De Grond-antinomie in de Humanistische Wetsidee
In het voorgaande deel werd de grond-antinomie in de humanistische wetsidee zichtbaar door de polaire tegenstellingen binnen de stelsels zelf en tussen de stelsels onderling. Deze antinomie ontwikkelt zich niet voorbij de idee van de soevereine vrijheid van de persoonlijkheid en vereenzelvigt de religieuze wortel van de kosmos met deze idee. De humanistische wijsbegeerte zoekt de transcendente wortel van de werkelijkheid in immanente, normatieve zin-zijden van de kosmos. Op dit immanentie-standpunt kan zij niet tot het inzicht komen dat de verabsoluteerde vrije persoonlijkheid van de mens niet vereenzelvigd kan worden met haar zedelijke of esthetische functies.
Daarom ontbreekt aan de humanistische wijsbegeerte, zelfs in haar diepste stelsels, het inzicht in de laatste transcendente bepaaldheid van het wijsgerig denken. Dit is de grens van alle immanentie-filosofie.
Schematische Tegenstelling: Humanistische en Christelijke Wetsidee
Om de humanistische en de Christelijke wetsidee nogmaals scherp in het licht te stellen, worden ze hier schematisch tegenover elkaar geplaatst:
Humanistische Wetsidee
- Zelfheid in de afval: Ontwikkeling naar het immanentie-standpunt door bewuste of onbewuste verabsolutering van het zin-onderscheidend en -verbindend denken (het 'cogito').
- Primaat van de Persoonlijkheid: De 'rede' als wetgever, gebaseerd op het persoonlijkheidsideaal. Dit leidt tot het dualistisch-transcendentaal type van de wetsidee (Kant).
- Primaat van het Wetenschapsideaal: Het mathematisch of natuurwetenschappelijk systeem van de functionele wetmatigheden in de verabsoluteerde zin-zijde van de tijdelijke werkelijkheid. Dit wordt gezien als een oneindige opgave voor het wetenschappelijk denken.
Christelijke Wetsidee
- Religieus Grondmotief: Het eigen zijn van Christus in de dagelijkse strijd tegen het 'vlees', de strijd tussen het Rijk Gods en het Rijk der Duisternis.
- Erkenning van Genade: Erkenning van het gestuit zijn van de ontbindende doorwerking van de zonde door de algemene genade, ter wille van het herschapen mensengeslacht dat God in Christus heeft aangenomen.
- Anti-these met Afvallig Denken: Dit grondmotief leidt niet tot antinomieën, maar tot een volstrekte anti-these met ieder wijsgerig denken dat in de afvallige zelfheid wortelt.
- Zin-verscheidenheid en Samenhang: Geen enkele zin-zijde bevat de volheid van de tijdelijke werkelijkheid. De zin-zijden, als wetskringen, hebben onderlinge souvereiniteit. Elke zin-zijde wijst heen naar en is uitdrukking van de tijdelijke zin-samenhang, die boven zichzelf uitwijst naar de zin-volheid in Christus.
- Wet als Bepaling en Begrenzing: De wet in haar zin-verscheidenheid is algemeen geldende bepaling en begrenzing van de aan haar onderworpen individuele subjectiviteit.
De Grens van Immanentie-filosofie en de Synthese-poging
De humanistische filosofie, met haar focus op immanentie, loopt tegen de grens aan dat het de transcendente bepaaldheid van het denken niet kan vatten. De dualistisch-transcendentale wetsidee van Kant, bijvoorbeeld, mist een eenduidige precisering van de idee van de zin-totaliteit. Het denken wordt hierbij vaak gereduceerd tot een transcendentaal bewustzijn of de 'homo noumenon' als wetgever, waarbij alle vóór-logische werkelijkheidsfuncties als objecten van het bewustzijn worden beschouwd.
De Christelijke religie daarentegen duldt geen opvatting van de kosmische werkelijkheid waarbij een enkel punt of een enkele zin-zijde tot rustpunt voor het denken wordt verheven. Er wordt niet getolereerd dat onzelfgenoegzame zin een zelfgenoegzaamheid krijgt toegekend, zelfs niet wanneer dit verpakt is in een speculatieve 'theologia naturalis'. Zodra men, onder invloed van deze metafysica, de 'rede' als concentratiepunt van het menselijk bestaan gaat zoeken, wordt de mogelijkheid van een innerlijke doordringing van het wijsgerig denken door de Christelijk-religieuze instelling bij de wortel afgesneden. Dit leidt tot een onoverbrugbare kloof tussen speculatieve filosofie en Christelijk geloof, met als gevolg theologische strijdvragen die het Christelijk hart vreemd moeten staan.
De synthese-poging in de patristische en middeleeuwse filosofie, waarbij het wijsgerig denken aan de Christelijke Openbaring werd gebonden, leidde tot problemen. Er moest onderscheid gemaakt worden tussen een synthese-standpunt waarbij de noodzaak bleef het denken aan de Openbaring te binden, en een standpunt waarbij de 'naturalis ratio' op het gebied van het 'natuurlijk denken' zelfstandig werd verklaard.
De Reformatie als Radicale Hervorming van het Wijsgerig Denken
De Reformatie bracht een fundamentele verandering teweeg in de verhouding tussen Christelijke religie en wetenschappelijk denken. De opkomst van de modern humanistische levens- en wereldbeschouwing stelde de Kerkhervormers voor het dilemma van de transcendente religieuze instelling van het Christendom tegenover het tijdelijke leven en het in het humanistisch persoonlijkheidsideaal belichaamde moderne immanentie-standpunt.
Een terugval naar het middeleeuwse scholastische synthese-standpunt zou een verloochening zijn geweest van het werk van God in de Hervorming. De Reformatie was in beginsel een radicale hervorming van het wijsgerig denken, doordat zij de centrale, allesbeheersende positie van de Christelijke religie opnieuw leerde verstaan.
Luther en het Scholastische Denken
Martin Luther bleef, ondanks zijn reformatorische inzichten, in zijn houding tegenover menselijke kennis bevangen in de middeleeuwse geest van het Ockamisme. Zijn spiritualistische inslag, gevoed door de Duitse mystiek en de Augustijnsch-Franciscaanse geest, leidde tot een dualisme dat niet volledig uit de Schriftuurlijke beschouwing van de verdorvenheid van de 'natuur' door de zondeval te verklaren is. Zijn 'Welt-offenheit', die hem deed afzien van het kloosterideaal, bleef gebroken door dit dualisme.
Melanchton's Synthese-filosofie
Philipp Melanchthon, opgegroeid in de kring van Duitse humanisten, stond onder invloed van denkers als Agricola, Erasmus en Reuchlin. Zijn programrede van 1518 was een oorlogsverklaring aan de heersende scholastische 'Barbarei' en een pleidooi voor humanistische hervorming van de taal en wijsbegeerte. De kern van zijn streven was een hervorming van de dialectiek in nominalistische zin, gecombineerd met een gedegen filologisch-humanistische scholing.
De synthese tussen humanisme en Christendom betekende voor Melanchton een humanisering van het Christendom, waarbij voor de humaniteitsidee onverdraaglijke en onredelijke heilswaarheden werden afgepeld. Hoewel het contact met Luther tijdelijk de geest van de reformatorische anti-these over hem vaardig maakte, keerde hij terug naar de antieke immanentie-filosofie. Deze terugkeer werd definitief in 1536, met de synthese van de Lutherse geloofsleer met de nominalistisch-humanistisch geïnterpreteerde Aristotelische wijsbegeerte.
Calvijn's Wijsgerige Benadering
In tegenstelling tot Luther en Melanchton, werd het scholastische schema van natuur en genade uit Calvijns gedachtenwereld verwijderd. Calvijn stelde dat de ware natuur van de mens, verdorven door de zondeval, door Gods genade in Christus wordt hersteld of vernieuwd. Hij verwierp de scheiding van 'natuur' en 'genade' die kon leiden tot een verabsolutering van de menselijke rede en een 'philosophia et theologia naturalis'.
Calvijn wees de speculatieve 'natuurlijke theologie' radicaal af. Van de nawerking van het dualisme in Luthers spiritualistische tegenstelling tussen wet en evangelie is bij Calvijn geen spoor te vinden. Christus heeft ons vrijgemaakt van de 'wet der zonde' en de 'wet van de schaduwdienst'. De wet in haar religieuze zin-volheid en tijdelijke zin-verscheidenheid is echter geen knellend juk, maar een zegen in Christus. Zonder de bepaling en begrenzing van de wet zou het subject wegzinken in chaos. Daarom erkent Calvijn de innerlijke onderworpenheid van de Christen aan de Decaloog en ziet hij geen innerlijke antinomie tussen Christus' interpretatie van de zedewet en de rechtsorde, de economische orde of de staatsstructuur.
Herman Dooyeweerd: Leven en Werk
Herman Dooyeweerd (1894-1977) was een Nederlandse filosoof en hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij legde in zijn belangrijkste werk, De Wijsbegeerte der wetsidee, de fundamenten voor de reformatorische wijsbegeerte.
Dooyeweerd werd geboren in Amsterdam en studeerde rechten aan de Vrije Universiteit. Na zijn promotie werkte hij bij de belastingdienst en later bij het Ministerie van Volksgezondheid. In 1922 werd hij directeur van het wetenschappelijk bureau (Kuyperstichting) van de ARP. Vanaf 1926 was hij hoogleraar rechtsfilosofie, oudvaderlands recht en jurisprudentie aan de VU.
Hij muntte de term 'wetsidee' in een serie artikelen, waarin hij de gedachte van Abraham Kuyper over de soevereiniteit in eigen kring verder uitwerkte. Waar Kuyper deze term beperkte tot maatschappelijke instellingen, paste Dooyeweerd deze toe op de gehele kosmos. Volgens Dooyeweerd is de kosmos door God geschapen, en God is geen onderdeel daarvan, maar geeft de onderscheiden wetten voor alle aspecten.
De Wijsbegeerte der Wetsidee en de Wetskringen
Dooyeweerd verwierp de gedachte dat het rechtsbesef te construeren zou zijn uit de logica of de rede, zoals sinds Locke, Descartes en Kant de heersende opinie was. Hij stelde dat elke levensbeschouwing, ook die van de Verlichting, gebaseerd is op een 'religieus grondmotief', vaak geworteld in de aanname van de autonomie van de mens en diens rede (auto nomos).
Zijn eigen religieuze grondmotief was christelijk. Vanuit dit perspectief bekritiseerde hij zowel het verlichtingsdenken als het scholastieke denken met zijn natuur- en genadeschema's. Hij ontwikkelde het idee van 'wetskringen' of 'modale aspecten van de werkelijkheid'. De gehele werkelijkheid (kosmos) kan worden onderverdeeld in ken-gebieden, waarbij binnen elk gebied eigen wetten gelden. Deze kringen kennen een duidelijke rangschikking.
Elke entiteit in de werkelijkheid behoort tot een bepaalde wetskring waarin het als subject functioneert en zich aan de geldende wetten houdt. In 'hogere' wetskringen kan de entiteit een rol spelen, maar dan als object. Een boom, bijvoorbeeld, heeft getalsmatige, ruimtelijke en fysische aspecten, maar behoort tot de biotische wetskring. De boom zelf speelt als object een rol in hogere kringen, zoals het economische aspect, maar de wetten die de boom kenmerken zijn die van het biotische.

Internationale Erkenning en Invloed
Dooyeweerd kreeg in het buitenland, met name in Noord-Amerika en Zuid-Afrika, meer aandacht dan in Nederland. Via studenten en contacten met het Westminster Seminary raakten zijn ideeën daar bekend. Vanaf de jaren '50 verschenen zijn boeken in het Engels. Zijn gedachtegoed is ook in de Nederlandse politiek opgenomen, via de ARP in het CDA en via het GPV en de RPF in de ChristenUnie.
Désanne van Brederode over 'De filosofie Herman Dooyeweerd'
De Evolutie van Dooyeweerd's Publicaties
Dooyeweerd's academische carrière omvatte onderwijs in rechtsfilosofie en encyclopedie van de rechtswetenschap. Dit resulteerde in verschillende publicaties en dictaten, waaronder de Inleiding tot de encyclopedie der rechtswetenschap.
De Inleiding tot de encyclopedie der rechtswetenschap kent zes tekstversies, die de ontwikkeling van zijn denken weerspiegelen:
- Tekstversie 1: Een niet-gepubliceerd typoscript, beschouwd als voorloper van versie 2.
- Tekstversie 2: Verschenen in de jaren dertig als inleiding in de Dictaat encyclopaedie der rechtswetenschap.
- Tekstversie 3: Een zelfstandig dictaat van 121 pagina's tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Tekstversie 4: In de jaren vijftig verschenen als uitbreiding van versie 3.
- Tekstversie 5: In 1967, na zijn emeritaat, met voornamelijk taalkundige aanpassingen.
- Tekstversie 6: Een volledige herziening, waaraan Dooyeweerd werkte tot in de jaren zeventig. Van deze versie bestaat een typoscript van 659 foliovellen, maar deze is nooit als dictaat verschenen.
Opmerkelijk is de Engelse vertaling van het derde deel van Reformatie en scholastiek in de wijsbegeerte, die, ondanks een vermelding van een abrupt einde van het manuscript, wel degelijk volledig was. Het hoofdstuk De plaats van de mens in de kosmos, toegevoegd aan de Engelse vertaling, behoort tot een ander, groter manuscript, Philosophie der wetsidee, dat al rond 1929 was afgerond.
Dooyeweerd's werk, met name De Wijsbegeerte der Wetsidee (3 delen, 1935-1936), werd in het Engels vertaald en kreeg internationale erkenning. Zijn ideeën over de eenheid van de wetenschap, de transcendentale grondidee van de theoretische denkhouding en de menselijke antropologie zijn van blijvend belang.
tags: #reformatie #en #scholastiek #deel #2 #dooyeweerd