Prediker: Wijsheid, Dwaze Vorsten en de Zin van het Leven

Dit gedeelte uit Prediker onderzoekt de complexiteit van wijsheid en dwaasheid, met name in relatie tot machthebbers en de algehele zin van het menselijk bestaan. Het biedt waarschuwingen tegen verkeerde reacties op dwaze leiders en benadrukt het belang van wijsheid boven brute kracht of eigen slimme bedenksels.

De Gevolgen van Dwaasheid en Verzet

De verzen 8-9 uit het eerste deel bevatten een waarschuwing voor een verkeerde reactie op de dwaasheden van een vorst. Een algemene toepassing kan gemaakt worden met betrekking tot allerlei zaken of personen die ons niet bevallen, waarbij plannen worden bedacht om deze uit te schakelen. In de directe samenhang gaat het om het ten val brengen van een dwaze vorst.

Prediker noemt een viertal mogelijkheden, waaraan hij direct het gevolg voor de bedenker van de staatsgreep verbindt:

  • We graven een kuil en vallen er zelf in (vers 8a).
  • We slaan een gat in een muur en denken niet aan de slang die daarin verborgen zit, die we wakker en kwaad maken zodat hij ons bijt (vers 8b).
  • We trekken stenen los en bezeren ons omdat we andere stenen over ons heen krijgen (vers 9a).
  • We kloven hout en hebben geen oog voor het gevaar van rondvliegende splinters (vers 9b).

Deze voorbeelden illustreren hoe het kwaad dat we doen, als een boemerang op onszelf terecht kan komen. De vier voorbeelden hebben als overeenkomst dat ze iets kapotmaken: de grond om over te lopen, de muur die moet beschermen, de stenen die een gebouw vormen, het hout dat groeit.

Uit deze situaties kunnen de volgende lessen getrokken worden:

  • In de kuil die iemand graaft om daarin de dwaze vorst te vangen, zal hij zelf terechtkomen. De list die hij bedenkt om de vorst gevangen te nemen, draait erop uit dat hij zelf wordt gevangengenomen en afgevoerd.
  • De muur kan gezien worden als een beeld van de bewakers die de vorst als bescherming om zich heen heeft. Wie daar doorheen wil breken, zal door een slang worden gebeten, wat zijn leven zal kosten.
  • Stenen uit het huis van de vorst lostrekken gebeurt bijvoorbeeld als er wordt geprobeerd medestanders voor de staatsgreep onder de aanhangers van de dwaze vorst te vinden. Dat zal niet slagen, maar op pijn lijden uitdraaien.
  • Het kloven van hout geeft het beeld van het zaaien van verdeeldheid tussen de aanhangers van de vorst. Wie verdeeldheid wil veroorzaken om de val van de vorst te bewerken, zal zelf aan de gevolgen daarvan ten onder gaan.
Illustratie van een valkuil die iemand die hem graaft zelf ten val brengt.

De Kracht van Wijsheid en Voorzichtigheid

Het leven in een zondig gevallen wereld brengt gevaren met zich mee. Het is daarom noodzakelijk de risico's van een bepaalde actie goed in te schatten, vooral in de omgang met een dwaze vorst of regering. We moeten uitkijken, niet te veel risico nemen en ook met voorzichtigheid en goed materiaal werken.

Het gebruik van een botte bijl (vers 10) vraagt veel energie, terwijl het verlangde resultaat op zich laat wachten en mogelijk nooit verkregen wordt. "Het voornaamste om te slagen is wijsheid" (vers 10b) en niet eigen slimme bedenksels (verzen 8-9) of brute kracht (vers 10a). Dit betekent dat we moeten nadenken voordat we ergens aan beginnen. Dan zullen we slagen in wat we van plan zijn.

God geeft ons in de 'wijsheid' het juiste materiaal. Wijsheid brengt iemand ertoe het juiste op de juiste manier te doen, op de juiste tijd, met de juiste middelen - waaronder het gebruikmaken van de wijsheid van anderen - en de juiste motieven. Dit is goed voor hemzelf en voor anderen.

Als we vergeten wijs te zijn, zal de slang ons bijten (vers 11). Dan is het kwaad geschied en is het te laat om de beet te voorkomen. Het gezegde ‘gedane zaken nemen geen keer’ is hierop van toepassing. De "meesterbezweerder" kan niets meer doen als het kwaad is geschied. Hij kan alleen voorkomen, maar niet ongedaan maken.

De tong is als een slang, "vol dodelijk venijn" (Jakobus 3:8). De Heilige Geest is de ‘bezweerder' en kan het kwaad van een verkeerd gebruik van de tong voorkomen. Als de slang echter heeft gebeten, als het verkeerde, kwetsende woord is gesproken, is het kwaad geschied en kan het niet meer worden ingeslikt en niet meer ongedaan worden gemaakt. Voor de gelovige is er gelukkig wel de mogelijkheid om het verkeerde te belijden. Dan wordt de zonde vergeven, hoewel de gevolgen niet altijd kunnen worden weggenomen.

De Vluchtigheid van het Leven en de Zoektocht naar Zin

Prediker richt vervolgens zijn aandacht op het bezien van wijsheid, onverstand en dwaasheid. Hij constateert dat de wijze ogen in zijn hoofd heeft, terwijl de dwaas in de duisternis wandelt. In zijn hart zegt hij echter: "Zoals het lot van de dwaas ook mijzelf treft, waarom ben ik dan toen zo bovenmate wijs geweest? Er is immers voor eeuwig niet meer herinnering aan een wijze dan aan een dwaas. Wat er nu is, wordt in de dagen die komen allemaal vergeten."

Deze formulering, vooral het woord 'daarna', maakt duidelijk dat Prediker hier met een nieuw stuk begint. Tegelijkertijd borduurt hij voort op de voorgaande verzen, want hij zegt: "ik richtte mijn aandacht [...] ook [...] op het bezien van onverstand en dwaasheid." Dit hangt samen met zijn onderzoek: 'ik onderzocht mijn hart [...] door dwaasheid aan te grijpen'.

De vergelijking valt in eerste instantie uit in het voordeel van de wijsheid: wijsheid verdient voorkeur boven dwaasheid. In tweede instantie echter zegt Prediker: één lot, hetzelfde lot, treft zowel de wijze als de dwaas. Eén lot treft hen allen.

Het lot van de dood treft ook Prediker zelf, wat hem doet afvragen wat hij aan die wijsheid heeft en welk verschil het maakt. Hij concludeert dat ook die wijsheid van hem hăbēl, damp, vluchtig, ijdel was. Hij motiveert zijn conclusie met de gedachte dat er voor eeuwig niet meer herinnering is aan een wijze dan aan een dwaas, en dat alles wat er nu is, in de komende dagen vergeten zal worden.

Hoewel Prediker hier somber gestemd lijkt, heeft hij wel degelijk een punt: dwaze mensen blijven net zo goed in herinnering als wijze mensen. Haman en Adolf Hitler zijn voorbeelden die aantonen dat aan een dwaas net zoveel herinnering is als aan een wijze.

De vraag wat Prediker precies bedoelt met 'wijs' en 'dwaas' blijft echter bestaan. Als 'dwaas' hetzelfde is als 'slecht', en 'wijs' zoiets als 'God dienen', dan is het belangrijk te realiseren dat Prediker hier spreekt over wijsheid en dwaasheid op zichzelf, buiten de directe godsdienstige context. De sleutel kan hierin liggen: buiten God kun je wijs zijn, grote dingen doen, maar uiteindelijk is het damp. En je sterft net zo goed als de dwaas.

Lessen uit het Leven en de Wereld

Prediker onderzoekt de verdrukking en het verdriet op aarde, de tranen van de onderdrukten en het gebrek aan hulp. Hij komt tot de conclusie dat de doden beter af zijn dan de levenden, en dat het beste af zijn zij die nooit werden geboren en al het kwaad en onrecht op aarde niet zullen zien.

Hij ontdekt ook dat succes meestal voortkomt uit afgunst en jaloezie, wat hij als dwaasheid bestempelt. De dwaas weigert te werken en verhongert daardoor bijna, terwijl af en toe een beetje rust beter is dan steeds maar hard werken en zinloos gejaag.

Een ander zinloos aspect is de mens die helemaal alleen is, zonder zoon of broer, maar toch keihard werkt om meer rijkdom te krijgen, zonder te bedenken aan wie hij dat alles moet nalaten. Dit alles is nutteloos en ontmoedigend.

Twee mensen kunnen door samenwerking meer bereiken dan één. Als er een valt, helpt de ander hem overeind. Samen kunnen ze elkaar warm houden in koude nachten, en twee mensen kunnen elkaar te hulp komen in gevechten, waarbij drie zelfs nog beter is.

Het is beter een arme, maar wijze jongere te zijn dan een oude en dwaze koning die alle goede raad van de hand wijst. Zo'n jongere kan uit de gevangenis komen om koning te worden, ook al werd hij arm geboren. Iedereen wil zo'n jongere helpen, omdat hij de nieuwe machthebber wordt. Maar dan groeit rond hem een nieuwe generatie op die hem weer aan de kant wil zetten. Ook hiervan blijkt weer de dwaasheid en zinloosheid.

Illustratie van twee mensen die elkaar helpen bij het beklimmen van een berg.

Respect voor God en de Zin van het Werk

Prediker waarschuwt om eerst na te denken voor u iets zegt en God geen overhaaste beloften te doen, omdat Hij in de hemel is en wij slechts hier op aarde. Te veel drukte en te veel gepraat kunnen leiden tot nachtmerries en verkeerde woorden.

Als u met God spreekt en Hem zweert dat u iets voor Hem zult doen, stel dat dan niet uit, want God heeft een hekel aan ondoordachte beloften. Kom uw belofte aan Hem na. Het is veel beter niet te zeggen dat u iets zult doen, dan het wel te zeggen en het daarna toch niet te doen. In dat geval zondigt u met uw mond.

Probeer u niet te verdedigen door de priester van God te vertellen dat het allemaal een misverstand was. Dat zou God boos maken en Hij zou wel eens een eind kunnen maken aan uw voorspoed in het leven.

Dromen en veel gepraat zijn er al genoeg; heb liever ontzag voor God. Als u ziet dat een arme door rijken wordt onderdrukt en dat overal in het land het recht geweld wordt aangedaan, wees dan niet verbaasd, want iedere beambte houdt rekening met zijn chef en de hogere beambten luisteren ook weer naar hun superieuren. Boven al die mensen staat de koning, en het is belangrijk dat die koning toegewijd is aan zijn land.

Iemand die van geld houdt, heeft nooit genoeg. Wat een dwaasheid om te denken dat geld gelukkig maakt. Hoe meer u hebt, des te meer mensen ervan willen profiteren. Wat is het voordeel van rijkdom, behalve dan toekijken hoe het geld u door de vingers glipt?

Een man die hard werkt, slaapt goed, of hij nu veel of weinig eet, maar de rijken maken zich zorgen en lijden aan slapeloosheid. Er is nog een groot kwaad dat veel leed met zich meebrengt: als een rijke verandert in een vrek. Als die rijkdom door een ongeluk verloren gaat, is er niets om aan de zoon na te laten. Zo iemand sterft net zo arm als hij op de wereld gekomen is. Hij heeft alles voor niets gedaan en laat niets na.

Dit alles is triest en ellendig, want zoals hij in de wereld is gekomen, zo moet hij ook heengaan. Wat heeft al die moeite opgeleverd? Het was een triest bestaan, vol verdriet, ziekte en ergernis. Maar er is tenminste nog één goed ding voor een mens: hij mag genieten van lekker eten en drinken en andere prettige dingen bij al het harde werk dat hij doet in de korte tijd die God hem laat leven. En natuurlijk is het ook goed als een mens rijkdom heeft gekregen van God en bovendien de gezondheid bezit om ervan te kunnen genieten. Houden van je werk en je plaats in het leven te aanvaarden, dat is werkelijk een geschenk van God. Iemand die dat doet, denkt er niet vaak aan dat hij maar kort leeft, want God geeft hem vreugde.

De Zinloosheid van het Leven en Gods Werk

Prediker stelt dat er nog een groot kwaad is dat hij op vele plaatsen heeft gezien. God heeft sommige mensen grote rijkdom en veel aanzien gegeven, zodat zij alles kunnen krijgen wat zij wensen, maar God laat hem er niet van genieten; alles komt bij anderen terecht. Dat is zinloos en triest.

Als een man honderd kinderen heeft en heel oud wordt, maar hij kan er niet van genieten en krijgt niet eens een fatsoenlijke begrafenis, dan is hij beter af geweest als hij dood was geboren. Want al was zijn geboorte dan zinloos geweest en was hij naamloos in duisternis geëindigd, zonder ooit de zon te hebben gezien of van haar bestaan te hebben geweten, dan was dat toch beter dan een heel oude, maar ongelukkige man te zijn.

Al leeft een man tweeduizend jaar, maar zonder van het goede in dit leven te genieten, wat heeft hij daar dan aan? Zowel wijzen als dwazen besteden hun leven aan het bijeenschrapen van voedsel, zonder dat zij ooit genoeg schijnen te krijgen.

Welk voordeel heeft een wijze vergeleken met een dwaas? Wat heeft een arme eraan te weten wat er allemaal bereikt kan worden in dit leven? Het is beter te genieten van wat je hebt, dan altijd maar meer te willen. Dat is dwaas en heeft geen enkel nut.

Wat voor mens men ook is, al lang geleden was bekend wat er van hem zou worden. Daarom heeft het totaal geen nut met God in discussie te gaan over uw levensbestemming. Hoe meer woorden u gebruikt, des te minder betekenen zij; waarom zou u dus nog veel zeggen?

Wie kan zeggen hoe iemand zijn tijd het beste kan gebruiken in de weinige dagen van zijn vluchtige leven? Wie weet wat voor de toekomst het beste is, als hij dan al dood is? Want wie kan in de toekomst kijken?

Prediker raadt aan om zich niet te verbinden met mensen die niet van de Here houden, want wat hebben recht en slecht met elkaar te maken, of licht en donker? Wat voor overeenkomst is er tussen Christus en de duivel? En wat voor gemeenschappelijks heeft een gelovige met iemand die niets van Christus wil weten? Wat voor eenheid kan er bestaan tussen Gods tempel en die van de valse goden?

Hij benadrukt dat wij de tempel van de levende God zijn, die heeft gezegd: ‘Ik zal bij hen wonen en bij hen zijn. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.’ Ga daarom uit hun midden weg, keer u van hen af en raak het onreine niet aan. Dan zal Ik u aannemen, Ik zal uw Vader zijn en u zult mijn zonen en dochters zijn,’ zegt de Here, die alle macht heeft.

Een visuele metafoor van de vergankelijkheid van het leven, bijvoorbeeld een zandloper met zand dat wegloopt.

Wijsheid in een Kleine Stad en de Waardering van Kennis

Prediker beschrijft een situatie waarin een arme, wijze man in een kleine stad met weinig mensen woonde. Een groot koning trok er tegen op en omsingelde die, en bouwde er grote bolwerken tegen aan. De arme, wijze man had de stad kunnen redden door zijn wijsheid, maar geen mens dacht aan hem.

Prediker stelt: "Wijsheid is beter dan kracht, maar de wijsheid van de arme wordt veracht en zijn woorden worden door niemand gehoord. Woorden van wijzen, in rust aangehoord, zijn beter dan het geroep van hem die over dwazen heerst."

Dit verhaal, hoewel niet direct herleidbaar naar een specifieke Bijbelse geschiedenis, schetst een reëel beeld van hoe zaken in die tijd konden gaan. De boodschap is nog steeds actueel: vaak worden grote, maar dwaze leiders gevolgd, terwijl wijze volksgenoten genegeerd of zelfs vervolgd worden.

De mens die probeert te leven en te handelen vanuit wijsheid is vaak eenzaam en onbegrepen. Het is niet voor niets dat veel mensen liever voor de oppervlakkigheid van het bestaan kiezen door niet na te denken, in de grote massa op te gaan en zich vooral te richten op vermaak en bevrediging van eigen behoeften.

De Bijbel zegt: "Wijsheid is goed, als een erfelijk bezit (…) Het voordeel van kennis is echter dat wijsheid haar bezitters het leven geeft." Wijsheid kan in het perspectief van dit leven soms veel verdriet met zich meebrengen, maar in het perspectief van de toekomende hemelse heerlijkheid, geeft het de belofte van leven en wijst het naar het erfelijk bezit waarin wij in Christus mogen delen.

Deze wijsheid wordt ons gegeven op grond van het volbrachte werk van Christus. Om haar te kunnen zien, moeten we met andere ogen kijken, niet gericht op de 'rijkdom' van het huidige aardse leven, maar met geloogsogen. Wijsheid is dat wij niet op eigen inzicht en kracht steunen, maar op het volbrachte werk van Christus.

1 Kor.1:18-21 wijsheid van God vs wijsheid van de wereld

De Zinloosheid van Menselijke Inspanning en Gods Geschenk

Prediker heeft zich afgebeuld onder de zon en kreeg een afkeer van alles, omdat het niet meer was dan lucht en najagen van wind. Hij zou het moeten achterlaten voor zijn opvolger, en wie zou kunnen zeggen of hij wijs of dwaas zou zijn? Toch zou hij de macht verwerven over alles wat hij met zijn wijsheid had bereikt. Ook dat is enkel leegte.

Vertwijfeling beving hem over alles wat hij had verworven en waarvoor hij had gezwoegd. Ook al is een mens bij alles wat hij heeft bereikt bekwaam te werk gegaan, met wijsheid en kennis van zaken, hij moet het nalaten aan iemand die er niets voor heeft gedaan. Ook dat is niets dan leegte en een uiterst kwade zaak.

Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij moeizaam heeft verworven? Hij jaagt het na en zwoegt ervoor onder de zon, maar alle dagen van zijn leven brengen hem verdriet; alles wat hij onderneemt brengt hem niets dan smart. Zelfs ’s nachts vindt hij geen rust. Ook dat is leegte.

Het is daarom nog maar het beste voor een mens dat hij zich aan eten en drinken tegoed doet en volop geniet van alles wat hij moeizaam heeft verworven. En ook dat, zo heeft Prediker ingezien, is in de hand van God. Want wie kan zich tegoed doen en genieten zonder dat Hij ermee instemt?

Aan een mens die Hem behaagt geeft Hij wijsheid, kennis en vreugde, maar een zondaar legt Hij een kwellende bezigheid op: een zondaar moet bezit vergaren voor een mens die God behaagt.

tags: #prediker #overeenkomst #wijze #en #dwaze