De geschiedenis van de Protestantse Kerk in Ootmarsum is nauw verweven met de turbulente religieuze en politieke ontwikkelingen in de regio. De oorsprong van de parochie Ootmarsum gaat terug tot circa 650, wat het tot een van de oudste parochies in Twente maakt.
Vroege Ontwikkelingen en Kerkelijke Stichting
In de 8e eeuw werd in Ootmarsum een van de eerste kerkjes van Twente gebouwd. Rond het jaar 1000 had Ootmarsum een van de grootste parochies in Twente. De komst van Angelsaksische geloofsverkondigers, zoals Marcellinus, die vanuit Deventer optrad als apostel van Twente, droeg bij aan de verspreiding van het geloof.
De oorspronkelijke houten kerk werd rond 900/1000 vervangen door een stenen kerk, gebouwd van Bentheimer zandsteen. Dit gebouw werd echter rond 1195 verwoest door de Graaf van Gelre tijdens zijn strijd tegen bisschop Boudewijn.
Opbouw en Stijl van de H.H. Simon en Judaskerk
Tussen circa 1196 en 1230 werd de eerste fase van de huidige kerk gebouwd in de Westfaalse romano-gotische stijl, een stijl die in Nederland uniek is. Het betreft een pseudobasiliek uit de 13e eeuw, waarbij het middenschip geen hooglichtvensters heeft en slechts iets hoger is dan de zijbeuken. Deze bouwstijl, die kenmerken van een hallenkerk en een pseudobasiliek combineert, maakt het gebouw typologisch opmerkelijk.
In circa 1250 werd het westelijke transept, het eerste priesterkoor en de vierkante Bentheimer zandstenen toren uitgebreid. Het grootste deel van het schip en het westelijke transept dateren uit de dertiende eeuw, met een bouwstijl die aansluit bij kerken in Westfalen. De plattegrond van het schip is opgebouwd volgens het gebonden stelsel, met een middenschip van twee traveeën en zijbeuken van vier traveeën. Deze delen dateren uit circa 1230, met gewelven die gelijktijdig met het westelijke transept zijn aangebracht, gedateerd rond 1250.

Uitbreidingen en Naamgeving
Op 28 oktober 1406 kreeg de kerk officieel de naam HH Simon en Judas. In 1494 werd het gotische priesterkoor met zeven altaren ingewijd. De kerk werd in 1491 (ongeveer 1494) uitgebreid met een gotische koorsluiting en het huidige priesterkoor. Rond 1503 werden ten noorden en zuiden van het laat-13e-eeuwse koortravee twee kapellen gebouwd, die dienden als de tweede dwarsbeuk.
De Reformatie en de Protestantse Gemeente
Tussen circa 1580 en 1632 was de kerk met tussenpozen in protestantse handen. Na de Reformatie in 1632 werd deze kerk definitief toegewezen aan de protestanten. De katholieke kerkdiensten vonden in die periode plaats in de kapel op Erve Konink in Halle, Duitsland.
De verhouding tussen katholieken en protestanten was niet altijd even harmonieus. De Reformatie drong ook in Twente en Ootmarsum door. In 1632 kreeg de pastoor bericht dat hij de kerk niet meer mocht gebruiken en zijn pastorie moest verlaten. Dit duurde bijna 200 jaar, tot 1809, toen de protestanten gebruik mochten maken van de grote kerk.
Koning Lodewijk Napoleon en de Teruggave aan de Katholieken
Op 14 maart 1809 gaf Lodewijk Napoleon, toen koning van Holland, de kerk terug aan de katholieken. Dit gebeurde omdat de protestantse gemeente aanzienlijk kleiner was geworden. Als compensatie moesten de katholieken en protestanten samen een nieuwe protestantse kerk bouwen voor de protestanten. Deze nieuwe kerk werd in de toen gangbare neoclassicistische stijl gebouwd en was in 1810 gereed.
De kosten voor de bouw van de nieuwe protestantse kerk werden door de staat gedragen. Het gebouw, aan de Ganzenmarkt, kreeg een voorgevel met pseudo-antieke zuilen en een driehoekige gevelkroon. In 1844 kreeg de kerk een klokkentoren met een luidklok.
Architectuur en Interieur door de Eeuwen Heen
De kerk in Ootmarsum is het enige voorbeeld in Nederland van Westfaalse romano-gotiek. Qua typologie is het een opmerkelijk kerkgebouw omdat het kenmerken van een hallenkerk en een pseudobasiliek combineert. Typisch voor de pseudobasiliek zijn de muren van de zijbeuken die lager zijn dan die van de middenbeuk en de lessenaarsdaken boven de zijbeuken.
De noorderingang van de kerk is Romaans, de zuideringang Vroeg-Gotisch. Het eikenhouten Madonnabeeld uit 1450, afkomstig van een kruisigingsgroep, is van de Gelders-Westfaalse school. De laat-14e-eeuwse monstrans is eveneens een waardevol object.
Diverse kunstwerken sieren het interieur: een drieluik met Maria uit 1830, een neo-gotisch hoofdaltaar uit 1860 vervaardigd door Fa. Bron te Utrecht en de Duitse architect Mengelberg uit Osnabruck, met panelen geschilderd door Daan Schenk. Drie ramen in het priesterkoor uit 1872 werden vervaardigd door de grootvader van glazenier Joep Nicolas. In de smalle dwarsbeuk bevinden zich ramen van Joep Nicolas uit 1938 en twee ramen vervaardigd door Max Weiss. Drie gebrandschilderde ramen achter in de kerk zijn van Jan Schoenaker uit Oldenzaal.
Tussen circa 1980 werden de kruiswegstaties uit 1849 van de Friese schilder Otto de Boer uit Woudsend weer aangebracht. Delen van het interieur zijn afkomstig van de beeldhouwer August Schmiemann uit Münster.

De Toren en Restauraties
De oude toren van de Simon en Judaskerk werd in 1842 afgebroken. In 1843 werd de huidige houten toren op het gebouw geplaatst. De oorspronkelijke, robuuste vierkante toren van Bentheimer zandsteen, die dateerde uit circa 1250, werd in 1838-1841 afgebroken na een alarmerend rapport van architect G. Hagels, die de toren als bouwvallig bestempelde. De sloop duurde drie jaar en de toren bleek bij nader inzien oerdegelijk.
In 1964 werden bij de aanleg van de centrale verwarming graven uit de 12e eeuw ontdekt. De grafkelder van de familie van der Heyden-Hompesch, drost van Twente van 1769 tot 1790, doet nu dienst als columbarium.
Een ingrijpende verbouwing en restauratie van de kerk vond plaats in 1970/73. De restauratie van de kerk was bouwkundig afgerond, maar er wachtten nog enkele zaken, zoals de restauratie van het orgel, van de Piëta, van de kruiswegstaties en van het hoofdaltaar. Men wilde de naamdag 28 oktober jaarlijks vieren en had de gerestaureerde kerk op 28 oktober 2006, bij de 600-jarige herdenking van de naamgeving, weer in gebruik willen nemen, maar dat lukte niet.
Het Orgellandschap
In 1781 bouwde Eberhard Berner uit Osnabrück een orgel in de middeleeuwse kerk. Dit gebouw was sinds 1626 in gebruik bij de Hervormde Gemeente. Berner gebruikte materiaal uit het bestaande orgel. Verschillende orgelmakers, waaronder Quelhorst, Jacobus Armbrost, Carl Friedrich August Naber, C. Haupt & Söhne en J. de Koff, hebben in de loop der tijd werkzaamheden aan het orgel verricht.
In 1966 werd een restauratieplan opgesteld door Willem Hülsmann, namens de Orgelcommissie van de Nederlandse Hervormde Kerk, dat in 1970-1971 werd uitgevoerd door D.A. Fl অনুভূতিp uit Zaandam. Momenteel is een hernieuwd onderzoek van het archief en het historische pijpwerk gaande.
Parochiale Fusies en Huidige Status
Per 1 januari 2010 is één nieuwe parochie gevormd met de naam Lumen Christi, bestaande uit de parochies van Beuningen, De Lutte, Denekamp, Lattrop, Noord-Deurningen, Ootmarsum en Tilligte. De H.H. Simon en Judaskerk is een rooms-katholieke kerk in het Twentse stadje Ootmarsum.
Tot 2001 was Ootmarsum een zelfstandige gemeente. In dat jaar fuseerde de stad met de gemeenten Denekamp en Weerselo tot de gemeente Dinkelland. Het gemeentehuis van Dinkelland staat in Denekamp.
tags: #protestantse #kerk #ootmarsum