick 't wel insie, soo sijn sij dancks waert, die mij helpen daer ick eewigh wesen sal: door de genade van onsen liefhebbenden hemelschen Vader in ons erfdeel, hetwelcke ons Christus gekocht, betaelt ende geopent heeft, hem sij danek in eeuwigheydt, met sijnen ende sijns Vaders heyligmakenden heyligen geest. Amen."
Hij dankt God dat hij waardig wordt geacht een getuige van Zijn gerechtigheid te zijn. Hij getuigt dat hij de mis, zoals die toen werd gedaan, verwerpt als onrecht. Het onteren van het beeld van Sint Joris was een getuigenis dat de toegeschreven wonderen duivels waren. Het dopen van kinderen in het Duits, met voorafgaande prediking, getuigde van het Schriftuurlijke recht op de doop voor kinderen.
De brief beschrijft de broederschap en de moed waarmee de veroordeelden hun lot tegemoet zagen, elkaar troostend en dankend voor Gods genade en de beloften van het Koninkrijk.

Het vonnis en de executie
Het vonnis tegen Adriaan Jansz. is bewaard gebleven en luidt als volgt:
"Sententie crimineel jegens Adriaan Jansz. Gezien in de raadt ons Heren den Coninc wesende seffens die Excellencie van de Hartoch van Alve, Marcgrave van Coria etc., Stadthouder, Gouverneur ende Capiteyn-generaal van den lande van Herwertsovere, die concessie van Adriaen Jansz. van Berckou, eertijds priester en pastoor tot IJsselmonde, tegenwoerich gevangen, gedaen voor zekere commissarissen, daertoe bij Zijne Excellentie gecommitteerd, daerbij die voorsz. Adriaen Jansz, beleden heeft, buyten pijne ende banden van ijseren, dat hij geweest hebbende omtrent thien offte elff jaeren lanck pastoir tot IJsselmonde, die Misse op St. Michelsdach in 't jaer 1566 aengeslaegen heeft ende nadat het Heylich Evangelie ende het Geloof gezongen was ende hij daerna op te preeckstoel binnen dieselve kercke gepreekt hadde, dat hij, doen die preekinge uyt was, uyte kercke is gegaen, zonder die begonnen Misse te voleynden ende dat hij sedert in dezelve kercke gepreect heeft op de manier van de gereprobeerde religie tot omtrent Paeschen daeraenvolgende, in Waerlichen Habite zonder Coorecleet of stole, met gesang van Duytsche Psalmen onder dieselve predicatiën ende dat hij aldaer geduyrende diezelve tijt die kinderen gedoopt, die doode begraven ende die luyde getrout heeft op al de maniere van die voorsz."
De vier veroordeelden, waaronder Adriaan Jansz., werden aan palen op de Vijverberg gewurgd en hun lichamen werden verbrand. Dit wrede vonnis, hoewel niet ongebruikelijk in die tijd, had een averechts effect. Het bevestigde vele hervormden in hun overtuiging en vergrootte de haat tegen de Katholieke Kerk.
De IJsselmondse parochie ging verloren voor de Katholieke Kerk; vrijwel allen hadden Adriaan Jansz. gevolgd in de nieuwe religie.
De Reformatie: Protestanten vs Katholieken, Maarten Luther, Calvijn (ontdekkers en hervormers)
De Adriaen Janszkerk
De Adriaen Janszkerk, waarschijnlijk vernoemd naar Adriaan Jansz. van Berckenwoude, getuigt van zijn historische betekenis. Hoewel de kerk zelf niet direct in de bronnen wordt genoemd in relatie tot zijn leven, draagt zij zijn naam als eerbetoon aan zijn rol in de vroege Reformatie in Nederland.
De kerkelijke en politieke situatie in de 16e eeuw was complex. De strijd tussen Katholicisme en Protestantisme was niet alleen een religieuze aangelegenheid, maar ook een politieke. Verzet tegen de Kerk betekende verzet tegen de staat, en werd gelijkgesteld aan majesteitsschennis.
Erfenis en Betekenis
Adriaan Jansz. van Berckenwoude mag dan niet tot de grootste theologen of kerkleiders hebben behoord, zijn moed en overtuiging maken hem tot een belangrijke figuur in de Nederlandse kerkgeschiedenis. Hij belichaamt de strijd voor geloofsvrijheid en de bereidheid om daarvoor de hoogste prijs te betalen. Zijn verhaal herinnert ons aan de offers die gebracht werden tijdens de Reformatie en de blijvende impact daarvan op de Nederlandse samenleving.