De geschiedenis van de Oude Kerk, ook wel bekend als de Grote Kerk, in Hilversum is rijk en complex, gekenmerkt door verbouwingen, branden en de ontwikkeling van het kerkelijk leven in de stad. Gelegen aan de Kerkbrink, is dit gebouw een centraal monument in het hart van Hilversum.
Vroege Geschiedenis en Ontwikkeling
De oorsprong van de Grote Kerk gaat terug tot de vijftiende eeuw, toen op de plek van het huidige gebouw al een kapel bestond die dienst deed als parochiekerk. Deze kapel was vermoedelijk nog ouder. Na de Reformatie werd de kerk overgenomen door de hervormden. Door de eeuwen heen werd het kerkgebouw meerdere malen getroffen door branden, maar werd telkens weer herbouwd.
Een ingrijpende gebeurtenis was de grote brand in 1766, waarbij een aanzienlijk deel van Hilversum in de vlammen opging. Hoewel het tuinhuisje van de pastorie aan het vuur ontkwam, werd de kerk zwaar beschadigd. De kerk werd in 1768 echter weer hersteld.
De Negentiende-Eeuwse Verbouwing
Eind negentiende eeuw verkeerde de kerk in een bouwvallige staat en voldeed deze niet meer aan de groeiende behoeften van de parochie. In 1889 maakte architect J. Wolbers uit Haarlem een ingrijpend verbouwingsplan. Dit plan was zo omvangrijk dat slechts enkele muren van de oude kerk bleven staan. De kerk werd verbouwd tot een zaalkerk, waarbij het koor naar het westen werd gedraaid. Aan de kant van de Kerkbrink werd een extra toren toegevoegd.
Het vernieuwde kerkgebouw, dat op de eerste zondag in mei 1891 in gebruik werd genomen, kreeg een façade in neorenaissancestijl. De kerk, uitgevoerd in rode bakstenen, werd verfraaid met kunststenen en gestucte decoratieve elementen in de gevel, zoals frontons, kroonlijsten en diamantkopmotieven.

De Middeleeuwse Toren
De middeleeuwse toren is het oudste deel van de kerk en dateert uit 1481. Ook de toren heeft door de eeuwen heen te lijden gehad van de vele branden. Meerdere malen werd de toren herbouwd of gerestaureerd. Sinds 1973 is de toren een Rijksmonument.
Interieur en Kunstschatten
In de kerk bevinden zich diverse waardevolle objecten:
- Een kansel uit 1644, oorspronkelijk gemaakt voor de Sint-Olofskapel in Amsterdam en later (1918-1965) in de Prinsessekerk in Amsterdam. Deze kansel is geplaatst op een basement vervaardigd uit oude grafzerken.
- Een kerkorgel uit 1858, gebouwd door Wilhelm Rütter uit Kevelaer. Dit orgel werd oorspronkelijk gemaakt voor de Sint-Jozefkerk in Gouda.
De grafzerken die beter bewaard bleven, werden geplaatst in de portalen. Het doopvont is een geschenk van de architecten die de laatste restauratie uitvoerden.

Branden en Restauraties
De kerk is door de geschiedenis heen meerdere malen door brand getroffen:
- Een brand in 1971 verwoestte het dak van de kerk, maar de muren bleven staan. Na deze brand werd de kerk volledig gerestaureerd en in december 1977 weer in gebruik genomen.
- In 1976-1977 werd de kerk opnieuw herbouwd na een uitslaande brand.
- Op zaterdagmiddag 3 december (jaar niet gespecificeerd in de brontekst, maar waarschijnlijk na 1971) vloog de torenspits in brand, wat leidde tot de instorting van het kerstdak.
De Grote Kerk, gelegen tussen de Kerkbrink en de Oude Torenstraat, is het oudste monument van Hilversum. Het boek 'De Grote Kerk, hart van Hilversum' beschrijft de geschiedenis van dit gebouw, verschenen ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de heringebruikneming in 1977.
De Afscheiding en Doleantie in Hilversum
Een belangrijk deel van de kerkgeschiedenis in Hilversum betreft de Afscheiding (1834) en de Doleantie (1886). Deze bewegingen leidden in 1906 tot de instichting van de Gereformeerde Kerk te Hilversum.
Afscheiding (1834)
Rond 1800 was het hervormde kerkelijk leven in Hilversum ingedut. De kerk was arm en de kerkelijke betrokkenheid gering. Na een periode met een predikant die weinig 'belijnd gereformeerd' werd geacht, groeide de onvrede. In december 1835 meldden de hervormde notulen het vertrek van 53 gemeenteleden, die zich afscheidden van de hervormde gemeente.
De nog niet officieel georganiseerde Afgescheidenen schakelden over van huiskerkdiensten naar 'openlijke' kerkdiensten. Op 10 januari 1836 werd een kerkdienst gehouden die als 'ongeoorloofd' werd beschouwd omdat er meer dan twintig toehoorders op afkwamen. In die tijd was voor religieuze bijeenkomsten van meer dan twintig personen toestemming van de overheid vereist.
Op tweede Pinksterdag, 23 mei 1836, werd in Loosdrecht de Christelijke Afgescheidene Gemeente van Hilversum geïnstitueerd, omdat men het in Hilversum te riskant achtte. Vier ambtsdragers werden bevestigd: Gijsbert Haan en Tijmen Grootveld als ouderlingen, en Gerrit Meijer en Jan Donker als diakenen.
De Afgescheidenen stuurden een rekest aan de Koning met het verzoek om vrijheid van godsdienst, waarbij ze beloofden hun eigen behoeftigen te ondersteunen en zelf zorg te dragen voor een kerkgebouw. Ondanks waarschuwingen en pogingen van de burgemeester om de bijeenkomsten te ontbinden, werden deze voortgezet, soms met confrontaties en arrestaties tot gevolg.
Gijsbert Haan emigreerde in 1847 naar Amerika, maar klaagde later over zijn slechte situatie daar. In 1840 was er een verschil van inzicht binnen de Afgescheiden Gemeente van Hilversum over de te aanvaarden kerkorde: de 'aloude Dordtse Kerken Ordening' (DKO) of het door de regering opgelegde 'Algemeen Reglement'. Dit verschil leidde tot een breuk met ds. H.P. Scholte.
In 1869 meldde de gemeente zich bij de landelijke overheid als kerkelijke gemeente om rechtspersoonlijkheid te verkrijgen. De gemeente noemde zich toen 'Christelijke Gereformeerde Gemeente', na een landelijke kerkfusie. In 1877 kon de gemeente een eigen kerk in gebruik nemen aan de Havenstraat, de zogenaamde 'Havenstraatkerk', die later werd vergroot en verbouwd.
Doleantie (1886)
In de negentiende eeuw groeide de ontevredenheid in kerkelijk Nederland over de koers van de Nederlandsche Hervormde Kerk. Velen zagen het 'Algemeen Reglement' uit 1816 als oorzaak van toenemende vrijzinnigheid. Dit leidde tot conferenties en congressen, zoals in Amsterdam in 1883 en 1887.
Ook in Hilversum waren hervormde gemeenteleden die de 'Reformatie der kerk' en het afwerpen van het 'juk der synodale hiërarchie' steunden. Een van de voortrekkers in Hilversum was diaken J.L. Jaspers. Dr. A. Kuyper besteedde in 1888 aandacht aan de 'Hilversummer kwestie' in zijn kerkelijk weekblad 'De Heraut', waarbij hij kritiek uitte op de Hilversumse kerkenraad die zich volgens hem steeds dieper boog onder de heerschappij van de synode.
Ondanks het feit dat predikanten als ds. Klaarhamer, ds. Ploos van Amstel en ds. Dijkstra niet de verwachte leiding namen in de strijd tegen de synodale hiërarchie, zette diaken Jaspers zich in. In 1887 richtte hij mede de 'Gereformeerde Vereniging' op en stelde hij een lokaal beschikbaar voor gereformeerde bijeenkomsten.
De Afscheiding en de Doleantie leidden uiteindelijk tot de vorming van nieuwe kerken. In 1906 vond er een ineensmelting plaats tussen de 'Christelijke Gereformeerde Gemeente' uit de Afscheiding en de 'Nederduitsche Gereformeerde Kerk' uit de Doleantie, resulterend in de Gereformeerde Kerk te Hilversum.
De Grote Kerk als Hoofdgebouw van de Hervormde Gemeente
Tot 1912 was de dorpskerk aan de Kerkbrink, de latere Grote Kerk, het enige kerkgebouw voor de Hervormde gemeente in Hilversum. Met de groei van het dorp en de bevolking werd de behoefte aan meer ruimte groter. In 1912 werd de Nieuwe Kerk aan de Albertus Perkstraat in gebruik genomen.
De Grote Kerk bleef echter het hoofdgebouw van de Hervormde gemeente. Lange tijd werden hier predikanten bevestigd en deden zij er hun intrede. Een bewijs van de centrale plaats die de Grote Kerk innam, is de portrettengalerij van alle predikanten die de gemeente dienden, die zich nog steeds in de consistorie bevindt.
De secularisatie na de Tweede Wereldoorlog leidde tot inkrimping. In 1971 moesten wijken II (rond de Grote Kerk) en IV (rond de Nieuwe Kerk) worden samengevoegd tot de Centrumwijk. Dit ging niet zonder slag of stoot, mede door cultuurverschillen binnen de gemeenten, zoals het gebruik van verschillende berijmingen van de Psalmen en Bijbelvertalingen.

Recente Gebeurtenissen en Overdrachten
Op zaterdagmiddag 3 december (jaar niet gespecificeerd) droeg de gemeente Hilversum enkele historische objecten over aan de Grote Kerk op de Kerkbrink. Het betreft een stenen leeuw, zichtbaar op pentekeningen van de kerk uit de 18e eeuw, en de kerkhaan die bij de grote brand van 1971 van de toren viel. Deze objecten werden in permanente bruikleen gegeven.
In 2023 werd het 100-jarig bestaan van de kerk gevierd met een feestelijke bijeenkomst. De geschiedenis van de Lutherse gemeente Hilversum en de bouw van de kerk passeerden de revue. De nieuwe eigenaren, Daan en Vera, vertelden over hun werk met evenementen en trainingen, en hun dankbaarheid om hier te kunnen wonen en werken.