De biddagpreek moet het besef wekken of levend houden, dat ons dagelijks levensonderhoud niet afhangt van menselijke investeringen (in arbeid of geld), maar ten diepste van Gods genade. Deze jaarlijkse herinnering gaat over iets wat ons dagelijks voor ogen moet staan.
Christenen leven bij de dag, omdat elke dag een genadegave is. En elke dag kan de laatste van deze wereldtijd zijn. Geen jaar en geen dag is hetzelfde.
In 2017 verscheen in Nederland het boek ‘Wat op het spel staat’ van de Duitse historicus-filosoof-romanschrijver-journalist en vertaler Philipp Blom (1970). Het is een alarmerend boek. Hij beschrijft de samenlevingen van de rijke wereld als toekomstloos, gericht op het behoud van status, op een nooit eindigend heden. En ‘Dat heden is al voorbij - alleen de coulissen staan nog overeind’.
Deel van het probleem is: ‘Ook in hoogontwikkelde landen kent een groot deel van de burgers de problemen niet, ontkent ze, meent er niet direct slachtoffer van te zijn of heeft de implicaties ervan gewoon nog niet doordacht’. De problemen zijn vanzelfsprekend die van de snelle opwarming van de aarde, de robotisering, en de volkerenbeweging die niet meer te stuiten is.
Zijn betoog is wel ‘apocalyptisch’ genoemd, maar daar kan ik niet in meegaan. Volgens Blom bestaat er namelijk geen ‘groots plan voor de mensheid, geen beschermende, onzichtbare hand’. Maar laat nu het kenmerk van apocalyptiek juist zijn, dat die hand er wel degelijk is en ook onthuld wordt.
De brief aan de Filippenzen is niet apocalyptisch, maar wel doortrokken van besef dat de HERE nabij is. Er is een beschermende, onzichtbare hand. Een hand die redding brengt. Dat besef maakt niet dat we geen oog hebben voor genoemde alarmerende ontwikkelingen, maar wel dat we er anders in mogen staan.
De Bijbelse context van Filippenzen
Besef van Gods nabijheid
In hoofdstuk 1 wordt tot tweemaal toe gewezen op ‘de dag van [Jezus] Christus’. De ‘Christus-hymne’ in hoofdstuk 2 loopt uit op het visioen van elke tong die zal belijden dat Jezus Christus Heer is.
In hoofdstuk 3:20-21 spreekt Paulus zijn verwachting uit van de Here Jezus Christus als Redder die ‘alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen’.
In hoofdstuk 4:5 motiveert hij zijn bemoedigingen met de woorden: ‘De Here is nabij’.
Waarschuwingen en Gods reddende hand
Wanneer mensen zich verzetten tegen God en zijn reddende boodschap, is dat een aanwijzing van hun ondergang en tegelijk een teken van behoud voor hen die het van Gods reddende hand verwachten (h. 1:28). De mensheid los van God heet ‘een verkeerd en ontaard geslacht’ (h. 2:15).
Ze maken een god van hun buik, stellen in schaamteloze dingen hun eer en ‘hun aandacht is alleen gericht op aardse zaken’ (h. 3:19). Maar zo levende gaan ze ‘hun ondergang tegemoet’ (NBV) (HSV: ‘Hun einde is het verderf’). Het is aannemelijk dat ‘ondergang/verderf’ zowel slaan op de ondergang in dit leven als op de eeuwige ondergang.
Dat de mensheid-los-van-God van de buik een god maakt en alleen gericht is op aardse zaken kan in onze tegenwoordige wereld met de handen worden getast!
Bedreigingen voor de gemeente
Het moge duidelijk zijn dat de apostel geen reddende krachten verwacht van een wereld die God negeert. Ook de gemeente van Christus wordt bedreigd door het gevaar zich door deze wereld te laten infecteren. Christenen zijn niet verheven boven ongelovigen. Ook onder hen komen b.v. afgunst en jaloezie voor. Er zijn er zelfs die Christus prediken ‘uit afgunst en jaloezie’ (h. 1:15). Dat zijn toch zaken die niet samen zouden moeten kunnen gaan.
Hoofdstuk 2:3 waarschuwt voor handelen uit eigenbelang en hoofdstuk 2:21 spreekt van personen die feitelijk blijkbaar als christen alleen hun eigen belang zoeken.
Ook ‘morren en meningsverschillen’ (h. 1:14) komen kennelijk wel eens voor; er zijn ‘slechte arbeiders’(h. 3:2).
Zorg en het dagelijks leven
Levensonderhoud en zorg
Hoewel van een wereld los van God geen redding kan worden verwacht, brengen we er wel ons leven in door. En dat leven moet onderhouden worden. Geen mens kan zonder eten en drinken, ook geen apostel, en als er ziekte de kop opsteekt ontstaat er zorg en angst (h. 2:26-27).
Paulus spreekt met waardering over hulp die hij (in de gevangenis!) heeft ondervonden van Epafroditus (h. 2:30). Daarin kwam de zorg van de gemeente voor Paulus in zijn gevangenschap tot uitdrukking (h. 4:10). Daar zal zeker een bepaalde materiële zorg in besloten zijn geweest: dit blijkt duidelijk in wat de apostel schrijft in h. 4:11-13. Hij schrijft daar over zaken van overvloed en honger, rijkdom en gebrek. Even verderop gaat het over tegoeden en tekorten, om gaven die Paulus mocht ontvangen: ‘Mij ontbreekt niets dankzij de gaven die Epafroditus namens u heeft gebracht’ (h. 4:18 NBV).
Omdat de gemeente door liefde bewogen zoveel hulp geboden heeft, rekent Paulus erop dat de gemeente op haar beurt voorzien zal worden van al het nodige. ‘Alles wat u nodig hebt’ (h. 4:19).
De kern van de boodschap: medèn merimnate
De kern van de boodschap in Filippenzen 4:6 is medèn merimnate, wat vertaald kan worden met ‘wees in geen ding bezorgd’. De woordgroep merimna-merimnaō kan volledig gedekt worden door de onze van ‘zorg-zorgen’. Hier gaat het om de angstige zorg die gewekt wordt door moeilijke levensomstandigheden.
Dat kunnen alle mogelijke omstandigheden zijn: medèn (‘niets’) neigt hier naar de betekenis van ‘in geen enkel opzicht’. Gezien de inhoud van de brief kan Paulus denken aan de meest uiteenlopende soorten zorgen die de Filippenzen zich kunnen maken: inzake levensonderhoud, maar het kan ook gaan om angst voor tegenstanders (h. 1:28), spanningen in de gemeente (zie bijvoorbeeld h. 2:20 of h. 4:2), zorg om een gemeentelid (h. 2:26), zorg om Paulus (h. 4:14-18).
Opvallend is dat hetzelfde woord merimnaō door de Here Jezus zelf 6 keer op rij gebruikt wordt in Matth. 6:25-34. Wat Paulus hier zegt, lijkt duidelijk een echo van deze woorden.

De oproep tot gebed en dankbaarheid
Bidden en smeken met dankzegging
Als er één is, die zich zorgen zou kunnen maken, is het Paulus zelf wel. Hij zit immers gevangen en heeft het niet breed. Alléén panti is het tegenovergestelde van medèn. Tei proseuchèi is het kernwoord hier, samen met tei deèseì.
Proseuchomai en proseuchè komen veelvuldig voor in het N.T. Het zijn de termen bij uitstek voor gebed in al zijn verschijningsvormen. Het voorvoegsel pros geeft de richting aan.
Deomai en deèsis komen ook tamelijk frequent voor in het N.T. De grondbetekenis van deomai is ‘iets missen, ergens gebrek aan hebben’ waaruit zich de betekenis ‘smeken’ heeft ontwikkeld.
Eucharistia betekent dankzegging. De vraaggebeden dienen gepaard te gaan met dank. Bidden en smeken onder dankzegging zijn akten van kennisgeving aan God.
Hedendaagse zorgen en Bijbelse wijsheid
Er is alle reden tot zorg vanwege de veranderingen die zich razendsnel voltrekken in onze wereld als gevolg van internationale handel, moderne communicatietechnologie en het groeiende internationale verkeer. Negatieve gevolgen zijn de fenomenen van een kwetsbare wereldeconomie, migrerende bevolkingsgroepen, een grote kloof tussen arm en rijk, een verlies aan nationale identiteit, de terugkeer van tribale conflicten en zelfs terrorisme.
Een andere wereld dan de wereld van Paulus destijds, maar het idee dat de dingen zonder God uit de hand lopen en dat een handjevol christenen er weinig tegen in te brengen heeft, is gelijk. Hoewel ons burgerschap in de hemel is (h. 3:20) leven wij middenin deze tumultueuze wereld.

De kracht van het gebed
Hoewel ons burgerschap in de hemel is (h. 3:20) leven wij middenin deze tumultueuze wereld. Er kan iets gezegd worden over de persoonlijke situatie van Paulus, die gevangen zit (niemand weet precies waar). Hij is blij met wat bezoekers hem komen brengen. Christus geeft Paulus de kracht om soms gebrek te moeten lijden. Maar op andere momenten is er zelfs overvloed. Ook de situatie van de gemeente Filippi kan genoemd worden. Uit 2 Kor. 8:1,3 kan afgeleid worden dat er diepe armoede heerste. Onze preektekst (h.4:6) kan dus ook armoede als achtergrond hebben. Ook h. 4:19 zou in de richting van behoeftigheid kunnen wijzen.
Wellicht zijn er ook in onze gemeente leden die de eindjes amper aan elkaar vast kunnen knopen. We krijgen in de brieven van Paulus nergens de indruk dat hij veel van politieke macht verwacht als het gaat om het verhogen van de levensstandaard. Wat er gaat gebeuren, weten we niet. Optimisme is er al jaren niet meer, er zijn geen gezaghebbende politici met een vaste koers en een goed doel voor ogen.
Dat hangt samen met het eigenbelang (vgl h. 2:3), de ‘buikgod’ en het voornamelijk bedenken van aardse dingen (h. 3:19). In de preek kan er op gewezen worden, dat ook de Filippenzen bedreigd worden door de gevaren van eigenbelang en genotzucht. Dat is nu niet anders. En omdat Hij er is, en komt, kunnen we niets beters doen dan bidden en smeken.
Ja, we mogen dat doen! De weg van het gebed kennen en beoefenen is op zichzelf al iets om dankbaar voor te zijn (‘met dankzegging’). Dan is er wel zorg om allerlei ontwikkelingen, maar de angstige zorg of het nog wel goed komt hoeft er dan niet meer te zijn. Het is mooi iets te laten zien van de tegenstelling tussen het ‘in geen ding’ en ‘in alles’.
We kunnen ons over heel veel dingen (grote) zorgen maken, maar bidden biedt een tegenwicht. De preek biedt ook gelegenheid om iets te zeggen over de verschillende woorden die Paulus gebruikt i.v.m. gebed.
De wijsheid van God
Gods plan en Jezus Christus
De hoeveelheid beschikbare kennis in de wereld is gigantisch! Verwonderlijk wat er allemaal te weten, te ontdekken en te onderzoeken valt. En toch zegt Paulus dan: in de hele zee van kennis en onderzoek zal nooit iemand de wijsheid kunnen bedenken die wij hier en nu verkondigen. Deze wijsheid komt van boven, ze is niet van deze wereld! Het is de wijsheid van God, die God heeft bestemd voor wie Hem liefheeft.
Jullie zijn door die wijsheid van God gegrepen. Daarom hebben we vanmorgen hier deze feestelijke dienst waarin jullie antwoord geven op je doop. Wees over niets bezorgd, maar vraag in alle omstandigheden aan God wat u nodig hebt en dank Hem in uw gebeden.
Met Gods wijsheid wordt hier bedoeld: Gods wijze plan, dat Hij heeft uitgevoerd door Jezus Christus. Maar u bent door Hem één met Christus Jezus, die dankzij God onze wijsheid is geworden. Zie je: Jezus Christus is Gods onwereldse wijsheid! Wat God door Jezus heeft gedaan, dat is het wijze plan van God, dat niemand op aarde ooit had kunnen bedenken! Wie zou hebben durven dromen dat de Almachtige, de Eeuwige, dat God Zelf mens zou worden door Zijn Zoon?! Dat God dat zou doen voor zijn schepping.
Gods wijze plan was om door Zijn Zoon ons te redden. Om ons op te nemen in de innige relatie met Hem!
Vertrouwen en Gods trouw
Je kunt je er eindeloos veel zorgen om maken, maar weet je, al die zorgen, die zijn zinloos (Mt. 6,27; Lc. 12,25). Je verandert niets: wie kan, door zich zorgen te maken, ook maar één dag aan zijn of haar leven toevoegen? God zal je geven wat je nodig hebt. En meer nog: wat je niet nodig hebt, dat geeft Hij je ook niet (vgl. Rom 8,28). Anders gezegd: richt je op Gods wijsheid, op Zijn wijze plan!
Het is nodig dat je telkens weer terugkeert naar de bewondering om Zijn machtig wijze plan: Zijn Zoon kwam voor ons! “Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren” (Fil. 4,7). Anders gezegd, dan worden je zorgen overstemd door die wijsheid, waarvan geen mens ooit had durven dromen! Laat het dan de les zijn: mijn gevoel is niet waar mijn geloof op drijft. Het is een keuze, een keuze om God te vertrouwen. Om Hem te vertrouwen omdat Hij trouw is. Ook als ik Hem niet begrijp.
Gods wijsheid is een openbaar geheim. Iedereen mag het weten, maar je herkent het pas als waarheid wanneer je het erkent. Je kunt er veel over weten, maar zolang je je leven er niet naar inricht, ken je Gods wijsheid niet echt. Want wie ontdekt dat God de wereld zo lief had, dat Hij zijn Zoon gaf om iedereen die in Hem gelooft te redden...
Praktische adviezen voor het leven
Vreugde, vriendelijkheid en nabijheid
Paulus roept ons op om ons te verheugen. De christelijke kerk heeft in haar lange traditie in Advent ook altijd dit bijbelgedeelte tot klinken gebracht, Filippenzen 4:4-9. Ik denk vooral vanwege dat ene zinnetje dat er wat los tussen lijkt te staan: ‘De Heer is nabij’.
Die vreugde is - net als de vrede - vaak wel heel ver te zoeken! Walst Paulus daar ook niet wat al te gemakkelijk over heen met zijn aanmoediging: ‘Laat de Heer je vreugde blijven. Ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd!’
Hij zit gevangen. En toch heeft hij het over vreugde. Dat is geen oppervlakkige blijdschap, geen lol, het gaat verder dan ‘happy’ zijn of dingen ‘leuk’ vinden.
De uitnodiging aan jullie en aan mij is deze: “Laat de Heer uw vreugde blijven!” Dat is wat Paulus wil zeggen. Maar omdat dat niet vanzelfsprekend is en omdat dat niet altijd even gemakkelijk gaat, geeft Paulus een toelichting bij deze oproep die we lezen als antwoord op onze vraag: ‘Maar hoe doe je dat dan?
Als de Heer je vreugde is, dan helpt dat om vriendelijker te worden. Want we hoeven niet te reageren vanuit angst of controle. De vreugde van Christus is in ons. En die vreugde heeft alles te maken met genade. Het Griekse woord voor genade is charis (charisma betekent genade-gave) en het Griekse woord voor vreugde is chara. Dat zijn verwante termen. Als de genade van God in je leven verschijnt geeft dat vreugde en maakt dat je vriendelijk.
Met dat zinnetje ‘De Heer is nabij’ zegt Paulus eigenlijk precies hetzelfde als Jezus toen Hij het evangelie samenvatte: ‘Het koninkrijk is nabij.’ De aanwezigheid van Gods genade en vriendelijkheid omringt ons altijd en overal. Het hier en nu is vol van Gods vreugde en vrede, want het koninkrijk is binnen handbereik. Het koninkrijk is zelfs binnen in ons: de vreugde ligt in ons hart te wachten om tevoorschijn te komen.
Loslaten van zorgen en dankbaarheid
We maken ons zorgen over onze gezondheid, over de toekomst, over dreiging van oorlog, over al die mensen die dagelijks geweld ervaren. Zo zitten we als mensen in elkaar, als mensen die hebben te dealen met een gebroken werkelijkheid. Misschien zou Paulus in taal van vandaag eerder zeggen: laat je zorgen los. Daarmee erken je dat ze er zijn. Maar er opent zich ook een nieuw perspectief: dat je zorgen los kunt laten.
Wat moet je dan doen, als je zorgen los moet laten? Nou heel concreet. Het eerste: “Vraag in alle omstandigheden aan God wat u nodig hebt.” Dus richt je naar God toe, stap weg uit die gesloten cirkel van je bezorgdheid en zet je hart open voor Gods vriendelijke en liefdevolle aanwezigheid. Hij ziet je. En het tweede: niet wachten op verhoring. Maar direct danken: “en dank hem in uw gebeden”. Laat ook die verhoring los, geef dat aan God, en wees dankbaar.
Paulus is nog steeds bezig om ons te helpen om concreet te maken hoe je dat nu doet: “Laat de Heer uw vreugde blijven.” En dat heeft alles te maken met dankbaarheid. In het hart van het leven van volgelingen van Jezus klopt de dankbaarheid. Een grondhouding van dankbaarheid. En ook die dankbaarheid is net als de vreugde een keuze.
Gebed is een toevluchtsoord, een plek waar we zorgen loslaten, waar we onze vragen stellen, waar we ons hart luchten bij God, waar we Gods verhoring loslaten, en waar we ons oefenen in dankbaarheid. Gebed is de plek waar je naartoe kunt gaan om de vreugde die weggeroofd is uit je leven opnieuw te vinden in je hart, in de vriendelijke en liefdevolle aanwezigheid van de Heer.

Het denken richten op het goede
Tenslotte, broeders en zusters, laat u leiden door al wat waar is, al wat edel, rechtvaardig, zuiver, beminnelijk en eervol is, kortom door al wat deugdzaam is en lof verdient. Doe alles wat ik u heb geleerd en overgedragen alles wat ik u heb verteld en laten zien.
Paulus vraagt nu toch nog een keer aandacht voor ons denken. Want sta er eens bij stil: waar gaan je gedachten als vanzelf heen als je ’s morgens wakker wordt? Wat zijn je laatste gedachten wanneer je hoofd na een lange, vermoeiende dag het kussen raakt en je in slaap valt? Ons denken doet ertoe. Ook de vreugde die we ervaren (of niet) heeft alles te maken met ons denken.
Laat je leiden door, geef aandacht aan, houd je in gedachten bezig met al wat waar, edel, rechtvaardig, zuiver, beminnelijk, eervol, deugdzaam en lofwaardig is. Waar gaat je aandacht op dit moment naartoe? Als je je aandacht besteedt aan schoonheid, word je een mooier mens. Als je je gedachten richt op het goede, word je een beter mens. Je wordt wat je denkt. Let dus op je denken.
Ook vreugde begint in je denken. Doe dat - zegt Paulus. Span je ervoor in. Ik heb je het geleerd, ik heb het je overgedragen, ik heb het je verteld, ik heb het je laten zien en voorgedaan. Doe het.
Vreugde en vrede ervaren is niet alleen maar een gevoel dat je al dan niet overkomt. Het is ook een keuze. Het is een levenshouding.

tags: #preek #over #filippenzen #4 #6