De Brief aan Philemon: Een Boodschap van Verbondenheid en Partnerschap in Christus

De zesde zondag van de Epifanie, net als de vierde en vijfde zondag, plaatst het effect van de verschijning van Jezus in de praktijk van de gemeente centraal. Dit wordt met name belicht in de brief van Paulus aan Philemon, waarbij de diverse rollen en relaties binnen de gemeente worden onderzocht. Tegelijkertijd staat de gemeente midden in de wereld, met al haar maatschappelijke verbanden. In de brief aan Philemon speelt het maatschappelijke instituut van de slavernij een centrale rol, een concept dat voor ons hedendaagse lezers moeilijk te bevatten is, gezien de donkere geschiedenis van dit instituut en het feit dat het nu vanzelfsprekend niet meer bestaat.

Er kan zelfs een gevoel van verontwaardiging opkomen wanneer we constateren dat Paulus de slavernij als zodanig niet ter discussie stelt of afkeurt. Er bestaat een nauwe relatie met de brief die Paulus aan de gemeente van Kolosse schreef. In de brief aan Kolosse spreekt Paulus in algemene termen over het christelijk leven in de gemeente en spreekt hij diverse groepen aan, waaronder vrouwen, mannen, kinderen, vaders, maar ook meesters en slaven (Kolossenzen 3:18-4:6). Dit is geen afwijzing van de slavernij, maar Paulus vraagt zijn lezers om op een christelijke manier met elkaar om te gaan, met inachtneming van de maatschappelijke verhoudingen.

De Kern van de Brief: Onesimus en Philemon

Toch is er in deze brief meer aan de hand. De specifieke problematiek betreft een verstoorde relatie binnen het maatschappelijk gereguleerde instituut van de slavernij. Onesimus had zich niet gehouden aan de regels die voor hem golden. Philemon had recht van spreken als hij zou besluiten Onesimus op welke wijze dan ook te straffen. Paulus had op verschillende manieren kunnen reageren, maar hij doet eigenlijk geen van de verwachte reacties, of misschien wel alle drie tegelijk.

Paulus vraagt aan Philemon om Onesimus als broeder in Christus te ontvangen. Hij plaatst als het ware de liefde en trouw van het geloof en de onderlinge geloofsgemeenschap in de gemeente als norm tussen Philemon en Onesimus. Als we ons een gemeente van Jezus Christus noemen, zullen we elkaar ook in Christus aanvaarden, onvoorwaardelijk, zoals Christus zijn gemeente heeft aanvaard.

illustratie van de apostel Paulus die een brief schrijft

De Betekenis van de Brief voor de Canon

Het is opmerkelijk dat deze persoonlijke en ogenschijnlijk kleine brief een plaats heeft gekregen in de canon van de Bijbel. Hoewel de brief dat niet expliciet vermeldt, is het zeer waarschijnlijk dat Philemon na het ontvangen van de brief van Paulus, persoonlijk overhandigd door Onesimus zelf, Onesimus daadwerkelijk weer in genade heeft aangenomen in zijn huis en ook in de huisgemeente.

Uit de vroege kerkgeschiedenis lezen we mogelijk een aanwijzing van wat er verder met Onesimus is gebeurd. Ignatius van Antiochië, die in het jaar 110 te Smyrna een ontmoeting had met de bisschop van Efeze, schreef hierover in zijn brief aan de gemeente van Efeze. In deze brief worden een aantal toespelingen gemaakt op de brief aan Philemon. Ignatius is duidelijk over de naam van deze bisschop van Efeze: Onesimus. Het is dus niet onwaarschijnlijk dat het hier gaat om dezelfde Onesimus die eerst als slaaf was weggelopen bij zijn meester Philemon, daarna weer in genade is aangenomen en uiteindelijk bisschop is geworden. Dit is een reconstructie op basis van een buiten-bijbelse bron, maar wel een mogelijke gang van zaken.

Als Onesimus op het moment dat Paulus de brief schreef ongeveer twintig jaar oud was, zou hij bij zijn ontmoeting met Ignatius ongeveer zeventig jaar zijn geweest. Dit zou kunnen kloppen en zou betekenen dat Onesimus destijds, toen hij wegliep bij zijn meester Philemon en bij Paulus aanklopte, een jongeman van negentien of twintig jaar is geweest. Dit gegeven zegt ook iets over onze jongeren en de wijze waarop wij hen zien.

Woordspel en Rollen in de Gemeente

Uit de eerste verzen van deze brief blijkt al dat Paulus speelt met de verschillende rollen en relaties binnen de gemeente. In kort bestek komen er diverse termen voorbij: gevangene, broeder, geliefde, medewerker, zuster, medestrijder, heiligen, mijn kind, slaaf. Alsof Paulus wil zeggen dat er diverse rollen kunnen zijn in de gemeente, rollen die ook nog eens kunnen wisselen.

Opvallend is ook dat Paulus zichzelf in de brief geen apostel noemt. Deze rol gebruikt hij niet in deze brief. Hij wil in deze persoonlijke kwestie zijn apostolisch gezag niet inzetten. Hij wil dat Philemon en zijn huisgemeente er zelf achter komen dat hun houding en hun visie op de gemeenteleden gebaseerd moeten zijn op de agapè (onvoorwaardelijke liefde) voor elkaar, voor alle gemeenteleden, dus ook voor die slaaf.

Paulus speelt met deze rollen om Philemon te laten zien dat hij zijn vastgeroeste, maatschappelijk bepaalde rolpatronen moet loslaten. Onesimus kan dan wel een slaaf zijn en hij kan dan wel onrechtmatig gehandeld hebben, maar daar is in de christelijke gemeente niet alles mee gezegd. Paulus geeft Onesimus een bijzondere rol in zijn eigen leven: hij noemt hem ‘mijn kind’. Dit is zeer intiem en moet een schok zijn geweest voor Philemon, die Onesimus zag als een stuk gereedschap, en in dit geval zelfs als een stuk gereedschap dat niet meer functioneert.

Paulus speelt met rollen en met woorden. In vers 11 houdt hij Philemon de spiegel voor: jij noemde hem ‘nutteloze’, een niet-functionerend stuk gereedschap. Maar deze rol bestaat niet in de christelijke gemeente. De relaties en rollen die in de samenleving vanzelfsprekend en normaal lijken, komen in Christus’ gemeente in een ander daglicht te staan. ‘In Christus’ worden rollen en relaties geheiligd en veranderd.

  • In de relatie tussen Paulus en Onesimus is de slaaf een kind van geloof geworden (vs. 10).
  • In de relatie tussen Philemon en Onesimus mag de nutteloze van nut worden (vs. 11).
  • In de relatie tussen Paulus en Onesimus wordt de slaaf als een geliefde broeder gezien (vs. 16).

Hoe is dat nu bij ons in de gemeente en in de samenleving? Welke rollen en welke relaties zijn normerend en bepalend?

Een Gedurfde Vraag en Nieuwe Verbondenheid

Dat briefje van Paulus aan Philemon is ongetwijfeld één van de gezelligste stukjes uit de Bijbel. Gevangene of niet, Paulus is blij en dankbaar en schrijft vrijuit, met woordenspel en humor. Hij rekent erop dat alles goed zal komen, ja meer dan dat. Tussen de regels door proef je tegelijk een echt goed verhaal.

Onesimus, een slaaf van Philemon, kennelijk weggelopen bij zijn meester, was bij Paulus terechtgekomen. Paulus zat gevangen, waarschijnlijk in Efeze, een stad verderop. En bij Paulus was Onesimus tot geloof of tot inkeer gekomen. Nu stuurt Paulus hem, samen met Tychikus, terug naar Kolosse, om te vertellen hoe het met Paulus gaat en om brieven te bezorgen: de brief aan de Kolossenzen en dit kleine privé-briefje aan Philemon.

Denk je daarbij even aan de toenmalige maatschappelijke verhoudingen, dan blijkt dit gezellige briefje een gedurfde vraag te bevatten. Een weggelopen slaaf kon rekenen op geseling of erger. Hij mocht blij zijn als teruggaan naar zijn meester goed afliep. Maar Paulus vraagt niet eens of Philemon Onesimus wil sparen. Hij vraagt veel meer. Hij vraagt of Philemon Onesimus wil ontvangen als was hij Paulus zelf, en tussen de regels door vraagt hij bijna met zoveel woorden of Philemon Onesimus wil terugsturen naar Paulus om hem te dienen in zijn gevangenschap.

En alsof dat alles de normaalste zaak van de wereld is, schrijft Paulus in het goede vertrouwen dat Philemon zal doen wat hij vraagt, zelfs meer dan dat. Dit is een briefje over verbondenheid tussen christenen en hoe die concreet kan worden in een bepaalde situatie. Met zoveel woorden in vers 17: "Dus, als u met mij verbonden bent, ontvang hem dan zoals u mij zou ontvangen." Maar het zat al in de aanspraak: onze geliefde medewerker Philemon, en in de voorgeschiedenis, vers 7: "uw liefde heeft mij veel vreugde en troost gegeven." Het komt naar voren in dat telkens herhaalde "omwille van Christus". En het komt ook sterk naar voren in de eenheid van Paulus en Onesimus: Paulus en Onesimus worden als het ware uitwisselbaar. Philemon moet Onesimus ontvangen als was hij Paulus zelf.

Buchvideo: Philemon

Kijk je zo nog eens dit briefje door, dan blijkt achter heel die ontspannen stijl van Paulus een werkelijkheid te liggen van een nieuwe verbondenheid tussen christenen die God werkt door Jezus Christus.

Partnerschap in het Evangelie

In wat voor verband worden wij als christenen eigenlijk met elkaar geplaatst? Als wij iets voor elkaar doen, waarom doen we dat dan? Wat zit daar achter? Dat soort vragen komen allemaal bij elkaar in vers 6. Daarom is dat als tekst genomen. In vers 4 en 5 horen we hoe Paulus God dankt als hij in zijn gebeden denkt aan Philemon, omdat hij hoort van diens liefde en trouw. Maar, zo gaat hij in vers 6 verder, hij bidt ook voor Philemon. Zijn gebed gaat dan eerst over het geloof dat Philemon met Paulus deelt.

Dit zou, vanuit de vertaling, nog begrepen kunnen worden als dat Philemon en Paulus een gemeenschappelijke overtuiging hebben over Jezus, of zo. Maar in het briefje als geheel is duidelijk dat het ergens anders om gaat: Philemon is Paulus’ medewerker, laten we zeggen, Paulus’ partner. Het gaat om het geloof als de zaak waar ze beide partners in zijn. Dat is uiteindelijk de sleutel voor het hele briefje. Het gaat niet maar om gemeenschap, warme gevoelens en zo, en ook niet maar om een algemene verbondenheid.

Paulus vertelt hier dat hij bidt voor Philemon over het partnerschap dat meekomt in het geloof. En hij bidt dat dit partnerschap een sterk effect heeft, krachtig uitwerkt. In de nieuwe vertaling wordt dat niet meer weergegeven, wat jammer is, want daarmee begint men contact te verliezen in de vertaling met waar het Paulus om gaat. Net als bij een bedrijf gaat het er ook bij het geloof om dat partners samen werken en zo iets opbouwen en verder komen. Als iedereen zich inzet, heeft zo’n partnerschap een sterk effect. Zo’n bedrijf bereikt iets, kan zijn doelstellingen realiseren. Dat is dus echt iets anders dan in de nieuwe vertaling staat.

Het gaat niet om inzicht dat dieper moet worden; het gaat Paulus erom dat het goede dat in Philemon en hem woont door het evangelie ook echt in praktijk wordt gebracht; dat het goede dat bij het evangelie hoort ook gerealiseerd wordt. Dat wil God doen door christenen als partners te laten samenwerken aan hetzelfde project, aan de zaak van het evangelie. Paulus bidt niet maar dat Philemon inzicht zal krijgen in wat hij moet doen. Hij bidt dat Philemon, vanuit het besef van hun partnerschap in hetzelfde evangelie, echt zal realiseren, echt zal doen wat bij dat evangelie hoort. En dat is hier dus heel praktisch: zijn weggelopen slaaf ontvangen als broeder in Christus, ja, als was hij Paulus zelf. Dat zal Philemon, en Paulus, en Onesimus, en de anderen, namelijk dichter naar Christus toe brengen.

Praktisch partnerschap laat christenen goede dingen realiseren die hen samen dichter bij Christus brengen. Het gaat echt niet maar om zelf inzicht krijgen in wat goed is om voor God te doen, of zo. Het draait hier permanent om dat besef van partnerschap, van samenwerken, praktisch goede dingen realiseren, die juist zo met Christus verbinden. Je kunt hier goed denken aan wat er in Efeziërs 4:12 e.v. staat: heiligen worden toegerust om praktisch dingen te doen voor elkaar, om zo, als partners, een eenheid te bereiken in geloof en ervaring, in realisering van dingen die bij de Zoon van God horen.

In Efeze en hier in Philemon start Paulus bij de kerk als partnerschap, als gemeenschap van mensen die aan hetzelfde project, aan dezelfde zaak werken. Van daaruit spreekt Paulus Philemon hier aan, als partner in dezelfde zaak. Ze trekken dezelfde kar. Ze hebben als het ware een gemeenschappelijke rekening van de zaak. Daar kunnen ze hun onderlinge kosten op verrekenen. Paulus spreekt Philemon er vrijmoedig op aan: zet Onesimus maar bij mijn posten op die rekening. Ontvang hem maar alsof hij mij is. Ontvang hem maar, uiteindelijk als nu ook een partner in dezelfde zaak. We werken voor dezelfde baas, en nu ook Onesimus dat doet, zul je zien dat hij je van groot nut gaat zijn. Onesimus, de naam betekent: nuttig. Die naam had de weggelopen slaaf eerst geen eer aan gedaan. Nu hij partner is geworden in de zaak van Christus zal dat anders worden.

Een Appèl, Geen Bevel

Zo pleit Paulus. Hij beveelt niet. Hij dwingt niet. Hij doet een appèl. Het is het appèl van de kerk, waarin christenen partners zijn in de zaak van Christus. Realiseer dit goede.

Zo stelt Paulus heel ontspannen iets aan de orde waarvan hij heel goed weet dat het iets kost. Wij beseffen meestal niet meer dat slaven hebben (of slaaf zijn) in die tijd net zo gewoon was als voor ons elektriciteit en benzine- of dieselmotoren - en ook ongeveer net zo belangrijk. Als iedereen ging doen wat Paulus hier aan Philemon vraagt: een weggelopen slaaf zonder straf weer accepteren, ja zelfs, tussen de regels door, hem vrijlaten, zou de hele samenleving net zo in de soep lopen als bij ons als de stroom uitvalt. Philemon zou er bij heel wat mensen krediet en gezag door verliezen. En dat alles nog afgezien van de directe kosten.

Willen wij daar echt iets van leren, dan zullen we, denk ik, dat besef van partnerschap moeten leren van Paulus. In wat voor verband worden wij als christenen eigenlijk tot elkaar geplaatst? Dat blijkt in Philemon het verband te zijn van zakenpartners die samen de zaak van Christus te runnen hebben, heel praktisch: dingen moeten niet alleen maar geweten worden, zaken moeten gerealiseerd worden, gedaan. Zo zet Christus ons bij elkaar. En willen wij weer enige ontspanning veroveren in de manier waarop we met elkaar omgaan, dan zal dat het besef moeten zijn van waaruit we optreden en elkaar ontvangen. "Hé, partner, hoe gaan we dit aanpakken?" Dat is de basis-insteek van de christelijke gemeente. Dat is wat we ons door Paulus in Philemon in de eerste plaats moeten laten zeggen.

Ik ga niet mee in een goedkope toepassing van het briefje op onze situatie, die haast vanzelf wordt opgeroepen door de situatie hier. Want wij hebben ook onze weglopers. Maar ik geloof totaal niet dat Philemon betekent dat we die vrolijk zonder meer weer terug moeten ontvangen, en de kosten op rekening van de zaak zetten. Dat kan pas wanneer ook duidelijk is dat het om dezelfde zaak gaat. En dat is helemaal niet duidelijk, juist omdat we één op één te maken hebben met die basis-laag bij Paulus hier: dat mensen kennelijk niet bereid zijn alle anderen als partner te nemen in de zaak van Christus. En dat is de enige manier om bij zoiets als verzoening uit te komen, zoals waar het hier tussen Philemon en Onesimus om moet zijn gegaan.

Dat dit in onze gemeente niet lukt, en er ook geen aanwijzing is dat het gaat lukken, heeft alles te maken met gebrek aan partnerschap. En dus verandert er niets. En als dat niet verandert zal er ook niets veranderen als ik weg ben. En dat Woord zegt hier dat wij als partners aan elkaar gegeven zijn om dezelfde kar te trekken, heel praktisch. Als dát wat kost kan het op rekening van Christus. Wie dat niet opbrengt heeft een probleem. Maar wie geen partner wil zijn heeft een nog veel groter probleem. Want er is hier erg veel te doen, in de gemeente en om de gemeente heen. En Christus heeft ons hier bij elkaar gezet om dat te realiseren, samen. Als we ons dat niet weer goed realiseren wordt er zeker weinig van gerealiseerd.

Heer, Jezus Messias, Koning van ons leven. U hebt ons bij elkaar geplaatst als partners in uw zaak. Laat die partnerschap ook effectief zijn en iets uitwerken, iets goeds realiseren, ruimte, verzoening, ontspanning, aantrekkingskracht van uw evangelie, zodat we samen dichter naar U toe groeien.

De Brief als Spiegel en Oproep

De brief aan Philemon is klein van formaat, maar groots van betekenis. In amper 25 verzen laat Paulus een radicale omkering van bestaande sociale verhoudingen zien. Vanuit gevangenschap, mogelijk in Rome of Efeze, schrijft hij aan Philemon, een rijke gelovige in Kolosse. Zijn boodschap: ontvang de gevluchte slaaf Onesimus terug niet als slaaf, maar als geliefde broeder.

In de eerste eeuw was slavernij de kurk waarop de samenleving dreef. Slaven hadden geen rechten, konden niet trouwen en mochten niet reizen zonder toestemming. Hun stem werd niet gehoord. In dat licht is het ongehoord wat Paulus doet. Hij pleit voor een slaaf. Hij schrijft geen systematisch traktaat tegen slavernij, maar doet iets dat minstens zo radicaal is.

De naam Onesimus betekent ‘van nut’. Ironisch genoeg was hij zijn meester kennelijk eerder tot last dan tot nut. Maar Paulus draait dat om: "Voorheen was hij u niet van nut, maar nu is hij dat voor u en voor mij." Onesimus is een nieuwe mens geworden. Paulus kiest zijn woorden met grote zorg. Hij stemt Philemon gunstig met lof en waardering, maar bouwt gestaag aan zijn appèl. Geen bevel, maar een beroep op liefde.

Wat volgt is meer dan een interpersoonlijke verzoening. Het is een oproep tot koinonia. Dat is, in verbondenheid, in gelijkwaardigheid. In Christus zijn Philemon en Onesimus geen meester en slaaf meer, maar broeders. Het Griekse woord koinonia is nauwelijks in één term te vangen. Het gaat om gemeenschap in de diepste zin. Paulus schetst geen abstract ideaal, maar een concreet alternatief voor sociale verhoudingen. De christelijke gemeente is geen plek voor machtsverhoudingen, maar voor partnerschap.

Daarom is deze brief ook nu zo actueel. Paulus vraagt Philemon om de sociale werkelijkheid te bevragen vanuit het evangelie. Hij maakt Onesimus zichtbaar. Hij plaatst hem in het midden. En dat is misschien wel de diepste beweging van deze brief.

De brief eindigt met een uiting van vertrouwen: "Ik weet dat je zelfs meer zult doen dan ik vraag." Paulus gelooft in Philemons vermogen om de stap te zetten van rechts naar genade, van bezit naar het broederschap.

De Britse theoloog Rowan Williams vatte Paulus' visie, die ook in deze brief terugkomt, samen in drie kernpunten:

  • Ten eerste, er zijn geen insiders of outsiders meer. In Christus is iedereen aanvaard. Maatschappelijke verschillen, status, afkomst, burgerschap worden opgeheven in het lichaam van Christus.
  • Ten tweede, een universeel welkom. Ieder lid van het lichaam is essentieel. Waar één leidt, lijden alle. De gemeente als lichaam van Christus functioneert alleen waar ruimte is voor ieder lid, ongeacht diens achtergrond.
  • Ten derde, een nieuwe schepping. God verandert mensen en schept ruimte voor een nieuwe manier van leven, niet gedreven door macht of bezit, maar door liefde en wederkerigheid.

Zo bezien is de brief aan Philemon geen klein intermezzo in het Nieuwe Testament, maar een spiegel, een oproep. Wie is vandaag de Onesimus in onze context? Een vreemdeling, een kind, een stemloze, een ander die gemakkelijk vergeten wordt? En wie is Philemon? Zijn wij het misschien zelf? Laten we Paulus’ brief lezen als een uitnodiging om bruggen te slaan om gerechtigheid te zoeken. Niet als een abstract ideaal, maar als concreet handelen.

tags: #preek #filemon #wim #de #groot